Vakjury architectuur mist zelfonderzoek – zorgen rond ontwikkeling Techum
(tekst: juryrapport)
Rapport vakjury Architectuur- en duurzaamheidsprijs Leeuwarden 2010, De Gouden Oldenhove
Het College van B&W van Leeuwarden reikt dit jaar voor het eerst de tweejaarlijkse gemeentelijke Architectuur- en duurzaamheidsprijs De Gouden Oldenhove voor woningbouw uit. Daarmee wil de gemeente innovatieve en spraakmakende woningbouw stimuleren, waarbij het samengaan van duur-zaamheid en architectuur voorop staat. Dat is een belangrijk initiatief, omdat hiermee een gesprek op gang komt over de kwaliteit van wat er is gebouwd. Mogelijk draagt dat gesprek bij aan de idee�nvor-ming over het bouwen in Leeuwarden in de toekomst.
Met deze prijs sluit Leeuwarden aan bij een toenemend aantal gemeenten dat de laatste jaren een architectuurprijs instelt om de oogst van nieuwe ruimtelijke projecten onder de loep te nemen. Leeuwar-den is de eerste die de architectuurprijs in zijn naamgeving direct koppelt aan duurzaamheid. De gemeente heeft zich immers voorgenomen om binnen tien jaar een klimaatneutrale stad te zijn. Juist in de bouw kan daarbij veel winst worden behaald.
De prijs is gericht op woningbouwprojecten; in het bijzonder op
� nieuwbouw- of renovatieprojecten,
� opgeleverd in de afgelopen zes jaar, van 2004 tot en met 2009,
� binnen de gemeentegrenzen van Leeuwarden, en
� ontworpen door een geregistreerd architect.
De vakprijs bestaat uit twee prijzen: ��n in de categorie van woningbouwprojecten in de huursector beneden de grens van de huurtoeslag of koopwoningen met stichtingskosten tot � 200.000, en ��n in de categorie van alle andere nieuwbouwwoningen die aan de bovengenoemde eisen voldoen.
12 genomineerde projecten
Na een openbare oproep om projecten voor te dragen, werden 19 projecten ingediend. Deze projecten zijn in een eerste selectie getoetst aan voornoemde criteria met als resultaat dat 12 projecten werden genomineerd. E�n van de bureaus, TWA Architecten, is verantwoordelijk voor het ontwerp van vier van de projecten.
Vijf projecten vallen in de 1e categorie, zeven in de tweede. De 1e categorie bevat woningbouwprojecten met 27 tot 115 woningen in opdracht van marktpartijen; in de 2e categorie gaat het vooral om vrijstaande, grondgebonden woningen in particulier opdrachtgeverschap.
Met de nominatie van deze 12 projecten wil de jury de architecten van harte feliciteren.
Projecten 1e categorie
1. Project: 48 koopwoningen Ee-burg toren, Taco van der Veenplein, Vrijheidswijk
Ontwerp: Jurjen van der Meer en Jochem Koster (De Zwarte Hond)
Opdrachtgever: Nieuw Wonen Friesland
Oplevering: 2006
2. Project: 27 huurwoningen, Canadezenlaan, Vrijheidswijk
Ontwerp: Rudy Uytenhaak (Rudy Uytenhaak Architectenbureau)
Opdrachtgever: Elkien
Oplevering: 2009
3. Project: 34 koopwoningen, Wierum en Laaxum, Oostersingel
Ontwerp: Bauke Tuinstra (TWA Architecten)
Opdrachtgever: WoonProject Grou
Oplevering: 2005
4. Project: 31 koopwoningen en 16 huurwoningen, Techum, Zuidlanden
Ontwerp: Pieter Wester (INBO architecten)
Opdrachtgever: Heijmans Vastgoed BV Assen
Oplevering: 2008-2009
5. Project: 155 te koop aangeboden woningen, Vegelinbuurt, Achter de Hoven
Ontwerp: Doeke van Wieren (TWA Architecten) & Kees de Haan (Jelle de Jong Architecten) Opdrachtgever: WoonProject Grou
Oplevering: 2006
Projecten 2e categorie
1. Project: 4 koopwoningen, Glinswei, Hempens Teerns
Ontwerp: Rein de Valk (Architectenburo Rein de Valk)
Opdrachtgever: Planhus, Leeuwarden
Oplevering: 2008
2. Project: Vrijstaande koopwoning, Nicolaesleane, Zuiderburen
Ontwerp: Bauke Tuinstra (TWA Architecten)
Opdrachtgever: Particulier
Oplevering: 2008
3. Project: Vrijstaande koopwoning, Noarderstienplaat, Zuiderburen
Ontwerp: Bauke Tuinstra (TWA Architecten)
Opdrachtgever: Particulier
Oplevering: 2006
4. Project: Vrijstaande koopwoning, Jacob van Wieringerstrjitte, Blitsaerd
Ontwerp: Hans Heijdeman (ir. Hans Heijdeman architect)
Opdrachtgever: Particulier
Oplevering: 2007
5. Project: Vrijstaande koopwoning, Liespolle, Blitsaerd
Ontwerp: Marten Atsma (Marten Atsma Architect)
Opdrachtgever: Particulier
Oplevering: 2008-2009
6. Project: Vrijstaande koopwoning, Moleplaat, Zuiderburen
Ontwerp: Haiko Meijer en Alex van de Beld (Onix)
Opdrachtgever: Particulier
Oplevering: 2005
7. Project: Vrijstaande koopwoning, Boxumerdijk, Goutum
Ontwerp: Hans Achterbosch (Achterbosch Architectuur)
Opdrachtgever: Particulier
Oplevering: 2008
De beoordeling
De gemeente vroeg drie onafhankelijke juryleden deze projecten te beoordelen:
Marijke Martin, universitair hoofddocent moderne architectuurgeschiedenis aan de Universiteit van Groningen;
Stefan Witteman, architect-directeur KOW Amsterdam en winnaar van de prijsvraag Duurzaamheids-centrum Afsluitdijk, en
Cilly Jansen, architectuurhistoricus en directeur Architectuur Lokaal (voorzitter).
