FD: weigering weidewinkels lijkt onmogelijk na uitspraak EU
(tekst: schriftelijke vragen van de fractie van PAL/GroenLinks aan burgemeester en wethouders)
Leeuwarden, 15 april 2011
Onderwerp: Vestigingsvrijheid grote detailhandelsondernemingen
Geacht College,
In een artikel in het Financieele Dagblad van 7 april 2011 wordt gewag gemaakt van een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJvdEU) van 24 maart 2011 in een rechtzaak aangespannen door de Europese Commissie tegen het Koninkrijk Spanje.
Voor de inhoud van het FD-artikel verwijs ik kortheidshalve naar de bijlage.
Volgens dit artikel zou het door deze uitspraak niet langer mogelijk zijn vestiging van (grote/perifere) detailhandelsondernemingen te toetsen aan de mogelijke afbreuk aan de bestaande detailhandel. Op basis van concurrentiebescherming mocht dat toch al niet, maar het HvJvdEU spreekt nu uit dat het ook niet mag op basis van consumentenbescherming.
De gemeenteraad van Leeuwarden heeft meerdere keren gediscussieerd over de noodzaak of wenselijkheid van (branchering van) grote of perifere detailhandelsvestigingen op De Centrale en op de toekomstige locatie Werpsterhoek.
In de laatste raadsvergadering is er zelfs door de meerderheid van de raad bij de vaststelling van de Structuurvisie De Zuidlanden 2010 een amendement aangenomen waarin onder meer wordt bepaald dat: �In het te ontwikkelen bestemmingsplan voor dit gebied (Werpsterhoek) wordt GDV niet bij recht toegestaan, maar uitsluitend in uitzonderlijke gevallen als ontheffingsmogelijkheid waarbij de gemeenteraad wordt geraadpleegd en de mening van de meerderheid van de raad doorslaggevend is voor het college. In ieder geval zal vooraf onderzoek altijd moeten aantonen dat de ontwikkeling aanvullend is op en niet concurrend is met de positie van de de binnenstad�.
In tegenstelling tot de meerderheid van de raad lijkt het HvJvdEU te kiezen voor een volstrekt liberale vrijemarkt interpretatie van artikel 49 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU) en verwerpt de toetsing aan de eventuele afbreuk van de verzorgingsfunctie van het bestaande kernwinkelgebied i.c. het consumenten-beschermingsmotief.
Aannemende dat het gestelde in het FD-artikel juist is -de Nederlandse vertaling van de uitspraak van het HvJvdEU is bij mijn weten nog niet op internet gepubliceerd- kom ik tot de volgende vragen aan het college:
Welke gevolgen zal deze uitspraak van het hoogste rechtsorgaan van de EU kunnen hebben voor de bepalingen betreffende branchering van (toekomstige) detailhandels-vestigingen in de gemeentelijk bestemmingsplannen en met name waar het gaat om de brancheringsvoorwaarden die gesteld kunnen worden aan de voorgenomen uitbreiding van De Centrale en de toekomstige ontwikkeling van het detailhandels-gebied op de locatie Werpsterhoek?
Welke rechtskracht gaat er nog uit van het aangenomen amendement bij de vaststelling van de Structuurvisie De Zuidlanden 2010 in het licht van deze recente uitspraak van het HvJvdEU ?
Immers in dit amendement is niet alleen sprake van consumentenbescherming maar ook nog van concurrentiebescherming van het bestaande kernwinkelgebied i.c. de binnenstad, terwijl concurrentiebescherming blijkbaar ook al voor die bewuste uitspraak van het HvJvdEU niet was toegestaan.
Heeft het nog wel zin een �integrale, nieuwe detailhandelsvisie voor Leeuwarden� te laten opstellen, zoals in het amendement het college wordt opgedragen, als Leeuwarden noch het concurrentie-, noch het consumentenbeschermingsmotief kan hanteren, anders dan helemaal geen nieuwe perifere detailhandelslocaties in toekomstige ruimtelijke plannen op te nemen?
In de aan Provinciale Staten voorgestelde �maar nog niet vastgestelde- Verordening Romte Fryl�n 2011 is in art. 5.4.3 lid 1 gesteld dat alleen bij Leeuwarden buiten het kernwinkelgebied verruimde perifere detailhandel wordt toegestaan, mits in de plantoelichting wordt gemotiveerd dat dit geen afbreuk doet aan de verzorgings-functie en de recreatieve winkelfunctie van het kernwinkelgebied van Leeuwarden.
