Henk Blanken (DvhN): geef snel de macht aan jonge journalisten
(tekst: fragmenten uit interview met adjunct-hoofdredacteur Henk Blanken van het Dagblad voor het Noorden over het rapport Brinkman ‘Tijdelijke Commissie Innovatie en Toekomst Pers’; http://www.commissiebrinkman.nl/video/ )
MOLENAAR: Henk, de commissie is gevraagd om een oordeel te vellen of een beeld te geven van de toekomst van de journalistiek, omdat de veronderstelling is dat er aanleiding is om ons zorgen te maken over de journalistiek in de toekomst in een democratie als de onze. Is daar reden toe, voor zorg?
BLANKEN: Ja, ja, heel veel. Ik bedoel, een jaar of vier/vijf geleden hadden we dertienduizend journalisten in Nederland, dat zijn er nu, schat ik, een paar duizend minder. Er zijn pak �em beet zestienduizend burgerjournalisten bijgekomen, mensen die de ambitie hebben om iets op internet te doen, meestal voor een breed publiek. En dus is er van alles aan het schuiven. De essentie is dat het businessmodel onder de journalistiek zoals we die nu kennen, de journalistiek van de massamedia, dat die stuk is. En dat komt ook niet meer goed, althans niet met de massamedia. De goede vraag vind ik altijd: Hoeveel journalisten zijn er nou eigenlijk nodig om wel te voldoen aan wat we onszelf als democratie ten doel stellen, namelijk een ge�nformeerde burger die over van alles mee kan praten? Die vraag wordt zelden gesteld. Zij het er vijfduizend, zijn het er drieduizend? Zijn het er twintigduizend? We weten het niet. Het is een vraag die we vermijden, we zeggen: �Er is journalistiek nodig� en we lijken te zeggen: �De journalistiek die er nu is is nodig� of eigenlijk �de journalistiek die er drie jaar geleden was, is nodig�. Ik weet dat nog zo net niet. Maar dat het zorgwekkend is, ja, natuurlijk.
(…)
BLANKEN: Misschien als het aan die Googlegeneratie ligt wel. Stel je voor dat het zo is, dat is een heel ander vertrekpunt voor een discussie dan �We hebben dertienduizend journalisten en die moeten hoe dan ook gefinancierd blijven worden�. Stel je voor dat de onaangename waarheid van de journalistiek is dat het die burger een worst zal zijn, wat doen we dan? Ik vind dat je vanaf dat moment moet beginnen te redeneren en dan zou mijn redenatie dat de samenleving ook die Googlegeneratie misschien geen behoefte heeft aan journalistiek, aan onafhankelijke feiten, aan gecheckte feiten, aan betrouwbare bronnen, aan transparante bronnen, maar dat je hun die behoefte zult moeten bijbrengen. Ik bedoel als de, heel plat geformuleerd, als de Googlegeneratie geen geweten heeft, dan zullen wij ze als journalistiek een geweten moeten schoppen. Dat is een moralistische houding, dat is een paternalistische houding, maar ja, dat vind ik. Ik vind dat er een morele noodzaak is voor journalistiek die de macht controleert, ook als de Googlegeneratie zegt: We doen het zelf wel. De Googlegeneratie kan niet alles zelf, is mijn overtuiging. Hij kan heel veel zelf, veel meer dan traditionele journalisten meestal denken, hij kan heel veel feiten verzamelen, hij kan zijn eigen nieuws checken, hij heeft voor zijn distributie van het nieuws de papieren krant of het papieren tijdschrift niet meer nodig, hij kan uitstekend zelf commentaar geven op alles wat hij ziet en heeft daarvoor de �commentatoren� van de grote kranten niet meer nodig, vind hij zelf. Maar hij kan ook niet overal bij, hij zal waarschijnlijk niet de onderste steen van het ABN-AMRO drama boven krijgen, hij gaat niet embedded naar Uruzgan, hij stelt niet de ingewikkelde vragen aan een bewindsman die onderuit gaat. Er zijn dingen waarvoor de professionele journalistiek nodig is. Maar ik benader het probleem van de noodzaak van journalistiek vanuit die Googlegeneratie en niet vanuit de journalistiek. En dat is een wezenlijk andere invalshoek geloof ik.
