Circulair bouwen als hersenkraker, zo luidde onlangs de titel van een artikel in de Leeuwarder Courant. Bouwbedrijf realiseert voor woningcorporatie een woning die voor zeventig procent herbruikbaar is en loopt al doende tegen van alles en nog wat aan. Zo blijken vlas- en hennepvezels voor industrieel gebruik niet gecertificeerd te zijn. Dat lijkt mij niet verbazingwekkend. Alleen constructies en materialen die in de praktijk zijn beproefd kunnen gecertificeerd worden, je moet natuurlijk wel weten wanneer iets wel of niet gebruikt kan worden en daar kom je veelal proefondervindelijk pas achter. Tenzij je aan productontwikkeling op basis van een (computer)model doet, dan kun je vaak vooraf al een inschatting maken over de toepasbaarheid. Productontwikkeling op basis van een (computer)model en de daarvoor noodzakelijke high-performance computing is een opmerkelijk onderbelicht aandachtspunt voor economisch beleid. Het bouwbedrijf en de woningcorporatie die figureerden in het LC-artikel zijn aangesloten bij de vereniging Circulair Friesland ( http://www.circulairfriesland.frl ). Een opmerkelijk stelletje leden als je het mij vraagt. De leden van de vereniging bepalen uiteindelijk de te varen koers, welke dat wordt is vooralsnog een verrassing. Nogal wat (semi-)overheden zijn aangesloten, de vraag rijst in welke mate de club effectief zal blijken te zijn. Ik ken geen initiatieven van (semi-)overheidswege die succesvol zijn gebleken.
Veel zal afhangen van het leervermogen van de leden en de vereniging. Succesvol is de opzet van de watercampus rond Wetsus. Externe deskundigen beoordelen een en ander als volgens het boekje. Particulier initiatief van onderop, nauwelijks of niet reproduceerbaar naar andere terreinen. Ondanks de opzet blijft het voor startende bedrijven lastig om werkende verdienmodellen te vinden. Het instituut zit op precies het goede niveau tussen de wereld van de wetenschap en het bedrijfsleven. Absoluut niet navolgenswaardig zijn organisaties als de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (NOM), Technologiecentrum Noord-Nederland (TCNN) en het vroegere Syntens (opgegaan in een zwart gat genaamd Kamer van Koophandel). Daar vinden ze techniek en technologie wel leuk en interessant maar ontberen echte kennis om een visie op de toekomst te hebben. De NOM maakt het helemaal bont, meer een investeringsmaatschappij dan een ontwikkelingsmaatschappij. Jaren geleden heb ik eens een bijeenkomst bezocht over de marktkansen van slimme energienetten. Na die sessie nooit meer iets vernomen over die zogeheten smart grids in Noord-Nederland. Daarna volgden nog initiatieven aangaande economisch speerpunt sensortechnologie en een kenniscentrum droogtechnieken. Nul resultaat. Recentelijk een hackathon over de technologie achter de digitale munt Bitcoin, technologie die volgens de initiatiefnemer binnen een paar jaar ingevoerd zou kunnen worden. Duidelijk geen kennis van zaken, het gaat nog vele jaren duren voordat blockchain gemeengoed is. Instant succes is niet aan de orde, weg belangstelling. Vanuit de kant van de NOM gaan we helemaal niets meer over dit onderwerp horen. Slechte zaak overigens gelet op het (ontregelende) potentieel. Medewerkers van de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij zijn vanwege het project rond de slimme fabrieken voorlopig van de straat, alles wat het oplevert is mooi meegenomen. Geen succes betekent dat er subsidiecenten zijn verbrand, dat waren we toch al gewend.
Een circulaire economie in Friesland is een mooi wenkend perspectief. Het succes staat en valt met de bereidheid van de leden van Circulair Friesland te leren van wat er wel en niet goed is gegaan in Noord-Nederland. Het gaat om een economie, werkende verdienmodellen voor het midden- en kleinbedrijf dienen voorop te staan. Instant succes is niet aan de orde want een kwestie van lange adem en dat vereist een visie op de toekomst. Een circulaire economie is zeer kennisintensief, veel producten moeten vanaf nul ontworpen worden. Blijft succes uit dan zijn we terug bij af en is die cirkel in ieder geval rond.