Bij zijn beoordeling werd de jury bijgestaan door Anita van der Werf en Gerk Jan Kuipers van de gemeente Leeuwarden.
Aan de jury werd gevraagd de projecten te toetsen aan de volgende criteria:
� landschappelijke of stedelijke inpassing in de bestaande omgeving,
� functionaliteit, architectonische verschijningsvorm en uitstraling,
� voorbeeldfunctie in architectonisch opzicht,
� materiaalgebruik, montage- en productiemethode in ontwerp, uitvoering en detaillering,
� levensloopbestendigheid in relatie tot hergebruik en veranderende functionele eisen, energe-tische aspecten, en de belasting voor milieu en veiligheid.
Over het geheel genomen constateerde de jury allereerst dat de afgelopen zes jaar jaarlijks gemiddeld 700 nieuwe woningen zijn opgeleverd in Leeuwarden, en daarmee over de hele periode ruim 4.000. De genomineerde projecten bevatten samen ruim 300 woningen – dat komt neer op de productie van ongeveer een half jaar. De geografische spreiding blijkt ruim; de projecten liggen zowel in de oudere stadswijken als in de uitleglocaties in het noorden en zuiden, en het buitengebied van de stad.
Bij de beoordeling van de projecten heeft de jury zich gebaseerd op de informatie die door de architecten zelf is verstrekt aan de hand van een vragenformulier, en op locatiebezoek. De jury heeft de projecten op zichzelf, maar ook in vergelijking tot elkaar besproken, uitgaande van de thematiek die in de beoordelingscriteria is vervat.
Duurzaamheid
Uit een aantal, soms zeer algemeen geformuleerde visies bij de projecten, lijkt het beeld te ontstaan dat duurzaamheid vanzelfsprekend is. Het zou daarbij allang om meer gaan dan alleen energiebesparing en zorgvuldige materiaalkeuze. Sommige architecten introduceren daarom het begrip �houding�. Desondanks wordt in een aantal projectbeschrijvingen niet of nauwelijks aandacht besteed aan een specifieke invulling van duurzame ambities of aan energetische of materi�le maatregelen. Bij andere projecten is de informatie juist persoonlijk en gedetailleerd.
1e categorie
In de 1e categorie wordt alleen bij de Vegelinbuurt en het Van der Veenplein gewezen op het belang van het terugdringen van fossiele energie en lager energieverbruik. Bij de helft van de projecten komt de materiaalkeuze aan bod; dan gaat het vooral om beperking van de onderhoudskosten. Flexibele plattegronden zijn een aandachtspunt bij het Van der Veenplein. Bij dit project worden ook verkorting van de bouwtijd, de bouwmethodiek en vermindering van transportkosten door inzet van lokale aannemers als duurzame kwaliteiten genoemd. De prefab gevels in baksteen en kunststof kozijnen beperken het onderhoud tot een minimum. In de Vegelinbuurt worden maatschappelijke duurzaamheid en bewonerstevredenheid naar voren gebracht. De herstructurering heeft geleid tot een omslag van ach-terstandswijk in een buurt waarvoor wachtlijsten gelden. Het woonblok aan de Canadezenlaan onder-scheidt zich door meervoudig grondgebruik. Ook het gebouw aan de Oostsingel verwijst naar het duurzame ideaal van de compacte stad ter bescherming van het open landschap.
De jury vindt het jammer dat bij het project in Techum, toch de start van een nieuwe wijkontwikkeling in het buitengebied, geen informatie over duurzaamheidsambities of -maatregelen is verstrekt. De gemeente overigens is in deze wijk zelf een grote innovator bij het leveren van duurzame energie en warmte met biogas vanuit een nabijgelegen veehouderij, waarvoor ook in het buitenland belangstelling is gebleken.
