Jan Thies over Leeuwarden
(eerder geplaatst in het Stadsblad Liwwadders)
Leeuwarden is een machtige stad, maar het mist een bepaalde intimiteit.’ Jan Thies, oud-directeur van het Leeuwarder Oranje Hotel, kijkt vanuit café De Walrus uit over het Gouverneursplein, een plein waar het wel in orde lijkt. ‘Je moet zorgvuldig omgaan met de pleinen van een stad. Dan gaat het om details: bomen, horeca, zitbanken en de keuze voor de soort materiaal die je gebruikt. Ik ben erg benieuwd naar Nieuw Zaailand. Maak het nou eens helemaal top. Zorg dat er een bepaalde warmte in komt.’
Thies heeft zo zijn zorgen over het belangrijkste plein in het hart van de stad. ‘Met die dichte kantorenwand aan de zuidkant is het een zakenplein geworden en geen vrijetijdsplein. Nu we aan de inrichting toekomen moeten we oppassen. Alles moet er weer op. Plant je bomen, dan roep je beperkingen over je af. De markt zal er weer een plaats moeten krijgen en dat betekent dat het plein zich hieraan moet aanpassen. Ik vraag me dan af: die kramen staan er maar één dag per week. Moet je de inrichting daarop afstemmen?’ Volgens Jan Thies moeten de bestuurders van Leeuwarden nog eens goed om zich heen kijken om te kijken hoe het wellicht anders kan. ‘Kijk naar Den Helder, of all places. Daar zijn hekjes en lantaarnpalen geplaatst van materialen die perfect passen bij deze havenstad. Daar moet je scherp naar kijken: past het bij onze stad. Ik heb me deze winter doodgeërgerd aan die led-verlichting boven de grachten. Het is net alsof ik de deur van de ijskast opentrok. Ontzettend! Kijk dan eens op de Eewal, met dat prachtige warme licht.’
Jan Thies is na een carrière in de hotellerie in Nederland weer aanbeland daar waar hij ooit begon: de pure dienstverlening in de vorm van de catering. Onder de naam Perfect Parthies staat hij ten dienste van wie hem op culinair gebied maar inhuurt. ‘Ik doe nu hetzelfde werk dat ik deed toen ik achttien jaar oud was. En ik zal je dit vertellen: het is heerlijk hoe ik nu werk. Machtig. Ik heb een laptop, een bureautje en een auto. Meer niet. En ik haal het eten bij de beste koks van Leeuwarden.’
Al jong wist Jan wat hij later wilde worden en daarvoor moet hij naar de hotelschool. ‘Vanaf mijn twaalfde wist ik dat.ik dat wilde. Altijd al was ik thuis aan het rommelen met feestjes. Het mensen naar de zin maken heb ik altijd fantastisch gevonden.’ In huize Thies in Zaandam zag vader de ambities van Jan wel zitten, maar hij vond de keuze op grond van zijn zoons ervaringen in konditorei Swiss net iets te mager. ‘Hij zei: ‘weet je wat je doet? We gaan kijken of je dat vak echt wel in wilt.’ Via een kennis van hem bij het vermaarde restaurant De Witte in Amersfoort kwam ik in contact met hostellerie De Hamert in Wellerlooi. Daar stond de Fries Herman van Ham achter de kachel, die noemden ze de lange asperge. De Hamert was hét asperge-restaurant van Nederland. In de Hamert begon ik onderaan de ladder. Je had daar de klassieke witte en zwarte brigade, met alle bijbehorende rangen en standen. Machtig. Ik moest me nog wel een plek zien te verwerven op de hotelschool. Ik had inmiddels verkering met de zus van de baas en zo kon ik via oom Frans, de burgemeester van Heerlen, die in het bestuur zat van de hotelschool in Maastricht, mij aanmelden voor de opleiding. Dat dacht ik tenminste. Op het moment suprème bleek oom Frans mij te zijn vergeten. Ik dacht: kat in bakkie, maar het werd balen.’
In het Limburgse heuvellandschap had Jan Thies de tijd van zijn leven. ‘Ach, ik werkte van twaalf uur ’s middags tot half twee ’s nachts en daarna fietste ik door het bos om vier kilometer verderop te gaan bieren en frikandellen.’ Maastricht ging definitief niet door, de koers werd gezet naar Koksijde in België. ‘Daar kwam ik terecht op de hotelschool bij monsieur Henri Notredame, intern, geen meiden. Dat was even wennen. De discipline lag daar net even wat anders dan bij ons. Eigenlijk werd ik met mijn werkervaring te zwaar bevonden voor de opleiding, maar daaraan werd een mouw gepast. Twee keer per dag zaten we aan het mooiste eten dat je je maar kon bedenken. We maakten uitstapjes naar de Hallen van Parijs en bezochten vleesverwerkende fabrieken. Ik woog over de honderd kilo.’
Op de Haagse hotelschool rondde Jan Thies zijn studie af. Hier ontmoette hij zijn latere vrouw Hilde Tjepkema. Tijdens zijn laatste stage deed hij in opdracht van de hotelketen Postiljon onderzoek naar behoeften en verwachtingspatronen in de horeca. ‘In Heerenveen kwam ik na mijn opleiding terecht als directie-assistent. Hilde werkte bij het Kurhaus in Scheveningen. Na ons huwelijk verkasten we naar hotel Groot Warnsborn, ten westen van Arnhem.’ Oosterhout (hotel, cultureel centrum en serviceflat) en Thialf (net voor het faillissement in 1987) volgden.
