LTO: Koersverandering in de veenweide en klei-veengebieden raken kant noch wal
(tekst: LTO)
Geacht College,
Hierbij wil LTO Noord met het oog op de belangen van onze leden in het onderhavige gebied, reageren
op het “pre-omgevingsplan Leeuwarden-Buitengebied Zuid”. Deze reactie is in nauw overleg met het
afdelingsbestuur van LTO Noord in de gemeente Leeuwarden en de betrokken leden tot stand
gekomen.
Voor wij ingaan op de meer inhoudelijke kant van onze reactie, willen wij onze teleurstelling uitspreken
over de wijze waarop u op 4 februari jl. de digitale discussie over dit plan heeft vormgegeven. Ook in
het plandocument zelf wordt gesproken over het belang van participatie en draagvlak. Het zou volgens
ons goed zijn om bij de evaluatie, het proces van interactie met de mensen die in een plangebied grote
belangen vertegenwoordigen, eens serieus tegen het licht te houden. Vanuit ons perspectief is de
indruk ontstaan dat de gemeente in diverse opzichten ver van de realiteit in het agrarisch buitengebied
staat en er in dit proces, tot nog toe niet in geslaagd is om draagvlak voor dit plan te realiseren.
Verder stellen wij vast dat het pre-omgevingsplan op een andere leest is geschoeid dan de vroegere
bestemmingsplannen. Dit is gelet op de komst van de Omgevingswet logisch. Tegelijkertijd is het goed
om te noemen dat wij vanuit agrarisch perspectief niet anders naar “ruimtelijke plannen” gaan kijken.
Het functioneren en voortbestaan van agrarische bedrijven is afhankelijk van de mogelijkheden die
agrarische bedrijven krijgen om in hun ontwikkeling mee te bewegen met wat de markt en de
maatschappij van deze ondernemers vraagt. Hierbij is het genereren van een inkomen voorwaarde voor
continuïteit en de mogelijkheid om bedrijven op de volgende generatie te kunnen overdragen. Net als
bij bestemmingsplannen vragen wij aan gemeenten om binnen de kaders die zij met omgevingsplannen
creëren, boeren te kunnen laten ondernemen en dus meebewegen wat markt en maatschappij vragen.
Hierbij wordt met een omgevingsplan niks afgedwongen, maar worden kaders aangereikt waarbinnen
de ondernemer zich kan bewegen.
INHOUDELIJKE OPMERKINGEN
De cursief weergegeven teksten zijn uitsneden uit het plan!
Gebiedstype dorp
Ook omdat uit het kaartbeeld niet kan worden afgeleid hoe grenzen precies lopen, rijst bij ons de vraag
of het terecht is dat in het overzicht van planregels geen agrarische functies worden benoemd. Ergo
klopt het dat er geen agrarische functies (erf/gebouwen of agrarische grond) in het gebiedstype “dorp”
zitten?
Gebiedstype Agrarisch
De gemeente biedt in dit gebied agrariërs de ruimte om te ondernemen. Andere functies als
woningbouw, recreatie en natuur zijn hieraan ondergeschikt. Het bestaande gebruik van de grond
en gebouwen is het uitgangspunt. Dit mag in het nieuwe plan worden voortgezet. Dit geldt ook
voor uitbreidingsmogelijkheden die al in het bestaande bestemmingsplan zijn opgenomen.
Aanvullende en ondergeschikte activiteiten krijgen de ruimte. Dit betekent meer dan alleen bestaande
voedselproductie. Het is te overwegen om ook andere gewassen toe te staan, zoals houtgewassen
voor energieopwekking en gemengde teelten, zoals boslandbouw. Ook installaties voor de opwekking
van energie, windmolens en zonnepanelen krijgen meer ruimte.
In relatie tot zonnepanelen acht LTO Noord dat de provinciale zonneladder uitgangspunt is voor de
beoordeling van initiatieven. Eendachtig deze ladder is LTO Noord van mening dat plaatsing van zonnepanelen op landbouwgrond moet worden vermeden.
1. Er wordt meegewerkt aan ontwikkelingen die leiden tot een verandering richting extensieve vormen van
landbouw, zoals natuur-inclusieve landbouw en streekgerichte voedselproductie.
