Liwwadders
  • Cultuur
  • Politiek
  • Economie
  • Ondernemen
  • Doneer!

Het is wachten op de biografie van Liemburg over Fedde Schurer

23 november 2008 Actueel

(tekst: kunsthistoricus Huub Mous op zijn weblog)

Achter de Friese zeewering 23 november 2008 op 12:28

�Friezen zijn provinciaal, hoor je intellectuelen en kunstenaars nogal eens beweren. Van wat er in de rest van de wereld omgaat, hebben zij geen idee. Internationale problemen denken ze van hieruit wel even te kunnen oplos sen. Zij beschouwen zich als het centrum van een wereld, waar men meestal niet eens in staat is deze provincie aan te wijzen op de kaart. Friesland is een achterlijk land. Kennen we niet al sinds Busken Huet het verschijnsel van de intellectueel die zijn biezen pakt? Of hebben Hermans en Komrij de lage landen soms verlaten, omdat zij de culturele omgeving hier zo stimulerend vonden? Dat we in bepaalde opzichten provinciaal zijn, valt moeilijk te ontkennen, maar zijn dergelijke eigenschappen hier meer verbreid dan elders? Vallener ook niet in Duitsland, Frankrijk en Engeland tal van dingen aan te wijzen, die men moeilijk als symptomen van een kosmopolitische instelling kan beschouwen? En heeft men in Denemarken en Portugal meer sjoege van wat er in New York, Tokio en Moskou omgaat dan bij ons? Ik betwijfel het. Misschien is de gewoonte om op provincialisme af te geven, hier wat meer verbreid dan elders, zonder dat we daar overigens minder bekrompen van hoeven te worden.�

Wie heeft dit geschreven? Ik denk dat niemand dit raadt. Er zit ook een adder onder het gras. De woorden �Friezen� en �Friesland� kwamen in de oorspronkelijke tekst niet voor. Er stond �Nederlanders� en �Nederland�. De passage is ontleend aan het essay � Achter de zeewering �van de filosoof Lolle Nauta dat in 1987 verscheen en in ons kleine intellectuele kikkerlandje voor nogal wat opschudding zorgde. Lolle Nauta was van oorsprong een Fries. Het heeft er dus alle schijn van, dat iets wat hij eerder in Friesland had meegemaakt op latere leeftijd op heel Nederland projecteerde. Omgekeerd gaat vrijwel alles wat hij in dit betoog beweerde nog altijd op voor de Friese situatie.

Lolle Nauta veegde de vloer aan met de Nederlandse intellectuelen die niet meer weten hoe je een polemiek moet voeren. Essays vallen in Nederland haast nooit in de prijzen. Juist in dit genre, waarin – naar de woorden van Ter Braak � �de literatuur lek wordt naar de kant van de filosofie� blijft een ge�soleerd fenomeen aan deze kant van de zeewering. Nederland had in de ogen van Nauta nog altijd te kampen met de nawee�n van de verzuiling, maar ook met een kunstmatige barri�re tussen literatuur en filosofie. Men gaat hier niet met elkaar in discussie. Ge�nstitutionaliseerde tolerantie wordt steeds weer vereenzelvigd met een taboe op kritiek.

Nauta constateerde een gebrek aan intellectuele bewegingsvrijheid. Zo zou er in Nederland nauwelijks ruimte zijn voor een rechtse intellectuele traditie. Maar een linkse traditie in het debat is er ook niet echt. Iedereen neemt vroeg of laat de schutkleur aan van het midden, en zo blijft de bandbreedte van voor het debat uiterst klein. De ware intellectueel kenmerkt zich volgens Nauta door een obsessie voor het publieke debat. Wie niet van discussi�ren houdt is geen intellectueel. Een intellectueel is niet iemand � zoals linkse mensen wel willen doen voorkomen – met bepaalde intellectuele vaardigheden en een liefde voor onderdrukte groeperingen, maar iemand die vooral allergisch is voor het onrecht van de uitsluiting. Dat laatste is volgens Nauta dan ook het tweede belangrijke kenmerk van de intellectueel. Juist het fenomeen van de uitsluiting komt in Nederland vaak voor. Publieke debatten raken nogal eens in opspraak omdat zij gepaard gaan met processen van ostracisme. Wie kritiek uit, wordt de mond gesnoerd, want daarmee bevuil je het eigen nest. Juist tegen dit soort processen dient een intellectueel in opstand te komen.