Nadat Frans en Houkje Bonnema het Oranje Hotel in Leeuwarden aan de Bilderberggroep hadden verkocht kwam Jan Thies in beeld. Zestien jaar lang was hij er directeur. ‘Wat hebben we daar een lol gehad. Ik zag alles vanuit mijn kantoortje direct bij de ingang, bemoeide me overal mee. Ging met groepen Italianen skûtsjesilen. Daar waren er bij die nog nooit water hadden gezien. Ze lagen van angst plat op dek met hun gezichten naar de planken. Op een strook land gingen we picknicken, flessen wijn koelden we in een kruiwagen met ijs. Na de lunch waren ze de schepen wat gewend en durfden ze om zich heen te kijken. Wat vonden ze het geweldig.’ Ook de elfstedentocht van 1997 staat in het geheugen van Thies gegrift. ‘Er was geen draaiboek. We hebben iedereen bij elkaar getrommeld en ik zei: roept u maar. Foute opmerkingen zijn er niet. We hebben 72 uur gewerkt met misschien twee uren slaap. Om half vijf ‘s nachts bakten we tournedos. Het was een gekkenhuis. Alle honderdtachtig bedden bezet door persmensen. Ik had al snel door: schaatsers moet ik niet hebben, die drinken niet. Dat schiet niet op.’
Om de hotelkamers vol te krijgen bedacht Jan Thies vele acties. ‘We gingen naar de Bruna aan de overkant en kochten de vrouwenbladen. We vroegen ons af: wat zouden de vrouwtjes mooi vinden?’ Het werden tal van arrangementen in samenwerking met bladen als Viva, Libelle, Margriet en Flair. ‘We nodigden journalisten uit: kom gezellig met uw man ons hotel proberen. Wij wilden gratis in hun bladen. Dat lukte. Na publicatie konden we gewoon bij de telefoon gaan zitten. Om gek van te worden.’ Na Bilderberg kwam Eden aan het roer. Thies ging naar Wientjes in Zwolle. ‘Daar zat ik in het souterrain. Het was geen gelukkige periode. Ik zat de hele dag naar de mail te staren. Nu doe ik weer wat ik deed in de Hamert en weet ik weer waardoor ik gegrepen werd door het vak.’
Andries Veldman
Meer berichten
- ‘We zijn een gematigd dorp’
- Iedereen werkt, maar niemand komt vooruit
- Heb je ook nog belang bij een goedkope buggy, vraag ik als hij afrekent. Maar nee
- Mijn yogaleraar zegt altijd, we zijn onderweg, we hebben geen doel
- De fiets der dingen
- Seks en ontrouw, vraag ik, werd dat getolereerd door mijnheer pastoor op het dorp?
- Ik verkoop alleen boeken aan aardige mensen. Ik hoor een man die met zijn rug naar ons toe staat grinniken
- Voor je met het boek van Giphart begint zou ik eerst een glas wijn drinken. Dan is het misschien te verdragen
- Ik zou aan Friesland genoeg hebben als men daar wat mannelijker was
- Architect Johan Sijtsma: we bouwen de kleren van de keizer
- Overal ziet Geert Mak Kaasjagers – Bij de PC in Franeker zitten ze in een bonbondoos langs het speelveld. Ik dacht dat het een grap was
- Carver vraagt faillissement aan – Investeerders NOM en FOM hebben iets uit te leggen
- Willem Winters overleden – Van mij mag het vaker, zo’n draaiorgeltreffen
- Peter Karstkarel: Het Fries Museum volg ik niet zo. Het is weinig opwindend
- Corona en Corruptie
- Jan Atze Nicolai – Bouwen voor de prins
- Nassautours – Wandelen met echt Liwwadder gidsen
- Bij de teloorgang van Zalen Schaaf – Piet van der Wal en Hendrik ten Hoeve draaien zich om in hun graf
- Ik kom er niet achter, want de mevrouw houdt het stevig vast
- Af en toe moet je je verlies nemen en als boekverkoper een boek verkopen
- Topkok Marijke van Essen: Ik ben razend. Trek je mond open over alle rekeningen/heffingen/bijdragen/afdrachten
- Winstmakende Harmonie zonder programma en personeel kan verder als perpetuum mobile
- Commissaris van de Koning Brok steekt een hart onder de riem
- Column Leendert Plaisier – Nul Procent
- Kees van Anken: Lazarus in Leeuwarden
- Johan Lambregts: Meer zorg met minder verpleegkundigen
- Kees van Anken – Festivalkoorts
- ‘Shared Space’
- Wifi-me-niet-register
- Eelke Lok – Skutte
- Waarom ligt Baudet niet in de boekhandel? Van der Velde, wat maak je me nou?
- Kees van Anken – Waar staat de pindakaas?
- Veiligheidsregio en FUMO een gelukkig paar?
- Kees van Anken – Klein behuisd
- Kees van Anken – De aarde draait door
- Huub Mous: ‘Ik ben boos!’
- Kees van Anken – Artikel Vijf: Operatie Zwerfsteen
- Klaas Kasma: Ik ben allergisch voor bier
- Wie in de jury gaat zitten voor de prijsvraag voor Zalen Schaaf is een grote sukkel
- Klaas Kasma: Wat hebben we toch een reuzenkeutel van een burgemeester



