Diverse visies over Friese musea – Advies om bezuinigingen terug te draaien
(tekst: provincie Friesland)
Toekomstbestendigheid drie Friese musea nader onderzocht
Drie Friese musea hebben extra subsidie nodig om het verhaal van Fryslân beter te kunnen borgen. Dat wordt duidelijk uit een onderzoek van cultureel adviesbureau Blueyard in opdracht van de provincie Fryslân. Het gaat om het Fries Landbouwmuseum, het Fries Scheepvaart Museum en het Natuurmuseum Fryslân.
Als gevolg van een nieuwe verdeelsystematiek van de provinciale voor meerjarige cultuursubsidies, kregen deze musea ruim een jaar geleden minder geld toebedeeld. De nieuwe verdeling van gelden is onderdeel van de provinciale cultuurbeleidsnota Nij Poadium, die inzet op nieuwe dynamiek en meer diversiteit. Daarmee slaat de provincie nieuwe wegen in binnen de culturele sector. Waar aanvragen voorheen werden beoordeeld door de ambtelijke dienst, gebeurt dat nu door een onafhankelijke adviescommissie bestaande uit experts uit het veld. Deze adviescommissie maakt daarbij gebruik van het toetsingskader uit Nij Podium.
De nieuwe verdeelsystematiek leidde hier en daar tot onrust en teleurstelling in de cultuursector. Zo zou door het wegvallen van de steun onder andere het behoud van museale collecties onder druk komen te staan.
In het rapport doet Blueyard voorstellen tot verbetering van de financiële situatie van de musea. Het college van GS legt het advies uit het rapport voor aan Provinciale Staten.
Bij de behandeling van de Kadernota op 30 juni a.s. nemen Provinciale Staten een besluit over het extra geld voor de musea.
=============================
Analyse en advies subsidiering
musea Provincie Fryslân
Mei 2021Analyse en advies subsidiëring musea Provincie Fryslân 1
19 mei 2021
© Blueyard Coöperatief U.A.
Keizersgracht 100 – 104
1015 CV Amsterdam
Info@Blueyard.nl
Adviseurs en auteurs: Jurriaan Rammeloo en Geert BoogaardAnalyse en advies subsidiëring musea Provincie Fryslân 2
Inhoudsopgave
Inleiding………………………………………………………………………………………………… 3
1. Effecten bij de provincie……………………………………………………………………. 5
1.1. Reparatie scenario……………………………………………………………………………………. 5
1.2. Reparatie per museum………………………………………………………………………………6
1.3. Consequenties regelingen………………………………………………………………………….8
2. Effecten bij de musea ……………………………………………………………………….. 9
2.1. Fries Landbouwmuseum …………………………………………………………………………..9
2.2. Fries Scheepvaart Museum……………………………………………………………………… 13
2.3. Natuurmuseum Fryslân………………………………………………………………………….. 16
2.4. Openluchtmuseum De Spitkeet……………………………………………………………….. 19
2.5. Gevolgen Kolleksjesintrum……………………………………………………………………… 21Analyse en advies subsidiëring musea Provincie Fryslân 3
Inleiding
De provincie Fryslân wil inzetten op een sterke culturele sector, zoals verwoord in
het beleidskader Nij Poadium. Artistieke kwaliteit en pluriformiteit in disciplines
en thema’s zijn hierin leidende principes. Daarbij koos de provincie er ook voor
om de lopende structurele subsidies los te laten en een andere verdeelsystematiek
in te voeren. Met als doel om het brede Friese culturele veld de kans te geven om
voor een vierjarige subsidie in aanmerking te komen.
In deze systematiek worden subsidieaanvragen beoordeeld door onafhankelijke
commissies van experts. Deze werkwijze wordt door veel gemeenten, het Rijk en
de Rijkscultuurfondsen gehanteerd. Voor de verdeling van cultuursubsidies voor
de periode 2021-2024 zijn de aanvragen beoordeeld op basis van het
toetsingskader dat als bijlage was bijgevoegd bij Nij Poadium. Deze is weer
gebaseerd op de Subsidieregeling Musea en Kunstinfrastructuur Fryslân.
Zelfde budget
Bij het vaststellen van Nij Poadium is besloten om geen extra subsidiebudget
beschikbaar te stellen voor het nieuwe beleid. Zo ontstond de situatie van meer
ambitie maar zonder extra middelen. Vooraf was dus duidelijk dat het toevoegen
van nieuwe musea alleen kon als er werd bezuinigd op bestaande musea.
In totaal is er in de periode 2021-2024 per jaar € 4,2 miljoen subsidie beschikbaar
voor musea. Daarvan is € 3 miljoen voor het Fries Museum. De overige € 1,2
miljoen is herverdeeld onder de aanvragers in de nieuwe systematiek. Er waren 12
aanvragen, waarvan er 6 positief zijn beoordeeld met een toekenning.
Complexe opgave
De adviescommissie heeft een complexe opgave meegekregen. Zij moesten aan de
hand van de criteria niet alleen een keuze maken tussen een aantal professionele
musea. Hen is ook gevraagd een nieuwe subsidieverdeling te maken tussen de als
minimaal ‘goed’ beoordeelde musea. De commissie zelf zegt daarover dat het
bestaande budget te krap was en alleen herverdeeld is. De commissie heeft geen
motivatie of onderbouwing kunnen geven bij de hoogte van individuele kortingen.