Door toedoen van de Koude Oorlog en het niet minder koude verzuilingsproces is het in Nederland na de oorlog al gauw intellectueel gaan vriezen. Dat heeft tot allerlei verstarringen geleid. Nauta noemde het verbazingwekkend dat Nederlandse intellectuelen nog steeds te kennen moeten geven, dat zij met het christendom niets te maken willen hebben. Men is voor alles redelijk en rationeel en verzet men zich openlijk tegen het christendom en alle totalitaire bewegingen van links en rechts. De afgeknepen discussies hierover in de media laten zien dat zich als gevolg van de verzuiling nooit een retorische traditie heeft kunnen ontwikkelen. Wie bij een omroep wil werken bijvoorbeeld moet eerst aan bepaalde wereldbeschouwelijke eisen voldoen.

Zoals gezegd, wat Lolle Nauta ruim twintig jaar geleden achter de Nederlandse zeewering gewaar werd, geldt nog altijd – en zelfs in versterkte mate � voor het verzuilde klimaat achter de inmiddels talloze malen opgehoogde Friese zeedijk. De Friese taal is de laatste zuil van Nederland. Bij Omrop Frysl�n moet je Frysk spreken, anders kom je daar niet aan de bak. Op het Provinciehuis ook. Achter de Friese zeewering wordt er ook niet echt met elkaar gediscussieerd. Er bestaat geen open debat of discours. Je behoort immers allemaal tot dezelfde zuil, dat wil zeggen: het seculiere aftreksel van het ooit bijna religieus getinte ideaal van de Friese beweging, die zijn nationalistische dromen stilaan inruilde voor een defensief taalbeleid dat met alle kracht tot het fundament van het Friese cultuurbeleid wordt bestempeld. De navelstreng tussen de Friese beweging en de kunsten mag dan door Fedde Schurer kort na de oorlog met enig ceremonieel zijn doorgeknipt, de zuigeling die daarna zijn eerste levenskreet slaakte is nooit echt volwassen geworden.

Anders gezegd: de Friese literatuur is nooit geheel autonoom geworden, ze is nog altijd niet volgroeid. En dat komt evenzeer door de zorgzame moeder die nooit van de wieg is weggegaan, maar altijd borstvoeding is blijven geven met voedzame subsidiestromen, maar ook door al die Friese letterheren en letterdames die tot op de dag van vandaag blijven �eamelje� over een Friese traditie in de literatuur, die al dan niet miskend zou zijn, herwaardering behoeft, in een slingerbeweging heen en weer zou schieten tussen traditie en experiment en in de ogen van zijn criticasters behept is met bedenkelijke ideologische restanten uit het verleden zoals nationalisme en etnocentrisme. Ondertussen wordt er vooral over dit soort zaken niet gediscussieerd. Als er een debat dreigt los te breken, dan wordt er binnen de kortste keren met modder gegooid of kruidje-roer-me-niet gespeeld.

Wat zou Lolle Nauta gevonden hebben van het huidige intellectuele klimaat in Friesland? Dat is natuurlijk een onmogelijk vraag, want Lolle Nauta leeft niet meer. Je kunt er alleen maar naar gissen. Afgaande op wat hij in het verleden allemaal over dit benauwde terpen-landje achter de dijken heeft beweerd, belooft het weinig goeds. In ieder geval is het duidelijk dat Nauta in al het rumoer en de reuring van de jaren zestig een onafhankelijke positie innam en zijn mening niet onder stoelen of banken stak. Van het brave en burgerlijke tijdschrift �De Tsjerne� moest hij in die tijd weinig hebben, maar zijn kritiek op de nieuwlichters van Quatrebras was ook niet mals. In een radiopraatje voor de RONO in 1961 maakte hij de kachel aan met deze jonge quasi-avantgardisten, die vijf jaar na dato het gedachtegoed van de Nederlandse experimentelen nog eens in Friesland gingen uitventen, terwijl de deze richting elders in het land zo langzamerhand geheel was doodgebloed. Alleen voor de �aangename lyrische lichtzinnigheid� in de verhalen en de po�zie van Hessel Miedema maakte Lolle Nauta een uitzondering.