MOLENAAR: Even nog ��n stapje terug. Je hebt het over de regio waar je zelf journalistiek actief bent. En je hebt het over de grote verhalen. We zuilen allemaal grijs waar die wereld in ��n keer kleiner wordt, wordt de regio steeds belangrijker, maar het omgekeerde lijkt het geval te zijn. Althans de ontlezing en de ontabonnering die speelt een rol. Ik weet niet in hoeverre dat bij jou een rol speelt?
BLANKEN: Hij speelt overal in dezelfde mate hoor.
MOLENAAR: Dus .. kom jij ook concreet in situaties terecht waarbij je geen verslaggevers meer naar bepaalde gemeentes stuurt en wat is daar de consequentie van, wat merk je daarvan?
BLANKEN: Ja, het gebeurt. Ik zie het om me heen gebeuren, ik zie het bij de andere regionale kranten steeds vaker gebeuren, ik voorspel het als trend de komende jaren, daar gaat nog een ware slachting plaatsvinden, als we niet oppassen, in de lokale journalistiek. De consequentie is akelig genoeg dat de lokale abonnee om die reden nog sneller zijn krant op zegt.
MOLENAAR: Zichzelf versterkend proces.
BLANKEN: Ja natuurlijk, het is buitengewoon arbeidsintensief werk om de gemeente Uffelte te volgen of de gemeente Tiel of de gemeente Emmen. Dat vereist heel veel tijd, dat vereist een netwerkje, dat vereist op vergaderingetjes zijn, dat vereist voortdurend bellen en vragen stellen en stukken schrijven. Dat is arbeidsintensief. Veel arbeidsintensiever dan, pak �em beet, Ajax volgen, waar veel meer naar je toe komt. En het is ontzettend belangrijk, want het is ��n van de redenen waarom mensen hun krant opzeggen. Met name bestaande abonnees. Het probleem van kranten, om dat nog wat scherper te krijgen, is dat de bestaande abonnees van kranten en dat zijn er nog steeds een dikke drie�neenhalf miljoen in Nederland en dus een miljoen minder dan zeven jaar geleden, dat die bestaande abonnees ongelofelijk gehecht zijn aan hun krant. En dat is voor het Dagblad van het Noorden niet anders dan voor de Volkskrant, die bestaand abonnees willen niet dat die krant veranderd. Die bestaande abonnees willen houden wat ze de afgelopen tien jaar hebben gekregen, willen dezelfde hoeveelheid nieuws krijgen, willen hetzelfde soort nieuws, zelfs dezelfde toonzetting, daar mag je maar minimaal aan sleutelen, dat zijn schroefjes die je een heel klein beetje aan kunt draaien. Vandaar dat zo�n operatie als van de Volkskrant recent waarbij het tweede katern op tabloid ging, zo riskant is. Dat jaagt mensen angst aan, dat jaagt mensen weg. Alles wat je doet aan een krant, jaagt bestaande abonnees weg. En het lullige is dat met wat je ook doet, er geen nieuwe abonnees bij krijgt, want die Googlegeneratie om hem zo maar weer te noemen, die wil die krant niet. Als je minder middelen hebt en we hebben met zijn allen steeds minder middelen, ik bedoel drie�neenhalf miljoen ten opzichte van viereneenhalf miljoen betekent gewoon een miljoen minder middelen, dan lopen abonnees dus weg, omdat ze minder krijgen van wat ze hadden. Onafwendbaar.
(…)
BLANKEN: We hebben nog steeds 25 titels in Nederland, 25 dagbladen. Er is altijd wel een krant te koop, daar gaat het natuurlijk niet om. Het gaat om dat er een lokale journalistiek is. Ik bedoel, in elke discussie over de journalistiek, ook de discussie die wij voeren, hebben we het al heel snel over �de krant� terwijl het over de journalistiek moet gaan. Ik probeer de journalistiek los te zingen van de de verpakking waar die inzit en dat niet de journalistiek kapot is, hoop ik bid ik, maar de verpakking. Niemand zal meer een 20-delige Winkler Prins encyclopedie kopen, dat vinden we normaal, we snappen dat dat ding een verpakking is voor items, voor lemma�s die je misschien eens in je leven nodig hebt en dan een stuk of tien daarvan. Ik heb zo�n ding gekregen toen ik twintig was. Dat doen we niet meer. Die krant is net zo�n verpakking, het is niets anders dan een onhandige, heerlijk naar inkt stinkende om kwart over zeven op de deurmat ploffende verpakking, dat is stuk. Niet het model van de journalistiek, dat is heel iets anders.
