Digitalisering bepaalt eerder wat agenten doen dan politiebeleid – Een praatje maken, wat de bedoeling is, zit er nauwelijks in
(tekst: Het Programma Politie en Wetenschap)
“Digitalisering bepaalt eerder wat agenten doen dan politiebeleid.”
‘Politiestraatwerk en informatiegebruik. Een longitudinale studie (1991-2023) over gevolgen van digitalisering’
Nieuwe publicatie in de reeks Politiewetenschap van het Programma Politie en Wetenschap.
De digitalisering bij de politie maakt dat in politiestraatwerk meer nadruk is komen te liggen op controles, doorgaans verkeerscontroles. Politiebeleid houdt echter al decennia in dat de politie meer verbinding met de burger moet zoeken. Toch lukt het politiemensen nauwelijks om op alledaagse wijze contacten aan te gaan, oftewel eens ‘een praatje te maken’. Ook is bij de politiecontroles sprake van ‘dataprofilering’. Dat betekent dat wie in de politiedata bekend is (‘bekenden van ons’, aldus politiemensen) meer kans maakt op een controle of een bekeuring dan wie niet in de politiedata bekend is (‘brave burgers’). Dat is logischerwijze een proces dat zichzelf versterkt. Dit bevinden onderzoekers van NHL Stenden Hogeschool, de Politieacademie en de Open Universiteit, die langdurig met politiemensen mee gingen op straat. Wil de politie inderdaad in contact staan met de burgerij dan is het zaak dat politiemensen ook anders dan via verkeerscontroles contacten leggen en onderhouden, aldus de onderzoekers. Verder roept ‘dataprofilering’ de vraag op of politiemensen in eenvoudige (bekeurings)situaties wel moeten beschikken over alle informatie die de politie over betrokkene beschikbaar heeft. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het programma Politie en Wetenschap en wordt vandaag gepubliceerd.
Het betreft een longitudinaal onderzoek waarbij in drie periodes (1992-1993, 2001-2005 en 2022-2023) het werk is geobserveerd van politiemensen in de meest gangbare politiesurveillance: twee politiemensen in een politieauto, onder meer beschikbaar voor meldingen die burgers doen – de ‘noodhulpsurveillance’. Het onderzoek is gericht op het in kaart brengen van politiestraatwerk, van het informatiegebruik tijdens dat werk en van ontwikkelingen daarin door de jaren heen. Het is in elke periode uitgevoerd bij de politie in Amsterdam, Groningen en Wageningen. In verschillende andere plaatsen is aanvullend onderzoek gedaan. De onderzoekers liepen in iedere periode en plaats zo’n twintig diensten met de politiemensen mee. Om over drie decennia het politiewerk zo goed mogelijk steeds op dezelfde wijze in kaart te brengen, werd gebruik gemaakt van een vaste systematiek (‘systematische sociale observaties’); bovendien deed steeds dezelfde hoofdonderzoeker mee.
Van het politiewerk is onder meer de inhoud vastgelegd door het noteren van de aard van de gebeurtenissen waarbij politiemensen optreden. Bijvoorbeeld: hulpverlening bij een onwel persoon, optreden bij een winkeldiefstal of het doen van een verkeerscontrole. Dat laatste bijvoorbeeld vanwege het fietsen met een mobiele telefoon in de hand of vanwege het met de auto rijden in verboden richting. Zo bezien heeft in de meeste recente periode 41,2 procent van alle gebeurtenissen het karakter van (verkeers)controle. In 2001-2015 was dat 29 procent. De observaties wijzen er op dat dit te maken heeft met de ingebruikname van het systeem MEOS (Mobiel Effectiever Op Straat) waarmee politiemensen sinds ongeveer 2014 op straat met hun diensttelefoon verschillende politiedatabestanden kunnen raadplegen, waaronder alle gegevens die door surveillerende politiemensen over burgers zijn vastgelegd. Ook de instroom van veel jonge politiemensen speelt een rol, want het straatwerk van minder ervaren politiemensen bestaat voor een groter deel uit verkeerscontrole dan dat van hun ervaren collega’s.
De ingebruikname van MEOS zou volgens de toenmalige Minister Opstelten van Justitie en Veiligheid voor de politie een opsteker zijn. Op 6 mei 2013 schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer: ‘Daardoor kan de politie in bepaalde context over meer informatie beschikken, waardoor de politieman of -vrouw de meest optimale handelwijze kan kiezen. Dit komt de kwaliteit van het politiewerk ten goede (…) en zorgt ook voor vergroting van het werkplezier.’[1] De onderzoekers zien hierin een ‘naïef optimisme’, want de werkelijkheid is volgens de onderzoeksresultaten minder rooskleurig. In verbinding staan met haar sociale omgeving is de meest strategische prioriteit van de politie maar de ontwikkeling met MEOS gaat naar meer verkeerscontrole en dataprofilering. ‘Dit is niet anders op te vatten dan als een omvangrijke strategische mismatch’, aldus de onderzoekers.