Deze regel roept diverse vragen op:
a. Bij dit plan ontbreken de begripsbepalingen of definities. Het is dan ook voor de agrarische ondernemers niet te voorspellen of zijn/haar beoogde ontwikkeling van het bedrijf voldoet aan
genoemde criteria.
b. Ook is niet duidelijk of je aan één of aan alle criteria moet voldoen. En wat zou de reactie van de
gemeente zijn als een in haar ogen, niet-natuurinclusieve boer, wel streekgerichte voedselproductie
pleegt.
c. Het is een zin die riekt naar positieve discriminatie, maar zou tegelijkertijd impliciet kunnen
betekenen dat indien een ontwikkeling niet aan de (nog te specificeren criteria) voldoet, dan niet
zou mogen, terwijl deze niet in strijd is met de overige bepalingen/regels voor dit gebiedstype.
d. Ook is anderszins onduidelijk hoe deze bepaling zich verhoudt tot andere bepalingen/planregels
binnen dit gebiedstype. Conclusie kan ook zijn dat je voor de door de gemeente toegejuichte
ontwikkeling, schijnbaar een gebouw of een installatie mag stichten, hetgeen op grond van de
regels niet had gemogen.
LTO Noord is van mening dat een omgevingsplan de ontwikkeling in de agrarische sector moet
faciliteren, daarbij past het om het (door de gemeente zelf gepredikte) ja-mits principe toe te passen.
Wij zijn tegen onduidelijke, ingewikkelde en onvoorspelbare bepalingen. Zolang ontwikkelingen passen
binnen de spelregels die daarvoor op grond van landelijke of provinciale wetten en regels gelden,
moeten die in dit bestemmingsplan positief worden beoordeeld.
Wij trekken de conclusie dat de regel zoals hiervoor cursief is weergegeven, uit het plan kan/moet
worden verwijderd.
2. Houtteelt is toegestaan met uitzondering van gebieden die zijn aangewezen als weidevogelkansgebieden.
Net als bij de voorgaande opmerking geldt ook hierbij de opmerking dat een definitie of begripsbepaling voor houtteelt ontbreekt. Afgezien daarvan, mag het duidelijk zijn dat het over grotere oppervlakken aanbrengen van bomen een gigantische inbreuk op het landschap, de kansen voor weidevogels,
maar ook op de agrarische structuur, met zich meebrengt. Zelfs al zou je de agrarische
functie/bestemming handhaven, dan is nog de landbouwstructuur en mogelijkheden om deze te
optimaliseren voor langere tijd geblokkeerd. 3
00921/frl/rv-nv
Agrarische grond is een schaars goed dat niet voor dit soort zaken gebruikt zou moeten worden. Wij
willen dan ook voorstellen de aanplant van bos niet bij recht mogelijk te maken.
Vanuit het principe dat gebieden met kansen voor weidevogels geen ruimtelijke lading mogen krijgen
(schaduwwerking), willen wij u vragen in de omgevingsplan verwijzing naar dergelijke gebieden achterwege te laten.
3. Grondgebonden agrarische bedrijven worden niet beperkt in hun activiteiten. Nieuwe agrarische
activiteiten bij bestaande agrarische bedrijven worden mogelijk gemaakt via een binnenplanse
omgevingsplanactiviteit (afwijking). Voorheen was dit met een wijzigingsprocedure (deze procedure komt
te vervallen onder de Omgevingswet).
LTO Noord is content met de keuze voor een afwijking in plaats van een wijzigingsprocedure. Voor de
beoordeling van deze planregel hangt echter wederom veel af van de definitie die de gemeente
Leeuwarden zou willen hanteren voor grondgebonden. Het is sterk afhankelijk van deze definitie of er
in het plangebied dan ook niet-grondgebonden agrarische bedrijven zijn. Aansluitend is dan de vraag
wat deze bedrijven dan aan ontwikkelingsmogelijkheden wordt gegund. Het bestemmingsplan ontbeert
voor deze groep (indien die zou bestaan) aan duidelijkheid.
4. De volgende agrarische functies worden uitgesloten: nieuwe intensieve veehouderijen, nieuwe geitenhouderijen en kassencomplexen. Het verbod op intensieve veehouderijen en geitenhouderijen is nieuw.
Voor kassen was het maximum gesteld op 1000 m2. Vanuit milieuoverwegingen, druk op de omgeving en
lichtbeleid (kassen).
Eerste vraag hierbij is wat in dit verband als nieuw gezien wordt? Is een uitbreiding van een bestaande
situatie hiermee ook geblokkeerd? Wij hebben de bepaling zo geïnterpreteerd dat deze bedoeld is om
nieuwvestiging van bedrijven te verbieden. Ergo; bestaande bedrijven met intensieve veehouderij,
geiten en kassen) mogen binnen dit plan uitbreiden.
