Koning Willem-Alexander was eens niet een keer lintjesdoorknipper. Dat is natuurlijk nieuws. In de regionale krant een foto waarop te zien is hoe de koning twee stukken lint aan elkaar knoopt. Dat deed hij ter gelegenheid van de opening van een tweetal zuivelverwerkende fabrieken in Heerenveen die letterlijk via een pijp met elkaar verbonden zijn. Bestuurders en beleidsmakers hadden er hoge verwachtingen van: nieuwe fabrieken, minder uitkeringsgerechtigden. Helaas, slechts een klein aantal mensen kon de stap vanuit de gemeentelijke kaartenbak naar een betaalde baan zetten. Niet echt verbazingwekkend, melk is een bulkproduct dat onderhevig is aan de grillen van vraag en aanbod. Na het afschaffen van de melkquota is het aanbod toegenomen, maar de vraag naar zuivelproducten niet en dalende melkprijzen zijn het gevolg. Willen de zuivelverwerkende bedrijven winst maken dan zullen de kosten omlaag moeten. Melk verwerken met zo weinig mogelijk personeel, de grootste kostenpost. In Leeuwarden leidt uitbreiding van productiecapaciteit tot een verlies aan arbeidsplaatsen.
Onlangs trof ik in de brievenbus een grote envelop aan van de agrarische hogeschool Van Hall Larenstein met daarin een boekwerkje getiteld Zuivel geeft het goede voorbeeld! Nieuwe procestechnologie voor een duurzaam beheer van onze aarde. Een uitgave van het lectoraat zuivelprocestechnologie van die hogeschool. Veel mensen denken dat omdat iets natuurlijk is dat dan ook duurzaam is, de lector durft rustig te stellen: de zuivelindustrie is niet duurzaam. Volgens het College van Gedeputeerde Staten van Friesland is deze provincie een land van water en melk. Kennelijk afkomstig van een andere planeet, hoe kan een niet-duurzame sector die geen werkgelegenheid oplevert de toekomst van Friesland zijn? Ik kan mij nog een pr-uiting van de provincie herinneren met Commissaris van de Koning Jorritsma op een kist in een weiland tussen de koeien. Het deed mij denken aan de verkiezingsposter van de PSP heel lang geleden met die ontwapenend blote mevrouw te midden van koeien in een weiland. Dat had ten minste nog iets, Jorritsma stond in zijn nette pak lelijk te kijk: Friezen zouden hun huizen verwarmen met biogas afkomstig van koeienmest. O ja, en we zouden onze auto’s er ook op kunnen laten rijden. Nooit meer iets van gehoord natuurlijk want het kan gewoon niet. Niet de mest van de koe geeft biogas maar het co-vergistingsmateriaal. Je geeft de micro-organismen in de mest die afkomstig zijn uit het maagdarmstelsel van een koe nog een keer te eten. Financieel kan het allemaal niet uit en vandaar dat u en ik er nog steeds niet warmpjes bijzitten.
Het wordt tijd dat de Friese bestuurders en beleidsmakers een zekere agrarische substantie uit de ogen wrijven zodat ze de realiteit onder ogen kunnen zien. In deze provincie met gras, koeien, mest en melk ligt de toekomst in het maken van apparatuur voor het verwerken van gras(sap), mest, melk en zeewieren. Kijk naar de overeenkomsten en de verschillen en ontdek de mogelijkheden. Alle vier bevatten ze water waar je niks aan hebt en wat bij voorkeur bij de bron aan het materiaal onttrokken moet worden. Mest en melk bevatten micro-organismen die bij melk geneutraliseerd moeten worden vanwege het ziekteverwekkende karakter. Bij mest moeten mineralen zoals fosfaat teruggewonnen worden. Zeewieren bevatten geen cellulose zoals gras en kunnen rechtstreeks in gerechten verwerkt worden, grassap (zonder de de cellulose van de vezel) bevat grotendeels dezelfde nuttige stofjes.
Het is jammer dat in deze overwegend agrarische provincie de bestuurders en beleidsmakers absoluut geen kennis van die sector hebben. Leeuwarden mag zich van de Verenigde Naties vanwege watertechnologie Innovating City noemen. De meeste kansen liggen op het gebied van het onttrekken van water aan materiaal van natuurlijke oorsprong. Scheidingstechnologie, membranen, allemaal high tech. Maar geen provincie die een regierol wil en kan vervullen.