Andere infrastructuur
De systematiek is ingevoerd om nieuwe musea toegang te geven. Dat is dus toch
gelukt, zij het dat andere musea daarvoor ruimte moesten maken.
Het nieuwe beleid heeft geleid tot toetreding van Museum Belvédère, Museum
DR888, Museum Martena en Koninklijk Eise Eisinga Planetarium – mits de laatst
twee genoemde musea gaan samenwerken. Het heeft ook geleid tot het afvallen
van het Fries Landbouwmuseum en een korting op de subsidies van het Fries
Scheepvaart Museum en het Natuurmuseum Fryslân. Waarbij de adviescommissie
adviseert om een oplossing te zoeken voor het Fries Landbouwmuseum om het te
behouden voor de provincie. Analyse en advies subsidiëring musea Provincie Fryslân 4
Het effect van de heroriëntatie is een forse wijziging in de museale infrastructuur.
Die wijziging is niet onopgemerkt gebleven en heeft naast nieuwe toetreders –
geleid tot een stevige discussie en een aantal bezwaarprocedures.
Motie Vreemd
Directe aanleiding voor het onderzoek door Blueyard is de Motie Vreemd over de
Musea subsidies. In deze aangenomen motie vragen De Staten om een onderzoek
of en in welke mate er extra financiering nodig is voor de musea die zijn afgevallen
om hun taken en activiteiten toekomstbestendig voort te kunnen zetten. Het gaat
daarbij om het Natuurmuseum Fryslân, het Fries Landbouwmuseum, het
Openluchtmuseum De Spitkeet en het Fries Scheepvaart Museum. De Staten
vinden dat het effect van de heroriëntatie niet zondermeer mag zijn dat deze
musea in hun voortbestaan worden bedreigd. Er is eerst meer onderzoek nodig.
Onderzoek Blueyard
De onderzoeksopdracht aan Blueyard behelst het volgende:
1. Het uitvoeren van een analyse naar de impact van het subsidiebesluit op
het functioneren van Het Fries Scheepvaart Museum, Het Fries
Landbouwmuseum, Het Natuurmuseum Fryslân en het
Openluchtmuseum De Spitkeet. Met specifieke aandacht voor de impact
op het collectiebeheer, op de bijdrage aan de depotfunctie Frysk
Kolleksjesintrum, het bewaren en bewaken van regionaal erfgoed,
publiekstaken en educatieve taken.
2. Een onderbouwde analyse en een daarmee samenhangend advies in het
kader van de mogelijke (juridische/financiele) consequenties voor de
provincie en haar cultuurnota-subsidiesystematiek, mochten De Staten
besluiten om de genoemde musea alsnog een extra subsidie te verlenen.
Omdat de uitkomsten van het onderzoek meegenomen dienen te worden in de
volgende Kadernota, zijn de analyses in tijd – en dus diepgang – beperkt.
Uitwerking Blueyard
Blueyard werkt de vraagstelling uit in twee delen. In het analyse deel beschrijven
we de effecten voor de afzonderlijke musea. In het samenvattende deel geven we
de effecten voor de provincie weer in de vorm van conclusies en aanbevelingen.
We beginnen met de samenvatting met daaropvolgend de achterliggende analyse.
Corona
Als gevolg van de beperkingen die het coronavirus met zich mee heeft gebracht,
zijn wij niet in staat geweest om de musea live te bezoeken. Deels kenden we de
musea al van eerdere bezoeken, maar voor het overige hebben wij gewerkt met het
beeld dat uit stukken, gesprekken, video’s en websites naar boven kwam. Analyse en advies subsidiëring musea Provincie Fryslân 5
1. Effecten bij de provincie
Op basis van de analyse geven we conform de opdracht een advies over de
financiële gevolgen en een mogelijke reparatie. Aanvullend is de vraag wat
mogelijke juridische gevolgen zijn van een reparatie en of er een aanzuigende
werking ontstaat naar andere musea toe. We presenteren een reparatiescenario en
we maken eventuele juridische risico’s en oplossingen inzichtelijk.
1.1. Reparatie scenario
Indien de Provinciale Staten kiezen voor een reparatie komt deze – binnen de
vierjarige regeling – samengevat neer op het volgende. De provincie moet zich
daarbij wel bedenken dat deze reparatie het beschikbare cultuurbudget (‘de taart’)
per saldo vergroot en dat deze grotere taart ook voor de verdere toekomst (en in
nieuwe beleidsperiodes) een gegeven is waarmee rekening gehouden moet
worden.
Samengevat gaan de adviezen voor de periode 2021-2024 om de volgende
verhoging van het budget, aanvullend op voorgaande besluiten:
2021-2024 Landbouwmuseum Scheepvaartmuseum Natuurmuseum
Reparatie
€ 600.000 tot
€ 800.000
€ 216.000 € 856.000
Totaal € 1.672.000 tot € 1.872.000
Met de reparatie worden de volgende financiële gevolgeffecten voorkomen.
Bedragen gelden als aanvullend op subsidies en voor de periode 2021-2024. Deze
bedragen dienen opgeteld te worden bij de bovenstaande bedragen.
Landbouwmuseum Scheepvaartmuseum Natuurmuseum
Effect Opheffing Gevolgeffect Gevolgeffect
In € (€ 440.000) (€ 204.000) (€ 892.000)
Totaal (€ 1.536.000)
Aanvullend hierop hebben de kortingen op het Scheepvaartmuseum en het
Natuurmuseum ook gevolgen voor het Kolleksjesintrum. De derving van
verhuurinkomsten kan oplopen tot jaarlijks € 26.000.
