Anneke en Willem in de VS – Jarmusch en Hopper
(ingezonden)
On the road…
We zijn op pad… Een deel van de reisverslagontvangers zal het waanzin vinden – wie gaat er nou 2 maanden naar de Verenigde Staten als je een voorgaande vakantie met een zware longontsteking al in Verdun strandde- en wie onderneemt zo’n tocht met Willem, die niet altijd even mobiel is. Nou, wij dus. Het is niet eens het noodlot tarten, het is weigeren toe te geven aan angsten en het verlangen om dat te doen wat we altijd al graag wilden. Ik moet zeggen dat we wel wat voorzichtiger zijn dan vroeger. Uitstekende reisverzekeringen en vooral, goed plannen en qua vliegreizen en andere organisatorische zaken heel veel plannen. Dat brengt me gelijk op de geneugten van invalide zijn. Ik voelde me op de eerste reisdag dankzij Willem een bofkont en Willem was het helemaal. De dames van de Schiphol assistentie die we aangevraagd hadden waren wat laat, maar dat bleek geen probleem. Alle wachtrijen voor inchecken etc werden vermeden, met als resultaat dat we anderhalf uur voor vertrek alleen nog maar koffie zaten te drinken en tegen elkaar aankeken. Vervolgens mochten we als eerste het vliegtuig betreden en ja hoor: in Newark stond iemand met rolstoel te wachten die Willem onder haar hoede nam, zodat ik me met de bagage enzo kon bemoeien. De douane was coulant. Natuurlijk wel vingerafdrukken enzo, maar voor de rest was het gewoon gezellig. ‘Wat gaat u doen? Is dat nou duur zo’n camper huren? Ik ben jaloers. Nou veel plezier.’
Op het moment dat de begeleidende dame ons afzette bij een shuttle werd het hilarisch. Stonden we daar, met grote weekendtassen en nog wat kleingrut, plus Willem in de rolstoel. Ik had geen idee hoe ik dat allemaal voor elkaar moest boksen maar dat hoefde ook niet. Shuttle kwam, in een mum van tijd werd Willem met rolstoel en al ingeladen en onze bagage ook. Maar ja, het bleek slechts een gedeeltelijke shuttle. Een eind verderop werden we weer gedropt. Geen probleem. Terwijl ik Willem reed sjouwden twee als een duveltje uit een doosje komende jongens de bagage. Willem en ik riepen tegen elkaar dat we de bagage in Amsterdam allang kwijt waren geweest, maar hier niet. Volgende probleem was dat onze definitieve shuttle naar het hotel ineens 50 meter verderop stopte. ‘No problem’ riep een man. Ik sjeesde met Willem naar de shuttle, hij volgde me met de zware tassen. We waren diep geroerd door zoveel hulpvaardigheid. Toen kwam het klapstuk: de rit naar het hotel. Ik heb veel idiote chauffeurs meegemaakt, maar dit spande de kroon. De man reed als een gek, sneed, reed veel te hard, gierde door de bochten zodat we ons stevig vast moesten houden. Vanwege zijn accent waande ik me in een film van Jim Jarmusch. Willem en ik hadden allebei tranen in de ogen. Van het lachen. We waren in de VS! Dan de receptionist van het hotel waar we overnachtten, hij hielp met contact leggen met het camperverhuurbedrijf. ‘Relax’ riep hij steeds toen het eerst niet lukte, ondertussen zelf zo hyper als ik weet niet wat. Alweer Jarmusch. Het klapstuk van de eerste uren VS was het eten in het hotel: de bar zo weggelopen uit een schilderij van Hopper, aan de bar een vreselijk dronken vrouw en een op zoek zijnde man met bakkebaarden plus matje die iedere keer weer Johny Cash uit de juke box viste. Het eten? Enorme porties die we nog niet voor de helft op kregen.
