Anneke en Willem op vakantie naar Spanje: Ze leven nog
Reisverslag herfst 2014, Spanje
We zijn weer op pad, na onze grote VS reis moest het Spanje worden. Onder andere eindelijk Madrid zien. Ik was deze keer niet van plan reisverslagen te schrijven. Je moet de mensen niet jaloers maken en overvoeren nietwaar.
Maar dan komt er van alles op je pad. Toeval, absurditeiten, gevaar. Laat ik beginnen met toeval. In Frankrijk staan we doorgaans voor niks bij boeren die aangesloten zijn bij France Passion, een organisatie waar je lid van moet zijn. Het voordeel voor de boeren is dat de meeste mensen wel iets kopen als ze na een nacht voor nop gestaan hebben. Een fles wijn, een kaasje, jam, zelfs struisvogelworst als je toevallig een struisvogelboerderij treft.
We kozen een fruitteler waar we nog niet geweest waren. Fruitteler was niet thuis, de plek beviel ons niet. Een paar km verder was er een andere boer. Daar maar heen. Toen we het pad opreden zagen we ineens dat we daar een paar jaar geleden ook geweest waren. Fantastisch plekje. De volgende dag richting Montpellier. Het goot van de regen, niet te doen. Later hoorden we dat daar doden gevallen waren. We stopten noodgedwongen in Semoulins. Toen we het stadje binnen reden hadden we een deja vu: hier zijn we eerder geweest. Toen we het huis van de dierenarts zagen wisten we het weer: hier had ik uren met een protesterende kat in een doos rondgedwaald, waarvan we dachten dat ie verdwaald was. Uiteindelijk heb ik het beest in wanhoop bij de bewuste dierenarts gedropt. Miou Miou heette het kreng volgens de mensen waarvan we dachten dat ze hem/haar zochten. Maar Miou roepen is net zoiets als Poes roepen. Hebben we gewoon een poes die daar hoorde gevangen. Ik wil er niet meer aan denken.
Over absurditeiten: ten Noorden van Madrid zochten we een parking op. Zo een met een hoop picknicktafels. Die tafels werden bevolkt door minstens 40 Afrikanen, allemaal met een plastic zakje waar duidelijk een lunch in zat. We vroegen ons af hoe ze reisden. Er stonden alleen drie vrachtwagens. Geobsedeerd bleven we kijken. En ja hoor. Ze verdwenen in de vrachtwagens.Volgens ons was het een openlijke vorm van mensensmokkel. Maar wat moeten ze in Spanje? In Madrid zagen we ik weet niet hoeveel Afrikanen met incourante handel, steeds de Guardia Civil in de gaten houdend. Een betere toekomst in Europa? Vreselijk.
Er gaat geen reis voorbij zonder dat we in gevaarlijke situaties belanden. Deze keer gebeurde het weer, zelfs tot nu toe twee keer. En dit keer helemaal buiten onze schuld. Op de kaart stond een camping in Guadalajara aangegeven. Onze geheel up to date zijnde Tantje Betje, het navigatiesysteem, wist precies hoe we er moesten komen. In het stadje zelf stonden keurige bordjes met verwijzingen. Bij aankomst een verwijzing naar een smal paadje. Gevonden. Alleen, het paadje was wel erg smal en had een greppel naast zich van een halve meter. Bovendien stroomde er op een gegeven moment een beekje dwars over het pad. Er stonden wel een paar huizen langs het pad, maar de camping was onvindbaar. Keren kon niet. Voorzichtig minstens een kilometer achteruit terug was de enige optie. Tot er een auto verscheen, met daarin een meisje dat niet van plan was ook achteruit te gaan. Ze was best vriendelijk, maar gebaarde naar die greppel. Ze durfde niet. Dan maar weer vooruit. Meisje bleek in het laatste huis aan het pad te wonen. Ineens zagen we verderop een tunneltje. Willem erheen, gebaarde dat ik daar kon draaien of misschien door het tunneltje kon, want we zagen een weg. Ik reed het tunneltje in, om tot de ontdekking te komen dat aan het eind een enorme greppel overdwars gegraven was. Toen ik stil stond voelde ik de bus wegzakken in de natte leemgrond. Goddank lukte het toch om heel voorzichtig achteruit te rijden. Volgende probleem was de keerplek. Die was er wel, maar heel smal en een grote put er pal naast. Er kwam hulp in de vorm van de vader van het meisje. Hij loodste me er doorheen. Na eindeloos heen en weer draaien om die rotput te vermijden stonden we de goede kant op. Garage Haaima zal wel een paar krassen weg moeten werken, maar ik was dolblij dat het gelukt was. Vloekend reden we naar een andere camping, 20 km terug. Ik ging gelijk douchen.