De hier gepresenteerde gevolgeffecten (de additionele financiële effecten van de
korting of stopzetting van de subsidie) zijn gebaseerd op de berekeningen in de
tabellen in hoofdstuk 2. De bedragen zijn de opstapeling van de gevolgeffecten
(tekorten) in vier jaar tijd. Analyse en advies subsidiëring musea Provincie Fryslân 6
Oplossing voor De Spitkeet en andere kleinere musea
Gezien de prangende behoefte die er bij de kleinere musea in Friesland bestaat,
adviseert Blueyard om een Impulsregeling Musea in het leven te roepen voor
(ontwikkel-) projecten van musea die geen structurele subsidie krijgen. Een
nadere uitwerking van dergelijke opties is daarbij uiteraard noodzakelijk.
Wij adviseren hiervoor een bedrag van jaarlijks € 200.000 te reserveren (voor
de jaren 2022, 2023 en 2024: € 600.000 in totaal).
1.2. Reparaties per museum
Het reparatiescenario is gebaseerd op de volgende conclusies en aanbevelingen
per museum.
1.2.1. Landbouwmuseum
Gezien de afwijzing van het museum door de adviescommissie en tegelijkertijd de
wens om het thema te behouden voor ‘it ferhaal fan Fryslân’, adviseren we de
provincie in te zetten op het behoud van een museale functie gericht op de
Landbouw. Daarbij zien we twee varianten:
Eerste variant: Investeer vanuit de gerelateerde domeinen (economie, landbouw,
natuur, klimaat) in de ontwikkeling van een betekenisvol nationaal museum
(podium of ‘huis’) over en vóór de ontwikkeling van de landbouw. Stel daarbij een
aantal voorwaarden:
§ De ontwikkeling van een geheel nieuw, visionair, ambitieus en realistisch plan.
§ Plaats eventuele uitbreidingsplannen in het licht van dit plan.
§ Verlang (en financier) dat hier een professioneel team aan werkt.
§ Verlang substantiële cofinanciering van buiten de provincie (rijk, EU, anderen).
§ Werk met een transitieperiode van drie jaar (2022-2024).
Voor de financiering van deze variant adviseert Blueyard uit te gaan van een
ontwikkeljaar (2022) en twee investeringsjaren (2023-2024). De subsidie 2021
van € 200.000 is het uitgangspunt voor 2022 en de gevraagde subsidie
(€ 300.000) voor 2023-2024. Voor de drie jaren komt dat neer op € 800.000
Tweede variant: In deze variant faciliteert de provincie het museum zodanig dat
het museum op basis van een aangepast plan, met meer aandacht voor de
actualiteit, ervoor kan zorgen dat het museum alsnog het minimale niveau van
‘goed’ kan scoren op de criteria in de bestaande meer-jarenregeling. Zonder echt
grote transitie van het museum blijft de betekenis van het museum vooral
regionaal en blijft de provincie waarschijnlijk ook de enige en voornaamste
structurele subsidient van het museum. Deze optie kan uitgaan van het bestaande
bedrag van € 200.000 per jaar in 2022 – 2024 en in totaal € 600.000.
De eerste variant heeft kwalitatief de voorkeur. Eerder noemde we al de
mogelijkheid om vanuit andere beleidsterreinen bij te dragen, gezien de
maatschappelijke en economische relevantie van het onderwerp. Analyse en advies subsidiëring musea Provincie Fryslân 7
1.2.2. Fries Scheepvaart Museum
Het effect van de korting van € 54.000 is door gevolgeffecten in totaal € 105.000.
Met significante effecten op de publieksactiviteiten. Het doorzetten van de korting
heeft directe invloed op de kwaliteit en prestaties die de Gemeente Súdwest
Fryslân heeft afgesproken met het museum. De korting kan verder uiteindelijk
leiden tot aantasting van de continuïteit. Ten eerste doordat het museum zal
moeten reorganiseren en inteert op het weerstandsvermogen. Ten tweede doordat
het terugschroeven van publiekactiviteiten een langdurig negatief effect kan
hebben op de eigen inkomsten.
Blueyard adviseert om de korting ongedaan te maken. De kosten van deze
reparatie komen uit op € 216.000 voor de periode 2021-2024. Tegelijkertijd
adviseert Blueyard de provincie om het museum te vragen om binnen een
redelijke termijn (gezien de komst van een nieuwe directeur) een uitgewerkt plan
te ontwikkelen dat ingaat op het op het actualiseren (bij de tijd brengen) van de
vaste presentaties. Een bijkomend doel daarbij is dat het museum meer eigen
inkomsten uit projectfinanciering en van private fondsen realiseert en met een nog
aantrekkelijker profiel meer publiek kan trekken.
1.2.3. Natuurmuseum Fryslân
Het minimale scenario dat het museum schetst is rigoureus, maar realistisch. De
gevolgen voor de collectie, het publieksbereik en de educatie zijn groot. Dat is
pijnlijk, zeker in tijden dat natuurbeheer en klimaat maatschappelijk relevante
thema’s zijn.
Blueyard adviseert om de subsidiekorting terug te draaien, onder voorwaarde dat
het museum in 2022 een toekomstplan opstelt dat meer is uitgewerkt dan het
eerder beoordeelde plan, dat aansluit op de urgente thema’s die de actualiteit met
zich meebrengt en het aanboren van meer externe financiering mogelijk maakt.
Ten opzichte van het subsidieniveau van 2020 is er in de periode 2021 – 2024 een
bedrag voor nodig van € 856.000 (€ 214.000 per jaar).
1.2.4. Openluchtmuseum De Spitkeet
De aanvraag van het museum past niet binnen de regeling voor vierjarige
subsidies. De provincie heeft tegelijk te kennen gegeven dat het ook kleinere
musea wil kunnen ondersteunen.
Blueyard adviseert om subsidieverzoeken van kleinere musea af te handelen in een
andere (bestaande of nieuwe) regeling met andere criteria, die beter passen bij de
aard van deze musea. We adviseren om daarbinnen ruimte te bieden voor
investeringssubsidies, projectsubsidies en kortlopende exploitatiesubsidies
(bijvoorbeeld tweejarig).
Zo’n nieuwe – blijvende – regeling kan bijvoorbeeld heten: Impulsregeling Musea.
Hier kunnen musea – die geen structurele subsidie van de provincie ontvangen –
subsidie aanvragen voor projecten die hun museum een ontwikkelimpuls geven.
Daarmee kunnen ook naast de Spitkeet ook andere musea een aanvraag doen.
Bij een dergelijke regeling denken we aan een budget van € 200.000 per jaar.Analyse en advies subsidiëring musea Provincie Fryslân 8
1.3. Consequenties regelingen
De provincie wil weten of andere musea aanspraak kunnen maken op subsidies
naar aanleiding van een eventuele reparatie.
Binnen de regeling: geen precedent
Binnen de vierjarige regeling zijn criteria opgenomen die een toegangsdrempel
vormen. De regeling is in principe gericht op professionele musea die daarmee een
waarborg zijn voor een goede besteding van publieke middelen. Het gaat in de
regeling ook om substantiële structurele middelen.
Aangezien andere – niet gehonoreerde – musea niet op het minimale niveau van
‘goed’ zijn beoordeeld is er ook geen aanzuigende werking te verwachten.
Buiten de regeling: incidentele regelingen per doelgroep of doelstelling
Buiten de vierjarige regeling om kan een effect ontstaan dat kleinere musea zich
meer gaan richten op andere, beschikbare subsidiestromen of mogelijk nog in te
richten regelingen. Echter, daar zijn deze regelingen ook voor bedoeld. Zolang
regelingen duidelijke doelstellingen en criteria hanteren, en gericht zijn op een
duidelijke doelgroep, zijn bestedingen hieruit beheersbaar.
De proportionaliteitstoets is overbodig
Een toets op proportionaliteit is met gerichte regelingen overbodig omdat deze
reeds (via hun criteria) toegesneden zijn op de beoogde doelgroep. Het is echter
wel zaak dat ‘aan de voorkant’ duidelijk is of een partij (in dit geval een museum)
behoort tot de doelgroep waar de regeling op gericht is.
Binnen elke regeling worden aanvragers – op basis van het toetsingskader van de
betreffende regeling – individueel en op hun eigen merites beoordeeld, met
behulp van de criteria die passen bij hun situatie en context.
Wanneer er te weinig ruimte in een regeling is voor verschillende ‘aanvragers’, kan
het zijn dat de regeling bij een volgende ronde moet worden verruimd. Echter, en
dat is vaker aan de orde, het kan verstandig zijn om een andere (aanvullende)
regeling te ontwikkelen voor partijen of projecten die niet binnen de eerste
regeling vallen. Bijvoorbeeld voor de kleinere musea (met weinig of geen
professioneel betaalde medewerkers).
Aanbeveling: zorg dat regelingen op elkaar aansluiten
Een aanbeveling is om incidentele of kortlopende regelingen aan te laten sluiten
op de vierjarige regeling. Op deze manier kunnen musea een ontwikkeling
doormaken en de overstap wagen naar de vierjarige regeling. Onze adviezen over
een nieuwe incidentele regeling of een Museumfonds dienen in dat licht te worden
gezien.
Aanvragen buiten regelingen om: potentieel aanzuigende werking
We adviseren om in principe geen losse aanvragen – buiten regelingen om – te
behandelen. Op dit moment zijn daar weinig ‘vrije middelen’ voor als gevolg van
de coronacrisis. Daarnaast bestaat het risico dat bij een open loket veel meer
vergelijkbare instellingen, vergelijkbare aanvragen indienen en dat er dan geen
goed kader is om afwegingen te maken. Het kan een aanzuigende werking hebben.Analyse en advies subsidiëring musea Provincie Fryslân 9
2. Effecten bij de musea
Per museum beschrijven we de financiële situatie vóór en ná het subsidiebesluit.
Voor het bepalen van de financiële impact kijken we ten eerste naar directe
effecten van de korting en nemen wij de maatregelen mee van musea om deze op
te vangen. Ten tweede kijken we naar mogelijke stapeleffecten. Bijvoorbeeld als
bezuinigingen leiden tot lagere bezoekersaantallen of kleinere projecten. Dat kan
gevolgen hebben voor de publieksinkomsten of de financiering door andere
subsidiegevers, sponsors en private fondsen. Ten derde beschrijven we mogelijke
consequenties voor collectiebeheer, publieksbereik en educatieve activiteiten.
2.1. Fries Landbouwmuseum
Het Fries Landbouwmuseum ontving in de achterliggende jaren € 185.000 (plus
indexatie subsidie) per jaar van de provincie Fryslân. Bij een totale omzet van
jaarlijks zo’n € 295.000 was het landbouwmuseum voor 63 procent afhankelijk
van de provinciale subsidie.
Voor de periode 2021-2024 diende het museum een aanvraag in voor een
exploitatiesubsidie van € 300.000 per jaar. Met de grotere subsidie wilde men
onder andere de educatie, de exposities en marketing versterken. Door een sterker
programma en sterkere marketing verwachtte het museum ook meer mensen –
meer publieksinkomsten – te kunnen trekken.
Het museum wil ook meer mensen trekken door het expositieoppervlak en de
publieksruimten flink uit te breiden met aanpalende nieuwbouw. Voor de
uitbreiding is een investeringsbegroting van zo’n € 900.000 opgesteld. Daarvan is
volgens het museum zo’n 80% gedekt via een gift met voornoemde bestemming.
Blueyard heeft binnen deze opdracht geen onderzoek gedaan naar de
noodzakelijkheid en wenselijkheid van de uitbreiding, ook is niet onderzocht of de
nu geplande uitbreiding daadwerkelijk voor meer publiek kan gaan zorgen.
De aanvraag van het Fries Landbouwmuseum (het meerjarenbeleidsplan) is door
de adviescommissie als voldoende beoordeeld, wat in dit geval betekent dat het
museum niet (meer) in aanmerking komt voor subsidie. De kritiek van de
commissie richt enerzijds op onduidelijke toekomstplannen voor de collectie en
anderzijds op de eenzijdige en niet op de actualiteit gerichte presentaties.
De commissie stelt dat de bestaande link met de actualiteit beperkt is en vooral
faciliterend wordt opgevat. “Landbouw staat momenteel in het brandpunt van het
maatschappelijk debat, maar de commissie constateert dat het museum zich
buiten de huidige discussie lijkt te plaatsen. De commissie is van mening dat het
Fries Landbouwmuseum daar een verantwoordelijkheid heeft, ook om relevant te
blijven.” Analyse en advies subsidiëring musea Provincie Fryslân 10
Hoewel de negatieve beoordeling van de commissie er nu toe leidt dat er vanuit de
betreffende regeling geen subsidie wordt toegekend, adviseert de commissie de
provincie toch om te onderzoeken hoe het onderwerp wel behouden kan worden,
gezien het belang van het thema landbouw voor Friesland en gezien het huidige
maatschappelijke debat over de toekomst van de landbouw/voedselvoorziening.
Mede naar aanleiding van dit advies heeft de provincie de subsidierelatie verlengt
tot en met voorlopig 2021. De provincie kent voor dit jaar een subsidie toe van
€ 200.000. De provincie geeft aan dat er – op basis van een nieuw plan – een
oplossing moeten komen voor de periode ná 2021.
Ondertussen is het museum aan de slag gegaan met de ontwikkeling van een
scherpere toekomstvisie. Daartoe heeft het museum als eerste stap een
adviesrapport laten opstellen door een zelf-samengestelde commissie onder
leiding van Ferd Crone. Deze commissie concludeert (in lijn met het advies van de
provinciale adviescommissie) dat het museum een inhoudelijke slag moet maken:
minder objectgericht, méér verhaalgericht. Meer gericht ook op de actualiteit en
de maatschappelijke vragen rondom landbouw en voedsel.
De Commissie-Crone doet een aantal aanbevelingen, maar komt nog niet met een
concreet scenario waarin ook de organisatorische en financiële consequenties zijn
uitgewerkt. Bestuur en directie van het museum verwerken de aanbevelingen nu
in een concreet nieuw plan dat binnenkort aan de provincie wordt voorgelegd.
2.1.1. Financiële effecten
Het museum vroeg € 300.000 aan om de bovengenoemde ambities te realiseren.
Naast de provincie is er geen structurele subsidie van andere overheden. We zien
ook van andere bronnen geen noemenswaardige structurele of langjarige
bijdragen binnenkomen.
Omdat de exploitatie voor ruim 60 procent afhankelijk van de provincie is,
betekent het stopzetten van de provinciale subsidie dat het gepresenteerde
exploitatiemodel niet houdbaar is. Het is voor de korte termijn niet aannemelijk
dat andere partijen of andere inkomstenbronnen de wegvallende bijdrage van de
provincie willen of kunnen gaan opvangen. Daarom is er maar één conclusie
denkbaar: zonder een substantiële structurele subsidie zal het Fries Landbouwmuseum de huidige formule niet in stand kunnen houden en moeten sluiten.
Sluiting van het museum leidt tot frictiekosten, zoals afvloeiing van het personeel,
het onderbrengen van de collectie, het afbouwen van de exploitatie en het
afwikkelen van langlopende verplichtingen, zoals de huurovereenkomst. Die is
gesloten met de Stichting Alde Fryske Pleatsen, eigenaar van het Rijks
monumentale gebouw. Deze stichting heeft in 2017 de boerderij gerestaureerd
voor ca. € 1 miljoen. De provincie droeg hier ca. € 200.000 aan bij en eenzelfde
bedrag kwam van private fondsen. Er is een hypothecaire lening van € 600.000
afgesloten waarvoor de gemeente Leeuwarden garant staat.
Het is een realistisch scenario dat ook de Stichting Alde Fryske Pleatsen moet
worden opgeheven. In dat geval zal de Gemeente Leeuwarden aangesproken
worden op de garantstelling en moeten betalen. De investeringen van de provincie Analyse en advies subsidiëring musea Provincie Fryslân 11
en private fondsen in het gebouw en nieuwe museumpresentatie moeten worden
afgeboekt. Financiers kunnen dit zien als onwenselijke kapitaalvernietiging.
In onderstaande tabel is de meerjarenbegroting bij de aanvraag weergegeven als
gemiddelde voor de periode 2021-2024. Deze vergelijken we met de exploitatie
voor 2020. Deze wijkt enigszins af van de situatie in 2021. De tijdelijke subsidie
voor 2021 is € 200.000.
Baten in € Aanvraag Jaar 2020 Verschil
Subsidie Provincie Fryslân 300.000 196.000 (104.000)
Overige subsidies – 24.300 24.300
Entreegelden 50.000 35.000 (15.000)
Sponsoren 37.500 21.000 (16.500)
Donaties 26.250 10.000 (16.250)
Overige algemene
opbrengsten 15.563 11.000 (4.563)
TOTAAL 429.313 297.300 (132.013)
Lasten in €
Personeel 207.612 152.150 (55.462)
Huisvesting 114.844 89.500 (25.344)
Collectie 7.844 7.000 (844)
Publiek 64.911 22.000 (42.911)
Bedrijfskosten 28.623 22.500 (6.123)
TOTAAL 423.835 293.150 (130.685)
RESULTAAT 5.477 4.150 (1.327)
2.1.2. Collectie
De collectie van het Fries Landbouwmuseum is eigendom van het museum.
Blueyard heeft geen onderzoek gedaan naar de uniciteit en museale waarde van de
collectie, maar neemt aan dat een aantal individuele stukken en de collectie als
totaal een museale waarde vertegenwoordigen. Het museum geeft aan dat de
verzekerde waarde van de collectie zo’n 1,5 miljoen bedraagt.
Echter, de waarde van de collectie is niet primair financieel. De waarde komt
vooral tot uitdrukking in de koppeling met het verhaal van de zich ontwikkelende
landbouw – en dan met name van de landbouw in Friesland.
Bij de sluiting van het museum is het aan het museum zelf om te bepalen of de
collectie te gelde wordt gemaakt of wordt overgedragen aan andere erfgoedbeheerders. Indien de frictiekosten onvoldoende gedekt zijn, kan het museum overwegen
of onderzoeken de collectie of onderdelen ervan te verkopen.
Wanneer de collectie bij sluiting van het museum niet wordt overgenomen door
één specifieke erfgoedpartij, bestaat een reëel gevaar dat de collectie uit elkaar
valt. Blueyard heeft niet kunnen vaststellen in welke mate hiermee schade wordt
toegebracht aan het behoud van waardevol cultureel erfgoed. Analyse en advies subsidiëring musea Provincie Fryslân 12
2.1.3. Activiteiten
Bij opheffing worden de museale taken gestaakt en daarmee ook de publieks- en
educatieve activiteiten. Daarmee valt in de regio een belangrijke verteller van ‘It
ferhaal fan Fryslân’ weg. Het museum ontving jaarlijks zo’n 14.000 bezoekers.
2.1.4. Kansen voor een nieuw plan
Op basis van adviezen, analyses, ontwikkelde plannen, video’s, website en
gesprekken constateert ook Blueyard dat een flinke omslag noodzakelijk is om het
museum relevanter en actueler te maken. Die omslag biedt in onze ogen veel
kansen. Voor het museum, maar vooral ook voor Friesland.
We constateren dat er voor de (transitie van de) landbouw en voedselvoorziening
een enorme opgave ligt en dus ook een enorme opgave en kans voor een
Landbouwmuseum van de 21e eeuw. Wanneer die opgave en kans stevig worden
opgepakt en er een hierop geënte nieuwe programmering en presentatie wordt
ontwikkeld – met sterk en professioneel team – dan kan Friesland op dit terrein
een grote ontwikkelslag slaan. Dan ook komen, als matching voor de
basisfinanciering vanuit de provincie, landelijke en Europese middelen in zicht.
Friesland zal ook de benodigde investering voor een doorontwikkeling van het
Landbouwmuseum waarschijnlijk niet alleen hoeven te dragen, ook voor de
ontwikkeling van projecten binnen de thematiek van de landbouwtransitie zijn
naar alle waarschijnlijkheid middelen van buiten de provincie (tot en met EU)
beschikbaar.
De structurele subsidie, en ook de ontwikkelsubsidie voor het Landbouwmuseum
hoeven in onze ogen niet (exclusief) afkomstig te zijn uit het domein ‘cultuur’,
maar eerder uit de domeinen economie, landbouw, klimaat en natuur.
Blueyard ziet dat ook het huidige bestuur van de provincie oog heeft voor de
opgave én de kansen voor de landbouw. In het Bestuursakkoord 2019-2023 lezen
we dat de provincie ook in de landbouw inzet op “vernieuwing als middel om
opgaven te lijf te gaan.” De provincie wil de “problemen van morgen oplossen met
oplossingen van morgen.” Volgens de provincie loopt de Friese landbouw voorop
in vernieuwing. Zeker ook in het verbinden van ecologie met economie. “De
oplossingen die betrokkenen daarvoor in Fryslân verzinnen kunnen voor de rest
van de wereld waardevol zijn.” Een vernieuwd Landbouwmuseum zou hier als
internationaal podium voor de landbouwinnovatie de provincie en Nederland
een enorme dienst kunnen bewijzen.
2.1.5. Conclusies
Op dit moment werkt het Fries Landbouwmuseum aan het herformuleren van de
plannen op basis van de aanbevelingen van de commissie Crone. Deze plannen
gaan volgens het museum uit van een subsidie op het bestaande niveau. De
plannen worden binnenkort gepresenteerd. Wij kennen de plannen op het
moment van schrijven nog niet en kunnen op basis daarvan dan ook geen
conclusies trekken.
Wat we wel concluderen is dat bij het wegvallen van de provinciale subsidie het
museum zal sluiten en de collectie wordt ontmanteld. Friesland verliest daarmee Analyse en advies subsidiëring musea Provincie Fryslân 13
een instelling die het verhaal van het landbouwverleden en de landbouwthematiek
een podium geeft. Gevolgeffecten zijn verder dat de ook Stichting Alde Fryske
Pleatsen moet worden opgeheven en de Gemeente Leeuwarden waarschijnlijk de
garantstelling voor de hypothecaire lening moet ophoesten. De niet afgeschreven
investeringen – door de provincie en private fondsen – in de nieuwe locatie
moeten worden afgeboekt.
We zien tegelijkertijd een kans voor het museum – en voor Friesland. En die kans
ligt in de urgentie van de thematiek van landbouw, natuur en voedselvoorziening.
Wanneer het museum in staat wordt gesteld om deze thematiek – samen met
partners – op een internationaal niveau te onderzoeken, te presenteren, en te
delen met een groot publiek, dan zijn er naar onze stellige overtuiging middelen te
verwachten van buiten de provincie: rijk, EU, en andere partners.
2.2. Fries Scheepvaart Museum
Het Fries Scheepvaart Museum, dat in de recente jaren per jaar gemiddeld 30.000
bezoekers trok, ontving in de achterliggende vier jaren € 304.000 subsidie per
jaar van de provincie Fryslân. Bij een omzet van jaarlijks zo’n € 1.100.000 was het
landbouwmuseum voor 28 procent afhankelijk van de provinciale subsidie.
Tegelijk met de provinciale subsidie kreeg het museum ook een jaarlijkse subsidie
van € 326.000 van de Gemeente Súdwest Fryslân. Daarmee was het museum voor
57 procent afhankelijk van subsidies. Het museum ontvangt jaarlijks zo’n
€ 100.000 aan entree, zo’n 9 procent dekking van de totale begroting.
2.2.1. Aanvraag
Het museum vroeg een jaarlijkse subsidie € 304.000 aan bij de provincie, gelijk
aan het bedrag dat het in de jaren daarvoor ontving. Ondanks het gelijkblijvende
subsidiebedrag streeft het museum naar een groei van de publieksstroom met
25 procent, onder andere door te investeren in de marketingcapaciteit. Het
museum ziet de noodzaak om de komende jaren ook flink te werken aan het “bij
de tijd” brengen van de presentatie. Vijf presentatiezalen krijgen een totale make
over. De museale taken als onderzoek, beheer, behoud, educatie en digitale
ontsluiting, wil het museum op het bestaande hoge niveau houden. Maar ook daar
zijn de nodige middelen mee gemoeid.
2.2.2.Beoordeling adviescommissie
De commissie adviseerde om niet de gevraagde € 304.000 toe te kennen, maar
€ 250.000, een korting van € 54.000 ofwel 18 procent. Blueyard constateert dat er
door de commissie geen onderbouwing wordt gegeven waarom de korting 18% is.
Alleen dat korting noodzakelijk is door een te krap budget. De commissie
beoordeelde het museum als goed. De commissie zoomt vooral in op de collectie.
Zo noemt zij het collectieplan “voorbeeldig” en wordt de collectie met
“vakmanschap” gepresenteerd. De commissie noemt nauwelijks kritiek- of
verbeterpunten.Analyse en advies subsidiëring musea Provincie Fryslân 14
2.2.3.Financiële effecten
Op verzoek van de provincie heeft het museum mogelijke bezuinigingen in kaart
gebracht om de korting van € 54.000 op te vangen. Deze bezuinigingen gaan
vooral in op de huur aan het Kolleksjesintrum en het schrappen van het
restauratie en digitaliseringsbudget. Verder snijdt het museum in het budget voor
publieksactiviteiten: exposities en marketing. Daar waar het museum in haar
ingediende plan voorstelt om met 25 procent te groeien in publieksomvang (en
dus ook in een stijging van de publieksinkomsten) zal dat nu lastig worden –
temeer omdat de extra marketingimpuls op de tocht komt te staan.
Blueyard is van mening dat hier vooral ook gekeken moet worden naar de
gevolgeffecten van de bezuinigingen. Het is aannemelijk dat bezuinigingen op
publieksactiviteiten gevolgen hebben voor entreegelden, sponsors en
projectsubsidies.
In de onderstaande tabel zijn deze gevolgeffecten meegenomen. Daarbij is als
leidraad de exploitatie van 2016 genomen, een jaar waarin het museum weinig
eigen inkomsten had. Op basis hiervan gaan we uit van een daling van 25 procent
op de eigen inkomsten. Dit leidt tot een structureel effect van € 105.000 per jaar.
We schatten dat naast de korting van de provincie van € 54.000 het museum – als
gevolg hiervan nog eens zo’n € 51.000 extra zal moeten bezuinigen.
Baten in € Aanvraag Toekenning Verschil
Subsidie Provincie Fryslân 304.000 250.000 (54.000)
Subsidie Súdwest-Fryslân 327.000 327.000 –
Exploitatiebijdrage Ver. FSM 298.000 298.000 –
Sponsoren 20.000 15.000 (5.000)
Doelsubsidies 41.000 30.750 (10.250)
Entreegelden 116.000 87.000 (29.000)
Diverse ontvangsten 27.000 20.250 (6.750)
TOTAAL 1.133.000 1.028.000 (105.000)
Lasten in €
Personeel 504.000 504.000 –
Huisvesting 477.000 468.000 (9.000)
Collectie 28.000 22.000 (6.000)
Bedrijfskosten 39.000 39.000 –
Publiek 85.000 45.000 (40.000)
TOTAAL 1.132.000 1.078.000 (54.000)
RESULTAAT 1.000 (50.000) (51.000)
Een bezuiniging op huisvesting wordt technisch gezien belemmerd door het
huurcontract, daar kan het museum niet zomaar onderuit. Het pand is in
eigendom van de Vereniging Fries Scheepvaart Museum. Tegenover de huur staat
een exploitatiebijdrage van de vereniging aan het museum. Volgens het contract
leidt een langere huur gelijk tot een lagere bijdrage, en is er per saldo geen effect. Analyse en advies subsidiëring musea Provincie Fryslân 15
Het openbreken van het huurcontract is alleen zinvol als de vereniging in staat is,
en bereid is, meer kosten op zich te nemen. De vereniging is formeel niet gelieerd
aan het museum. Een nieuw huurcontract is niet zondermeer te realiseren.
Ook personeel is een grote kostenposten voor het museum. Hier zou in theorie een
bezuiniging plaats kunnen vinden. Echter, een reorganisatie van het personeelsbestand is kostbaar omdat het museum een staf heeft van medewerkers die lang in
dienst zijn. Dat leidt tot hoge afvloeiingskosten en een direct verlies van kennis en
ervaring. Het museum geeft aan dat er in het beperkte personeelsbestand niet te
snijden is zonder verlies aan kwaliteit. Mogelijk biedt de huidige directiewisseling
nog mogelijkheden om tot lagere personele lasten te komen. Al is het niet
aannemelijk dat dit toereikend is om de gehele bezuiniging op te vangen.
In theorie is het mogelijk een personele reorganisatie te overwegen en de kosten
hiervan, in ieder geval gedeeltelijk, op te vangen door de continuïteitsreserve en de
bestemmingsreserve Provincie Fryslân aan te spreken. Een andere variant zou
kunnen zijn, om gedurende de komende vier jaar vanuit de reserves de personele
lasten aan te vullen, als dat voordeliger blijkt dan de totale reorganisatiekosten.
Voorwaarde is dat er binnen afzienbare tijd – en voor de reserves overbrugbare
tijd – via natuurlijk verloop een oudere relatief dure werknemer vervangen wordt
door een jongere relatief goedkopere werknemer.
Het aanspreken van de reserves is een risicovolle strategie. Het museum maakt
zichzelf namelijk op korte en langere termijn kwetsbaar omdat het substantieel
inteert. Het opbouwen van nieuwe reserves vraagt een lange adem en heeft een
structureel negatief effect op de (toekomstige) exploitatie omdat jaarlijks op een
flink overschot begroot moet worden. Bovenstaande scenario’s zijn dus alleen een
tijdelijke optie.
Een andere route is om in te zetten op een inhoudelijke koers die meer toegang
biedt tot projectsubsidies, fondsen en sponsorinkomsten. Voorwaarde is dat deze
dan netto bijdragen aan de exploitatie. Echter door de bezuiniging staat het
museum eerst op achterstand, waardoor de financiële ruimte om dergelijke
projecten te ontwikkelen en te financieren (fondsenwerving) ontbreekt.
2.2.4.Collectie
Het collectiebeheer en -behoud is op orde. De bezuiniging zal op de korte termijn
beperkt effect hebben. Op de langere termijn kunnen achterstanden optreden. De
online-presentatie van de collectie wordt niet meer aangevuld.
2.2.5.Activiteiten
Omdat de bezuinigingsopgave op de korte termijn moeilijk opgevangen kan
worden via een bezuiniging op personeel of op huisvestingskosten, heeft deze
vooral direct gevolgen voor de publieks- en educatieve activiteiten. Met een
substantieel lager budget zal het museum ook substantieel minder bezoekers
trekken en minder scholieren kunnen ontvangen.
2.2.6.Conclusies
In het scenario dat het totale effect van de subsidiekorting uitkomt op € 105.000,
verwacht Blueyard dat aanvullende ingrepen nodig zijn. Het museum zal moeten Analyse en advies subsidiëring musea Provincie Fryslân 16
proberen het huurcontract open te breken om een netto korting op de huur te
krijgen. Daarnaast zal het museum niet ontkomen aan een beperkte reorganisatie.
Mits er een scenario uit te werken is waarin via natuurlijk verloop de personele
bezetting deels vervangen wordt.
2.3. Natuurmuseum Fryslân
Het Natuurmuseum Fryslân trok in de recente jaren jaarlijks gemiddeld 55.000
bezoekers. Het museum ontving een subsidie van ca. € 708.000 per jaar van de
provincie Fryslân. