De koopkracht nam in 2021 toe voor 52 procent van de bevolking en daalde voor de andere 48 procent
(tekst: CBS)
Koopkracht in 2021 al onder druk door stijgende prijzen
De koopkracht van de Nederlandse bevolking steeg in 2021 in doorsnee met 0,3 procent, de kleinste stijging in recente jaren. De koopkrachtontwikkeling werd onder meer beïnvloed door sterk stijgende prijzen in het najaar. Ruim 60 procent van de werknemers ging er nog in koopkracht op vooruit, maar voor 75 procent van de pensioenontvangers daalde de koopkracht. Dat blijkt uit nieuwe CBS-cijfers over de inkomens van de Nederlandse bevolking.
De koopkracht verandert door externe ontwikkelingen, zoals prijsstijgingen, de ontwikkeling van de cao-lonen en (nieuw) beleid van de overheid, en door veranderingen in het persoonlijke leven van mensen. Zo zijn het vinden van (ander) werk, gaan samenwonen of uit elkaar gaan, en pensionering van invloed op de koopkracht. In de koopkrachtontwikkeling die het CBS publiceert, wordt met al deze invloeden rekening gehouden. In de coronajaren hadden alle individuele gunstige en ongunstige persoonlijke veranderingen opgeteld geen effect op de doorsnee ontwikkeling, in tegenstelling tot eerdere jaren. Fiscale maatregelen hadden wel een positief effect, zoals de verlaging van het tarief van de eerste belastingschijf en verhogingen van diverse heffingskortingen.
De reële ontwikkeling van de cao-lonen was over heel 2021 negatief en drukte de koopkrachtontwikkeling. In 2020 was deze nog een stuwende kracht achter de koopkrachtgroei van 2,5 procent. De reële daling van de lonen is vanaf augustus 2021 ingezet toen de inflatie voor het eerst hoger was dan de ontwikkeling van de cao-lonen. In november en december 2021 bedroeg de inflatie meer dan 5 procent en de reële loondaling meer dan 3 procent. In 2022 stijgt de inflatie nog harder en wordt de reële loonontwikkeling verder in de min gedrukt.
Doorsnee koopkrachtstijging werknemers ruim 2 procent
De koopkrachtontwikkeling is afhankelijk van de voornaamste inkomensbron van het huishouden waar personen deel van uitmaken. Personen in huishoudens met inkomen uit werk hebben doorgaans een hogere doorsnee koopkrachtontwikkeling dan in huishoudens met een uitkering als belangrijkste bron van inkomsten. Werkenden kunnen een periodieke loonsverhoging krijgen of hun inkomen verbeteren door ander werk te zoeken. In 2021 steeg de koopkracht van personen in werknemershuishoudens in doorsnee met ruim 2 procent. Het betreft in dit geval huishoudens met zowel in 2020 als in 2021 inkomen uit werk als belangrijkste inkomensbron. Voor personen met een pensioenuitkering ligt het aanboren van extra inkomstenbronnen minder voor de hand. In 2021 gingen zij er in doorsnee ruim 1 procent in koopkracht op achteruit.
Werknemers en zelfstandigen behoren vaker tot de hogere inkomensgroepen en uitkeringsontvangers merendeels tot de lagere inkomensgroepen. In 2021 daalde de koopkracht in doorsnee voor personen in de onderste drie van tien even grote inkomensgroepen. De doorsnee koopkracht bij personen vanaf de vierde inkomensgroep steeg.
Nog iets meer koopkrachtstijgers dan -dalers
Individuele koopkrachtveranderingen onder de bevolking verschillen. De koopkracht nam in 2021 toe voor 52 procent van de bevolking en daalde voor de andere 48 procent. Voor 20 procent van de bevolking steeg de koopkracht met 12 procent of meer. Van de werknemers ging ruim 60 procent er in koopkracht op vooruit.
Voor een kwart van de pensioenontvangers steeg de koopkracht nog, maar voor drie kwart ging de koopkracht omlaag. Voor ruim de helft van de pensioenontvangers daalde de koopkracht met maximaal 4 procent.
In tegenstelling tot andere bevolkingsgroepen hebben personen in zelfstandigenhuishoudens relatief vaak te maken met grote koopkrachtschommelingen en inkomensonzekerheid. In 2021 steeg voor 29 procent van de zelfstandigen en hun gezinsleden de koopkracht met minstens 12 procent. Maar voor 22 procent daalde de koopkracht ook even zo hard.
