Het Friese culturele veld mag meepraten over eigen toekomst. Dat is de intentie van de politieke partijen die het College van Gedeputeerde Staten van Friesland vormen. Aanleiding was het manifest van alle culturele instellingen in Friesland tegen de voorgenomen herijking van publieke middelen. Met zoveel eensgezindheid moet je als politiek wat doen zal ongetwijfeld de gedachte zijn (geweest). De eensgezindheid betrof natuurlijk de beoogde gang van zaken en het protest was gemakkelijk te organiseren. Een paar mensen nemen het initiatief, produceren een concept en sturen dat rond voor commentaar. Het eindresultaat is een ronkend stuk tekst ondertekend door alle betrokkenen. Echt ingewikkeld kun je het niet noemen.
Maar nu het vervolg. Het culturele veld is natuurlijk niet eensgezind, de subsidie voor de een kan niet meer aan een ander gegund worden. Was is wijs wanneer niet iedereen aan de overlegtafel genodigd kan worden? Enkelen zullen anderen moeten vertegenwoordigen, het is bijvoorbeeld niet waarschijnlijk dat de organisatoren van festivals zich adequaat vertegenwoordigd voelen door een museumdirecteur. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat de festivalorganisatie die de andere festivals vertegenwoordigd vanwege de plek aan de overlegtafel daar voordeel van heeft. Best wel een uitdaging om het bestuurlijke overleg met de provincie vorm te geven. Gedeputeerde Sietske Poepjes krijgt naar verwachting de speelruimte van een half jaar, graag 1 juli 2018 een product opleveren en als dat niet lukt uiterlijk voor het einde van dat jaar. Weliswaar ga ik er niet over, maar ik zou opteren voor het volgende. De opstellers van het manifest beschikken over alle relevante adressen voor elektronische post en sturen iedereen een berichtje met een voorstel. De zaak opsplitsen naar sector of kunstvorm. Musea worden vertegenwoordigd door een museum, beeldende kunstenaars door een professional uit die hoek, enzovoort. Binnen een cluster gaan de mensen in conclaaf over feiten en ambities, kwantitatief en kwalitatief. Wat gebeurt er nu met de centen en wat zou er meer kunnen wanneer er meer geld beschikbaar komt en wat kan er niet meer wanneer er geknepen wordt met de middelen. Uiteindelijk gaan de politici over de verdeling van de subsidies, in een cluster heeft het geen zin elkaar vliegen af te vangen. Vanwege LF2018 zijn er tal van evenementen waar de resultaten gepresenteerd kunnen, lekker praktisch want tijdens een festival kan in ieder geval de organisator en vrijwel zeker kunnen andere organisatoren dan ook. Ik heb het programma niet in mijn hoofd, volgens mij zijn er weinig tot geen vergelijkbare evenementen op hetzelfde moment geagendeerd.
Zo’n presentatie is een mooi moment om de gedeputeerde met weinig affiniteit met cultuur en haar ambtenaren een beetje op te voeden. De deelnemers in een cluster kunnen elkaar lijfelijk ontmoeten en wie weet ontstaat er (weer) wat moois. De algehele gang van zaken is natuurlijk om te huilen, provinciale staten dragen College van GS vlak voor LF2018 op met een herijking te komen met voorbijgaan aan het culturele veld. Onder externe druk wordt geheel in politieke stijl de koers een beetje verlegd, provinciale staten had ook kunnen erkennen een slecht besluit te hebben genomen. Er is in ieder geval sprake van voortschrijdend inzicht, met een goede invulling van het vervolg zou er zowaar sprake kunnen zijn van sociale innovatie.