Het tweede gevaar kwam van boven, op de stadscamping van Madrid. We stonden tussen hoge bomen. Op een gegeven moment vielen er steeds takjes naar beneden, we dachten dat kraaien ofzo aan het rotzooien waren. Om een uur of tien, we waren net naar binnen gegaan, ineens een enorme knal, gevolgd door een dreun. Alsof ergens een gasfles ontploft was. Wij naar buiten. Lag er op een meter afstand van onze bus een enorme tak van minstens veertig cm in doorsnede. Er hingen nog meer los. De campingmensen kwamen aandraven met hekken om de boel af te zetten, wij moesten onmiddellijk verkassen. De volgende dag kwam iemand met een soort heggenschaar en een gewone zaag de boel opruimen. Die is over een half jaar nog bezig.
Voor nu een laatste absurditeit: in het Spaanse binnenland zijn campings dun gezaaid. Dus zochten we zondag in een bergdorpje de parkeerplaats bij de kerk op. Fantastisch plekje. Maandagochtend werden we wakker tussen de kramen van de weekmarkt. Naast groente, fruit en enorme onderbroeken stond er een vrouw met bevroren vis. Ze deed een bestelling in een plastic zak en smeet die zak met grote kracht minstens zes keer op straat. Na de zesde keer liet ze de koopster zien dat het zo goed was, die instemmend knikte. Het houdt me al een paar dagen bezig.
grote groet,
Anneke van Renssen en Willem Winters
Meer berichten
- ‘We zijn een gematigd dorp’
- Iedereen werkt, maar niemand komt vooruit
- Heb je ook nog belang bij een goedkope buggy, vraag ik als hij afrekent. Maar nee
- Mijn yogaleraar zegt altijd, we zijn onderweg, we hebben geen doel
- De fiets der dingen
- Seks en ontrouw, vraag ik, werd dat getolereerd door mijnheer pastoor op het dorp?
- Ik verkoop alleen boeken aan aardige mensen. Ik hoor een man die met zijn rug naar ons toe staat grinniken
- Voor je met het boek van Giphart begint zou ik eerst een glas wijn drinken. Dan is het misschien te verdragen
- Ik zou aan Friesland genoeg hebben als men daar wat mannelijker was
- Architect Johan Sijtsma: we bouwen de kleren van de keizer
- Overal ziet Geert Mak Kaasjagers – Bij de PC in Franeker zitten ze in een bonbondoos langs het speelveld. Ik dacht dat het een grap was
- Carver vraagt faillissement aan – Investeerders NOM en FOM hebben iets uit te leggen
- Willem Winters overleden – Van mij mag het vaker, zo’n draaiorgeltreffen
- Peter Karstkarel: Het Fries Museum volg ik niet zo. Het is weinig opwindend
- Corona en Corruptie
- Jan Atze Nicolai – Bouwen voor de prins
- Nassautours – Wandelen met echt Liwwadder gidsen
- Bij de teloorgang van Zalen Schaaf – Piet van der Wal en Hendrik ten Hoeve draaien zich om in hun graf
- Ik kom er niet achter, want de mevrouw houdt het stevig vast
- Af en toe moet je je verlies nemen en als boekverkoper een boek verkopen
- Topkok Marijke van Essen: Ik ben razend. Trek je mond open over alle rekeningen/heffingen/bijdragen/afdrachten
- Winstmakende Harmonie zonder programma en personeel kan verder als perpetuum mobile
- Commissaris van de Koning Brok steekt een hart onder de riem
- Column Leendert Plaisier – Nul Procent
- Kees van Anken: Lazarus in Leeuwarden
- Johan Lambregts: Meer zorg met minder verpleegkundigen
- Kees van Anken – Festivalkoorts
- ‘Shared Space’
- Wifi-me-niet-register
- Eelke Lok – Skutte
- Waarom ligt Baudet niet in de boekhandel? Van der Velde, wat maak je me nou?
- Kees van Anken – Waar staat de pindakaas?
- Veiligheidsregio en FUMO een gelukkig paar?
- Kees van Anken – Klein behuisd
- Kees van Anken – De aarde draait door
- Huub Mous: ‘Ik ben boos!’
- Kees van Anken – Artikel Vijf: Operatie Zwerfsteen
- Klaas Kasma: Ik ben allergisch voor bier
- Wie in de jury gaat zitten voor de prijsvraag voor Zalen Schaaf is een grote sukkel
- Klaas Kasma: Wat hebben we toch een reuzenkeutel van een burgemeester