BROUWERS: Het model van de journalistiek is niet stuk, ik neem aan dat je bedoeld dan inhoudelijk, qua financiering is er wel degelijke een probleem. Dat heeft ook met de krant te maken wellicht, met de klassieke organisatievorm van journalistiek en tegelijkertijd zeg je net: Die Googlegeneratie die op zich denkt zelf te kunnen bepalen wat goed voor hem is, moet opgevoed worden door goede journalisten, tenminste, dat zou goed zijn. Dan blijven we met een probleem zitten. De bestaande structuren kunnen het niet betalen, het is toch goed voor de mens om zo maar te zeggen. Zie jij een uitweg in die klem?
BLANKEN: Drie zelfs, ik denk dat de kranten zullen blijven bestaan die heel duur zijn ofwel heel gratis ofwel voor een heel klein publiek, het bekende trio; we hebben de Staatscourant, we hebben de financi�le kranten die nog veel duurder zullen zijn dan ze nu zijn en we hebben de niche-kranten die weet ik veel, alleen over sport gaan, of alleen over Hilversum en het Gooi. Dat is de ene weg die de kranten zullen gaan en die de journalistiek zal gaan. De andere weg is die van Marcel Boekhoorn, ik mag hopen dat er nog een paar andere mensen met heel veel geld opstaan en kranten gaan financieren. Ik mag hopen dat Google zijn verantwoordelijkheid in Amerika neemt en de New York Times gaat meefinancieren, ik noem maar wat, waarom zou Bill Gates het niet doen, ik denk dus dat er met andere woorden filantropen zullen zijn die dat gaan doen en waarom niet ook in Nederland . En de derde uitweg, dat zijn de publieke middelen. Nu al financiert de overheid een belangrijk deel vam de journalistiek in Nederland, ik bedoel, de 850 miljoen euro die wij in Nederland uitgeven aan media, gaat voor een heel belangrijk naar de publieke omroep, het overgrote merendeel zelfs en daarvan gaat weer een heel belangrijk deel naar de nieuwsorganisaties. Dat functioneert prima, dat functioneert onafhankelijk, levert goede journalistiek op. Ik kan geen goede reden bedenken waarom dat dadelijk niet voor een nog groter deel van de journalistiek kan gelden, die ook in print of online of op andere kanalen verschijnt. Ik kan het niet bedenken.
(…)
MOLENAAR: Wie moeten we dat verwijten, want op zich hebben de kranten altijd waanzinnige marges de afgelopen jaren gedraaid, gewoon tientallen procenten , dus dat is allemaal naar de aandeelhouders gegaan en nu zijn de zakken tot op zekere hoogte, leeg.
BLANKEN: Onszelf, is heel simpel. De journalistiek moet het zichzelf aanrekenen dat ze niet opgelet heeft. Heel plat: ik kan geen enkele reden bedenken waarom ik in 1998 Google niet bedacht heb. Het zoeken en vinden van informatie is, waarvan ik lees en wat ik al veertig jaar doe, en ik heb het niet bedacht, ik heb het gemist, terwijl het er lag, terwijl het voor het oprapen lag. En jullie trouwens ook niet en dat moeten we onszelf aanrekenen. Het lag voor het oprapen, al die mogelijkheden van het internet lagen voor het oprapen en wij, traditionele journalisten, hebben ons vastgehouden, vastgeklemd aan onze traditionele rol. Wij vertellen de burger wel wat goed voor hem is.
MOLENAAR: In hoeverre is de journalistiek als beroepsgroep nu wel in beweging? Is dat voldoende? Zit daar wat van die generatie in?