2e categorie
In de 2e categorie gaat het om zes vrijstaande woningen in particulier opdrachtgeverschap, en ��n project van 4 woningen in de marktsector. Bij kleinschaliger opgaven spelen andere ambities en lijkt meer mogelijk te zijn. Er is meer ruimte voor experimenten met materialen, verwarming en ventilatie, en voor de integratie van locatiespecifieke gegevenheden. Bij de particuliere woningbouw is de relatie tussen opdrachtgever en architect over het algemeen persoonlijker dan bij de seriematige woningbouw. Vooral de beschrijvingen bij de projecten Moleplaat, Van Wieringerstrjitte en Liespolle zijn daarvoor illustratief. De betrokkenheid van de betreffende opdrachtgevers maakt voor de architecten van deze woningen het meest nadrukkelijk deel uit van het goede resultaat. Met een opdrachtgever die werkelijk inzet op duurzame ambities en die het experiment niet schuwt kan meer winst worden behaald, zo blijkt.
Een ander verschil met de 1e categorie is dat bij de particuliere opdrachten juist langzamer bouwen als kwaliteit wordt gezien. Flexibiliteit en constructie laten ruimte om, wanneer er gespaard is, latere sa-menhangend uitbreidingen toe te voegen, zoals extra kamers, zonnepanelen of een tuinhuis. Duurzaam materiaalgebruik en -technieken worden in een aantal projectbeschrijvingen expliciet benoemd. Het project aan de Glinswei maakt gebruik van gebalanceerde ventilatie en houtskeletbouw. De woning aan de Noarderstienplaat is bekleed met onderhoudsvrij cederhout en heeft lage temperatuur verwarming. Een warmtepomp wordt toegepast bij Liespolle en bij de woningen aan de Nicolaesleane, de Boxumerdijk en de Van Wieringerstrjitte. Bij het laatstgenoemde ontwerp is hergebruik van materialen door middel van demontabele bouwelementen een belangrijk thema.
Tenslotte wordt bij nagenoeg alle projecten in de 2e categorie waarde gehecht aan passieve zonne-energie, flexibiliteit en hoge isolatiewaarden van gevel en dak. Bij de Moleplaat wordt de duurzaamheid van de woning beschreven vanuit ecologische, economische en sociale aspecten, mede in het verlengde van regiospecifieke woningbouw. Aan de Boxumerdijk zijn de locatiespecifieke gegevens van het landschap – zowel cultureel als historisch – onderdeel van de duurzame visie en bepalend voor het ontwerp.
Kort gezegd waren de beschrijvingen zeer wisselend: zakelijk of persoonlijk, uitgebreid of minimaal, algemeen of projectspecifiek en een enkele keer volledig afwezig.
Met het oog op een goede beoorde-ling door de jury komt daar nog bij dat duurzaamheid of het effect daarvan niet altijd zichtbaar is – met uitzondering van bijvoorbeeld zonnepanelen, maar die heeft de jury bij geen van de projecten gezien. Zonnepanelen werden bij enkele projecten hooguit genoemd als een wens op termijn.
De beoordeling werd bovendien bemoeilijkt doordat de woningen zelf niet konden worden bezocht en de jury geen bewoners heeft kunnen spreken. Inzicht in functionaliteit, flexibiliteit, effect van technische ingrepen en samenhang hiervan met het architectonisch ontwerp is daardoor beperkt gebleven.
Voor een volgende prijs beveelt de jury daarom aan, de projectarchitecten specifieker informatie te vragen over de beoogde en behaalde resultaten op het gebied van duurzaamheid, en te bezien of ook het interieur van de projecten kan worden bekeken.
Ondanks deze beperkingen constateert de jury toch, dat duurzaamheid in de praktijk nog niet zo van-zelfsprekend is als in eerste instantie gesuggereerd werd en wellicht gewenst is. Vooral bij projectont-wikkeling is duurzaamheid nog weinig experimenteel en vooral gericht op kostenbesparing. Bij klein-schaliger, particuliere opdrachtgevers blijkt meer mogelijk. Wellicht kan de gemeente een stimulerende rol spelen om vooral de marktpartijen te bewegen tot de noodzakelijke versterking van duurzame ambities en toepassing daarvan in de praktijk.
Ruimtelijke context en architectonisch ontwerp
De jury was enthousiast over de verbreding van het begrip duurzaamheid in termen van maatschappe-lijke, landschappelijke of sociale verantwoordelijkheden in aan aantal toelichtingen. Daarmee komen we op het terrein van de ruimtelijke ordening, waarbij ook de gemeente een bepalende en initi�rende rol speelt.
Duurzame stedenbouw is weliswaar nog geen ingeburgerd begrip, maar thema�s als cultureel bewustzijn van bestaande stedelijke en landschappelijke structuren, het belang van een zorgvuldig ingerichte publieke ruimte, herbestemming en verdichting of intensivering staan wel degelijk op de agenda�s. Ook zonder dat het etiket duurzaamheid daarop geplakt is. Wat de jury betreft gaat het dan om het noodzakelijke besef dat architectuur, in de zin van een enkelvoudig gebouw of ensemble, via programma, beeld en ervaring onderdeel is van een bredere stedelijke of landschappelijke context. En daarmee het lange termijn proces waarmee het sleutelen aan stad en landschap gepaard gaat.