Ten aanzien van geitenhouderijen is dit plan in strijd met de uitgangspunten die provinciaal gelden.
Omdat voor Leeuwarden in onze ogen dezelfde argumenten gelden als in de provincie Fryslân is een
verbod in dit omgevingsplan volgens ons niet opportuun.
Voor de realisatie van kassen worden lichtbeleid, milieuoverwegingen en druk op de omgeving
opgevoerd als argument om ontwikkeling van kassen te beperken tot 1000 m2. Ook omdat een
gebruiker van een kas moet voldoen aan strenge generieke omgevingsregels zijn genoemde
argumenten volgens ons niet relevant. Impliciet suggereert de gemeente Leeuwarden dat ondanks die
regels er met kassen nog steeds belasting plaatsvindt van het milieu en de omgeving.
5. Nieuwe (recreatieve) fiets- en wandelroutes zijn onder voorwaarden mogelijk. Hiervoor is geen vergunning meer nodig als aan de voorvoorwaarden wordt voldaan (planologisch vergunningsvrij).
Verminderen regels. Tevens op basis van aangenomen motie D66.
Wij begrijpen dat ontwikkelingen in het kader van vermindering van regels met een ander instrument
kunnen worden toegestaan, maar stellen vast dat nieuwe fiets- en wandelroutes bij het doorkruisen
van landbouwkundig gebied een inbreuk op de belangen van aanliggende boeren kunnen vormen. Er is
een risico dat bij het vooraf formuleren van voorwaarden met de specifieke belangen van boeren geen
rekening wordt gehouden. Hierom stellen wij voor om vergunningplicht hierbij te handhaven en een
juiste afweging te kunnen laten plaatsvinden.
6. Natuurontwikkeling(functieverandering) wordt (onder een aantal voorwaarden) toegestaan. Voorheen
was dit met een wijzigingsprocedure (deze procedure komt te vervallen onder de Omgevingswet). Hiervoor is geen vergunning nodig als aan de voorwaarden wordt voldaan (planologisch vergunningsvrij). Dit
komt voort uit de problematiek in het gebied, waarbij wordt ingezet op een nieuwe manier van “boeren”
c.q. vanuit duurzaamheidsoverwegingen. Tevens op basis van aangenomen motie D66.
Het wijzigen van de bestemming van grond van landbouw naar natuur is een ingrijpende verandering.
Niet alleen omdat deze (met de huidige inzichten) onomkeerbaar is, maar ook omdat het vastleggen van
een natuurbestemming best wel heftige consequenties voor de blijvende landbouwkundige omgeving
kan hebben.4
00921/frl/rv-nv
Denk aan schaduwwerking via hydrologie, wildschade, overwaaiende onkruiden, verkaveling,
ontsluiting van percelen enz. Ook het feit dat ook nieuwe natuurwaarden op enig moment bescherming
genieten en belemmerend kunnen werken op ingrepen die boeren op hun land dat er naast ligt willen
doorvoeren, is een grote zorg.
De hiervoor beschreven bepaling suggereert dat (ondanks de voorwaarden die nog bedacht moeten
worden) overal in het agrarisch gebied grond vergunningsvrij van functie verandert mag worden van
landbouw naar natuur. LTO Noord stelt vast dat er in Fryslân goede afspraken zijn gemaakt over waar
natuur moet komen. We hebben het hier over de EHS of NNN. Hiervoor zijn kaartbeelden die weergeven waar de ontwikkeling van natuur kan plaatsvinden. De begeleidende tekst van de bepaling suggereert dat de gemeente Leeuwarden wil meewerken aan de functieverandering van landbouw naar
natuur, ook al vindt deze plaats buiten voornoemde begrenzing. Hier is LTO Noord pertinent tegen.
Niet alleen vanuit principiële redenen, maar ook omdat dit haaks staat op de afspraken die daar
provinciaal over gemaakt zijn.
De enige ruimte die wij zijn voor functieverandering van landbouw naar natuur speelt zich af binnen de
daarvoor begrensde percelen. En met het oog op de voornoemde schaduwwerking achten wij het niet
wenselijk dat bij het toestaan van deze wijziging geen afweging ten opzichte van aanliggende belangen
wordt gemaakt. Derhalve is een vergunningvrije wijziging niet acceptabel.
Het realiseren van natuurwaarden op agrarische grond buiten de hiervoor genoemde begrenzing vindt
altijd plaats binnen de context van de agrarische bestemming/functie, die van kracht blijft op die grond.
