Het logo van Van Haren was een lachende schoenzool en de verkoopsters waren de baas in de zaak
(Ook deze zomer weer enkele prachtige verhalen opgediept uit ons archief; november 2018)
Heropvoering Nieuwestad
Door André Keikes
De tijd staat niet stil en wat geweest is komt nooit meer terug. Het kan gewoon niet, dat is bekend, maar soms zou je best eens willen ingrijpen. Niet een beetje, maar tot in detail.
Met heel veel geld en energie zou het moeten kunnen om de Nieuwestad en de belangrijke winkelstraten daar omheen helemaal terug te bouwen naar het beeld van de late jaren vijftig, vroege jaren zestig. Dat zal nog niet meevallen. Zo heb je de Achmeatoren en het nieuwe Provinsjehûs, die overal bovenuit steken, maar daar gooien we dan wel een doek overheen. De rest moet te doen zijn.
Via crowdfunding, want we leven nu immers wel in de eenentwintigste eeuw, gaan we de benodigde miljoenen binnenslepen, want subsidie zullen we er wel niet voor krijgen. En dan kan het beginnen, het zoeken van de architecten, de bouwvakkers en de acteurs, want alles moet kloppen. In Ivoorkust hebben ze het Vaticaan nagebouwd, in Japan stukken van Amsterdam, dus geen gemor dat dit onmogelijk is. En daarna gaan we met elkaar lekker jaren zestigje spelen.
Adviezen
Het vak van winkelier of verkoper/verkoopster, was in die jaren voor een belangrijk deel ook een van adviseur. Dat hoor je nog steeds wel, maar het is niet meer te vergelijken met toen. We hadden het al over de magische invloed van witte jassen, maar ook zonder zulke kledingstukken die gezag inboezemden, was er nog genoeg te adviseren op andere, dus minder medisch aandoende vlakken. Het was bijvoorbeeld zeker niet de bedoeling een schoen uit een schap te pakken en zelf te gaan passen. Wat zouden we nu krijgen.
Schoenen diende je enigszins te omschrijven en dan ging de verkoopster naar achteren om een handjevol dozen te halen. Jou in stille vertwijfeling achterlatend. Of misschien ook wel niet, je was immers nog nooit bij Scapino geweest, want die bestond nog niet. Wel bij Van Haren misschien, maar die zag er toen ook nog niet uit zoals nu. Hun logo was een lachende schoenzool en de verkoopsters waren de baas in de zaak. Klanten gingen zitten en kregen een schoen rond de wreef geduwd. Daarop mocht de klant keurend heen en weer wandelen, want een nieuwe schoen of twee haalde je niet elke dag. Veertig gulden gaf je niet zo maar uit. Dat realiseerden de verkoopsters zich ook wel. Voor schoenen kopen moest je beslist een half uur uittrekken. In gevallen van mensen met ‘moeilijke voeten’, kon het ook wel een uur nemen. Was je nog niet aan de beurt, dan zat je je te verbijten, maar zo ging het, dat wist je.
Als kleine jongen die al zo groot was dat hij alleen schoenen mocht gaan kopen, was het bezoek aan een schoenwinkel een heel avontuur. Daar zat je dan tussen de volwassenen, met twee briefjes van 25 gulden in je broekzak. Wat je zocht, wilde de verkoopster weten. ‘Nieuwe schoenen’, zei je zacht. Wat zowel de verkoopster als de omringende damesklanten tot een superieur lachen bracht. Ach, zo’n knaapje. En dan kwam de verkoopster terug met drie of vier dozen. Zij had voor jou al een inschatting gemaakt. Maar toen de deksel van de eerste doos openging, durfde je nog net te zeggen: ‘ik bedoelde open schoenen’. Weer dat lachen om je heen, maar nu harder. De verkoopster mocht in zulke gevallen ook hoofdschudden over zo veel onvolwassen gedrag. ‘Hij bedoelt natuurlijk sandalen’, zei ze over je hoofd heen. En dan koos je vervolgens maar de eerste de beste ‘open schoenen’ waar ze mee aankwam. Omdat je zo dolgraag weer naar huis wilde.
Er zijn tegenwoordig winkels, bijvoorbeeld filialen van drogisterijketens, waar de misschien wel tien verkopers je werkelijk állemaal goedemorgen dan wel -middag wensen, maar dat schijnt te helpen tegen winkeldiefstal, dat is wat anders. Ook heb je nog zaken waar je de vraag voorgelegd krijgt of ze je kunnen helpen. Sommige mensen willen dat, anderen niet. Geen probleem. Even rondkijken mag. Maar in de jaren waar we het hier over hebben, slopen ze vaak achter je aan. Bij de Noord-Nederlandsche Boekhandel op de Voorstreek zelfs tot in de eenentwintigste eeuw. Even bladeren zonder gedoe was er daar niet bij. Je werd geadviseerd of je nu wilde of niet. Zeg dan nog maar eens nee, na een verkoopgesprek met advies over drie boeken.
