Fata Morgana’s zijn luchtspiegelingen boven een oververhit maaiveld. Ze putten de reiziger uit, omdat ze steeds net over de horizon de belofte van een verfrissende oase aanbieden en zodra je een beetje die kant oploopt, zijn ze weer weg. Dat is het beeld dat bij me opkomt als ik ’s avonds door het Hoog Catharijne gebied van Utrecht naar huis rijd. Na meer dan 25 jaar plannenmakerij en 7 jaar bouwactiviteiten, is het een bouwwoestijn met daarlangs een aantal verleidelijke borden met vergezichten op een fraaie singel, die ooit zou kunnen komen. Ik kan me maar niet aan de indruk onttrekken dat er slimmere methodes zijn om een singel aan te leggen. Natuurlijk is het een ingewikkelde opgave, maar dat komt omdat het ingewikkeld gemaakt is, met parkeergarages en winkelgebieden, cultuurpaleizen en het drukste station van Nederland die we allemaal in elkaar willen laten haken. Maar dat wil ik nog wel accepteren. Wat mij ergert, is het ogenschijnlijk ontbreken van enige logica om zo’n bouwproject niet een lijdensweg voor de stad te laten zijn. Als er een betonnen heipaal gelost moet worden, staat de file tot aan de afslag op de A2 en zonder enige gêne wordt op het hoogtepunt van de bouwwerkzaamheden de Croeselaan gesloten voor een ander bouwproject en de NS begint op dat zelfde moment met het verbouwen van het enige andere viaduct waarmee je de binnenstad kan bereiken. En dat dan 12 jaar lang. Alle middenstand langs deze aanstaande singel is al verdort. Het is een vorm van civieltechnische masochisme. En vooral niet zeiken, het wordt vast goed.
Ik kan een vergelijkbaar verhaal vertellen over het Centraal Station in Rotterdam, de overkapping van de A2 bij Leidsche Rijn, de Noord-Zuid lijn van Amsterdam en natuurlijk binnenkort in datzelfde theater en mijn favoriet, de overkapping van de Zuidas. Allemaal projecten met een ongekende impact op het functioneren van de stad, alsof je een openhartoperatie uitvoert op een patiënt die gewoon door moet werken. Het doel heiligt de middelen lijkt het en het verlies aan gebruikskwaliteit, aan waarde omdat de stad lokaal op zijn gat ligt, speelt nauwelijks een rol bij de afweging om zo’n project te beginnen. Tegen de tijd dat de nieuwe luchtspiegeling gerealiseerd is, hebben we natuurlijk weer een andere luchtspiegeling gevonden waar we naar toe gaan rennen, zodat we altijd in een ‘werk in uitvoering’ leven. Als ik de verantwoordelijke wethouders erop aanspreek, wuiven ze mijn bezwaren meestal weg met een verwijzing naar het mooie perspectief op de horizon. Een beetje pijn moesten de stadsbewoners maar lijden, en daarna wordt het pas echt mooi en je weet het Rudy (knipoog, vingertje priemende in mijn middenrif) “Die stad komt nooit af”. En daar zit nu precies de denkfout.