Het enige dat je dan doet is afwijken van het gebruik van die gronden.
7. Vrijkomende agrarische boerderijen mogen inpandig worden gebruikt voor lichte bedrijvigheid of verblijfsrecreatie of worden verbouwd tot 1 of meerdere woningen als wordt voldaan aan de opgenomen voorwaarden en de criteria uit de ‘Verordening Romte’ van de provincie. Hiervoor is geen vergunning meer
nodig als aan de voorwaarden wordt voldaan (planologisch vergunningsvrij). Voorheen met wijzigingsprocedure (deze procedure komt te vervallen onder de Omgevingswet). Minder regels met vrijheid voor de eigenaar/bewoner. Tevens op basis van aangenomen motie D66.
Is akkoord, als hieraan de voorwaarde wordt gesteld: “mits is aangetoond dat anderen in de omgeving
niet worden belemmerd in hun bedrijfsvoering en de activiteit niet in strijd is met de ambities van het
gebiedstype agrarisch’.
8. De maximaal te bebouwen oppervlakte is 20.000 m2. Uitbreidingen groter dan 1 hectare zijn volledig
vergunningplichtig. Activiteiten worden mogelijk gemaakt met een binnenplanse omgevingsplanactiviteit
(afwijking). Voorheen was dit met een wijzigingsprocedure (deze procedure komt te vervallen onder de
Omgevingswet). Ook vindt er een toets plaats ten aanzien van het uiterlijk van het bouwplan
(“welstandsvergunning”) en moet via een erfinrichtingsplan worden aangetoond dat de uitbreiding landschappelijk inpasbaar is.
Ook bij deze bepaling wreekt zich het ontbreken van een verbeelding en begripsbepalingen. Dit roept
vragen op als; waar gaat die 1 ha over? Is dat de oppervlakte van de te mogen stichten gebouwen en
bouwwerken, is dat het bouwvlak, bouwperceel, of het erf ? (er wordt ook nog gesproken over
bebouwingsrichtingen). Indien het niet gaat over de oppervlakte van gebouwen, is het van belang goed
te kijken naar de effectieve bouwruimte die een agrarisch bedrijf krijgt toebedeeld. Zo staat verderop in
de tekst dat voor de bestaande bebouwing niet gebouwd mag worden. Dat kan in een aantal situaties
er toe leiden dat het gebied tussen de voorgevel en de straat niet gebouwd kan worden. Indien dat
gebied wel wordt meegerekend bij de 1 ha (of het erf of bouwvlak), valt er een hoop af. In de bepaling
worden termen gebezigd als ‘welstand’ en ‘erfinrichtingsplan’. Hierbij wordt de vraag opgeroepen of de
principes van Nije-Pleats nog actueel zijn. Wat ons betreft is de methodiek van de Nije-Pleats ook bij
dit omgevingsplan het sjabloon waarmee in situaties van forse ontwikkeling, wordt gewerkt.
Ook reagerend op de algemene tekst voor gebiedstype “agrarisch”, lijkt het ons evident dat dit
omgevingsplan geen aanscherping mag zijn van regels zoals die in vigerende bestemmingsplannen
gelden. Dus de fysieke mogelijkheden die nu worden geboden met een bouwblok tot 2 ha en
uitbreidingsmogelijkheden daarboven (zoals ook in de Provinciale Verordening Romte bepaald) zijn wat
ons betreft ook voor het nieuwe omgevingsplan maatgevend. 5
00921/frl/rv-nv
Anders gezegd; indien de 20.000 m2 bedoeld is om een nieuwe bovengrens te markeren van wat er aan
gebouwen en bouwwerken neergezet mag worden is dat wat ons betreft een aanscherping die niet
gewenst is.
9. Binnen het bouwvlak mag planologisch vergunningsvrij worden gebouwd als wordt voldaan aan de
gestelde voorwaarden.
In het verlengde van de vorige opmerking ontstaat onduidelijkheid over het bouwvlak, of de ruimte
waarbinnen je zou mogen bouwen. Indien deze niet terugkomen op de verbeelding is voor een
agrarische ondernemer onduidelijk waar en hoe groot je mag bouwen. Aanvullend blijft ongewis of de
maatvoering van gebouwen zoals bijvoorbeeld normen voor goothoogte en dakhelling voldoende
ruimte zullen geven voor gangbare moderne agrarische gebouwen.
10. Binnen het bouwvlak mag planologisch vergunningsvrij worden gebouwd als wordt voldaan aan de
gestelde voorwaarden. Het bouwvlak komt overeen met het in gebruik zijnde erf.
Wederom gebrek aan begripsbepalingen, bouwnormen en verbeelding. Enige duidelijkheid over bouwvlak, bouwperceel en erf is zeer wenselijk.
11. De bestaande afmetingen van de gebouwen zijn het uitgangspunt en daarmee het maximum wat mag
worden gebouwd.
Dit is een bijzondere bepaling die de vraag oproept welke afmetingen hiermee worden bedoeld en
eigenlijk zegt dat er niet bijgebouwd mag worden. Om verwarring te voorkomen zou deze weggelaten
moeten worden.
12. Gebouwen mogen maximaal 12 meter hoog worden gebouwd of hoger als de bestaande situatie hoger is
dan 12 meter.
13. Gebouwen mogen maximaal 9 meter hoog worden gebouwd of hoger als de bestaande situatie hoger is
dan 9 meter.
14. Gebouwen mogen maximaal 9 meter hoog worden gebouwd of hoger als de bestaande situatie hoger is
dan 9 meter. Gebouwen (niet zijnde bedrijfs/dienstwoningen) die voorheen vielen onder de bestemming
“niet agrarische bedrijvigheid” mogen maximaal 15 meter worden gebouwd.
De drie hiervoor geplakte bepalingen zijn verwarrend. Daarenboven ontstaat bij lezing de indruk dat bij
het stichten van een nieuw gebouw, de hoogte van bestaande oude gebouwen maatgevend is. Dat is
nogal belemmerend. Waarom niet gewoon één bepaling die zegt dat een agrarisch bedrijfsgebouw 15
meter hoog mag zijn?
15. Er is maximaal 1 bedrijfs/dienstwoning toegestaan per functie/perceel. Dit betreft de al bestaande
bedrijfs/dienstwoning.
Gelet op de schaalgrootte van agrarische bedrijven en de sociale component dat het niet praktisch is
om één gezin (in de maatschap) verantwoordelijk te maken om dag en nacht paraat te laten zijn voor de
veestapel is er behoefte aan een tweede bedrijfswoning. Wij zouden de gemeente willen vragen om
daar in een goed onderbouwde situatie ruimte voor te laten.
16. Buiten het bouwvlak mogen bouwwerken maximaal 2 meter hoog zijn.
In de huidige bouwtechniek van stallen wordt ook met het oog op het voorkomen van emissies steeds
vaker gewerkt met mestopslag in silo’s (buiten de stal). Daar vanwege ruimtegebrek dergelijke silo’s
(deels) buiten het bouwvlak worden gebouwd, zou een maximale hoogte van 2 meter niet werkbaar
zijn. Het zou in voorkomende gevallen mogelijk moeten zijn om van die hoogte af te wijken tot een
niveau dat nodig is voor de oprichting van een dergelijke silo (inclusief dak).6
00921/frl/rv-nv
Gebiedstype Veenweide
De gemeente zet in op een koersverandering in de veenweide en klei-veengebieden. Dit betekent
dat de gemeente in dit gebied niet meewerkt aan nieuwe ontwikkelingen gericht op uitbreiding van
stallen en veestapels. Wel willen we meewerken aan ontwikkelingen die leiden tot een verandering
richting extensieve vormen van landbouw, zoals natuurinclusieve landbouw en streekgerichte
voedselproductie, die geen schade toebrengen aan het naastgelegen Natura 2000-gebied De Alde
Feanen. Ook stimuleren we andere functies dan landbouw, zoals kleinschalige recreatie, fiets- en
wandelroutes, natuurontwikkeling, niet-agrarische bedrijvigheid en de productie van duurzame
energie.
In het voorgaande stukje tekst worden suggesties gedaan die kant noch wal raken. Nederland kent
binnen Europees perspectief de strengste regelgeving als het gaat om het beschermen van Natura
2000-gebieden en de boeren rond de Alde Feanen houden zich aan die regels. De agrarische sector
wordt door de gemeente volstrekt onterecht aan de schandpaal genageld.
LTO Noord is verbolgen over de wijze waarop in dit omgevingsplan zonder blikken of blozen 24
agrarische bedrijven (volgens gemeentelijke statistieken) op slot worden gezet. (Wij vragen ons af of
dat er niet veel meer zijn?!). Hen wordt de mogelijkheid ontzegd om mee te bewegen met wat
maatschappij en markt van hen vragen en ze zullen gelet op het feit dat ze geen ontwikkeling meer
kunnen doormaken, geconfronteerd worden met problemen op het vlak van financiering, het kunnen
doen van milieu-investeringen en de overdracht van hun bedrijven naar de volgende generatie. Met
andere woorden: het voortbestaan van het bedrijf wordt door de gemeente op het spel gezet. Dit is ten
ene male onaanvaardbaar en daarenboven contraproductief voor de maatschappelijke doelen die in het
gebied spelen.