Bij kleding en schoenen gaf de verkoopster ook altijd advies in de zin van ‘dat staat u goed’. Of ‘ik weet niet of dit zo bij u past’. Voor mensen van latere datum zou het reden zijn onmiddellijk een hoonlach te laten horen: wat denkt die sukkel/trut wel niet. Maar toen vonden we dat normaal. Er waren natuurlijk ook vrouwen die nooit van hun echtgenoot te horen kregen dat iets ze goed stond, dus dan moet zoiets als een warm bad zijn geweest. Zulke ongevraagd geuite opvattingen komen nog steeds wel hier en daar voor, maar de meest voorkomende manier van kleding en schoeisel kopen is nu zelf grissen en passen. Bij Modehuis P.S. Bakker op de Nieuwestad hoek Herenwaltje, een waar modepaleisje met ook een paleisachtige inrichting, of op de hoek met de Weerd bij BZ, Brenninkmeijer Zn, kwam bij de klant zoiets niet op. Stel je voor.
Het kopen van om het even wat, nam door de adviesrol van de verkoper altijd meer tijd dan nu. Daar had je nog voldoende van in die jaren, het was bovendien goed voor de saamhorigheid en de klantenbinding. Een klant en een winkelier vormden als het ware een soort genootschap. Pas als er een meningsverschil ontstond, ging de klant wel eens een deur verder. Maar de mensen waren minder snel geraakt, wel kritisch maar dat mocht een klant zijn, echter niet op een manier die snel tot een ‘kwestie’ leidde.
De inloop-etalages (portieken), waar we het beslist nooit te vaak over kunnen hebben, want ze maakten de binnenstad beslist aantrekkelijker door hun esthetische veelzijdigheid van indrukken, hadden nog een kant, die past bij de rollen van winkelier en klant. In tegenstelling tot wat efficiëntie-apostelen vaak beweren, is een rechte glazen pui helemaal niet drempelverlagend. De ‘nuttige verkoopoppervlakte’ gaat er wel door omhoog, maar wat is eigenlijk nuttig? De wat terughoudende klant kon door de inloop-etalages al naar binnen gaan zonder echt naar binnen te gaan. Hij/zij kon al een beetje proeven van wat er ‘echt binnen’ allemaal te koop was, maar zonder het risico aangesproken te worden door een als opdringerig ervaren verkoper. Oriënterend dus. Bij rechte glazen puien, zoals die nu gemeengoed zijn, sta je meteen binnen. Dat heeft iets verplichtends, waar niet iedereen van houdt. Ook vandaag de dag niet. En kijk toch eens hoe vaak hedendaagse winkeliers direct links en rechts na binnenkomst toch weer iets in elkaar frummelen dat op een etalage moet lijken. Ze willen dus wel, maar ze mogen niet meer, lijkt het wel. Tijd voor een heroriëntatie op het gebied van etalages.
De inloop-etalages (portieken) van V&D waren werkelijk enorm in de jaren voor de brand van 1963. Je kon er haast verdwalen. Maar zo groot hoefden ze niet te zijn. Horlogerie Holwerda aan de Nieuwestad 33 (nog steeds met authentieke neon aan de gevel), heeft tot vandaag de dag zo’n kleine inloop-etalage, een losse vitrine waar je van drie kanten in kunt kijken. De zaak maakt er tegenwoordig weinig gebruik meer van en dat is jammer, want het principe is prachtig. Gemeentelijk monument van maken zou ik zeggen. Helaas heeft de tijd wel gemaakt dat daar ’s avonds een lelijk metalen rolluik naar beneden gaat, wat het onmogelijk maakt in die uren etalages te bekijken, wat in de jaren vijftig en zestig juist een vriendelijk vermaak was. Maar toen had je ook nog geen lieden die zich in een deken rolden om op dergelijke plekken de nacht door te brengen. De maatschappij was goedmoediger, zodat er minder snel iemand echt buiten de boot viel. Ook voor zwervers – drugsgebruikers werden in Leeuwarden pas later een punt van aandacht – was er altijd nog wel een goedbedoeld advies of reële oplossing van hun probleem.