Voor de overige gemeenten in Frysl�n geldt volgens art. 5.4.1 deze ontwerp-verordening dat in een ruimtelijk plan detailhandel buiten het bestaande kernwinkelgebied slechts kan worden toegestaan indien sprake is van perifere detailhandel, als in de plantoelichting wordt gemotiveerd dat de detailhandel geen afbreuk doet aan de verzorgingsfunctie van het bestaande kernwinkelgebied, de detailhandel qua schaal en verzorgingsfunctie aansluit bij aard en schaal van de kern en vestiging in het kernwinkelgebied of centrumrand redelijkerwijs niet mogelijk is, voorzover er sprake is van detailhandel in fietsen, autoaccessoires en supermarkten.
In beide aangehaalde artikelen wordt dus het consumentenbeschermingsmotief gehanteerd wat na de uitspraak van het HvJvdEU geen rechtskracht meer lijkt te hebben.
Welke gevolgen kan dat hebben voor de Leeuwarder uitzonderingspositie met betrekking tot het toestaan van verruimde perifere detailhandel?
Wat betreft Werpsterhoek heeft de gemeente niet alleen publiekrechterlijke rechtsmiddelen ter beschikking, maar ook privaatrechterlijke als eigenaar van de grond aldaar.
Is het de/een gemeente toegestaan privaatrechterlijk scherpere eisen aan branchering e.d. van detailhandelsvestigingen te stellen, dan publiekrechterlijk waar gemaakt kunnen worden?
Met vriendelijke groet,
P.D. van der Wal, fractievoorzitter
Start nieuwe winkel ongelimiteerd
7 april 2011, Het Financieele Dagblad
Bescherming bestaande ondernemingen na uitspraak EU-hof definitief van de baan
door: Iskander Haverkate
Nog steeds wordt bij het verlenen van vergunningen voor de vestiging van (grote) winkels ge�ist dat wordt onderzocht wat de effecten zijn van de komst van nieuwe detailhandel op de bestaande detailhandel. Maar op basis van een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie mogen deze effecten bij de vestiging van winkels geen rol spelen. Dit zal doorklinken in de Nederlandse rechtspraak.
Tal van regelingen van Rijk, provincies en gemeenten nemen onverminderd als uitgangspunt dat nieuwe detailhandel niet ten koste mag gaan van de bestaande detailhandel. Winkels in het centrum worden vaak op die manier beschermd. In de praktijk gebruiken vooral bestaande winkeliers dergelijke argumenten om nieuwe vestigingen van concurrenten te weren.
Deze marktonderzoeken zijn volgens vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter, de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, nog steeds gerechtvaardigd. De afdeling benadert deze kwestie vanuit het oogpunt van consumentenbescherming. Er mogen door de komst van nieuwe winkels niet zoveel bestaande winkels sluiten dat inwoners niet meer op een acceptabele afstand hun inkopen kunnen doen. Volgens de raad spelen belangen van zittende concurrenten geen rol.
Nederland is het niet enige land waarin deze problematiek speelt. Op 24 maart 2011 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak gedaan in een zaak van de Europese Commissie tegen Spanje. Het Europese hof heeft een aantal nationale en regionale vestigingsregels in strijd met de vrijheid van vestiging geacht. Het betrof hier ook regels die als uitgangspunt hebben dat moet worden onderzocht of er voldoende marktruimte is voor de vestiging van nieuwe winkels. Ook het effect op de bestaande winkelstructuur moet worden onderzocht.
Spanje heeft zich verweerd door te stellen dat verplichte onderzoeken en de daaruit voortvloeiende beperkingen gerechtvaardigd zijn vanuit het oogpunt van consumentenbescherming. Het EU-hof heeft dat argument met de grond gelijk gemaakt. Rekening houden met de al aanwezige voorzieningen en het effect van nieuwe winkels op de bestaande structuur van het gebied hebben betrekking op de gevolgen voor de bestaande handel en de structuur van de markt, niet op consumentenbescherming.
Datzelfde geldt volgens het hof voor het laten opmaken van een rapport over de vestigingsdichtheid en het toepassen van maxima voor vestigingsdichtheid en het effect op de bestaande detailhandel. Dergelijke overwegingen worden door het hof als zuiver economisch beoordeeld. Zij vormen geen rechtvaardiging voor beperkingen in de vestiging van nieuwe winkels.
Het standpunt van het hof laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Onderzoeken naar beschikbare marktruimte en het effect van nieuwe winkels op de bestaande winkels zijn gebaseerd op zuiver economische overwegingen, niet op consumentenbescherming. De rechtspraak van de hoogste bestuursrechter zal daarop moeten worden aangepast. Discussies over marktonderzoeken, beschikbare marktruimte en de effecten van de komst van nieuwe winkels op de bestaande winkels behoren definitief tot het verleden.
Meer berichten
- MERA25 tegen de uitverkoop van Leeuwarden – Politiek begint bij de gemeenschap en niet bij commercie
- Uitponden vergroot ongelijkheid starters: huurwoning verdwijnt, koopwoning onbereikbaar
- Ruim helft kiesgerechtigden is 50 jaar of ouder
- Andries (VVD): Is er wel een stikstofprobleem? en Johan (D66) Magré: Vroeger trokken we eropuit om salamanders te zoeken
- Rixt van der Meulen en Harm Smid van GB058: Ik zie nooit een raadslid in de Doelesteeg
- Omzet stijgt hardst bij rechtskundige diensten en ingenieursbureaus – Hogere prijzen in bijna alle branches
- Ik heb Klaver er nooit over gehoord, zoveel oog voor duurzaamheid en het milieu heeft hij blijkbaar niet
- De Tweede Kamer begrijpt vrije nieuwsgaring niet en parlementaire journalisten vinden dat prima
- Bauke Beert Keizer (FNP): minder regels en meer genieten
- GL/PvdA: evenementen terug in de Groene Ster – Reactie GB058: die hebben jullie er zelf uitgejaagd
- Te veel mensen laten geld liggen: automatisch zorgtoeslag toekennen is oplossing
- Immaterieel erfgoed heggenvlechten en woonwagencultuur in de schijnwerpers
- Hoe hou je vrijwilligers vast?
- Raad wil wel sanctie tegen raadslid Saida Youssef maar doet het niet
- F-35-personeel traint verdediging NAVO met Amerikanen in Utah
- Douwe Egberts spaarprogramma (al 100 jaar) met waardepunten gaat weer van start
- De grutto’s en de kieviten weten nog van niets, maar hun wereld staat op het spel
- Loonkloof in acht jaar gehalveerd, vrouwen aan de top verdienen nog altijd fors minder
- Huren bij de Boer moet betaalbaar plattelandstoerisme behouden
- Abel Reitsma: Het CDA staat voor een redelijke en genuanceerde politiek – ‘Papa, waarom ga je weer weg?’
- Economie kraakt: conflict Midden-Oosten jaagt energie- en transportprijzen omhoog – Koopkracht wordt uitgeknepen
- FNP: waarom vinden er nog steeds werkzaamheden plaats aan de Troelstraweg?
- Onderzoek concludeert: raadslid Youssef (GroenLinks/PvdA nu SLIM) schond de Gemeentewet
- Tineke Kamminga-Huizenga: een asielzoekerscentrum tegen de hekken van de vliegbasis dat is toch mensonterend?
- Ambtenaren: geen wijksafari, maar meewerken in de wijk
- Technieksector bereidt zich voor op sabotage, stroomuitval, conflicten en crisis
- Inwoners Wergea: gemeente is bang voor woningcorporatie – Directeur Amaryllis moet zijn gezicht hier eens laten zien
- Politiek Café Leeuwarden met Cees de Snoo (CU), Jan-Willem Tuininga (FNP), Johannes Beers (PvdD), Thomas Hooft (D66) en Wieke Goudzwaard (CDA)
- Traditionele criminaliteit zoals diefstal en geweld gelijk gebleven
- Meer mensen voelen zich onveilig – Jonge vrouwen voelen zich het vaakst onveilig
- Politici kunnen goed praten, maar nauwelijks luisteren
- Als kandidaat-raadslid voor een lokale partij kijk ik met gemengde gevoelens naar tv-commercial
- Afscheid van Hilda Snippe als voorzitter Werkgroep Toegankelijkheid Leeuwarden
- Wat als we onze boodschappen zelf regelen?
- Henk van den Borg (84) overleden – De gemeenteraad moet akkoord gaan met nieuw Cambuurstadion en de wethouder laten tekenen voor plan zonder losse eindjes
- GB058: Het beleid voor senioren is ondergesneeuwd en staat bol van de goede bedoelingen met plannen die niet of onvoldoende worden uitgevoerd
- Ik kijk pas weer op uit het boek als er een mevrouw naast me staat te kuchen
- Sint Jozefbrug weer open na vernieuwingswerkzaamheden
- Janneke de Boer: doe eens iets aan het onderhoud zoals los liggende tegels
- Arcadia zoekt een artistiek leider (24-32 uur)







