Zes september 2013: Leeuwarden mag zich in 2018 Culturele Hoofdstad van Europa noemen. Tot zover het goede nieuws. Leeuwarden wil van alles maar kan nog geen drie muziekfestivals in recreatiegebied de Groene Ster probleemloos laten verlopen. In ruim een jaar tijd heb ik drie van die festivals van dichtbij kunnen volgen: de eerste twee edities van Welcome to the Village (WttV) en de eerste editie van het onlangs gehouden Psy-Fi. Bij de laatste gesproken met vrijwilligers en festivalgangers en prachtige foto’s gezien die gemaakt zijn op het festivalterrein door een vooruitgeschoven post. Inlichtingen inwinnen, iets dat ambtenaren niet doen. Die droppen lukraak festivals in een recreatiegebied waar dagelijks duizenden mensen aangetroffen kunnen worden. Nee, die zie je niet vanachter een bureau op het stadskantoor. Als er een Capability Maturity Model voor het organiseren van evenementen bestaat dan scoort Leeuwarden niveau 0. De organisatie is er zich (nog) niet van bewust dat voor het vlekkeloos laten verlopen van evenementen relevante kennis en vaardigheden nodig zijn.
Overigens ben ik bij geen enkel festival op het terrein geweest, ik kijk vooral naar wat er (niet) gebeurt. Mijn belangstelling gaat uit naar de overeenkomsten en de verschillen. De eerste edities van WttV en Psy-Fi hadden het geluk dat het geen strandweer was zodat de dagrecreanten niet kwamen opdagen. Daardoor kwamen de verborgen gebreken niet aan het licht. Bij de tweede editie van WttV kwamen die wel massaal. Oeps, vergeten sanitaire voorzieningen te regelen. Ai, doorgaande fietspaden geblokkeerd en dat nergens aangeven. Diezelfde fout werd een maand later bij Psy-Fi rustig weer gemaakt. De kern van het probleem: de artistieke invulling van de festivals bepaalt het gebruik van de openbare ruimte. De gemeente Leeuwarden is beheerder van die ruimte en moet er voor zorgen dat de medegebruikers zoveel mogelijk hun gebruikelijke dingetjes kunnen doen. Leeuwarden zegt in feite: “Hier heb je je evenementenvergunning en zoek het maar uit. En niet te veel lawaai maken want anders krijgen we klachten.”
De organisatie van Culturele Hoofdstad distantieert zich van Psy-Fi, las ik op meerdere plaatsen. Een ietwat arrogante opstelling. Met inachtneming van relevante wet- en regelgeving mag iedereen iets organiseren, ook in 2018. Terecht heeft het College van B&W een link gelegd tussen Psy-Fi en 2018, zo ervaren tal van festivalgangers dat ook. Overigens kun je van Psy-Fi gelet op hun logistieke uitdagingen heel wat leren waar ook CH2018-projecten profijt van kunnen hebben.
Leeuwarder ambtenaren en iets leren. De organisatie waar Leeuwarden het meeste van kan opsteken is het Ministerie van Defensie. Net als een gemeente een ambtelijke organisatie met als verschil dat Defensie op gezette tijden nevenactiviteiten op ongebruikelijke plaatsen moet ontplooien waartoe het processen en procedures heeft ontwikkeld. Festivals in de Groene Ster hebben, zeker in het geval van Psy-Fi, een vreedzaam karakter, het gaat om de overeenkomsten en de verschillen. Je moet niet het strijdtoneel verwarren met het podium van een artiest. Het tegenovergestelde is nog vervelender, veel spektakel en na afloop weinig geluidsoverlast.
Bij Defensie hebben ze een mooie slogan: een team, een missie. Ten opzichte van het project CH2018 hebben ze het iets gemakkelijker, politici bepalen wie de tegenstander is en militairen mobiliseren mensen en materieel voor een missie. Voor het veiligstellen van de toekomst van Friesland moeten we niet bij de organisatie van Culturele Hoofdstad zijn, op 6 september 2014 is het: geen team, geen missie.