Zulke etalage-dilemma’s kent bijna-buurman juwelier Leo Doodkorte niet. Die winkel is nog steeds een unieke plek in de stad, op de hoek van Nieuwestad en Burmaniastraat. Daar bestaan kleine, aan de achterkant te openen kabinetjes, zoals je die vaker bij juweliers ziet. Een inrichting die ook juwelier Rolf op de Nieuwestad bij de Lange Pijp en juwelier Van den Houten (later Fischer en nu gesloten) aan het Naauw hadden. Daarbij vind je ook nog iets terug van het oude advies-tijdperk. Je omschrijft een horloge of sieraad dat je van buitenaf gezien hebt en de juwelier pakt het dan voor jou. Met een paar woorden over het specifieke product. Zoals de schoenverkoopster voor jou naar achteren liep. Maar hier weet je in ieder geval wat je te verwachten hebt. En net als toen, loop je ook nu de kans dat de winkelier een waardeoordeel uitspreekt. ‘Ja, een heel moai klokje hest daar’.
Meer berichten
- ‘Lokale financiering is de sterkste vorm van onafhankelijkheid’
- Politieke onrust kost Europa miljarden. Nederland uitzondering
- De onfeilbare mens van de linkse systeemkerk
- Vakantiepark De Kleine Wielen schenkt drie gezinnen een volledig verzorgde vakantieweek
- 50 jaar correspondent in Brussel: Wat ik van Europa opstak
- Even overweeg ik te zeggen dat het niet te koop is omdat ik het eerst zelf wil lezen. Maar ik begin als beginnend boekverkoper al een beetje aan beroepsdeformatie te lijden en verzin een prijs zodat de man het kan kopen.
- 1 op de 8 woningen opnieuw te koop tegen lagere vraagprijs
- Economische zelfmoord door energietransitie?
- Liefhebbers Italië past vakantie aan door sterk stijgende prijzen
- Cultuurexplosie ART Leeuwarden 22 augustus
- Het afgelopen kwartaal kwamen er in het openbaar bestuur 6 duizend banen bij, in de cultuur, recreatie en overige diensten 4 duizend
- Is het gezeur over de fietshelm nu klaar? Pak de auto aan in plaats van de fiets. Hier de cijfers
- Eatcorner Potmarge: Ja, je mutte wat met de tyd met
- Watertekort? Zorgvuldigheid wordt een alibi om niet te hoeven kiezen
- Max van der Velde: Leeuwarden heeft de boot gemist
- Tienduizenden vierkante meters vergeten stadsruimte bieden kansen voor vergroening
- We drinken minder bier – Brouwers klagen
- Vakkenvuller, horeca- en verkoopmedewerker ook in zomer meest voorkomende jongerenberoepen
- 9 op de 10 volwassenen vinden het leven de moeite waard
- De burgemeester van Leeuwarden heeft een verstandige vrouw
- Anke van den Hurk nieuwe eigenaar The Friezinn in Westhoek
- Speciaalbierkafee It Wapen fan Fryslân Oentsjerk: Als de meute naar rechts gaat, dan gaan wij naar links
- De val van minister Dennis Wiersma: was dit een incidenteel conflict of een structurele sabotage vanuit de ambtenarij?
- Jelle en Tineke Pietersma van snackbar De Centrale: Als iets goed is dan hou ik dat vast
- Gratis street art speurtocht
- GroenLinks/PvdA Leeuwarden wil geen vervuilende reclame zoals gokken, vliegen en fossiele industrieën
- Potmargegebied onder druk – Piet Berndes: ‘Als je dat doet, komt er opstand’
- Wat gebeurde er precies op zaterdagavond 28 januari, de avond die zo feestelijk had moeten verlopen?
- Sociale veiligheid op werkvloer: cursusje is niet genoeg
- Jan de Boer: een vreemde eend aan het Vliet – voedselbank is schandalig
- De BBB-partijtop kan alleen nog toekijken hoe de partij langzaam leegloopt
- Ambtenaar: Je moet een plan groot maken, heeeel groot
- Kin it kolleezje oanjaan op hokker wize yn ús gemeente it Jabikskrûd gemeentlik bestride wurdt?
- Psy-Fi: gemeente Leeuwarden stapelde fout op fout
- Terwijl je varkens- en hondenstaarten al lang niet meer mag couperen, is het verminken van bomen nog altijd toegestaan
- Ik word echt gelukkig van onnutte weetjes, merk ik (nu met beeld)
- Salarisverhoging voor bestuurders Leeuwarden: burgemeester krijgt er ruim 300 euro bij – wethouders krijgen 11.025,76 per maand
- ‘We zijn een gematigd dorp’
- Jitske Kingma: Twintig jaar geleden werd Print on demand nog niet serieus genomen
- Journalistiek die voortdurend probeert te overtuigen, houdt op journalistiek te zijn




