Denk aan formica tafeltjes en stoeltjes, heen en weer vliegende serveersters, servies- en bestekgekletter, rook, veel luid gepraat en dus bossa nova, en je bent er weer
André Keikes (1957) is journalist, illustrator en beeldend kunstenaar. Hij bracht zijn vroege jeugd door aan de Nieuwestad in Leeuwarden, met opgang aan de Oude Lombardsteeg, boven de vroegere schoenwinkel van Hoogenbosch (later Dolcis en nu een deel van Van Haren). Hij werkte 35 jaar als redacteur van de Leeuwarder Courant.
André’s vader, H(enny) W. Keikes (1926-1985) werkte veertig jaar voor de Leeuwarder Courant, waarvan lange tijd als chef van de stadsredactie. In André’s beleving als kind kende zijn vader vrijwel iedereen in Leeuwarden, getuige de talloze mensen die hij groette op straat. Hij schreef vanaf 1960 tot medio 1972 onder de rubriekstitel ‘Och heden ja!’ wekelijks zijn destijds zeer geliefde krantenartikelen over oud-Leeuwarden, die later ook succesvol waren in boekvorm. Hij publiceerde verder boeken over de jeugd van Margaretha Geertruida Zelle (Mata Hari), de geschiedenis van De Harmonie en het Diaconessenhuis.
Deze verhalen schreef André onder meer op basis van zijn eigen herinneringen aan die tijd, met ‘Och Heden Ja’ in het achterhoofd. Het lag geruime tijd in een la, nadat André’s tweelingbroer Saco, met wie hij samen opgroeide in de beschreven periode, in 2011 plotseling overleed.
—————————————————————————————————-
Heropvoering Leeuwarden
Even een bakje
Terwijl het aantal winkels in de stadscentra en ook in Leeuwarden vandaag de dag sterk afneemt, lijkt het aantal horecazaken niet te stuiten. Op de meest uiteenlopende plekken kun je tegenwoordig ingewikkelde koffie drinken, op terrassen zitten, een verantwoorde lunch gebruiken of uitgebreid dineren. Dat was in de vroege jaren zestig beslist anders. Er was wel wat, maar wie maakte er als inwoner van de stad gebruik van?
De enkeling die het aandurfde, kreeg al gauw opmerkingen naar zijn hoofd: ‘So, jim nimme het er mar fan!’ In Och Heden Ja! deel 3 wordt vastgesteld dat Leeuwarden na de Tweede Wereldoorlog nogal wat hotels heeft verloren. Wat natuurlijk niet alleen aan de oorlog en de algehele misere van die tijd heeft gelegen, maar ook aan de steeds betere verbindingen en toenemende mobiliteit tussen de steden en dorpen, waardoor hotelovernachtingen niet meer zo vaak nodig waren. Je kon immers na gedane zaken wel weer op tijd thuis zijn, ook al woonde je helemaal in de kop van Overijssel. Toeristisch in een hotel verblijven, kwam pas later echt op gang.
Wat in de kwakkelende hotels van die jaren vaak wel floreerde, was de restaurantafdeling, waarvoor je niet hoefde te overnachten om er gebruik van te maken. Hotels als het terecht veel beweende Amicitia, dat karakteristiek blinkend wit de hoek van de Wirdumerdijk en de Nieuweweg innam, met een klein terras op de hoek achter een laag ligusterhegje, was voor de happy few van toen zo’n geliefde plek om af te spreken. Exploitant Jan Koops was een rondborstig lid van het korps van BL’ers, Bekende Liwwadders. De Friese Journalistensociëteit had in Amicitia geruime tijd een eigen zaaltje, maar de leden ervan waren, immer dorstig en voorzien van rokende peuken, overal in het gebouw te vinden. Dat detectiveboekenschijver Hendrikus Frederikus van der Kallen (Havank) er in het begin van de jaren zestig na veel omzwervingen veel vertoefde, een eigen kamer had, en zelfs ter plekke overleed op 22 juni 1964, is al vaak verteld.
