Festivals dreigen weer eens met vertrek en het plenst krokodillentranen. Geen analyse van de oorzaken, een professionele journalist zou zich kunnen afvragen: Waarom wordt Stichting Groene Ster Duurzaam zo vaak in het gelijk gesteld? Zijn er niet meer tegenstanders? Vast wel, maar die hebben geen juridische poot om op te staan. Ik kan het weten, samen met iemand anders het allereerste bezwaarschrift tegen een festival in recreatiegebied de Groene Ster ingediend. De eerste editie van Welcome to the Village. Onafhankelijke bezwaarschriftencommissie bevestigt ontvangst en laat weten dat de hoorzitting na afloop van het festival plaatsvindt. Zoiets overkomt je maar een keer, mijn mede-indiener geen tweede keer. Sindsdien is het standaard om na het indienen van een bezwaarschrift een voorlopige voorziening aan te vragen, wil je materieel invloed uitoefenen dan heb je geen keus. Nergens lezen we dat het duo vergunningaanvrager – vergunningverlener dit gedrag zelf uitlokt. De gemeente Leeuwarden verklaarde mij niet-ontvankelijk, ik woon op te grote afstand van de festivals. Ik heb geparticipeerd in de meest recente herinrichting van het gebied waar ik het hele jaar hardlopend aangetroffen kan worden. Heb derhalve inhoudelijk alle belang bij een toegankelijke Groene Ster, ben desondanks geen belanghebbende in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht en mag daarom niet participeren in juridische procedures. Alleen mensen die op een bepaalde afstand van de festivals wonen mogen bezwaar aantekenen.
Gelet op het feit dat Groene Ster Duurzaam niet zelden in bodemprocedures door de bestuursrechter in het gelijk wordt gesteld, is kennelijk ook die van mening dat een en ander niet volgens de regeltjes verloopt. Rijst de vraag: Waarom zien de festivalorganisaties geen kans om aan bekende regeltjes te voldoen? Deel van het antwoord: de vaste kern is te klein t.o.v. de vrijwilligers om opgedane kennis en ervaring over te dragen. Elke editie een nieuwe lichting vrijwilligers die nagenoeg bij nul begint, zelfs voor de jaarlijks terugkerende zaken wordt geen checklist gehanteerd. De prikkel om wat te leren ontbreekt, een festival gaat ondanks gebreken toch wel door. De voorzieningenrechter durft het niet aan om een festival te verbieden, werpt de stichting wat kruimels toe in de vorm van aangescherpte regels. Vervelend voor de festivalorganisaties want elke keer andere. En maar klagen over de kosten van juridische procedures, de organisaties roepen dit over zichzelf af en hebben anderszins hun zaakjes niet op orde. Creatieve concepten bedenken om bezoekers te trekken kunnen ze wel, de rest is projectmanagement en logistiek waarbij geen centimeter vooruitgang wordt geboekt.
De partij die de drie jaarlijkse festivals mogelijk maakt kan het meeste leren maar doet dat niet. Ambtenaren van de gemeente Leeuwarden verwarren de kaart van een gebied met het gebied zelf. Kaarten zijn bedoeld om te (kunnen) navigeren, hoe kom ik van A naar B en waar moet ik onderweg op letten? Een kaart zegt niks over het feitelijke gebruik van een gebied. Desondanks proberen ambtenaren achter een bureau op het gemeentehuis “oplossingen” te bedenken die uiteraard niet werken. Gemeente Leeuwarden en de festivalorganisaties houden elkaar lelijk in de tang in de Groene Ster.
Stichting Groene Ster Duurzaam doet wat de gemeente nalaat: opkomen voor de belangen van andere gebruikers van het gebied. Goed beschouwd is dat om te huilen, overheden behoren het algemene belang te dienen. Journalisten van de Leeuwarder Courant schrijven hier nooit over, de festivalliefhebbers aldaar zijn dan ook niet professioneel.