Koopkrachtschommelingen bij verandering van inkomstenbron
Wanneer de belangrijkste inkomstenbron van een persoon verandert, leidt dat doorgaans tot grotere koopkrachtschommelingen. Zo was in 2021 de koopkracht van startende werknemers op de arbeidsmarkt in doorsnee ruim 16 procent hoger dan in 2020 toen ze nog scholier of student waren. De koopkracht van net gepensioneerden, voorheen werknemers, lag in 2021 4 procent onder het niveau van 2020.

Meer berichten
- Nationale ombudsman: overheid liet boeren jarenlang in onzekerheid
- Een jaloerse Liwwadder in doordeweeks Deventer
- Restaurant The Meat Room aan het Ruiterskwartier failliet verklaard
- Politiek café: kunnen raadsleden en gewone Leeuwarders zaken wezenlijk beïnvloeden?
- Vishandelaar Bert van Dijk overleden – Vis ging van Lauwersoog naar Parijs en weer terug
- Opinie: de ‘regiobait’ van het AD is niet te harden
- Geld weer minder waard – Inflatie in oktober 3,7 procent bij snelle raming
- Opnieuw subsidie voor plannen voor vervoer in Friesland
- Wie heeft de regie over ons openbaar vervoer nog in handen?
- ‘Dat kan ik niet betalen’: 4 op de 10 jongvolwassenen vinden dat lastig om toe te geven
- Weer minder particuliere verhuur in 2025
- Klacht tegen gedeputeerde De Vries over dossier biovergisters SONAC Burgum
- Laatste jaar betalingsregeling coronaschulden ingegaan – Nog 1,9 miljard euro aan coronabelastingschuld bij 73.000 ondernemers
- Sl!M- vragen over toenemende overlast, vandalisme en intimidatie door jongeren Zuiderburen
- Detailhandel zet 2,7 procent meer om in september
- Meeste mannen hebben respect voor mannen die iets zeggen van seksueel grensoverschrijdende opmerkingen of grappen
- Bij de nieuwe Groningse start-up Tunhûs kun je je eigen houten tuinhuis samenstellen
- Leeuwarden heeft een grens voor Airbnb, maar geen registratienummer
- Is elke journalist een activist? Met Giselle van Cann, Eric Smit, Natasja Gibbs, Fréderike Geerdink
- Fietsveiligheid in de stad: wat leren we van een jaar onderzoek?
- Nieuw jongerenkanaal DRUK brengt betrouwbaar nieuws naar tijdlijn van jongeren
- 13 procent minder asielaanvragen in derde kwartaal dan een jaar eerder
- Er zijn een paar dingen waar ik depressief van word, denk ik als ik de winkeldeur op slot draai; buitensporig jong geluk en dit kloterige herfstweer
- UPDATE De zeehonden kunnen zwemmen. De bestuurders verzuipen
- Kim van Keken: ‘Het zijn dit soort moedige pioniers die de journalistiek bruisend houden’
- ‘Wie polarisatie wil begrijpen, moet voorbij de standpunten kijken’
- Moeten universiteiten zich uitspreken over het klimaat? En over Gaza?
- Meest kritieke materialen komen vooral uit China
- Friese en Groninger media geven en ontvangen, is dat niet mooi?
- Veel bezorgproblemen pakketten – bewoners zoeken oplossingen voor feestmaanden
- Inventaris van Royal De Vries uit Sneek onder de hamer
- Starters in corporatiewoningen zijn steeds vaker statushouders
- Klein coronanieuws en andere zaken – NOK Clinics vult na 15 jaar winkelwand Ruiterskwartier – Geen Maison de Bonneterie – Architect Sijtsma schrikt van vernieuwde Harmonie – In Londen leest men Klaas Kasma – Fietsburgemeester kan meteen aan de slag – Willem Beintema daagt LC voor de rechter – Olievrouw gemeente Martine Wierdsma met pensioen
- Francesco Veenstra: Het interview met Eric van der Burg (in NRC) getuigt van wensdenken, loze beloftes, gebrek aan politieke zelfreflectie
- Appen op de fiets kost straks 180 euro
- Aantal miljonairs stijgt opnieuw, 81 duizend meer dan in 2024
- Nederland ontsnapt voorlopig aan Europese faillissementsgolf
- Mensen met lager inkomen doen minder vaak aan een sport, verschil met hogere inkomens groeit
- Sander Schimmelpenninck: Jort Kelder zou eens los moeten komen van het pluimstrijken en hermelijnvlooien
- ‘Leegstand in verpleeghuizen vraagt om een andere kijk op zorgvastgoed’