Voor veel van de ingezonden projecten kan de architectuur onmogelijk los van die context beoordeeld worden. Dat geldt zeker voor de projecten uit de 1e categorie die op grond van hun opgave allemaal betrekking hebben op grootschaliger ingrepen. Tijdens de locatiebezoeken heeft de jury ervaren dat precies die ruimtelijke samenhang tussen architectuur en bredere ruimtelijke context nog niet zo�n gemakkelijke opgave is. Zij kan zich voorstellen dat juist bij de totstandkoming van een zorgvuldige verhouding tussen de verschillende ruimtelijke schaalniveaus een rol voor de gemeente als regievoerder is weggelegd.
1e categorie
Binnen de 1e categorie is bij alle projecten sprake van een vorm van herstructurering; een cruciaal thema binnen de huidige ruimtelijke opgaven in Nederland.
Het project aan het Van der Veenplein maakt deel uit van de herstructurering van een in alle opzichten gevoelige erfenis, waarvan de gesloopte galerijflats van Van den Broek en Bakema de fysieke symbolen kunnen worden genoemd. De woontoren die De Zwarte Hond hier heeft ontworpen maar deel uit van het nieuwe stedenbouwkundig plan dat door ditzelfde bureau is genaakt. De jury constateert dat het plangebied als geheel aanleiding geeft tot een doorlopende groene zone, begrensd door de Dokkumer Ee, en in het hart voorzien van nieuwe, met diezelfde Ee verbonden waterlopen waaraan eengezinswoningen zijn gesitueerd. Op afstand gaat van de compositie van objecten in het groen een krachtige werking uit. De jury waardeert de keuze voor de hoogbouwaccenten langs de oever, maar vindt het jammer dat een visuele en ruimtelijke samenhang tussen de plandelen langs het water en het centrumgebied niet overtuigend tot stand is gekomen. Het park verliest aan zeggingskracht op maaiveldniveau door de barri�rewerking van het parkeerterrein en de gesloten plinten van de woon-gebouwen langs de Dokkumer Ee. Een directe relatie met het water in de openbare ruimte wordt vooralsnog verder verhinderd door plaatsing van een forse haag. De jury is positief over de sculpturale vormgeving en de kleurstellingen van het torengebouw.
Het complex aan de Canadezenlaan in de Vrijheidswijk toont een overtuigend, stoer beeld van winkel-centrum en daarboven gelegen woningen. De beide, haaks op elkaar geplaatste straatgevels defini�ren de openbare ruimte op een heldere manier. Deze indruk wordt echter teniet gedaan door het gebrek aan karakter van het gebied dat aan de achterzijde door de twee bouwschijven wordt ingeklemd. Dit wordt niet opgelost door de massieve, sculpturale opgang van het parkeerterrein op het eerste niveau. De jury plaatst vraagtekens bij de keuze voor een opgetild parkeerdek waaraan een deel van de galerijwoningen wordt ontsloten, en waar de auto�s direct langs op- en afrijden. De supermarkt wordt vanaf het binnenterrein ontsloten. Juist omdat het gebouw hierdoor omgeven is door openbare ruimte, zou het volgens de jury een alzijdig karakter moeten hebben.
De aansluiting van het complex op de bestaande woningen aan de achterzijde is rommelig en onduidelijk; de publieke ruimte waaiert op rafelachtige wijze in directe omgeving uit. Hoewel de jury niet beschikte over informatie voor de verdere herinrichting van dit gebied, is zij er niet van overtuigd dat hier een nieuw centrum is ontstaan dat naadloos in de omgeving past. Zij constateert dat het nog steeds een lastige opgave blijkt om winkel-, woon- en parkeerfuncties op een bevredigende wijze te combineren en acceptabel in te passen in bestaande woongebieden.
Met de beide moderne pakhuizen langs de Oostersingel is de architect er ontegenzeggelijk in geslaagd de singel zowel in maat als in schaal op dit punt aan te helen en een nieuw elan te geven. Tegelijkertijd verliest dat sterke gebaar aan kracht door de wijze waarop het ensemble op het niveau van de zijgevels uiteenvalt in twee gebouwdelen, en door de in kleur en materiaal sterk afwijkende, modieuze balkons die aan de achtergevel gehangen zijn. Hierdoor komt een relatie van het gebouw met de karakteristieke, maar uiterst ingetogen laagbouwwoningen van de belendende woonwijk niet tot stand. Aan de straatzijde is weinig aandacht besteed aan de aansluiting op het maaiveld. Juist de aandacht voor de compacte stad vereist zorgvuldige inpassing van activiteit aan de straat om sociale duurzaamheid mogelijk te maken. Een parkeeringang, een gesloten plint en dode hoeken leveren daaraan geen bijdrage. Het lijkt erop dat de behoefte aan een krachtig gebaar aan de stedelijke singel zijn tol heeft ge�ist bij de inlossing van de programmatische en technisch-functionele eisen die in de opgave besloten lagen.