BLANKEN: Het gaat beter, ik bedoel, ik ben twee jaar geleden opgehouden met te klagen over de inertie van de beroepsgroep, dat heb ik tot die tijd gedaan, vanaf ongeveer 2000. Maar sinds NRC-Next verschijnt, sinds de Volkskrant zichzelf grondig vernieuwt heeft, sinds de Wegenerkranten op tabloid zijn gegaan, om maar wat voorbeelden te noemen, kun je niet meer volhouden dat er van enige innovatie geen sprake meer is. Er gebeurt online wel degelijk van alles. Kijk naar wat de Volkskrant heeft gedaan met Volkskrant Blogs bijvoorbeeld, wat ik een fantastisch initiatief vind. Kijk naar wat vrij Nederland nu zo ongeveer als laatste probeert te doen met dat VN lab, dat zijn in zichzelf genomen prima initiatieven die aantonen dat we niet helemaal achterlijk zijn.
BROUWERS: Maar is de journalistiek in staat, in fundamentele zin, om zichzelf te heruitvinden?
BLANKEN: De journalistiek bestaat niet, dat zijn 11.000 mensen die daar in werken, maar als je het gemiddelde zou nemen wat het domste is wat je kunt doen in een tijd van internet wat niet het gemiddelde telt maar het individu. Maar stel dat je dat wel zou doen en je neemt het gemiddelde, ja, dan is de journalistiek een 46-jarige blanke man die waarschijnlijk in de buurt van de Randstad woont, enigszins linksig is, zegt Wilders en dat is waarschijnlijk ook wel zo, en al 20 jaar in het vak zit. Terwijl we behoefte hebben in de journalistiek aan een 28-jarige wat minder blanke vrouw die middenin de Googlegeneratie staat en snapt wat haar vrienden en haar kennissen van de journalistiek willen. Wat de journalistiek moet doen, wat het management in de journalistiek moet doen, is als de sodemieter 25-jarigen niet alleen aanstellen op een redactie, maar ze ook verantwoordelijk maken voor wat er met die redactie gebeurd. Verantwoordelijk maken voor de toekomst van de journalistiek. We moeten ophouden, mijn generatie, ik moet ophouden te orakelen over wat goed is. Ik probeer zoveel mogelijk te lezen, te luisteren en te praten met jongere collega�s die dat beter begrijpen dan ik, maar we moeten ze de macht in handen geven.
MOLENAAR: Wat doe je met, je had het net over financi�le middelen nodig om experimenten te doen, hier staat een zak met 8 miljoen, wat doe je ermee dan?
BLANKEN: Dan laat ik om te beginnen de kranten met rust. Ik verander om te beginnen de kranten niet of nauwelijks. Het is te weinig om de lokale journalistiek die langzaam maar zeker leegloopt, overeind te houden, daar gaat die 8 miljoen niet bij helpen.
MOLENAAR: Ik krijg de indruk dat het een innovatiepotje was dat je zocht.
BLANKEN: Jazeker, dat zou ik ook doen. Ik zou zoiets op gang proberen te brengen als wat Googlelaps is, ik zou een bedrijf inrichten waarin jonge mensen nieuwe dingen bedenken en niet oude mensen oude dingen bedenken die nog misschien een tikkie beter kunnen, want daar gaan we het niet mee redden. En ik zou denk ik om te beginnen eens een fundamenteel onderzoek laten doen naar wat die Googlegeneratie waar ik het voortdurend over heb, nou eigenlijk wil. Als kranten de afgelopen veertig jaar lezersonderzoek deden, dan stelden ze hun bestaande lezers de vraag van �Wat vind je van deze krant, van mijn krant?� en dan komt daar altijd uit dat de wetenschapsterm het beste scoort van alle katernen, waar ik altijd een enorme twijfel bij heb gehad. Die kranten hebben nooit de vraag gesteld: �Wat vinden mijn niet-lezers van het nieuws?