Zou dat oude Amicitia er nu nog staan en niet de korte tijd geleden sterk verbeterde nieuwbouw, dan zou Leeuwarden er een kwalitatieve en sfeervolle horecazaak mee hebben, die niet zou onderdoen voor prachtzaken als het een paar jaar geleden in oude luister herstelde grand café Brinkmann in Haarlem. Het heeft niet zo mogen zijn.
De Klanderij, niet ver van Amicitia, aan de andere kant van de Beursbrug was ook zo’n hotel met restaurant. Vanuit de grote serre kon je de hele Willemskade afkijken, waar de Stânfries-beurtschepen, die van 1910 tot 1954 naar onder meer Dokkum, Sneek en Amsterdam voeren, steeds meer plaatsmaakten voor rondvaartboten. De Princehof, De Stad Dokkum en de Watersport-schepen bewogen zich enkele keren per week naar Grouw (nog met w) en Eernewoude. Langs de Emmakade en dus via nogal wat oude, handmatig te openen draaibruggen.
Toen Amicitia was gevallen onder de slopershamer, staken veel bezoekers over naar De Klanderij, onder wie de journalisten, die daar hun drankgelagen vrolijk voortzetten. In het Oranje Hotel aan de Stationsweg speelde op zaterdagavonden nog wel eens een combootje. Heette dat toen niet cocktailmuziek? Keurige, rustige deuntjes met een snufje jazz door al even keurige heren met strakke scheiding in het gepommadeerde haar. Als de avond vorderde, opereerden ze zelfs wel eens zonder colbert, zodat je zo maar hun slip-over kon zien. Wat de jazz in Leeuwarden al niet allemaal voor elkaar kreeg.
Hotel, tearoom en restaurant Bellevue was gevestigd in het pand waar zich later Schuurman schoenen vestigde, op Nieuwestad 48 (op het suikerzakje vermeldt het bedrijf in de jaren zestig al visionair in het Engels: ‘your shopping centre’). Heel belle was de vue niet echt. Wie per se door de vitrage links en rechts van de iets dieper gelegen ingangsdeur naar buiten zou willen kijken, zag aan de overkant van de straat politiebureau en brandweerkazerne. Niet meteen gebouwen die je zo’n naam doen kiezen. Maar gezellig was het er binnen wel. De genoemde zware deur onder de bewaard gebleven boogjes gaf toegang tot een diepe zaak, waar het doorgaans knap druk was. Geen omgeving van grote chic of gedurfde gerechten, maar lekker voor iedereen. De formule waar Van der Valk later groot mee geworden is, alleen bij Bellevue was het veel gemoedelijker. En boven kon je desgewenst vergaderen.
Jongeren bezochten op Nieuwestad 82, in het begin van de 21ste eeuw Esprit, eerder cafetaria, lunchroom en ijssalon Samba. Een volle, zonder fratsen opgezette zaak met een jukebox, wat niet niks was. Je zat er na een eerdere verbouwing lekker zichtbaar achter de grote spiegelruit, zodat je als het ware zittend kon flaneren. Voor zover dat woord in het toen nog sterk naar binnen gekeerde Leeuwarden bekend was. De naam Samba paste echter uitstekend bij de tijd, die zo doordrenkt was met bossa nova- en sambamuziek. ‘The girl from Ipanema’ en andere hits van de grote Antonio Carlos Jobim, ook wel de Gershwin van de Latijns-Amerikaanse muziek genoemd, zal er veel geklonken hebben. Denk aan formica tafeltjes en stoeltjes, heen en weer vliegende serveersters, servies- en bestekgekletter, rook, veel luid gepraat en dus bossa nova, en je bent er weer.
Natuurlijk viel er ook wel koffie te drinken buiten de genoemde zaken. In de op de bovenste etage van V&D gelegen, bijna raamloze tearoom bijvoorbeeld. Je had een rij tafels en stoelen links, een rij rechts en een rij in het midden, met hanglampjes er boven. Nergens kon je naar buiten kijken. Achterin waren wel een paar glas in lood-ramen. Vermoedelijk met lampen er achter voor het ruimtelijke effect. Alleen de ingang had een doorzichtige deur. Meegebrachte etenswaren mochten in de tearoom niet worden genuttigd, een op talrijke kaartjes gecommuniceerde strengheid die me als kind verontrustte. Stel dat je per ongeluk een zuurtje wegsabbelde, wat zou er dan kunnen gebeuren?
