De fiets der dingen
Er is iets geruststellends aan de manier waarop Leeuwarden fietst. Alsof de stad zichzelf draaiende houdt met trappers. Terwijl elders commissies praten over duurzaamheid, zero-emissie en mobiliteitstransitie, doet de Leeuwarder wat hij altijd al deed: hij stapt gewoon op de fiets. Jas dicht, tas achterop, hoofd naar beneden tegen de wind.
En nu komt er dus een fietsenkelder. Niet zomaar eentje, maar op de Nieuwestad. Het kloppend hart van de stad. Een ondergrondse oplossing voor een bovengrondse gewoonte. De plannen zijn er, de schetsen liggen klaar, en als alles meezit, kan straks iedereen zijn fiets veilig en droog parkeren onder de winkelstraat. Een kleine revolutie, zeggen sommigen. Een noodzakelijk kwaad, zeggen anderen.
Want fietsen in Leeuwarden is geen gedrag, het is cultuur. De fiets hoort bij de stad als de gracht bij de brug en de wind bij het plein. De Leeuwarder fietst overal naartoe en zet zijn fiets neer waar het uitkomt. Tegen een gevel, een boom, een prullenbak, of gewoon tegen een andere fiets. Een vrolijke wanorde, een symbool van vrijheid en Friese nuchterheid.
Toch komt die kelder er, en dat is misschien maar goed ook. De stad groeit, de drukte neemt toe, en de stoepen dreigen te verdwijnen onder een woud van sturen en snelbinders. En eerlijk is eerlijk: de fietschaos is soms groter dan charmant. Wie weleens over de Nieuwestad slalomt op een zaterdagmiddag, weet dat er iets moet gebeuren.
De fietsenkelder wordt dus gebouwd uit liefde voor de fiets en misschien ook een beetje uit irritatie. Het is de eeuwige strijd tussen orde en gewoonte. De Leeuwarder fietst graag, maar niet graag volgens de regels. Dat maakt deze stad zo levendig, maar ook lastig te organiseren.
Toch is het idee van een fietsenkelder ergens ontroerend. Een stad die een ondergrondse ruimte bouwt voor haar fietsen, erkent wat echt belangrijk is. De auto verdwijnt naar de randen, de fiets krijgt een plek in het hart. Het is bijna poëzie, alleen dan in beton gegoten. Een eerbetoon aan het alledaagse. Aan de beweging die nooit is gestopt.
Ik stel me voor hoe het straks zal zijn. De mist hangt boven de grachten, de winkels zijn nog dicht, en één voor één verdwijnen de fietsen onder de grond. Een vader met een bakfiets, een scholier met oortjes in, een vrouw met bloemen op haar stuur. De stad bergt haar ritme even op, alsof ze zegt: rust maar even, straks mag je weer.
Boven de grond blijft alles zoals altijd. De wind trekt aan, de regen tikt op jassen, een bel rinkelt te laat. De bruggen klemmen nog steeds, en het verkeer vormt zijn eigen improvisatie. Het leven in Leeuwarden zal niet veranderen omdat er een kelder bij komt. De stad blijft fietsen, omdat niemand hier ooit iets anders is gaan doen.
De fietskelder op de Nieuwestad zal netjes, droog en efficiënt zijn. Een monument voor onze gewoonheid. En misschien is dat precies wat Leeuwarden typeert: we veranderen niet uit overtuiging, maar uit praktische overweging. De stad blijft nuchter, zelfs ondergronds.
De fiets der dingen — hij blijft bestaan, straks een verdieping lager, maar nog altijd in beweging. Want of je nu over de Nieuwestad fietst of eronder parkeert: Leeuwarden draait op pedalen, niet op beleid.
Ben Stegeman
Meer berichten
- ‘We zijn een gematigd dorp’
- Iedereen werkt, maar niemand komt vooruit
- Heb je ook nog belang bij een goedkope buggy, vraag ik als hij afrekent. Maar nee
- Mijn yogaleraar zegt altijd, we zijn onderweg, we hebben geen doel
- Seks en ontrouw, vraag ik, werd dat getolereerd door mijnheer pastoor op het dorp?
- Ik verkoop alleen boeken aan aardige mensen. Ik hoor een man die met zijn rug naar ons toe staat grinniken
- Voor je met het boek van Giphart begint zou ik eerst een glas wijn drinken. Dan is het misschien te verdragen
- Ik zou aan Friesland genoeg hebben als men daar wat mannelijker was
- Architect Johan Sijtsma: we bouwen de kleren van de keizer
- Overal ziet Geert Mak Kaasjagers – Bij de PC in Franeker zitten ze in een bonbondoos langs het speelveld. Ik dacht dat het een grap was
- Carver vraagt faillissement aan – Investeerders NOM en FOM hebben iets uit te leggen
- Willem Winters overleden – Van mij mag het vaker, zo’n draaiorgeltreffen
- Peter Karstkarel: Het Fries Museum volg ik niet zo. Het is weinig opwindend
- Corona en Corruptie
- Jan Atze Nicolai – Bouwen voor de prins
- Nassautours – Wandelen met echt Liwwadder gidsen
- Bij de teloorgang van Zalen Schaaf – Piet van der Wal en Hendrik ten Hoeve draaien zich om in hun graf
- Ik kom er niet achter, want de mevrouw houdt het stevig vast
- Af en toe moet je je verlies nemen en als boekverkoper een boek verkopen
- Topkok Marijke van Essen: Ik ben razend. Trek je mond open over alle rekeningen/heffingen/bijdragen/afdrachten
- Winstmakende Harmonie zonder programma en personeel kan verder als perpetuum mobile
- Commissaris van de Koning Brok steekt een hart onder de riem
- Column Leendert Plaisier – Nul Procent
- Kees van Anken: Lazarus in Leeuwarden
- Johan Lambregts: Meer zorg met minder verpleegkundigen
- Kees van Anken – Festivalkoorts
- ‘Shared Space’
- Wifi-me-niet-register
- Eelke Lok – Skutte
- Waarom ligt Baudet niet in de boekhandel? Van der Velde, wat maak je me nou?
- Kees van Anken – Waar staat de pindakaas?
- Veiligheidsregio en FUMO een gelukkig paar?
- Kees van Anken – Klein behuisd
- Kees van Anken – De aarde draait door
- Huub Mous: ‘Ik ben boos!’
- Kees van Anken – Artikel Vijf: Operatie Zwerfsteen
- Klaas Kasma: Ik ben allergisch voor bier
- Wie in de jury gaat zitten voor de prijsvraag voor Zalen Schaaf is een grote sukkel
- Klaas Kasma: Wat hebben we toch een reuzenkeutel van een burgemeester
- D66: Coalitie toont koudwatervrees bij aanbod Natuur