Toch krijgt de Minister op één punt in elk geval deels gelijk. In hulpverleningssituaties helpt de beschikbare informatie de politiemensen soms in hun optreden, bijvoorbeeld als ze in hun systeem een telefoonnummer vinden van familie van een slachtoffer, zodat ze de familie kunnen waarschuwen.
Meer berichten
- Hoe breed moet een voetpad zijn om écht prettig te kunnen lopen?
- Dit jaar is het precies 150 jaar geleden dat Margaretha Geertruida Zelle werd geboren: stadswandeling
- Beste meneer Jetten, beste Rob, we kunnen niet iedere dag noodles eten
- Een SWAT-team opbouwen om de belastingen van miljardairs te verhogen?
- Rick van het Meer: Daarom ben ik weggegaan uit Friesland
- Het is wie we zijn. Wij zijn het paasvuur
- Groep 7 van de Leeuwarder Schoolvereniging presenteert plan winnende Dijkhuizen
- D66 zou eigenlijk de leiding moeten hebben bij de onderhandelingen voor een nieuw Leeuwarder college
- Jason Bhugwandass: Vijf jongeren hebben sinds de publicatie van mijn rapport hun leven beëindigd
- Support je voetbalclub met statiegeld: Statiegeld Nederland en KNVB starten samenwerking
- Nieuw Leeuwarder college bestaat uit GL/PvdA, D66, CDA en VVD (update)
- Steden en dorpen die leefbaarder willen worden door de auto te weren ondermijnen die leefbaarheid juist
- Hormuz als breekpunt voor de wereldeconomie
- Cao-lonen in eerste kwartaal 4,5 procent hoger
- Waarom wordt voeding nauwelijks behandeld in de artsenopleiding?
- Snapchat, TikTok en Instagram spelen belangrijke rol bij werving jongeren voor criminaliteit
- Nieuwbouwkavels eind 2025 ruim 15 procent duurder
- Benadeelden graffiti morgen vergast op koffie in het Fries Museum
- Wethouder Nathalie Kramers legt vanwege borstkanker haar taken neer
- Meer zestigers hebben een LAT-relatie, vooral mannen
- Politiek café Leeuwarden met Gerard Janssen, Geu Luik, Thom Smit en Branka Stuve
- Arjen Droog: inhoud vóór de machtsverdeling. Ik heb er zin in
- Wie maakt het wat uit wie we aan de talkshowtafels clowntje laten spelen
- Waarom onze Duitse buren zich zorgen maken om onze portemonnee
- Oppervlakte voedselbossen in vijf jaar tijd vertienvoudigd
- Met een gemiddeld uurtarief van 74 euro behoren Friese zzp’ers tot de provincies met de laagste tarieven
- Debat Ondernemen in Leeuwarden: Een lesje in ‘naar de mond praten’
- Managers die zich verschuilen achter abstracte termen presteren vaak minder goed
- Opnieuw minder minderjarige verdachten – Relatief meeste minderjarige verdachten in Friesland en Groningen
- Martijn Balster benoemd als informateur nieuw college gemeente Leeuwarden
- Klein coronanieuws en andere zaken – Leeuwarden geeft toegankelijkheidsprijs aan café waar gehandicapten niet kunnen komen – Wonden likken op de vrijdagmarkt – Dames duwen PvdA’er Jelmer Staal uit de raad – Slalommen bij terras Downies en Brownies – snackbar ’t Vliet later open – Praamvaarders in de schoolbanken – brug Snakkerburen plots verdwenen
- Student betaalt tot 2.500 euro per jaar voor scooterverzekering, soms net zoveel als aanschaf
- Bibliotheken als biotopen van gemeenschapsvorming
- Beschikbaar inkomen huishoudens 2,7 procent hoger in 2025 – Spaartegoeden huishoudens groeien met ruim 8 procent
- Gemeenten begroten 5,8 procent meer lasten voor 2026
- Iedereen Fietst brengt honderden kinderen in beweging
- Judith Nieken wint jubileumeditie Willem Wilmink dichtwedstrijd
- Friese loonstrook blijft vaak een geheim: vier op de tien Friezen weet niets van salaris collega
- Onderzoek Univé: starters onderschatten financiële risico’s bij woningaankoop
- Meer nieuwbouw van woningcorporaties