Alles is hier groot, inclusief veel mensen, maar dan in de breedte. Over de enorme RV´s, dus campers, heb ik het een andere keer. Die zijn ook huge. Voor nu wil ik het over onze eerste avonturen in onze ´mini´ van 7,5 meter hebben. Het zweet brak me uit toen we em bij het camperbedrijf ophaalden, zeker omdat het een automaat was en de bediening anders dan de automaat waarin ik geoefend had. Na een korte uitleg hoe alles werkte, die we van de zenuwen natuurlijk onmiddellijk vergaten, werden we losgelaten. Gelukkig kregen we wel een boek met instructies mee, met een Nederlands deel. Het wegrijden ging niet bepaald vlekkeloos. Ik nam de bocht te krap, gaf teveel gas waardoor ik een deel van de stoep meenam. Het jongetje van het verhuurbedrijf zal bezorgd toegekeken hebben. Vervolgens boodschappen doen viel niet mee. Veel te veel en veel te grote verpakkingen. We moesten immers alles aanschaffen. En we moesten tanken, er zat maar voor 100 mijl benzine in het gevaarte… Bovendien schatte ik bij een zijweg een keer de afstand van twee auto’s plus onze lengte verkeerd in, zodat het even penibel werd. Uiteindelijk bereikten we zonder kleerscheuren onze eerste camping, 60 mijl verderop. We bleven een dag, in een poging van onze jetlag af te komen en de camper te leren kennen. Geen van beide lukte. Ik zocht me de pleuris naar van alles, werd midden in de nacht wakker met ogen op steeltjes en was van de rit. Ik vervloekte het bed. Het bed in onze eigen bus wint het qua comfort. Opmaken is een crime en omdat de matras met plastic omhuld is, dus glad is, vliegt het onderlaken alle kanten op. In een volgend reisverslag alles over hook up (watervoorziening enzo), waarvan ik vond dat we het niet nodig hadden, het geklooi om het voor elkaar te krijgen en meer van dit soort onzin.
Tot slot: we zijn Pennsylvania uit. Rariteiten zoals Amish meisjes die in flutjurken met een kapje op hun hoofd achter een elektronische kassa zitten en paard en wagens op de grote weg zullen we niet meer tegen komen. We hopen dat we ook minder tijd kwijt zullen zijn om ergens een biertje en wijn te scoren. Alhoewel, ook in het zuiden is er in sommige staten nog sprake van drooglegging.
Later meer
Grote groet
Anneke en Willem
Meer berichten
- ‘We zijn een gematigd dorp’
- Iedereen werkt, maar niemand komt vooruit
- Heb je ook nog belang bij een goedkope buggy, vraag ik als hij afrekent. Maar nee
- Mijn yogaleraar zegt altijd, we zijn onderweg, we hebben geen doel
- De fiets der dingen
- Seks en ontrouw, vraag ik, werd dat getolereerd door mijnheer pastoor op het dorp?
- Ik verkoop alleen boeken aan aardige mensen. Ik hoor een man die met zijn rug naar ons toe staat grinniken
- Voor je met het boek van Giphart begint zou ik eerst een glas wijn drinken. Dan is het misschien te verdragen
- Ik zou aan Friesland genoeg hebben als men daar wat mannelijker was
- Architect Johan Sijtsma: we bouwen de kleren van de keizer
- Overal ziet Geert Mak Kaasjagers – Bij de PC in Franeker zitten ze in een bonbondoos langs het speelveld. Ik dacht dat het een grap was
- Carver vraagt faillissement aan – Investeerders NOM en FOM hebben iets uit te leggen
- Willem Winters overleden – Van mij mag het vaker, zo’n draaiorgeltreffen
- Peter Karstkarel: Het Fries Museum volg ik niet zo. Het is weinig opwindend
- Corona en Corruptie
- Jan Atze Nicolai – Bouwen voor de prins
- Nassautours – Wandelen met echt Liwwadder gidsen
- Bij de teloorgang van Zalen Schaaf – Piet van der Wal en Hendrik ten Hoeve draaien zich om in hun graf
- Ik kom er niet achter, want de mevrouw houdt het stevig vast
- Af en toe moet je je verlies nemen en als boekverkoper een boek verkopen
- Topkok Marijke van Essen: Ik ben razend. Trek je mond open over alle rekeningen/heffingen/bijdragen/afdrachten
- Winstmakende Harmonie zonder programma en personeel kan verder als perpetuum mobile
- Commissaris van de Koning Brok steekt een hart onder de riem
- Column Leendert Plaisier – Nul Procent
- Kees van Anken: Lazarus in Leeuwarden
- Johan Lambregts: Meer zorg met minder verpleegkundigen
- Kees van Anken – Festivalkoorts
- ‘Shared Space’
- Wifi-me-niet-register
- Eelke Lok – Skutte
- Waarom ligt Baudet niet in de boekhandel? Van der Velde, wat maak je me nou?
- Kees van Anken – Waar staat de pindakaas?
- Veiligheidsregio en FUMO een gelukkig paar?
- Kees van Anken – Klein behuisd
- Kees van Anken – De aarde draait door
- Huub Mous: ‘Ik ben boos!’
- Kees van Anken – Artikel Vijf: Operatie Zwerfsteen
- Klaas Kasma: Ik ben allergisch voor bier
- Wie in de jury gaat zitten voor de prijsvraag voor Zalen Schaaf is een grote sukkel
- Klaas Kasma: Wat hebben we toch een reuzenkeutel van een burgemeester



