De hang naar steeds groter heeft al veel charmante zaken kapot gemaakt
Heropvoering Nieuwestad
Door André Keikes
De tijd staat niet stil en wat geweest is komt nooit meer terug. Het kan gewoon niet, dat is bekend, maar soms zou je best eens willen ingrijpen. Niet een beetje, maar tot in detail.
Met heel veel geld en energie zou het moeten kunnen om de Nieuwestad en de belangrijke winkelstraten daar omheen helemaal terug te bouwen naar het beeld van de late jaren vijftig, vroege jaren zestig. Dat zal nog niet meevallen. Zo heb je de Achmeatoren en het nieuwe Provinsjehûs, die overal bovenuit steken, maar daar gooien we dan wel een doek overheen. De rest moet te doen zijn.
Via crowdfunding, want we leven nu immers wel in de eenentwintigste eeuw, gaan we de benodigde miljoenen binnenslepen, want subsidie zullen we er wel niet voor krijgen. En dan kan het beginnen, het zoeken van de architecten, de bouwvakkers en de acteurs, want alles moet kloppen. In Ivoorkust hebben ze het Vaticaan nagebouwd, in Japan stukken van Amsterdam, dus geen gemor dat dit onmogelijk is. En daarna gaan we met elkaar lekker jaren zestigje spelen.

Foto: HCL
Compleet
Binnensteden boden alles, maar móesten ook alles bieden. In de eenentwintigste eeuw zijn centrumwinkels misschien wel eerder een aanvulling op andere aanbieders elders. Wat kom je immers nog te kort als je door de Makro bent gelopen, de Albert Heijn XL, de Intratuin of de Praxis? Ook steeds meer detailhandel verplaatst zich naar de randen van de stad. Achter het Crystalic zaten jarenlang ondernemers die eerst hun winkels in de binnenstad hadden, Tabbers verlichting bijvoorbeeld en Wielinga bedden, maar ze keerden terug: naar het Zuiderplein. Want aan de stadsrand hadden ze dan wel een zee aan ruimte, kon je je auto makkelijk kwijt, maar niemand wandelt er eens spontaan langs.
In de jaren zestig vond je werkelijk alles bij elkaar: de ultieme plek om te winkelen, terwijl de gang naar de Nieuwestad toen vooral was ingegeven door noodzaak. Ook de wasserijen Palthe en Krom zaten hartje stad, net als de fotozaken van Bleeker en Duiker. Gek genoeg kwam het woord shoppen in zwang op het moment dat het slechter begon te gaan met het centrum en de noodzaak om er heen te gaan grotendeels verdwenen was.
Maar moeten grote elektrische apparaten dan per se buiten het centrum gekocht worden? Niemand vervoert toch zelf zijn koelkast of wasmachine? Koelmans en Van der Lep, opvolger van Buwalda aan de Nieuwestad, bewijst dat het ook vanuit het centrum kan. Je ziet er rijen modellen en ze worden aan huis bezorgd en aangesloten. Ja, op winkelplein De Centrale staan er misschien nog meer, maar toch weer minder dan op internet. Zo blijven we bezig. En meubels hebben vaak een levertijd van enkele weken, die kunnen hoe dan ook niet meteen mee.
Je kunt ook de Harmonie wel op bedrijventerrein De Hemrik neerzetten of naast het nieuwe Cambuurstadion, maar wat er dan ontbreekt is het uitgaansgevoel. De hang naar steeds groter heeft al veel charmante zaken kapot gemaakt. In Utrecht werden vrijwel alle intieme theatertjes gesloten om ze samen te brengen in het omvangrijke nieuwe Vredenburg. En de plannen van Pathé om in Leeuwarden een groot bioscoopcomplex naast de Harmonie neer te zetten, waar je voor een film incheckt als voor een vlucht op een luchthaven, past ook in dat beeld. En dan mag je nog blij zijn dat dat gebouw in het centrum komt, het Casino staat al buiten de rondweg. Efficiënt is het zeker, maar gezellig is anders. Alsof je alle café’s samenbrengt in één megadranklokaal. Dan wordt het een kwestie van ‘efficiënt doordrinken’ en daarna direct op huis aan. Schaalvergroting heeft soms bepaalde voordelen, maar waar het gaat om zaken die onze leefomgeving beïnvloeden en zo onze emoties bespelen, moet je er voorzichtig mee zijn.
