Opsporen voortvluchtigen heeft vaak weinig prioriteit
(tekst: persbericht van Het Programma Politie en Wetenschap)
De onvindbaren. Op zoek naar voortvluchtige veroordeelden in Nederland.
Nieuwe publicatie in de reeks Politiekunde van het Programma Politie en Wetenschap.
Er staan ongeveer 11.000 tot een gevangenisstraf veroordeelde voortvluchtigen op de nationale opsporingslijst en deze worden niet altijd actief opgespoord. Dit blijkt uit onderzoek van Yvette Schoenmakers en anderen. Sommige voortvluchtigen staan al lang gesignaleerd; bijna de helft al langer dan vijf jaar. Ruim driekwart van de voortvluchtigen heeft een openstaande strafduur van hooguit twee maanden voor bijvoorbeeld vermogenscriminaliteit. De opsporing van deze mensen heeft geen hoge prioriteit bij de politie. Sommige voortvluchtigen zijn zwaardere criminelen met hogere openstaande straffen. Opsporing van deze zwaardere criminelen valt onder het landelijk politieteam FASTNL, dat deze voortvluchtigen actief en specialistisch opspoort. De groep voortvluchtigen die niet in aanmerking komt voor gerichte opsporing, de ‘middenmoot’ met kortere openstaande gevangenisstraf, loopt echter kans om aan de aandacht van de politie te ontsnappen. Beperkte gegevensuitwisseling door en met andere instanties is daar mede debet aan. Een deel van de grote groep voortvluchtigen zou ‘vindbaar’ zijn als er gericht gezocht zou worden. Er zijn volgens de onderzoekers mogelijkheden om tot een meer geloofwaardige strafexecutie te komen.
Het onderzoek
In het onderzoek zijn kenmerken in beeld gebracht van voortvluchtigen die zich onttrekken aan een onherroepelijk door de rechter opgelegde gevangenisstraf. Onderzoeksvragen waren: wat zijn de achtergrondkenmerken van gesignaleerde voortvluchtigen in Nederland, hoe ontvluchten zijn hun straf en hoe kan de politie het traceren van deze personen optimaliseren? Voor het onderzoek zijn van 11.167 voortvluchtigen in het landelijk opsporingssysteem gegevens bestudeerd afkomstig van CJIB, politie en justitie. Daarnaast zijn interviews en een expertmeeting gehouden met professionals en heeft dossieronderzoek plaatsgevonden van 29 aangehouden voortvluchtigen in twee politie-eenheden.
De voortvluchtigen
De overgrote meerderheid (87%) van de voortvluchtigen is man. Een klein deel (8%) is geboren in Nederland, 37% in een niet-westers land, 27% in een Midden- of Oost-Europees land. De delicten waarvoor men is veroordeeld toen men voortvluchtig werd (indexdelicten), zijn vooral vermogensdelicten zonder geweld (58%), gevolgd door drugsdelicten (13%). De helft heeft een openstaande strafduur van hooguit een maand, ruim een kwart (27%) 1 tot 2 maanden. Bijna een tiende (9,2%) heeft een openstaande detentie van 120 dagen of meer. De helft van de voortvluchtigen heeft meerdere eerdere veroordelingen op zijn of haar naam staan, vooral voor vermogensdelicten zonder geweld.De groep voortvluchtigen is gevarieerd van aard en bestaat onder andere uit veelplegers, ‘beroepscriminelen’ met een zwaarder strafblad (vooral drugs- en geweldmisdrijven), ‘first offenders’ zonder eerdere veroordelingen en enkele jeugdige voortvluchtigen. Niet alle voortvluchtigen lijken zich ervan bewust dat ze gezocht worden voor een openstaande gevangenisstraf. Bijvoorbeeld veroordeelden die in aanmerking komen voor vervangende hechtenis door het schenden van door de rechter opgelegde voorwaarden. Anderen weten het wel, maar houden zich op de vlakte. Een deel van de – met name zwaardere criminelen – lijkt in het buitenland te verblijven.
De opsporing
De eerste 90 dagen is het opsporen van voortvluchtigen een taak van de politiebasisteams. Deze basisteams gaan in de praktijk meestal drie keer langs bij de voortvluchtige, als het adres bekend is, om te kijken of de voortvluchtige alsnog aangehouden kan worden. Sommige basisteams verrichten nog extra opsporingshandelingen. Daarna is het afhankelijk van de hoogte van de straf of er actief opgespoord wordt; onder de 120 dagen openstaande straf is dit niet het geval. De voortvluchtige blijft dan wel gesignaleerd staan en wordt aangehouden als deze zelf ergens tegen de lamp loopt. In een aantal politie-eenheden wordt meer tijd geïnvesteerd in de opsporing van voortvluchtigen, bijvoorbeeld met gerichte landelijke executie-acties, die succes opleveren.
Informatie over voortvluchtigen wordt niet altijd goed geregistreerd en/of gedeeld bij verschillende overheidsdiensten. Dit kan tot gevolg hebben dat een verkeerd adres in het opsporingsregister staat, maar soms ook dat voortvluchtigen een uitkering ontvangen of een nieuw paspoort kunnen aanvragen.
Een deel van de geconstateerde knelpunten wordt momenteel geadresseerd binnen de Uitvoeringsketen Strafrechtelijke Beslissingen (USB) en verder wettelijk ingekaderd in het herziene Wetboek van Strafvordering. De aanbevelingen van de onderzoekers borduren hierop voort en betreffen onder andere voortgezette aandacht voor de samenwerking intern en binnen de keten; het aanpassen van opsporingsstrategieën aan specifieke categorieën voortvluchtigen en het vergroten van aandacht en urgentie binnen politie voor de opsporing van voortvluchtigen.
Meer berichten
- Hoe breed moet een voetpad zijn om écht prettig te kunnen lopen?
- Dit jaar is het precies 150 jaar geleden dat Margaretha Geertruida Zelle werd geboren: stadswandeling
- Beste meneer Jetten, beste Rob, we kunnen niet iedere dag noodles eten
- Een SWAT-team opbouwen om de belastingen van miljardairs te verhogen?
- Rick van het Meer: Daarom ben ik weggegaan uit Friesland
- Het is wie we zijn. Wij zijn het paasvuur
- Groep 7 van de Leeuwarder Schoolvereniging presenteert plan winnende Dijkhuizen
- D66 zou eigenlijk de leiding moeten hebben bij de onderhandelingen voor een nieuw Leeuwarder college
- Jason Bhugwandass: Vijf jongeren hebben sinds de publicatie van mijn rapport hun leven beëindigd
- Support je voetbalclub met statiegeld: Statiegeld Nederland en KNVB starten samenwerking
- Nieuw Leeuwarder college bestaat uit GL/PvdA, D66, CDA en VVD (update)
- Steden en dorpen die leefbaarder willen worden door de auto te weren ondermijnen die leefbaarheid juist
- Hormuz als breekpunt voor de wereldeconomie
- Cao-lonen in eerste kwartaal 4,5 procent hoger
- Waarom wordt voeding nauwelijks behandeld in de artsenopleiding?
- Snapchat, TikTok en Instagram spelen belangrijke rol bij werving jongeren voor criminaliteit
- Nieuwbouwkavels eind 2025 ruim 15 procent duurder
- Benadeelden graffiti morgen vergast op koffie in het Fries Museum
- Wethouder Nathalie Kramers legt vanwege borstkanker haar taken neer
- Meer zestigers hebben een LAT-relatie, vooral mannen
- Politiek café Leeuwarden met Gerard Janssen, Geu Luik, Thom Smit en Branka Stuve
- Arjen Droog: inhoud vóór de machtsverdeling. Ik heb er zin in
- Wie maakt het wat uit wie we aan de talkshowtafels clowntje laten spelen
- Waarom onze Duitse buren zich zorgen maken om onze portemonnee
- Oppervlakte voedselbossen in vijf jaar tijd vertienvoudigd
- Met een gemiddeld uurtarief van 74 euro behoren Friese zzp’ers tot de provincies met de laagste tarieven
- Debat Ondernemen in Leeuwarden: Een lesje in ‘naar de mond praten’
- Managers die zich verschuilen achter abstracte termen presteren vaak minder goed
- Opnieuw minder minderjarige verdachten – Relatief meeste minderjarige verdachten in Friesland en Groningen
- Martijn Balster benoemd als informateur nieuw college gemeente Leeuwarden
- Klein coronanieuws en andere zaken – Leeuwarden geeft toegankelijkheidsprijs aan café waar gehandicapten niet kunnen komen – Wonden likken op de vrijdagmarkt – Dames duwen PvdA’er Jelmer Staal uit de raad – Slalommen bij terras Downies en Brownies – snackbar ’t Vliet later open – Praamvaarders in de schoolbanken – brug Snakkerburen plots verdwenen
- Student betaalt tot 2.500 euro per jaar voor scooterverzekering, soms net zoveel als aanschaf
- Bibliotheken als biotopen van gemeenschapsvorming
- Beschikbaar inkomen huishoudens 2,7 procent hoger in 2025 – Spaartegoeden huishoudens groeien met ruim 8 procent
- Gemeenten begroten 5,8 procent meer lasten voor 2026
- Iedereen Fietst brengt honderden kinderen in beweging
- Judith Nieken wint jubileumeditie Willem Wilmink dichtwedstrijd
- Friese loonstrook blijft vaak een geheim: vier op de tien Friezen weet niets van salaris collega
- Onderzoek Univé: starters onderschatten financiële risico’s bij woningaankoop
- Meer nieuwbouw van woningcorporaties