Toen in 1967 de ruiten van het huis van Trinus Riemersma met mest werden ingesmeerd vanwege zijn laatste roman, �Minskrotten- Rotminsken�, en hij ook nog eens moeilijkheden kreeg op de school in Gau, waar hij onderwijzer was, nam Lolle Nauta stelling. In een artikel in De Nieuwe Linie ging hij te keer tegen deze heksenjacht in Friesland en de vergoelijking daarvan van een aantal collega-schrijvers, die een publieke verdediging van Trinus Riemersma verwarden met het bevuilen van eigen nest. Nauta zat toen midden in het gekonkel die nasleep van de rel rond Bauke de Jong had opgeleverd. Bauke de Jong had een boek van Jan Piebenga, de toenmalige hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant, afgebrand voor de microfoon van de RONO, in een rubriek waar Lolle Nauta eindredacteur van was. Nauta werd nooit om zijn oordeel gevraagd, maar de directeur van de RONO verklaarde later, dat hij met de inhoud akkoord was, en liet vervolgens achter de rug van Nauta zijn superieuren in Hilversum weten dat hij de inhoud van Bauke de Jongs recensie verwerpelijk achtte. Zo werd in die tijd de kritiek gesmoord. Het nest moest koste wat kost schoon blijven en als iemand zei dat het vies was, werd hij met modder bekogeld.

Zijn de tijden veranderd? Ik vraag het me af. Nog geen vier jaar geleden belandde ik zelf in een arbeidsconflict met mijn eigen werkgever, nadat ik in de Moanne een kritisch artikel had geschreven over het alom gerespecteerde Friese gezinsblad De Leeuwarder Courant. Rimmer Mulder, hoofdredacteur van dat geheiligde bolwerk van braafheid en fatsoen, meende er goed aan te doen om een dreigement te uiten in de richting van mijn werkgever. De sponsorrelatie die de LC met Keunstwurk had – en die betrekking had op de organisatie van de Vredeman de Vries prijs – zou be�indigd worden. Mijn directeur bleek – evenals die slappe directeur van de RONO destijds – niet over een rechte rug te beschikken. Eerst verklaarde zij dat het een priv�zaak van mij was, om vervolgens achter mijn rug om met Rimmer Mulder te gaan praten om namens Keunstwurk haar excuses aan te bieden en mij met terugwerkende kracht de mantel uit te vegen. Zo waren de mores in Friesland in 2004, zo waren ze veertig jaar geleden en zo zullen ze wellicht altijd blijven.

Het jaar daarop, in 2005, ontbrandde er een discussie op internet over een artikel van Abe de Vries in het literaire tijdschrift Hjir over het oorlogsverleden van de Friese dichter Douwe H. Kiestra. In dat debat heb ik mij behoorlijk geweerd. De toon was op zijn zachts gezegd niet altijd even kies (what�s in a name?), maar er werd tenminste gedebatteerd, zij het op allerlei fora die alras van het net verdwenen en waarvan ik me afvraag of ze ooit digitaal zijn opgeslagen en nog bewaard worden in de magazijnen van Tresoar. Menig Friese letterheer of letterdame haalde zijn neus op voor dit verbale geweld van enkele kwajongens op leeftijd, die niets van de Friese literatuur afwisten. Wat mij betreft hadden ze daar zeker gelijk in. Mijn kennis van de naoorlogse Friese literatuur was en is beperkt, al heb ik mijn kennis van de naoorlogse Friese cultuurhistorie in de afgelopen jaren redelijk bij kunnen spijkeren. Maar voor mijn kompaan in dit debat, Eeltsje Hettinga, ging dit verwijt niet op. Hij was en is zeer goed ingevoerd in de Friese literatuur en wist mij dan ook van allerlei zaken op de hoogte te brengen, waar ik tot dan toe geen weet van had.