De twee genomineerde wijken, in Techum en de Vegelinbuurt, laten zich vergelijken met behulp van de wijze waarop de samenhang tussen verkaveling en woontypologie is uitgewerkt. Bij beide opgaven bestond bovendien behoefte aan een grote mate van identificatie met en herkenbaarheid van de buurt, en aan inpassing binnen de context van landschap dan wel stad.
In Techum paste Inbo de oorspronkelijk voorgestelde verkaveling aan ten gunste van een collectieve ruimte op het binnengebied. De betrokkenheid van de woningen bij dat gezamenlijke domein is versterkt door typologische oplossingen waarbij voor- en achterkanten van woningen zijn omgekeerd, en hoekwoningen entrees in de zijkant hebben. Samen met terugspringende daklijnen, uitspringende gevel-delen en losgeplaatste schuurtjes draagt dat, in de woorden van de architect, bij aan het beeld van �spontaan gegroeide structuren en terloopse subtiele verschuivingen� die voor dorpse plattegronden kenmerkend zijn.
In de ogen van de jury heeft deze werkwijze geresulteerd in een wel erg grote discrepantie tussen de gesloten, stedelijk aandoende voorzijde van de wijk en de dorpse, spontaan ingerichte achterzijde. De poging om het priv�domein van de woningen ruimtelijk en visueel te koppelen aan de collectieve centrale ruimte heeft er toe geleid dat de grenzen tussen stedenbouw en architectuur ongearticuleerd en onnodig vaag zijn. De jury vraagt zich af hoe het binnengebied er over een paar jaar uit zal zien. De eerste zelfbouwschuttingen zijn al opgetrokken, terwijl andere bewoners hun priv�domein juist oprekken tot in de collectieve ruimte.
Belangrijker wellicht is de twijfel die de jury heeft bij de voorbeeldwerking van dit project, dat de aanzet vormt voor de ontwikkeling van de hele nieuwe wijk. Zij is niet voldoende overtuigd van de verwerking van het regionale landschap en de wooncultuur in het project.
Het relatieve keurslijf waarbinnen de herstructurering van de Vegelinbuurt plaatsvond bood in die zin ook voordelen. Om zowel de samenhang binnen de wijk, als de formele uitstraling en identiteit van de buurt te waarborgen, waren de oorspronkelijke straatprofielen met stenige voortuinen en blokverkaveling opnieuw uitgangspunt van ontwerp. De oorspronkelijk langgerekte, smalle blokken hebben daarbij plaats gemaakt voor kortere, bredere blokken die over de oorspronkelijke Vegelinstraat heen springen. Langs dat trac� zijn groene binnenhoven ontstaan die als parkeerruimte en als openbaar domein fungeren.
Het opknippen in kleinere blokeenheden heeft volgens de jury een aangename, transparante structuur op buurtniveau opgeleverd, waarin een variatie aan woningtypen mogelijk is gebleken. Door aan te sluiten op de schaal van de oude wijk zijn de straatprofielen krap, maar door een slimme indeling toch gebruiksvriendelijk. Door de ruimte voor de woningen subtiel af te schermen ontstaat de aanleiding om deze ruimte bij de woning te betrekken. Bewoners plaatsen bloempotten en tuinmeubilair zonder dat het openbare karakter van de straat wordt aangetast. De grote ramen op de begane grond, maken contact met de tuin en de straat mogelijk. Het onderscheid tussen de formele straatzijden en meer informele binnenhoven geeft ori�ntatie aan de gehele buurt, die als vanzelfsprekend deel uitmaakt van het grotere geheel van de wijk.
In de ogen van de jury is hier sprake van een voorbeeldige, creatieve herinterpretatie van een bestaand stukje stad. Hier is onmiskenbaar sprake van een fysieke en maatschappelijke duurzaamheid die op prijs gesteld lijkt te worden, gezien de grote belangstelling en hoge waardering die voor deze buurt blijkt te bestaan.
Als winnaar van de eerste Gouden Oldenhove in de 1e categorie heeft de jury unaniem het project herstructureringswijk Vegelinbuurt, ontworpen door de architecten Doeke van Wieren (TWA Archi-tecten) en Kees de Haan (Jelle de Jong Architecten) aangewezen.
2e categorie
E�n van de projecten uit de 2e categorie betreft ook een vorm van herstructurering: het project aan de Glinswei. Hier is een monumentale boerderij vervangen door vier paarsgewijs, tegenover elkaar ge-rangschikte woningen in de hoeken van de kavel. Het idee om volume en silhouet van de voormalige stolpboerderij als uitgangspunt van ontwerp te hanteren, blijkt niet op alle fronten goed uit te werken. Er is sprake van een grote inzet op het beeld, vooral via de extreme overstekken van de schuine pan-nendaken die de binnenruimte tussen woningen in een groots gebaar omspannen. Van afstand werkt dat enigszins, maar eenmaal ter plekke blijft vooral de symboliek over en presenteren daken en overstek zich als overweldigende gebaren waarbij de vier woningen min of meer in het niet vallen. De keuze om de relatie met landschap en omringende bebouwing vooral via de symboliek van het beeld te problematiseren, gaat volgens de jury voorbij aan meer diepgravende oplossingen. De jury vindt dat de vormgeving van details zoals kolommen en balkons niet bijdraagt aan de beoogde historische verwij-zingen.