De verandering van kleine speciaalzaken in het oude centrum naar megazaken aan de rand van de stad, is misschien nog wel het meest het gevolg van de op alle gebieden voortschrijdende Amerikanisering. Daar, in dat uitgestrekte land met steden zonder historische centra, draait alles om veel, groot en efficiënt, nauwelijks om esthetiek. Dat shoppingmall-model zonder nadenken toepassen in de Europese steden brengt veel schade toe aan de fijnzinnige kleinschaligheid die bij Europa hoort. Strakke glazen puien, gigaletters op zuurstokkleurige reclameborden, alleen maar graaibakken en tl-buizen resulteren in een desolaat uitziende armoedigheid. Juist omdat de oorspronkelijke panden daar niet op zijn afgestemd. Als een oude man in een fluorescerende zwembroek.
Die benadering van veel, groot en efficiënt is ook ontmoedigend voor de mensen die geen radertje willen zijn in een mondiaal opererend bedrijf, maar liever een eigen winkel zouden openen. Daar nu nog aan beginnen, mag je beslist een moedige stap noemen. Toch kun je je branches voorstellen waar internet of supermarkten geen of weinig vat op hebben. Bruidsmodezaken bijvoorbeeld, kappers, goed gesorteerde viswinkels en banketbakkerijen, bloemenwinkels, tattooshops, galeries met unieke kunstwerken, echt ambachtelijke zaken met maatwerk, zoals die van edelsmeden en de betere kleermakers. Het is moeilijk in de eenentwintigste eeuw, maar niet onmogelijk, zeker als je als winkelier beschikt over een flinke dosis oprechte vriendelijkheid.
En wat de gemeentes hier aan kunnen doen, is het vereenvoudigen van regels en zo mogelijk verlagen of afschaffen van belastingen, want die zijn sinds de jaren vijftig en zestig ook in aantal toegenomen dan wel verhoogd. De onroerendezaakbelasting bestaat sinds 1975 ter vervanging van personele- en grondbelasting, maar heeft sindsdien een vlucht genomen. Er bestaan daarnaast reclame- en precariobelastingen, die al beginnen bij een simpel reclamebord, maar ook gelden voor luifels, uitstallingen en terrassen. En wie het waagt een terrasstoel neer te zetten buiten een in het plaveisel geslagen nopje, zal er van lusten. Je kunt weemoedig terugdenken aan de rijkdom van de vroegere binnenstad, maar je kunt niet voorbijgaan aan deze vormen van ondermijning van de vitaliteit. Zouden die rare, kleine winkeltjes van destijds hebben kunnen bestaan met een vergelijkbare regel- en belastingdruk als we vandaag de dag kennen?
Ook om een ‘vrijetijdswinkel’ te beginnen, moet je aan alle regels voldoen. Dat wil zeggen een winkel van mensen die hun geld (grotendeels) elders verdienen, maar het leuk vinden in een binnenstadspand boven een winkel te wonen en enkele dagen per week de deuren te openen. Het wordt daarmee niet meer zoals vroeger, maar het pand staat in ieder geval niet langer leeg en wordt goed verzorgd. Bovendien is het rond het weekend open voor specifieke liefhebbers. Dat is in alle opzichten goed voor de stad en de mensen.
Na de jaren zestig veranderden ook steeds meer winkelpanden in een soort half-kantoren. Reisbureaus, uitzendbureaus, mobiele telefonie, makelaars, bankkantoren. Niet meteen plekken die de levendigheid erg bevorderen, al hoorden ze er wel bij in het binnenstadsleven van destijds. Zoals ook de Rooms-Katholieke Openbare Bibliotheek in de Weerd, de Openbare Bibliotheek aan de Tweebaksmarkt en de Jeugdleeszaal in een bovenzaaltje aan de Voorstreek, niet ver van de Tuinen, erbij hoorden tot ze gezamenlijk naar het Beursgebouw verhuisden.
Die Jeugdleeszaal was een plek, waar de vrouwelijke medewerksters een rol vervulden als juf. Ze kenden alle kinderen van hun twee- of driewekelijkse bezoek aan de oude bovenwoning met uitzicht op de winkels aan de gracht. Ze benadrukten dat je op tijd terug moest komen met je geleende boeken en maakten je ook gemakkelijk enthousiast voor een nevenactiviteit, die een link hadden met boeken. Samen heksen maken van schuimrubber bijvoorbeeld, omdat dat het onschuldige thema van de Kinderboekenweek was dat jaar. Daar kon je een prijs mee winnen: een leesboek. En daar deed je dan verschrikkelijk je best voor.