� Niet van de krant, maar wat is de behoefte van mijn niet-lezers? Dat was veertig jaar geleden een heel plausibele manier om onderzoek te doen, want iedereen las een krant in Nederland. Veertig jaar geleden in elk huisgezin kwam een krant op de mat. Dat is sinds vorig jaar precies de helft. Waarom heeft Nederland geen losse verkoop-cultuur? Omdat iedereen al een krant had! En omdat we sindsdien nooit op het idee gekomen zijn iets aan die losse verkoop te gaan doen, omdat inmiddels de helft van Nederland geen krant op de mat kreeg. En daar zijn de gratis kranten ingesprongen, onder andere. Als je nu iets zou moeten doen met die 8 miljoen, zou ik een onderzoek doen en de niet-lezer van kranten, dus de hele Googlegeneratie, om te beginnen de vraag stellen: Wat is jullie nieuws? Wat wil je nou eigenlijk? Hoe definieer je nieuws? Zijn dat alleen de harde feiten die via Reuters en het ANP binnenkomen of is dat juist de mening van Henk Hofland over het nieuws of iets er tussenin? En niet alleen �wat is het nieuws� maar wat doe je ermee? Hoe gebruik je het functioneel? Gebruik je het op het schoolplein, of in de mensa met andere studenten erover te praten. Gebruik je het om te functioneren in je dorp, om je kinderen naar de sportvereniging te laten gaan. Gebruik je het omdat je er in je werk baat bij hebt, h�, de meeste van ons werken nog steeds. Ik zou willen weten wat ze gebruiken, hoe ze het gebruiken, waarvoor ze het gebruiken welke rituelen daarbij van belang zijn. Een ritueel is: die krant moet er �s morgens om kwart voor zeven zijn, op de deurmat, want anders word ik niet lekker wakker. Ik bedoel, dat is een ritueel, aan de keukentafel met zijn allen lekker lezen, jij een los katern, ik het andere katern, dat zijn rituelen. Ik zou het verstandig vinden als we eens bij die Googlegeneratie begonnen met de vraag: Heb je journalistiek nodig? Heb je het nodig? Wil je het echt hebben en wat heb je ervoor over? Niet eens in financi�le zin, maar wat mis je als die journalistiek niet meer zou bestaan?
MOLENAAR: Wat denk je dat ze antwoorden? Want ik kan me zo voorstellen dat die vraag niet zo moeilijk is om te stellen.
BLANKEN: Nee, maar we doen het zo weinig. Wat ik net al zei, ik, er zijn onderzoeken gedaan in Amerika waaruit gebleken zou zijn dat de Googlegeneratie veel minder maatschappelijke interesse heeft dan de babyboomers of de club die daarna gekomen is. Ik weet niet of het zo is en het beangstigt me, die gedachte, maar ik kan me er wel iets bij voorstellen. Tegelijkertijd heeft, ik geloof Greenpeace nooit meer leden gehad onder jongeren dan nu, dus iets van maatschappelijke binding zal er ongetwijfeld zijn. Maar daartussenin is enorm veel veranderd, de zuilenmaatschappij groot geworden met massamedia, de Googlegeneratie groot geworden met kleine groepjesmedia, want dat is internet, heeft een andere informatiebehoefte, een andere mediabehoefte en gaat daar anders mee om. Voor onze generatie was het acht uur journaal de waarheid en de volgende dag kwam er weer een nieuwe waarheid. Als er nu een vliegtuig neerstort op de Hudson, we kennen het voorbeeld allemaal, krijg je een twitterbericht en als je aarzelt dan twitter je terug of je sms�t of je belt iemand of je googlet, nou ja, je doet honderdduizend dingen, maar binnen vijf minuten heb je het gecheckt. Dat ging met het NOS-journaal niet, je moest bij wijze van spreken wachten tot de volgende dag om te kijken of de krant bevestigde wat het journaal om acht uur had vermeldt. Ik zou aan die Googlegeneratie, iedereen tot 35, dat soort vragen willen stellen; wat is nieuws, hoe ga je ermee om, welke betekenis heeft het voor je en ben je in de samenleving ge�nteresseerd of niet? Nogmaals, vanuit de angst meer dan het idee dat het weleens niet zo zou kunnen zijn.
BROUWERS: Vervolgens stel je vast dat als het antwoord �nee� is, �ik ben niet ge�nteresseerd in die maatschappij� dat een overheid iets van opvoeding zou moeten gaan regelen.