Zat je er een half uur voor sluitingstijd, om half zes dus, dan maakte je nog iets bijzonders mee. De serveersters die niet meer nodig waren voor de laatste aanwezige bezoekers, gingen zelf aan een tafeltje zitten en stortten op het tafelkleedje hun geldtasje leeg. Of het de omzetgelden waren of fooien, was me niet duidelijk, maar alles werd uiterst zorgvuldig geteld. Gewoon in het zicht van het publiek. Hoe gemoedelijk was de wereld nog.
Ook in De Groene Weide, De Bleek, het Oranje Hotel of het nog nieuwe Eurohotel, kon je een bakje koffie drinken, maar als je er niet overnachtte, deed je dat niet gemakkelijk. Wie een jong kind was in die jaren, kreeg er hooguit een vluchtige indruk van, net als van het avond- en nachtleven. Als bijvoorbeeld de Citybar aan het Ruiterskwartier, later Prénatal, open ging of Jean Pierre Houbein op het bioscoop-pijporgel ging spelen in zijn café dancing aan de Oude Lombardsteeg, dat daar aan grensde, lag je immers al op één oor. Voor eind vijftigers, begin zestigers van nu, was dat een andere wereld. Dat tippelaarsters zich in de café’s tussen de bezoekers mengden, zei je niks. Tippelaarsters?
Houbeins zaak was niet groot, welbeschouwd niet meer dan een centrale ingangsdeur met links en rechts daarvan een tafeltje met enkele stoelen, zwaar zoals alles in die tijd, en een tap. Verder moest je maar zien waar je je billen bewoog, want voor dansen was nauwelijks plek. Als vier- of vijfjarig zoontje van de achterburen, vond je zo’n halfduistere omgeving, al was het overdag, echter ongelooflijk spannend. Ik dronk er voor het eerst rechtstreeks uit een flesje, nadat ik aanvankelijk heel braaf een half uur tevergeefs op een glas had gewacht. Een andere keer sloeg ik er als vijfjarige mijn eerste borrel achterover. Klein glaasje, zal wel voor kinderen zijn, was mijn niet onlogische gedachte. Zo begint het.
De steeg was lange tijd een no nonsens transitroute, zonder opsmuk, gewoon een kwestie van doorsteken met de neus dicht. In 1956 liet politiecommissaris Anno Houwing de wat toen opgeschoten jeugd heette er nog samendrijven na relletjes als gevolg van de film Rock around the clock. Geen plek om trots op te zijn. Dan is er wel veel veranderd, nu de Amsterdamse kunstenaar Giny Vos er haar 60 meter lange stalen walvis heeft opgehangen, die van de steeg een heuse passage heeft gemaakt, feeëriek verlicht met led-lampjes.
En steeds opnieuw kom je weer op diezelfde vraag: was het centrum van Leeuwarden toen werkelijk mooier, verzorgder, aantrekkelijker dan nu? Het menselijk geheugen is een raar ding en je volwassenwording speelt uiteraard ook mee. Want: kon je als kleuter nog vol verwondering staan kijken naar een paar glinsterende kerstballen, intussen heb je zo veel meer gezien dat je niet eens meer omvalt van de meest uitzinnige, technisch veel vernuftiger presentaties met bijvoorbeeld in allerlei tinten verspringende led-verlichting, beeldschermen die reageren op de bewegingen van passanten en wat niet al.
Waarom dan toch die weemoed? Is het de charme van de eenvoud, die in de nieuwe tijd zo vaak zoek is, de overzichtelijkheid van toen, die je peace in mind geeft, waar de overbelaste mens van de eenentwintigste eeuw zo’n behoefte aan heeft? Kan best eens zo zijn. Maar we moeten proberen eerlijk te blijven.