Een terugkerend verwijt van Abe de Vries was dat de discussie op weblogs en fora plaatsvond en niet in serieuze artikelen in serieuze tijdschriften. Het was niet chique om zo met elkaar te rollebollen en vechtend over straat te gaan. Discussi�ren doe je als heren onder elkaar. Inmiddels zijn we drie jaar verder. Abe de Vries heeft een aantal van zijn artikelen gebundeld en een lijvige bloemlezing uitgebracht – �Het goud op de weg� – om zijn idee�n zo voor de eeuwigheid vast te leggen en te canoniseren in een visie op de ontwikkeling van de Friese po�zie. Het antwoord van Eelstje Hettinga liet niet lang op zich wachter. Vorige week verscheen een tweetalig boekje dat hij zelf heeft uitgegeven en als veelzeggende titel meekreeg: �De leugen op de weg.� Ha, denk je dan, eindelijk, het debat in Friesland is volwassen geworden. Geen �skellerij� meer op internet, maar serieuze publicaties, met afgewogen argumenten en zorgvuldige bronvermelding. Het feest kan beginnen. Helpers weg, tweede ronde.

Maar niks van dat al. De reactie van Abe de Vries luidt: �Makkers staakt uw wild geraas!� Op zijn weblog laat hij weten dat de mildheid van de decemberdagen maar gauw over ons allemaal neer moet dalen. Hij bestempelt het geschrift van Hettinga als �Het rode boekje� en valt vooral over de toon van de kritiek, dat wil zeggen: �de bekende zure humor� en �de rancune die er teveel doorheen breekt�. Ik heb nog nooit debat gezien, waar over de toon wordt gediscussieerd. �De mandarijnen op zwavelzuur� ga je toch ook niet als �verzuurd� bestempelen. Kritiek is zuur voor degene op wie de kritiek zich richt. Dat is eigen aan kritiek. Zo af en toe moet je de pen in vitriool weten te dopen, anders kun je beter de plantjes voor het raam gaan water geven. Debatteren doe je op het scherp van de snede, met liefde voor de taal en alle venijnige streken die je met taal kunt uithalen. Ik heb het rode boekje van Hettinga er nog eens goed op na gelezen, maar volgens mij staat er geen onvertogen woord in. Scherpe kritiek, dat wel, en af en toe vilein verwoord, maar altijd goed onderbouwd en zeer precies verantwoord in een notenapparaat met exacte bronvermeldingen.

Abe de Vries moet dus niet zeuren en met inhoudelijke tegenargumenten komen. Dit schiet niet op zo. Waar gehakt wordt vallen spaanders. Je kunt af en toe even groggy onderuitgaan, maar dan is het zaak om snel weer op te staan en de scheidsrechter niet tot tien te laten tellen. Inhoudelijk stelt zijn verweer nog niets voor. Het is niet terzake dat hij enkele typeringen van Hettinga verwijst naar het Hjir-nummer van december 2004. Dat artikel over de miskende eigen traditie van de Friese po�zie gaat over dezelfde problematiek. Van dit artikel heeft De Vries zich nooit publiekelijk gedistantieerd en zolang dat niet is gebeurd, kun je kritiek te blijven verwachten. Wie de ideologische laag in de bloemlezing van Abe de Vries gaat blootleggen stuit op een mijnenveld dat alle te maken heeft met de vermeende miskenning Douwe H. Kiestra met zijn �christelijk mystieke inslag�.

Eeltsje Hettinga toont overtuigend aan dat er na de oorlog van een miskenning van Kiestra�s werk geen sprake is geweest. Integendeel. De foute Friezen kregen na hun straf of berisping weer alle ruimte. Ook Fedde Schurer was mild gestemd over deze intellectuele collaborateurs. Wie zijn straf gehad had, moest weer aan de slag kunnen. In zijn autobiografie �De beslagen spiegel� laat Fedde Schurer zijn genuanceerde opvatting in deze kwestie duidelijk blijken. Trouwens, hoe correct is Fedde Schurer zelf in de oorlog eigenlijk geweest? Daar hoor je nog altijd heel verschillende verhalen over. Een echte verzetsheld is het volgens mij nooit geweest. Van Randwijk moest nooit veel van Fedde Schurer hebben. Het wordt hoog tijd dat die biografie van Frou Liemburg eens afkomt, dat kan het debat over de foute wortels van de Friese beweging eindelijk eens goed losbarsten. Maar ik dwaal af.

