Altijd weer een fraai gezicht die glimmende zonnebootjes bij de finish in de Prinsentuin in Leeuwarden. De vijfde editie zit er op, dit keer nog snellere boten en toch geen vooruitgang.
Het was de organisatie ook al opgevallen dat veel onderwijsinstellingen weinig vooruitgang boeken qua ontwikkeling omdat elke keer een nieuwe lichting leerlingen / studenten dezelfde problemen ondervindt. Vergelijk dat met het succes van het bedrijf dat elke editie aan de start verschijnt: die kunnen keer op keer voortborduren op eerdere opgedane kennis en ervaring. De organisatie van de zonnebotenrace dacht de oplossing te hebben in de vorm van een standaardklasse: de V20-klasse. Slechts drie deelnemers in die klasse, plek op het podium voor iedereen verzekerd. Lange tijd lag het team van Koninklijke Marine Technische Opleidingen op kop, helaas kwamen ze de laatste dag niet over de finish, tussen Harlingen en Leeuwarden bliezen ze hun derde motor op. Die hadden dus wel even tijd voor een praatje, even gevraagd naar hun ervaringen want die V20-klasse wordt verondersteld een oplossing voor een probleem te zijn. Aangezien het ontwerpen van een boot vanaf nul voor de medewerkers in opleiding een brug te ver is, is een afbouwboot voor de marine ideaal. Helaas is de V20-standaard te standaard, ze willen graag meer ontwerpvrijheden qua motor, accupakket, etc. De Koninklijke Marine is een beetje een buitenbeentje, een geheel eigen ontwerp is niet nodig, het gaat die organisatie niet alleen om het toepassen van technische kennis en vaardigheden maar ook om teamwork en leiderschap. De instructeurs zijn de verbindende schakel tusen de verschillende edities van de race en de lichtingen medewerkers in opleiding. Kortom, deze club is een beetje blij met de V20 maar niet helemaal en vragen zich af of het wel een goed ontwerp is. Drie keer een motor opblazen mag natuurlijk niet gebeuren.
Mensen van de marine hoef je niet te vertellen dat een zonneboot een mechatronisch systeem is, een systeem waarbij mechanica, elektronica en ict een uiteenlopende rol spelen. Hun drijvende dorpen zijn een en al mechatronische systemen. Hoe pakken andere bedrijfstakken de overdracht van kennis en vaardigheden tussen verschillende generaties aan? Door het toepassen van daartoe ontworpen industriestandaarden. Eentje staat bekend als Systems Modeling Language (SysML van het industrieconsortium Object Management Group, OMG). In de civiele luchtvaart doen toestellen soms tientallen jaren dienst, de ontwerpers van het begin zijn met pensioen als er nog wijzigingen doorgevoerd moeten worden. Bedrijven als het Franse Airbus gebruiken daartoe open source software omdat ze die software niet alleen kunnen ontwikkelen en het hun core business niet is. Iedereen mag die software gebruiken, te vinden op http://www.polarsys.org , en participeren. Je koopt een boek over het gebruik van de SysML-standaard en je kunt aan de slag.
Bij een kenniseconomie draait het niet om kennis maar om kennisvalorisatie, het toepassen van kennis in producten en diensten die bij bedrijven geld in het laatje brengen. Niet zelden zullen dat mechatronische systemen zijn. Verbazingwekkend gebeurt er op dit vlak in Friesland nagenoeg niets. De organisatie van de zonnebotenrace heeft met de invoering van de V20-klasse een grote kans gemist. Wat is er leuker dan in een sportieve ambiance studenten en bedrijven kennis te laten maken met een industriestandaard die ontworpen is om (ontwerp)kennis over te dragen? Het blijft een mooi gezicht, die ranke en fragiele bootjes die tegenwoordig wel veertig kilometer in het uur kunnen halen. Voor het overige wordt er weinig vooruitgang geboekt. En de zonnebotenrace is nog wel een project van Culturele Hoofdstad 2018. Gaat het nog wat worden, die B-Agenda met vijf E-punten?