Meer berichten
- Hoge Raad: Geen parkeergeld betalen? Dan draai je op voor kosten parkeersysteem
- Zouden die nog bestaan, vraag ik een man die het boek ‘Het verhaal van de dienstmaagd’ van de Canadese schrijfster Margaret Atwood koopt
- Dat vrouwen uit de architectuur verdwijnen is niet de kern van het probleem, maar een symptoom van een verziekte branche
- Het was weer een dolle boel tijdens de nieuwjaarsreceptie van de provincie Fryslân
- Burgemeester Buma, hoe zit het met ondermijning vanuit gemeentelijke organisatie? (update)
- ABNAmro: Voor 452.000 woningeigenaren moet het mogelijk zijn denken wij – samen met TNO – om met gesloten beurs te verduurzamen
- Koopwoningen in december bijna 6 procent duurder dan jaar eerder – gemiddelde transactieprijs 480.051 euro
- Werkgevers kunnen online uitingen personeel niet zomaar begrenzen – Efteling mag niet zomaar verbod instellen
- Journalist Ignace Schretlen: Je wordt als senior minder serieus genomen
- Meer arme werkenden in 2024 – Zzp’ers vaker arm
- Politici missen kennis en interesse in de bedreigingen van big tech
- Femke Molenaar moet met de billen bloot – nieuwe partij SLIM is reactie op werkwijze GroenLinks/PvdA
- Je kunt roddelen inzetten voor samenwerking en wedijver
- Raad voor Cultuur roept op tot actieve bescherming van artistieke vrijheid
- VVD wil langere openingstijden horeca tijdens WK voetbal (nu met tip)
- Is het college bekend met de inhoud en problematiek zoals geschetst in de brief van Mixed Hockeyclub Leeuwarden
- Dag meneer Pennewaard, waarom komen mensen die verstand hebben van natuurkunde en kunnen rekenen bijna nooit in de krant aan het woord? (nu met reactie)
- Nieuwe Omroep Hermes in Leeuwarden stelt kwalitatief hoge eisen
- Wethouder Reitsma (CDA) trekt kritiek op Omrop in: Ik had zorgvuldiger taal moeten kiezen
- Grensoverschrijdend gedrag: hulpverleners doen dat toch niet?
- FNP Politiek Café – mechanische gebreken bij Grou mobiel – problemen met Oekraïense vluchtelingen – contact wijkagent Grou moeilijk – fouten bij Mercuriusfontein
- Almachtige PvdA sluit wijkbibliotheek, een bonbondoos met heerlijkheden (uit ons archief)
- Raadsleden op stap met politie in nachtelijk Leeuwarden: alles onder controle
- PEL stelt vragen over woningtoewijzingsbeleid woningcorporatie Elkien
- De vraag waarom bepaalde kiezers in 2021 en 2023 nog wel op Laurens Dassen stemden en nu niet meer, komt niet aan bod
- Streep door Regionaal Opvangcentrum aan de Troelstraweg – FNP: college blijft ongevoelig voor omwonenden
- Professionele podia trekken 10 procent meer bezoek
- Waarde landbouwexport ruim 8 procent hoger in 2025
- Als de mevrouw met haar erotische verhalenboek de deur uit is, zit ik weer een half uurtje alleen
- Huub Mous: Ton Broekhuis (Noorderlicht) schandalig behandeld
- De inspirerende overlevingskunst van het opbouwwerk
- Sietske Poepjes: Ik heb nog nooit zoveel kift meegemaakt
- Volop agressie tegen lokale politici: ‘Na sommige berichten loop ik anders over straat’
- Omrop Fryslân, RTV Drenthe en RTV Noord winnaar van de LangmanPrijs
- Het Heilige Roomse Rijk en de Friese vrijheid
- Nieuwe politiek voor mensen met een arbeidsbeperking?
- Meer bestaande koopwoningen verkocht, minder nieuwbouw
- Iconische slogan Kip, het meest veelzijdige stukje vlees krijgt nieuw leven
- Zevende Dag van de Elfstedentocht in Sneek – Schaatshistoricus Jurryt van de Vooren over de Oranjes en hun warme band met ijs
- Nog een scholenfusie: Voorgenomen bestuurlijke fusie in noord Friesland