De kern van de problematiek, zoals hier aan de orde is, ligt natuurlijk in de door Abe de Vries gesignaleerde oppositie tussen traditie en experiment. Hij wijst op de eigen muzikale en fonetische mogelijkheden van Friese taal en kiest de ietwat miskende po�zie van Tjitte Piebenga als rolmodel. Daarin zou de synthese tussen experiment en traditie voor het eerst met succes tot een synthese zijn gebracht. Hettinga valt hem hier zwaar op aan, waarbij hij overtuigende argumenten aanvoert, waardoor Piebenga�s inspiratiebronnen, die de Vries aanhaalt, wel zeer onwaarschijnlijk worden. Ook zijn broer Tsj�bbe Hettinga blijkt nooit iets me de po�zie van Piebenga op te hebben gehad, in tegenstelling tot wat De Vries beweert. Maar dat niet alleen. Hettinga wijst op de ideologische agenda die achter deze bloemlezing schuil gaat en het moet Voor de Vries niet leuk zijn om dit te lezen, maar nogmaals de argumentatie van Hettinga snijdt wel hout. Er zit systeem in dit soort ondernemingen. De huidige hype van het bloemlezen sluit aan bij de ziekte van de �canonitus� die momenteel in Nederland heerst. Het is uiteindelijk allemaal angst voor de teloorgang van het eigene.

Zeer terecht wist Hettinga op het boek �Het bange Nederland, een pleidooi voor een open samenleving� van Jan Willem Duyvendak, Ewald Engelen en Ido de Haan. Canonitus komt voort uit angst. En het is een diepe angst voor de teloorgang van de eigen taal die de Friese cultuur momenteel in zijn greep houdt. Maar waar leidt dit krampachtig defensief uiteindelijk toe? Tot welke prijs moet het Fries behouden blijven? �Als die taal naar de haaien gaat�, zo stelt Hettinga terecht, �dan gaat ze naar de haaien.� Daar kun je de automie van de literatuur niet voor opofferen. Mag het dan ook een beetje minder? Nee dus. Literatuur is en blijft autonoom en de kwaliteit van de literatuur heeft niets met ideologie, geloof of een zwak voor de Friese taal van doen.

Hettinga�s betoog is boeiend, ook wanneer hij zijwegen inslaat. Zijn verwijzing naar Jo Smit bijvoorbeeld, wiens regionalisme zo kort na de oorlog nauw verband hield net zijn existentialistische levenshouding. Er zou veel meer onderzoek gedaan moeten worden over wat �regionalisme� na de oorlog precies heeft betekend. Er was sprake van een soort universeel regionalisme, ook in andere regio�s dan Friesland, een regionalisme dat tegelijk een humaan antwoord bood tegen de vervreemding en ontworteling van de opkomende urbanisatie.

Dat soort gedachten konden samengaan met de idealen van het doorbraak socialisme, �de derde weg�, het existentialisme, het personalisme en de opkomende fenomenologie in zowel de menswetenschappen als in de nieuwe benadering van de religie. De ruimte voor de persoon en zijn eigen materi�le en immateri�le levensruimte kwam op allerlei manieren centraal te staan binnen een nieuw soort universeel humanisme. Dat alles had ook zijn repercussies in het denken over regionalisme. Het �Friese reveil� vond daar zijn eigen weg in, maar wel in een veel breder intellectueel kader, dan tegenwoordig. Mensen als Fokke Sierksma en Lolle Nauta schreven ook voor Podium, het landelijk tijdschrift dat de geest van Ter Braak levendig hield. Waar is dat intellectuele klimaat gebleven in Friesland? Het is achter de zeewering verdwenen en het wordt daar door Abe de Vries niet achter de koeienstaarten vandaan gehaald. Integendeel: �Makkers staakt uw wild geraas!�

De figuur van Jos Smit is daarnaast interessant � en Eeltsje Hettinga laat dit na om te vermelden – omdat hij in zijn houding tegenover de modernistische vernieuwingen binnen de beeldende kunst een kenmerkende middenpositie innam, die sterk doet denken aan de synthese tussen traditie en vernieuwing die Abe de Vries in de po�zie van Tjitte Piebenga herkent. Na de dood van Cor Reisma in 1962 verscheen in De Tsjerne een uitgebreid artikel met maar liefst acht illustraties, geschreven door Jo Smit, ter nagedachtenis aan deze �vertegenwoordiger van het idealistische realisme�. In zijn late gouaches van Reisma herkende Smit een �een doorhuiverde vorm van tragisch voelen�. Reisma werd destijds door heel wat Friezen beschouwd als een kunstenaar die het vakmanschap van de �artisan� trouw was gebleven en de verleiding van de abstractie had weerstaan.