Ook wetende dat bescherming van de Natura 2000-belangen niet via het omgevingsplan maar door
andere hogere regels wordt gereguleerd, willen wij u verzoeken aan het gebiedstype “veenweide”
dezelfde naam en voorwaarden te verbinden als ook aan het gebiedstype “agrarisch” zijn gekoppeld.
1. Er wordt geen ruimte geboden om de agrarische bedrijvigheid (bebouwing) verder uit te breiden.
Op grond van het “oude” bestemmingsplan waren er mogelijkheden om uit te breiden. Deze komen te vervallen. De huidige bebouwing zal worden vastgelegd met een bouwvlak.
Geen uitbreidingen van bestaande agrarische bedrijvigheid toegestaan vanuit milieu overwegingen/veenweide problematiek en druk op de omgeving.
In reflectie op de tekst hiervoor stellen wij vast dat de gemeente de plank mis laat bij toepassing van
haar eigen uitgangspunten. Ze stelt in het plan;
De ontwikkelruimte komt overeen met de geboden ruimte uit de geldende plannen tenzij die sterk verstorend
werkt op de gewenste gebiedsontwikkeling.
Gelet op onze analyse dat de landbouw, zoals die zich nu in dit gebiedstype binnen de wettelijke kaders
opereert en derhalve niet sterk verstorend werkt op de gewenste gebiedsontwikkeling is er geen grond
om de sector hier op slot te zetten. Zeker als je weet dat een dergelijke werkwijze ook nog eens
averechts gaat werken. Immers, bedrijven kunnen in geen enkele richting investeren, ook niet in maatregelen die er toe bijdragen dat de emissie van bijvoorbeeld ammoniak vanuit deze bedrijven verminderd zou worden. 7
00921/frl/rv-nv
Gebiedstype Natuur
De gemeente zorgt dat ontwikkelingen geen onomkeerbare negatieve gevolgen hebben voor de
aangewezen natuurwaarden. Deze moeten juist de natuurwaarden versterken of bevorderen. De
regeling is streng en laat enkel ondergeschikte ontwikkelingen toe die een relatie hebben met de
natuurwaarden. De overige functies die aanwezig zijn, zijn ondergeschikt.
1. Bestaande gronden behouden de functie natuur. De nadruk ligt hierbij op herstel, onderhoud en
ontwikkeling van natuurlijke waarden. Eventuele andere aanwezige legale functies blijven ook toegestaan.
Met de tekst hiervoor wordt gesuggereerd dat alle gronden binnen dit gebiedstype een functie natuur
en een gebruik natuur hebben. Wij betwijfelen dit. Het lijkt ons vanzelfsprekend dat uit de verbeelding
blijkt waar binnen dit gebied sprake is van gerealiseerde natuurwaarden die met inachtneming van de
begrenzing van de EHS/NNN in aanmerking komt voor een functieverandering in natuur. Andersom;
ook binnen het gebiedstype natuur geldt volgens ons dat zolang gronden buiten de NNN-begrenzing
liggen er geen sprake kan zijn van de functie (bestemming) natuur (wel van gebruik). Verder is vanzelfsprekend dat daar waar sprake is van landbouwkundig gebruik en er nog geen natuurdoelen (conform provinciaal beheerplan) zijn gerealiseerd , de agrarische bestemming/functie uitgangspunt blijft
(inclusief de gebruiksmogelijkheden die daar bij horen)
2. Functieverandering is niet toegestaan. Nieuwe (recreatieve) fiets- en wandelroutes zijn onder voorwaarden wel mogelijk. Aanleg van fiets en wandelroutes was voorheen niet mogelijk.
Verminderen regels.
Tevens op basis van aangenomen motie D66.
In het verlengde van vorige opmerkingen wordt hier gesuggereerd dat binnen het gebiedstype natuur
geen landbouwgrond meer voor komt. Wij denken dat dit niet klopt.
APARTE PUNTEN
Citaat:
We stellen voor om in het omgevingsplan duurzaamheidsmaatregelen op te nemen die
tegemoetkomen aan de doelen van de Leeuwarder Energie-agenda, Klimaatadaptatie en Circulaire
economie.
Wat LTO Noord betreft is ook een omgevingsplan voorwaarde scheppend. Daar beschrijf je in wat kan,
niet wat moet.
Citaat:
Omdat er meer onderwerpen in een omgevingsplan kunnen worden opgenomen, stellen we voor
ook de MER breder te trekken. We stellen voor ook de onderwerpen participatie, duurzaamheid en
positieve gezondheid hierbij te betrekken.
In de geest van de omgevingswet lijkt verbreding logisch. Wij willen er voor pleiten om in de verbrede
MER ook de sociaal-economische en landbouwkundige kant van ontwikkelingen te beschouwen.
Citaat:
Belangrijke cultuurhistorische waarden willen we beschermen. Het voorstel is om de regeling voor de
bescherming van cultuurlandschappelijke elementen meer flexibiliteit te geven. Flexibiliteit in die zin dat de
waarde (aandacht voor het bijzondere) van een cultuurlandschappelijk element wordt erkend, maar de manier
van hoe we er vervolgens mee omgaan, wordt verruimd. In bijlage 3 is daarom een voorstel opgenomen hoe
hiermee kan worden omgegaan.
Voor het omgevingsplan stellen we voor geen karakteristieke panden aan te wijzen. Bij verbouwen en terugbouwen kan immers ook worden teruggevallen op de welstandsregels (mits de gemeenteraad ook hiervoor
kiest in het kader van het omgevingsplan). Wanneer een pand vanuit cultuurhistorie bescherming zou moeten
krijgen, zetten we erop in het betreffende pand aan te wijzen als gemeentelijk monument. Zowel
gemeentelijke- als rijksmonumenten vallen onder een strenger beschermingsregime. Ook stellen we voor
naast de verplichte gemeentelijke monumenten de rijksmonumenten op te gaan nemen, zodat we een goede
afweging kunnen maken en deze belangrijke monumenten niet over het hoofd zien.8
00921/frl/rv-nv
Graag zouden wij vernemen hoe bovenstaand voorstel doorwerkt in de last die een cultuurhistorisch
stempel op agrarische bedrijfsgebouwen met zich mee kan brengen. Het is van belang om bij de
beoogde aanwijzing van monumenten een transparante procedure te volgen die het voor betrokkenen
mogelijk maakt om duiding van hun panden aan te vechten.
Gebiedstypen
De gemeente koos er voor om aan een aantal deelgebieden een duiding toe te kennen.
Het gaat achtereenvolgens om: Dorp, Agrarisch, Veenweide en Natuur. Wij vinden dit verwarrende
keuzes. In relatie tot het gebiedstype “dorp”, omdat sommige dorpen wel als “dorp” in dit plan
beschreven staan en voor andere dorpen voorlopig gewerkt blijft worden met oude bestemmingsplannen. Voor de overige gebiedstypen geldt dat het gaat over soorten gebied waarbinnen diverse
functies/ belangen/bestemmingen in verschillende verhoudingen aanwezig zijn. Dit kan zo maar leiden
tot de misvatting dat binnen het gebied dat “natuur” wordt genoemd, hier de “bestemming” natuur
geldt en geen andere functies zoals landbouw, recreatie enz. aanwezig zijn.
Deze waarneming gevoegd bij eerder gemaakte opmerkingen ten aanzien van de planregels, brengt ons
tot de conclusie dat een meer neutrale naamgeving (desnoods landelijk gebied 1, 2 en 3 ) voorkomt dat
je een stempel op een gebied drukt dat verkeerde beelden en een daaraan gekoppeld oordeel oproept.
Tot slot
Alles overziend denken wij dat onze constructieve aandacht voor dit omgevingsplan ernstig wordt
gefrustreerd door de beleidslijn die voor het gebiedstype “Veenweide” door uw gemeente is gekozen.
Ook uit emotionele reacties van onze leden in het onderhavige gebiedstype leiden wij af dat de
gemeente zich niet lijkt te realiseren wat een blokkade van de ontwikkeling van de daar gevestigde
bedrijven met zich meebrengt.
Wij hopen en verwachten dat onze opmerkingen en de opmerkingen van individuele belanghebbenden
er toe leiden dat het plan zodanig wordt herzien dat ook wederom draagvlak vanuit de agrarische
sector wordt bewerkstelligd.
PS.
De opmerkingen aangaande specifieke planregels (hiervoor uitgeschreven onder het gebiedstype
“agrarisch”) gelden ook voor die situaties waarin deze planregels vaker dan eens in dit plan voorkomen.
Wij gaan er gevoeglijk vanuit dat in reactie op onze inbreng zowel de planregels onder “Agrarisch”,
“veenweide”, “natuur” als “dorp” worden aangepast.
Met vriendelijke groet,
namens LTO Noord, regio Noord
P.G. Bos , Regiomanager
Meer berichten
- Hoge Raad: Geen parkeergeld betalen? Dan draai je op voor kosten parkeersysteem
- Zouden die nog bestaan, vraag ik een man die het boek ‘Het verhaal van de dienstmaagd’ van de Canadese schrijfster Margaret Atwood koopt
- Dat vrouwen uit de architectuur verdwijnen is niet de kern van het probleem, maar een symptoom van een verziekte branche
- Het was weer een dolle boel tijdens de nieuwjaarsreceptie van de provincie Fryslân
- Burgemeester Buma, hoe zit het met ondermijning vanuit gemeentelijke organisatie? (update)
- ABNAmro: Voor 452.000 woningeigenaren moet het mogelijk zijn denken wij – samen met TNO – om met gesloten beurs te verduurzamen
- Koopwoningen in december bijna 6 procent duurder dan jaar eerder – gemiddelde transactieprijs 480.051 euro
- Werkgevers kunnen online uitingen personeel niet zomaar begrenzen – Efteling mag niet zomaar verbod instellen
- Journalist Ignace Schretlen: Je wordt als senior minder serieus genomen
- Meer arme werkenden in 2024 – Zzp’ers vaker arm
- Politici missen kennis en interesse in de bedreigingen van big tech
- Femke Molenaar moet met de billen bloot – nieuwe partij SLIM is reactie op werkwijze GroenLinks/PvdA
- Je kunt roddelen inzetten voor samenwerking en wedijver
- Raad voor Cultuur roept op tot actieve bescherming van artistieke vrijheid
- VVD wil langere openingstijden horeca tijdens WK voetbal (nu met tip)
- Is het college bekend met de inhoud en problematiek zoals geschetst in de brief van Mixed Hockeyclub Leeuwarden
- Dag meneer Pennewaard, waarom komen mensen die verstand hebben van natuurkunde en kunnen rekenen bijna nooit in de krant aan het woord? (nu met reactie)
- Nieuwe Omroep Hermes in Leeuwarden stelt kwalitatief hoge eisen
- Wethouder Reitsma (CDA) trekt kritiek op Omrop in: Ik had zorgvuldiger taal moeten kiezen
- Grensoverschrijdend gedrag: hulpverleners doen dat toch niet?
- FNP Politiek Café – mechanische gebreken bij Grou mobiel – problemen met Oekraïense vluchtelingen – contact wijkagent Grou moeilijk – fouten bij Mercuriusfontein
- Almachtige PvdA sluit wijkbibliotheek, een bonbondoos met heerlijkheden (uit ons archief)
- Raadsleden op stap met politie in nachtelijk Leeuwarden: alles onder controle
- PEL stelt vragen over woningtoewijzingsbeleid woningcorporatie Elkien
- De vraag waarom bepaalde kiezers in 2021 en 2023 nog wel op Laurens Dassen stemden en nu niet meer, komt niet aan bod
- Streep door Regionaal Opvangcentrum aan de Troelstraweg – FNP: college blijft ongevoelig voor omwonenden
- Professionele podia trekken 10 procent meer bezoek
- Waarde landbouwexport ruim 8 procent hoger in 2025
- Als de mevrouw met haar erotische verhalenboek de deur uit is, zit ik weer een half uurtje alleen
- Huub Mous: Ton Broekhuis (Noorderlicht) schandalig behandeld
- De inspirerende overlevingskunst van het opbouwwerk
- Sietske Poepjes: Ik heb nog nooit zoveel kift meegemaakt
- Volop agressie tegen lokale politici: ‘Na sommige berichten loop ik anders over straat’
- Omrop Fryslân, RTV Drenthe en RTV Noord winnaar van de LangmanPrijs
- Het Heilige Roomse Rijk en de Friese vrijheid
- Nieuwe politiek voor mensen met een arbeidsbeperking?
- Meer bestaande koopwoningen verkocht, minder nieuwbouw
- Iconische slogan Kip, het meest veelzijdige stukje vlees krijgt nieuw leven
- Zevende Dag van de Elfstedentocht in Sneek – Schaatshistoricus Jurryt van de Vooren over de Oranjes en hun warme band met ijs
- Nog een scholenfusie: Voorgenomen bestuurlijke fusie in noord Friesland