Lissone Lindeman, Hoogstins en Wagons Lits-Cook waren reisbureaus waar de betrekkelijk weinigen die verder reisden of zelfs vlogen graag kwamen, ze hoorden bij het plaatje. Kantoren met houten balies, waarop soms kartonnen displays stonden van een vliegtuigmaatschappij of een vlaggetje van een ver land. En er waren rekken met massa’s foldertjes. Pas als de reisbureaumedewerker er van overtuigd was dat je serieus van plan was je koffers te pakken, gaf hij ze mee. Hele stapels in een plastic tasje alleen maar ter oriëntatie kwam pas veel later. Op zich zijn zulke kantoren natuurlijk ook een deel van het zakencentrum van een stad, maar als er steeds minder levende winkels tegenover staan, verarmt toch het beeld.
Meer berichten
- Ik heb Klaver er nooit over gehoord, zoveel oog voor duurzaamheid en het milieu heeft hij blijkbaar niet
- De Tweede Kamer begrijpt vrije nieuwsgaring niet en parlementaire journalisten vinden dat prima
- Bauke Beert Keizer (FNP): minder regels en meer genieten
- GL/PvdA: evenementen terug in de Groene Ster – Reactie GB058: die hebben jullie er zelf uitgejaagd
- Te veel mensen laten geld liggen: automatisch zorgtoeslag toekennen is oplossing
- Immaterieel erfgoed heggenvlechten en woonwagencultuur in de schijnwerpers
- Hoe hou je vrijwilligers vast?
- Raad wil wel sanctie tegen raadslid Saida Youssef maar doet het niet
- F-35-personeel traint verdediging NAVO met Amerikanen in Utah
- Douwe Egberts spaarprogramma (al 100 jaar) met waardepunten gaat weer van start
- De grutto’s en de kieviten weten nog van niets, maar hun wereld staat op het spel
- Loonkloof in acht jaar gehalveerd, vrouwen aan de top verdienen nog altijd fors minder
- Huren bij de Boer moet betaalbaar plattelandstoerisme behouden
- Abel Reitsma: Het CDA staat voor een redelijke en genuanceerde politiek – ‘Papa, waarom ga je weer weg?’
- Economie kraakt: conflict Midden-Oosten jaagt energie- en transportprijzen omhoog – Koopkracht wordt uitgeknepen
- FNP: waarom vinden er nog steeds werkzaamheden plaats aan de Troelstraweg?
- Onderzoek concludeert: raadslid Youssef (GroenLinks/PvdA nu SLIM) schond de Gemeentewet
- Tineke Kamminga-Huizenga: een asielzoekerscentrum tegen de hekken van de vliegbasis dat is toch mensonterend?
- Ambtenaren: geen wijksafari, maar meewerken in de wijk
- Technieksector bereidt zich voor op sabotage, stroomuitval, conflicten en crisis
- Inwoners Wergea: gemeente is bang voor woningcorporatie – Directeur Amaryllis moet zijn gezicht hier eens laten zien
- Politiek Café Leeuwarden met Cees de Snoo (CU), Jan-Willem Tuininga (FNP), Johannes Beers (PvdD), Thomas Hooft (D66) en Wieke Goudzwaard (CDA)
- Traditionele criminaliteit zoals diefstal en geweld gelijk gebleven
- Meer mensen voelen zich onveilig – Jonge vrouwen voelen zich het vaakst onveilig
- Politici kunnen goed praten, maar nauwelijks luisteren
- Als kandidaat-raadslid voor een lokale partij kijk ik met gemengde gevoelens naar tv-commercial
- Afscheid van Hilda Snippe als voorzitter Werkgroep Toegankelijkheid Leeuwarden
- Wat als we onze boodschappen zelf regelen?
- Henk van den Borg (84) overleden – De gemeenteraad moet akkoord gaan met nieuw Cambuurstadion en de wethouder laten tekenen voor plan zonder losse eindjes
- GB058: Het beleid voor senioren is ondergesneeuwd en staat bol van de goede bedoelingen met plannen die niet of onvoldoende worden uitgevoerd
- Ik kijk pas weer op uit het boek als er een mevrouw naast me staat te kuchen
- Sint Jozefbrug weer open na vernieuwingswerkzaamheden
- Janneke de Boer: doe eens iets aan het onderhoud zoals los liggende tegels
- Arcadia zoekt een artistiek leider (24-32 uur)
- Even bellen met Eddie de Vries, voorzitter van de Friese reizigersvereniging
- De Kahlmann-kramp: Waarom de censuurclown het theater vermoordt
- Aldi op plaats Skilhiem in Stiens? – Waarom weten wij dat niet: hotel in Belastingkantoor? – Bloembak dicteert inrichting Ruiterskwartier?
- Finse lessen voor een vergrijzend Nederland
- Advocaten gebruiken AI in rechtszaken op de verkeerde manier
- Steeds meer statistieken ook voor wijken en buurten beschikbaar