Abstracte kunst, zo stelde Jo Smit, was immers niet zelden slechts een uitdrukking van een verraderlijke en benauwende angst voor de ondergang. Reisma�s werk daarentegen had iets onthechtends, iets oplossends , iets wat niet door abstractie werd bereikt, maar door een onbewuste symboliek. Zijn trouw aan de traditie was daarom juist een meerwaarde geweest. Hij had het vreemde van de vernieuwing vertaald in het vertrouwde van het nabije. Onder zijn ogenschijnlijke spontaniteit ging een gevoel voor orde en structuur schuil, waar mensen houvast aan hebben. Reisma was een gids geweest, en dat maakte hem in de ogen van Jo Smit niet enkel een Fries of Nederlands, maar ook een Europees schilder.

Met andere woorden: aandacht voor traditie en behoud kon zelfs een universele waarde hebben dat het belang van de regio verre oversteeg. De geschiedenis heeft Jo Smit geen gelijk gegeven. Het werk van Cor Reisma in de vergetelheid geraakt, net als dat van Tjitte Piebenga. De synthese die men zocht was achteraf beschouwd vooral ingegeven uit angst, net zoals de huidige idealisering van deze synthese door Abe de Vries uit door angst teweeg wordt gebracht. �De Friese schrijver is op de eerste plaats schrijver en daarna pas Fries�, schreef Anne Wadman in 1949 toen hij de Friese literatuur achter de koeienstaarten vandaan wilde halen. Om die reden is hij nu – vanuit de optiek van Abe de Vries – in de afvaloven van de literatuurgeschiedenis beland. Maar wat was er nu mis in die woorden van Wadman? Zijn ze in wezen verschillend van wat Gerrit Benner ooit zei: �Zeggen dat je een Fries bent is klotekoek. Ik ben een mens die Gerrit Benner heet, die schildert� Kunst, zoals ook het leven, gaat primair om de mens en niet om de ideologie, de religie de taal of de geboortegrond van een mens. Kunst is een universele taal die autonoom is en louter en alleen met het het leven zelf van doen heeft. �Kunst heeft geen land�, zei Erik Satie, �ze is niet rijk genoeg om er een te hebben.�

Terecht verwijst Eeltsje Hettinga naar de kritiek die Goffe Jensma heeft geuit op de geschiedschrijving van de Friese literatuur, zoals die zijn beslag heeft gekregen in het boek �Zolang de wind van de wolken waait�. Alleen vergeet hij daarbij te vermelden dat ik in mijn boek �De kleur van Friesland� een ander methode heb aangereikt, een onbevangen benadering vanuit een brede optiek waarbij maatschappelijke context wordt meegenomen en de ideologische wisselingen in het getij het kader vormen voor een nieuwe duiding en een nieuwe artistieke waardebepaling. Er zou hoognodig nieuw onderzoek moeten komen naar de cultureel context in het Friesland van de van de jaren vijftig en zestig vanuit een brede cultuurfilosofische invalshoek en waarbij ook de ontwikkelingen binnen meerdere kunstdisciplines simultaan aan bod komen.

Hoe autonoom is de Friese literatuur? Die vraag dringt zich telkens weer op. Of beter gezegd: hoe autonoom mag de Friese literatuur zijn? Wat is de relatie tussen de specifieke eigenschappen van de Friese taal en een mogelijk eigen karakter van de Friese literatuur? Heeft die Friese literatuur wel een eigen karakter? Het wordt hoog tijd voor een tweede deel van mijn boek �De Kleur van Friesland�, maar dan niet voor de naoorlogse beeldende kunst, maar voor de po�zie en de literatuur. Niet geschreven met de kokerblik van de slippendragers van Tresoar, maar met een brede contextuele benadering, ook landelijk en internationaal, waarbij de inzichten van Bourdieu evenzeer van belang worden geacht als de erfenis van Merlyn, Kees Fens en andere close-reading-fanaten van weleer.