BLANKEN: Ja, dat is uiteraard de legitimatie waarop ik zeg dat de overheid in laatste instantie, niet in eerste instantie hoor, begrijp me niet verkeerd, commerci�le media zijn de beste, maar in laatste instantie heeft de overheid daar dus een rol. En het vervelende is dat de overheid dat zelf niet zo ziet. Lees de persbrief van Plasterk, daarin vind je nauwelijks aandacht voor wat ik nu beschrijf als het dilemma. Nauwelijks aandacht voor het mediagedrag van jongeren, nauwelijks middelen om dat te onderzoeken. Sterker nog, niet eens het besef dat een bedrijf als Google meer dan wat dan ook, een mediabedrijf is en wij doen alsof Google zoiets als Microsoft is, dat gaat over software en is ingewikkeld, nee, dat is fout, Google is een mediabedrijf. Van de hele keten die een klassiek mediabedrijf verzorgde; het verzamelen van nieuws via het controleren van nieuws, het redigeren, het filteren, het checken, het becommentari�ren, het nog een keer verzamelen van andere bronnen, tot aan het distribueren en het met klanten omgaan, van die hele keten heeft Google meer dan de helft overgenomen. Waarom? Omdat het kon! Het enige wat ze niet doen is het zelf nieuws verzamelen en opschrijven, dat is het enige verschil. En de rest van die keten bedienen ze perfect, samen met hun gebruikers, die hun eigen commentaren schrijven en daar voortreffelijk mee kunnen leven. Wat de overheid niet ziet, volgens mij, is dat Google die rol gepakt heeft en dan heb ik nog niet eens over de financi�le component van het verhaal. Het verhaal gaat dat Google in Nederland iets van 5 miljoen aan advertentie-inkomsten heeft, wat me schromelijk overdreven lijkt, maar stel dat het waar zou zijn, dan heb je ook die component nog. Ook in dat opzicht is Google alleen maar serieus te nemen als mediabedrijf. Het allerbelangrijkste is dat die Googlegeneratie Google gebruikt alsof het een mediabedrijf is. Verantwoordelijk voor hun nieuwsvoorziening. Hun primaire nieuwsvoorziening, niet het geheel, maar wel dat stukje. Of die verschillende brokken, samen met andere gebruikers. En als je niet zo naar de media kijkt en niet zo naar de mediagebruiker kijkt, snap je niet dat journalistiek niet meer is wat het ooit was. Als ik de minister hoor praten over zijn liefde voor kranten, vind ik dat hartverwarmend, maar het schiet zo weinig op.
MOLENAAR: Als de naam Google valt in de context van, ik hoor hem vaak in de context vallen van verwijtbare speler in de markt, in de zin van het schenden van auteursrechten, het hebben van advertentie-inkomsten over de ruggen van de contentproducenten.
BLANKEN; Dat is zo dubbel, ik bedoel, bijna alle kranten in de wereld, een handvol in Belgi� uitgezonderd, zitten er tweeslachtig in. Google betaald miljarden aan traditionele media die hun advertenties doorplaatsen, is de goed kant van het verhaal. De kwalijke kant van het verhaal is dat die miljarden maar een kwart van de inkomsten van Google zijn. En de 75 % houden ze zelf. Daar begint het mee. Kranten hebben, oude media hebben Google nu nodig, of Microsoft, de twee andere grote zoekmachines. Tegelijkertijd kaapt Google de koppen en de intro�s van berichten uit kranten en zegt daarbij: We nemen maar een klein stukje over. Dat is wel zo, alleen zal die Googlegeneratie zeggen; Dat kleine stukje is voor mij het hele bericht. Ik heb helemaal geen behoefte aan het complete bericht, ik hoef niet van een Google-zoekresultaat naar een site van de Washington Post te gaan om daar het hele bericht te lezen. In dat opzicht hebben die kranten gelijk, de lengte van een Googlebericht, de lengte van een Teletekstbericht is het hele bericht geworden, als het om dat type nieuws gaat; het nieuws wat zich nu voordat, het breaking news, het laatste nieuws, de politieke berichtgeving, de ongelukken, dat soort spul. Dus ja het is waar dat Google de grootste toegevoegde waarde van die berichten naar zichzelf toehaalt en daar advertenties onder verkoopt, tegelijkertijd hebben die media natuurlijk boter op hun hoofd, want ze staan ze ook vrij af. Je kunt mij niet uitleggen dat, je kunt mij misschien wel maar de gemiddelde vertegenwoordiger van de Googlegeneratie uitleggen dat de kranten aan de ene kant hun content als een dolle beschermen tegen Google en aan de andere kant hun RSS-feeds de wereld uit strooien voor iedereen om maar op te pakken. Ik snap het verschil wel, maar een willekeurige blogger snapt daar helemaal niets van. Die zegt van: Wat jullie gratis ronddelen in de vorm van RSS-feeds, dat is dus gratis en mag ik overnemen. En dat is precies wat Google doet.