De kaders voor de overige zes projecten, alle vrijstaande woningen in particulier opdrachtgeverschap, zijn bepaald door de gemeente, die bij de kaveluitgifte de regie voert. Bij het projectbezoek bleek dat daarin veel mogelijk is, maar ook dat de marges voor een in alle opzichten bijzondere architectuur daarbij soms beperkend blijken te zijn.
Zo blijven de strikte kaders voor het ontwerpen van een grondgebonden particulier woonhuis goed afleesbaar in de twee projecten van Bauke Tuinstra in Zuiderburen.
De woning aan de Nicolaesleane is er ��n van vijf op een grote kavel, vanuit een gezamenlijke ontsluiting gesitueerd rond een stenen binnenplein. Vanuit de historisch-formele setting is de woning van Tuinstra opgevat als een hoofdgebouw, en als een afsluitend kader in zijn volle breedte aan de rand van de kavel geplaatst. Daardoor wordt de achtertuin gemaximaliseerd, is de restruimte niet versnipperd, en ontstaat er een sterke overgang van openbare ruimte naar priv�ruimte. Hoewel de plaatsing van de woning de kavel helder indeelt, hapert de relatie tussen de vijf woningen. De jury vindt niet dat een identiteitsvolle en samenhangende landschappelijke ruimte tot stand is gebracht. De woningen blijven vooral op zichzelf staan en gaan hooguit een eenheid aan via hun rechthoekige, gesloten vorm en platte daken. De jury kan zich voorstellen dat de gemeente in een dergelijke kleinschalige situatie overweegt om de ruimtelijke inrichting van het gebied in samenspraak met de betreffende architecten te ontwerpen
De woningen aan de Noarderstienplaat dienden gerealiseerd te worden binnen vooraf vastgestelde voorschriften op het niveau van onder meer dakvorm, nokrichting en materiaalgebruik. Die kwamen onder meer voort uit de aanwezigheid van het water en de relatief smalle, langgerekte kavels dwars daarop. Het resultaat is dat de woningen een weinig bijzondere variatie laten zien op voornoemde thema�s.
De woning van Tuinstra vormt een opvallende uitzondering op de vele catalogusmodellen op de be-lendende percelen en breekt aan de achterzijde open in de richting van het water. Toch wreekt zich hier in de ogen van de jury de gangbare praktijk van te smalle en vooral te vol gebouwde kavels. Individuele projecten kunnen zich daarin uiterst moeizaam manifesteren, alleen al vanwege het feit dat ze nauwelijks als geheel te zien zijn. De jury vraagt zich in meer algemene zin af in hoeverre bij dergelijke projecten beperkingen aan het maximale bebouwingsoppervlak gesteld zouden kunnen worden. Daarmee zou het effect van architecturale invuloefeningen tot op zekere hoogte verhinderd kunnen worden.
Twee andere individuele woningen uit deze categorie liggen in de wijk Blitsaerd en hadden te maken met een regie die het midden hield tussen strikte regels en maximale ontwerpvrijheid.
Het ontwerp van Heijdeman aan de Van Wieringerstrjitte heeft, mede dankzij de vruchtbare relatie tussen architect en opdrachtgevers, geresulteerd in een uiterst persoonlijke, op woon- en leefwijze van de eigenaren toegesneden woning. Van binnenuit gedacht, ori�nteert die zich nadrukkelijk op het omringende landschap. Dat laatste wordt op de overgang tussen gebouw en omgeving geproblemati-seerd in het gevelhoge zijvenster en in het abstracte, vensterachtige kader dat de woning afsluit. De jury stelt daarbij de vraag of die overgangen niet al te grafisch zijn geworden zijn. De relatie met het landschap lijkt zich in dit project vooral via zichtlijnen en uitsneden te manifesteren, terwijl de woning een op zichzelf staande eenheid blijft. Ook is het de vraag in hoeverre het bedoelde uitzicht geblokkeerd zal worden door de bouw van een precies in die zichtlijn geplande naburige woning.
Ongetwijfeld bevorderd door de ruimere setting, lijkt de woning van architect Atsma aan de Liespolle zich meer in het landschap te vertakken waardoor in dat opzicht een betekenisvollere eenheid tussen beide ontstaat. Die indruk wordt versterkt door een consequent materiaalgebruik dat ook in kleur een relatie met lucht, land en water lijkt aan te gaan. De jury meent te begrijpen dat het oorspronkelijke plan in een hoger opgetrokken dak voorzag en betreurt op dat front het uiteindelijke silhouet en daarmee het beeld van dit gebouw in het omringende landschap. Uiteindelijk is ook deze woning vooral op zichzelf betrokken, wellicht ingegeven door de specifieke, en zeer persoonlijke interpretaties en toepassingen van duurzame materialen en bouwwijzen.
Dat welstandsvrijheid, daartegenover, niet perse tot goede resultaten hoeft te leiden, is duidelijk. De polemiek daarover duurt onverminderd voort, zoals ook blijkt uit het welstandsvrije deel van Zuiderburen. Daar trof de jury een breed scala van individuele interpretaties aan, vari�rend van cataloguswoningen en Scandinavische bouwpakketten tot zeer persoonlijk ontworpen huizen. Daar blijkt ook dat de beschikbaarheid van ruimte en ontwerpvrijheid wel degelijk tot kwalitatief hoogstaande architectuur kan leiden.
De ontwerpprincipes die architectenbureau Onix ruim tien jaar geleden als een manifest formuleerde lijken in de woning aan de Moleplaat tot in het kleinste detail te zijn uitgewerkt. Dat geldt niet in de laatste plaats de situering van de woning op de kavel, de samenhang tussen woning en landschap en de inrichting van de buitenruimte. Zo is in de kakofonie van deze welstandsvrije zone een microkosmos van individueel wonen ontstaan, een identiteitsvolle plek die recht doet aan de bedoelde variatie in interpretaties en keuzes in deze buurt. Tegelijkertijd sluit dit project zich niet af van zijn omgeving, maar gaat het er via materiaalkeuze, daklijnen, volumeplaatsing, de ritmiek van open en gesloten ruimten en de tuininrichting een eigenzinnige relatie mee aan. De woning is duidelijk een product dat in nauwe samenwerking met de opdrachtgever tot stand is gekomen. Het resultaat is persoonlijk en tegelijk, in architectonisch opzicht, compromisloos. Er is gekozen voor duurzame, lokale materialen die uiterst zorgvuldig en met veel vakmanschap zijn verwerkt. Het project is specifiek in zijn verschijningsvorm maar algemeen in de onderliggende uitgangspunten. De jury concludeert dat hier, door de intelligente en gecombineerde omgang met de mogelijkheden en beperkingen van dit type verkavelingen, sprake is van een voorbeeldproject.
De woning aan de Boxumerdijk is het enige project dat vrij in het landschap staat. Architect Hans Ach-terbosch ontwierp volgens de jury een uiterst zorgvuldige herinterpretatie van historische bouwvormen, dat een simpele kopie van de historische boerderijvorm overstijgt. Door ori�ntatie dwars op de dijk en langs het water, door de vorm en het materiaalgebruik is deze boerderijwoning letterlijk en figuurlijk in het landschap verankerd. De historische referenties zijn op intelligente wijze gemanipuleerd, waardoor tegemoet gekomen wordt aan eigentijdse eisen van gebruik, beschutting en persoonlijke identiteit. Met name de wijze waarop het gebouw zich via de verlengde zijgevels over het maaiveld lijkt uit te strekken, zonder dat daarbij de eenheid van het geheel verloren gaat heeft volgens de jury tot een voorbeeldig ontwerp geleid.
In de 2e categorie zijn projecten genomineerd die zijn ontworpen binnen strikte en minder strikte ont-werpkaders, of op locaties waar de gemeente juist grote vrijheid heeft geboden. De jury wil graag be-nadrukken dat de mate waarin al dan geen ontwerpkaders worden gesteld, van grote invloed kunnen zijn. Dan ontstaat ruimte waardoor projecten aan de Moleplaat en de Boxumerdijk mogelijk zijn. Ont-werpvrijheid leidt echter niet vanzelfsprekend tot interessante architectuur, zo bleek uit de vele stan-daardwoningen die ook in welstandsvrije wijken worden gebouwd.
Bij de Boxumerdijk vraagt de jury zich in dit verband af of het mogelijk is om de ontwerpkaders voor de bedrijfsgebouwen die hier zullen komen op die van de boerderijwoning af te stemmen. De eerste loods die hier is gebouwd, baart de jury zorgen over het duurzame belang dat in de combinatie van landschap en cultuurhistorisch geheugen besloten ligt. Dit belang zou niet beperkt moeten blijven tot een enkel wooninitiatief, maar verbreed worden tot de toekomstige bedrijfsgebouwen als een volwaardige architectonische opgave.
Met de beide woonhuizen, aan de Moleplaat en de Boxumerdijk, zijn in de gemeente Leeuwarden twee bijzondere woningen gebouwd, die laten zien wat architectuur kan zijn. De jury vond het niet eenvoudig om een keuze te maken tussen beide voorbeeldige projecten. Zij vindt dat er sprake is van lef aan de Boxumerdijk, en van eigenzinnigheid aan de Moleplaat. Beide projecten getuigen van een sterk gevoel voor locatie, materiaal en detaillering.
De jury heeft na zorgvuldige overweging, unaniem besloten het project aan de Moleplaat in Zuider-buren, ontworpen door Haiko Meijer en Alex van de Beld (Onix) als winnaar van de eerste Gouden Oldenhove in de twee categorie aan te wijzen. Daarbij heeft de doorslag gegeven, dat juist het parti-culier opdrachtgeverschap in dichte verkavelde gebieden in het hele land toeneemt. Toekomstige op-drachtgevers hebben behoefte aan voorbeelden die laten zien wat mogelijk kan zijn, terwijl gemeenten behoefte hebben aan particuliere opdrachtgevers die zich ervan bewust zijn, met hun woning mee te bouwen aan een nieuwe stedelijke omgeving.
De jury,
Cilly Jansen (voorzitter), Marijke Martin, Stefan Witteman
Leeuwarden, 21 mei 2010
Meer berichten
- Raadsels rond PFOS-vervuiling vliegbasis nemen weer toe – Wetterskip: Defensie is strafrechtelijk immuun
- GB058 voor een grotere bufferzone rond de Hounspolder – De politie heeft nauwelijks nog gezag. Agenten worden in hun gezicht uitgelachen
- Waarom meer geld naar zorg geen oplossing is
- Derde jaar op rij met minder woningen erbij
- Of er hier geschaakt wordt? Nee hoor, zeg ik. Maar ik vind het zo leuk staan, die schaakborden op de tafels
- Jeffrey Jansen: Ik stem FNP omdat wij vastlopen in de regels en de FNP er voor ons is
- De Moanne 25 jier – Hokker stikken en items binne jim de ôfrûne 25 jier it meast by bleaun?
- In twintig jaar: prestatiedruk onder jongeren bijna verdrievoudigd
- Anne Hettinga (Arriva) draagt het stokje over aan Milfred Hart
- Kinderen nog steeds onnodig uit huis geplaatst door niet gebruiken van kennis
- FNP-standpunt Hounspolder is ononderhandelbaar – Wy bûge net. No net, nea net!
- In buitenland geboren uitzendkrachten doen ruim helft uitzendwerk – Meesten geboren in Polen
- De bodem van de schatkist: Waarom Leeuwarden (niet) in paniek raakt
- Station Leeuwarden krijgt veilige wifi voor medewerkers en bezoekers via publicroam
- Wethouder Reitsma (CDA) haalt bakzeil – terrasboot Efeze mag blijven liggen
- Ziekenhuis Nij Smellinghe maakt verboden onderscheid op grond van handicap en/of chronische ziekte
- GroenLinks/PvdA presenteert prachtige plannen voor Leeuwarden – Vaag verkiezingsprogramma staat bol van wensdenken
- Internetuitval kost organisaties gemiddeld € 5600 per minuut
- Waarom meer geld naar zorg geen oplossing is
- Internationaal zakendoen: helft uitstaande facturen kent zeer hoog risico
- Dit is het moment om te kiezen voor een voedselsysteem dat werkt als het tegenzit, niet alleen als alles meezit
- Peter de Haan (PvdA) maakt van Dorpskerk PvdA/GroenLinks-podium
- Bedrijven moeten stoppen met het onnodig opslaan van klantgegevens
- LIJST058 wil opheldering 20 autobranden Leeuwarden
- Waarom gebeurt er niks met het verpauperde winkelcentrum Marowijneplein?
- Dag meneer Pennewaard, waarom komen mensen die verstand hebben van natuurkunde en kunnen rekenen bijna nooit in de krant aan het woord? (nu met opnieuw reactie)
- FNP ontevreden over antwoorden Mercuriusfontein en stelt opnieuw vragen
- Richard de Mos over zetelrovers, schrikbewind en de toekomst van rechts | Formatieperikelen
- SP: Wij willen een ander Nederland en een ander Leeuwarden
- VVD verbaasd over excuusbrief college over 7 ton te veel geïnde belasting – VVD: college legt schuld bij raad
- Hoge Raad: Geen parkeergeld betalen? Dan draai je op voor kosten parkeersysteem
- Zouden die nog bestaan, vraag ik een man die het boek ‘Het verhaal van de dienstmaagd’ van de Canadese schrijfster Margaret Atwood koopt
- Dat vrouwen uit de architectuur verdwijnen is niet de kern van het probleem, maar een symptoom van een verziekte branche
- Het was weer een dolle boel tijdens de nieuwjaarsreceptie van de provincie Fryslân
- Burgemeester Buma, hoe zit het met ondermijning vanuit gemeentelijke organisatie? (update)
- ABNAmro: Voor 452.000 woningeigenaren moet het mogelijk zijn denken wij – samen met TNO – om met gesloten beurs te verduurzamen
- Koopwoningen in december bijna 6 procent duurder dan jaar eerder – gemiddelde transactieprijs 480.051 euro
- Werkgevers kunnen online uitingen personeel niet zomaar begrenzen – Efteling mag niet zomaar verbod instellen
- Journalist Ignace Schretlen: Je wordt als senior minder serieus genomen
- Meer arme werkenden in 2024 – Zzp’ers vaker arm