Literatuur is meer dan alleen geloof in eigen taal en identiteit. Literuur is vrij, zo stelt Eeltsje Hettinga terecht. Zij is autonoom en amoreel en wars van elke ideologische, religieuze, taalpolitieke of etnocentrische lading. Dat wil niet zeggen, dat je de receptie van de literatuur mag onderzoeken op dergelijke vooringenomen houdingen. Sterker nog, het is hoog nodig dat dit in Friesland eindelijk eens gebeurt. Een objectieve brede benadering van de naoorlogse literatuur, waarbij de ideologische golfslag van de tijd als perspectief wordt meegenomen en niet voorop wordt gesteld in het ideologische paradigma van een onderzoeker, bloemlezer of canonfabrikant.

Achter de Friese zeewering is het intellectuele klimaat guur en schraal geworden. Er is hier geen liefde voor het debat om over het mechanisme van de uitsluiting maar te zwijgen. Als je de criteria van Lolle Nauta toepast op het hedendaagse klimaat in Friesland, dan is hier nauwelijks nog een intellectueel te bekennen. Het is de hoogste tijd dat daar verandering in komt, waarbij een schone taak is weggelegd voor al die duurbetaalde krachten binnen de Friese instituties die zwijgen in alle talen, zelfs in het Fries, omdat ze allemaal uit de zelfde ruif hun brood verdienen.

zie en luister

1 Reactie

Doe mee en doneer knop
Vorige bericht

Gewapende overval op coffeeshop aan Zuidvliet Leeuwarden

Volgende bericht

Warniahuzen historich gezien perfect als erotisch massagecentrum

 

Meer berichten

  • Dag meneer Pennewaard, waarom komen mensen die verstand hebben van natuurkunde en kunnen rekenen bijna nooit in de krant aan het woord? (nu met opnieuw reactie)
  • Peter de Haan (PvdA) maakt van Dorpskerk PvdA/GroenLinks-podium
  • FNP ontevreden over antwoorden Mercuriusfontein en stelt opnieuw vragen
  • Richard de Mos over zetelrovers, schrikbewind en de toekomst van rechts | Formatieperikelen
  • SP: Wij willen een ander Nederland en een ander Leeuwarden
  • VVD verbaasd over excuusbrief college over 7 ton te veel geïnde belasting – VVD: college legt schuld bij raad
  • Hoge Raad: Geen parkeergeld betalen? Dan draai je op voor kosten parkeersysteem
  • Zouden die nog bestaan, vraag ik een man die het boek ‘Het verhaal van de dienstmaagd’ van de Canadese schrijfster Margaret Atwood koopt
  • Dat vrouwen uit de architectuur verdwijnen is niet de kern van het probleem, maar een symptoom van een verziekte branche
  • Het was weer een dolle boel tijdens de nieuwjaarsreceptie van de provincie Fryslân
  • Burgemeester Buma, hoe zit het met ondermijning vanuit gemeentelijke organisatie? (update)
  • ABNAmro: Voor 452.000 woningeigenaren moet het mogelijk zijn denken wij – samen met TNO – om met gesloten beurs te verduurzamen
  • Koopwoningen in december bijna 6 procent duurder dan jaar eerder – gemiddelde transactieprijs 480.051 euro
  • Werkgevers kunnen online uitingen personeel niet zomaar begrenzen – Efteling mag niet zomaar verbod instellen
  • Journalist Ignace Schretlen: Je wordt als senior minder serieus genomen
  • Meer arme werkenden in 2024 – Zzp’ers vaker arm
  • Politici missen kennis en interesse in de bedreigingen van big tech
  • Femke Molenaar moet met de billen bloot – nieuwe partij SLIM is reactie op werkwijze GroenLinks/PvdA
  • Je kunt roddelen inzetten voor samenwerking en wedijver
  • Raad voor Cultuur roept op tot actieve bescherming van artistieke vrijheid
  • VVD wil langere openingstijden horeca tijdens WK voetbal (nu met tip)
  • Is het college bekend met de inhoud en problematiek zoals geschetst in de brief van Mixed Hockeyclub Leeuwarden
  • Nieuwe Omroep Hermes in Leeuwarden stelt kwalitatief hoge eisen
  • Wethouder Reitsma (CDA) trekt kritiek op Omrop in: Ik had zorgvuldiger taal moeten kiezen
  • Grensoverschrijdend gedrag: hulpverleners doen dat toch niet?
  • FNP Politiek Café – mechanische gebreken bij Grou mobiel – problemen met Oekraïense vluchtelingen – contact wijkagent Grou moeilijk – fouten bij Mercuriusfontein
  • Almachtige PvdA sluit wijkbibliotheek, een bonbondoos met heerlijkheden (uit ons archief)
  • Raadsleden op stap met politie in nachtelijk Leeuwarden: alles onder controle
  • PEL stelt vragen over woningtoewijzingsbeleid woningcorporatie Elkien
  • De vraag waarom bepaalde kiezers in 2021 en 2023 nog wel op Laurens Dassen stemden en nu niet meer, komt niet aan bod
  • Streep door Regionaal Opvangcentrum aan de Troelstraweg – FNP: college blijft ongevoelig voor omwonenden
  • Professionele podia trekken 10 procent meer bezoek
  • Waarde landbouwexport ruim 8 procent hoger in 2025
  • Als de mevrouw met haar erotische verhalenboek de deur uit is, zit ik weer een half uurtje alleen
  • Huub Mous: Ton Broekhuis (Noorderlicht) schandalig behandeld
  • De inspirerende overlevingskunst van het opbouwwerk
  • Sietske Poepjes: Ik heb nog nooit zoveel kift meegemaakt
  • Volop agressie tegen lokale politici: ‘Na sommige berichten loop ik anders over straat’
  • Omrop Fryslân, RTV Drenthe en RTV Noord winnaar van de LangmanPrijs
  • Het Heilige Roomse Rijk en de Friese vrijheid
Problemen met verhuurder? Woningtoewijzing? Uitkering? Aanvraag minimaregelingen? Bel snel PEL! 058-2671636 op werkdagen van 14.00-17.30 uur. B.g.g. mail verpel@online.nl
Boeren- Protest - Leeuwarder Courant