MOLENAAR: Dat geeft wel een beetje inzagen in hoe vaak en hoeveel kranten dezelfde berichten weergeven.
BLANKEN: Ja, angstaanjagend h�. Ja. Ik las bij Davies dat een gemiddeld bericht van Reuters of de gemiddelde berichtgeving van Reuters per dag door 1 miljard mensen wordt bekeken en bijna nergens wordt gecheckt. Ik bedoel, dat is natuurlijk een, het is de laatste stuiptrekking van de massamedia. Dat we zo met het nieuws omgaan. Maar wel de laatste en daarna gaat iets anders op gang komen van het nieuws dat door kleine groepen wordt voortgebracht, over kleine onderwerpen of over hele grote onderwerpen, maar in ieder geval over heel veel onderwerpen, door heel veel groepjes.
MOLENAAR: Is er iets wat je zelf tegen die stuiptrekking kunt doen, vanuit je regionale positie? In hoeverre probeer jij afwijkend te zijn van mainstream, van de concurrentie?
BLANKEN: Ja, niet. Niet, dat moet je vooral niet doen. Ik bedoel , mijn krant heeft een 140.000 abonnees of nog wel meer die buitengewoon gelukkig zijn met de krant die we maken. Hij zou wel op tabloid mogen, zeggen de meesten, dat gaan we doen. Maar inhoudelijk verander hem alsjeblieft niet. Mensen zijn perfect gelukkig met de berichtgeving die we nu maken. Daar betalen ze 200 � 250 euro voor, in Nederland voor kranten. Verander dat alsjeblieft niet. Mensen zijn geweldig gehecht aan de krant die ze hebben, h�. Het grapje wat ik vaak maak en wat nooit wordt tegengesproken, is dat mensen in Nederland vaker van huwelijkspartner dan van krant wisselen. Dat zegt iets over de loyaliteit van mensen aan kranten.
BROUWERS: Dus je zit in een klem daar? Je kunt jezelf niet vernieuwen in die zin?
BLANKEN: Je zit helemaal vast. Je kunt jezelf niet vernieuwen, je kunt geen spectaculaire andere krant gaan maken. Wij kunnen niet de Telegraaf na gaan doen, niet omdat we dan hetzelfde maken als wat de Telegraaf maakt, maar omdat we dan iets anders zouden maken dan onze lezers willen. Dat is het probleem. We kunnen misschien op tabloid gaan, misschien dat onze lezers dat accepteren, dat kun je ze vragen en dan zegt 80 & �ja, graag� nou, dan moesten we dat misschien maar doen. Maar daar houdt het ongeveer op. Je kunt niet straffeloos een grote columnist uit je krant weghalen. Je kunt niet straffeloos de broodletter van je krant van de ene op de andere dag dramatisch veranderen .
MOLENAAR: Dat snap ik, dat je zegt: �Die krant, maak je redelijk duidelijk, moet je gewoon laten bestaan en marginaal veranderen�. Wat doe je dan voor lokaal om met welke soort media een ander publiek te bereiken?
BLANKEN: Alles, letterlijk alles wat mogelijk is. Dagblad van het Noorden, in NDC-verband, heeft een radiostation overgenomen: WaterstadFM, dat is maar zo�n klein radiostation, maar het voegt een stukje bereik toe aan wat we als NDC in het noorden hebben. We gaan met een commercieel televisiestationnetje beginnen, heel klein, bescheiden initiatief deze of volgende maand, is weer een volgende bouwsteen.
MOLENAAR: Dingen ernaast.
BLANKEN: We gaan dingen ernaast doen, ja. Op elk denkbaar platform, van beurzen tot tijdschriften, tot boeken, tot radio, tot televisie tot en met internet.
MOLENAAR: Zonder overheidsbemoeienis.
BLANKEN: Ja, en dat wringt, dat gaat steeds moeilijker.
MOLENAAR: En in de termen van samenwerking met regionale omroepen dan? Niet dus, want je doet het zelf?
BLANKEN: Wij doen het zelf. Die modellen zijn zo totaal anders. Misschien dat het er ooit van komt, ik hoorde andere regionale kranten daar wat verder in zijn dan wij, maar dat is moeilijk.