Dag meneer Pennewaard, waarom komen mensen die...

25 januari 2026

Peter de Haan (PvdA) maakt van Dorpskerk...

25 januari 2026
Mercurius fontein

FNP ontevreden over antwoorden Mercuriusfontein en...

25 januari 2026
Gedempte Keizersgracht

Richard de Mos over zetelrovers, schrikbewind en...

24 januari 2026

Stadsblad Liwwadders

Veel Leeuwarders ontvangen elke morgen rond koffietijd onze nieuwsbrief. Die wilt u toch ook niet missen? Het laatste nieuws uit Leeuwarden e.o. elke morgen rond elf uur in uw mailbox.

Lunch mee!

Stadsblad Liwwadders

JA, IK WIL een abonnement op het Stadsblad Liwwadders en ontvang de krant graag een jaar lang in de bus.

Meer informatie

Koken met Klaas

Klaas kasma

Service

  • Liwwadders TV
  • Foto-archief
  • Dossiers

Liwwadders.nl

  • Colofon
  • Contact
  • Privacystatement
  • Disclaimer

Sociale Media

TwitterFacebookYouTube
Copyright 2026 | Liwwadders.nl | Alle rechten voorbehouden.
Uw gegevens op Liwwadders
Liwwadders plaatst functionele en analytische cookies.
Door op 'Akkoord' te klikken geeft u daarvoor toestemming. Lees ook onze Privacystatement. Akkoord
Privacy & Cookies Policy

Privacy Overview

This website uses cookies to improve your experience while you navigate through the website. Out of these, the cookies that are categorized as necessary are stored on your browser as they are essential for the working of basic functionalities of the website. We also use third-party cookies that help us analyze and understand how you use this website. These cookies will be stored in your browser only with your consent. You also have the option to opt-out of these cookies. But opting out of some of these cookies may affect your browsing experience.
Necessary
Altijd ingeschakeld
Necessary cookies are absolutely essential for the website to function properly. This category only includes cookies that ensures basic functionalities and security features of the website. These cookies do not store any personal information.
Non-necessary
Any cookies that may not be particularly necessary for the website to function and is used specifically to collect user personal data via analytics, ads, other embedded contents are termed as non-necessary cookies. It is mandatory to procure user consent prior to running these cookies on your website.
OPSLAAN & ACCEPTEREN