BROUWERS: heb je het geprobeerd?
BLANKEN: Daar kan ik niet zoveel over zeggen.
MOLENAAR: Dank je wel.
Meer berichten
- Johnny Ritzema, gepensioneerd metselaar: ze doen allemaal prachtige dingen
- Oproep RUG: onderzoek samen met ons vogelgedrag tijdens zonsverduistering
- Wint de CEO een prijs? Dan neemt de vervuiling van het bedrijf toe
- Totale verwarring rond vervolg kandidatuur European Youth Capital 2029
- Bewoners Swettehiem kunnen erop vertrouwen dat hun stem gehoord blijft
- De Boekentafel van Godert Walter met twee verzen van de Friese dichtersvorst Remco Kuiper
- De Troubadour zwijgt (en wij zouden ons moeten schamen)
- Oprichter RTL: Waarom de Nederlandse media de aansluiting met de toekomst verliest
- Julie Bruijnincx (D66): Van een college met GroenLinks had ik veel meer verwacht
- Olympia in Leeuwarden opent deuren voor mensen die moeite hebben met lezen, schrijven of rekenen
- Meer asielaanvragen afgewezen in 2025
- Joep van Tuinen: Ik stem FNP. Gemeente moet eens meedenken met ondernemers (ook kleine ondernemers)
- Experiment alcohol in de Prinsentuin – Marcel Visser: Wel drinken maar niet dronken worden
- SLIM stelt aanvullende vragen over financiële positie gemeente Leeuwarden
- Het TOOI: een geheime politiedienst in Nederland waar je waarschijnlijk nog nooit van hebt gehoord
- Wat doet de provincie? Welke plek heeft de provincie in het bestuur van Nederland? Hoe werkt de besluitvorming?
- Meer bouwen, maar voor wie? (2)
- Nieuwe banen vragen om vaste woonplekken
- Steeds meer studenten wonen hun hele studie thuis
- Wesley de Haan: Mede dankzij de FNP is het eindelijk gelukt dat It Skiphûs vernieuwd wordt
- Oud-wethouder GroenLinks Leeuwarden verwijt bestuur van partij passiviteit over integriteit
- Het leek vandaag wel even of ik in een evangelische boekhandel werk, zeg ik. Je hebt er een vrome kop van gekregen, krijg ik te horen
- Uitgeven uitgelicht tijdens Lettertreffen
- Opbrengsten ozb voor gemeenten 6,3 procent hoger – Sterkste stijging bij secretarieleges
- 2025: record aan grote faillissementen in West-Europa
- Wie het noodkanaal normaliseert, verzwakt het precies op het moment dat het er werkelijk toe doet
- Wethouder Hein de Haan ernstig ziek
- Klein coronanieuws en andere zaken – Sjoukje Witkop verlaat Oranje Hotel – Ronnie bestelt boeken – Gerard Buising maakte kans op project Utrechtse Dom – Schootstra Vis te huur of te koop – Sociale winkel Moes nu ook in de weer met honden – Heite schonk collectie schaakboeken aan boekenpassage
- Sjoerd Bootsma lekker bezig, nu in Vantaa Finland – What struck me most wasn’t a problem, but potential
- Omrop Fryslân lanceert een nieuw platform met snelle video’s
- Leeuwarden Oost blij met kabinet Jetten
- Ruim 26.000 bezoeken aan spoedeisende hulp per jaar mogelijk voorkomen door aanpak nicotinegebruik
- 1 miljoen mensen voelen zich ernstig beperkt
- 15 partijen leveren kandidatenlijst in voor gemeenteraadsverkiezing Leeuwarden
- BV Sport sluit zwembaden en sporthallen door code oranje
- Rapport: Jongeren haken niet af, maar raken overspoeld door het nieuws – oplossing: niet méér publiceren, maar slimmer distribueren
- De papieren vuist van Den Haag
- Strenge controle nodig voor digitale technologie in zorg
- In het noorden zijn de gemeenten Groningen en Vlieland de enigen waar meer baby’s worden geboren dan er mensen overlijden
- Korsten constateerde dat burgemeesters zelden struikelen over klassieke integriteitskwesties zoals fraude of zelfverrijking, maar vaker over verlies van vertrouwen






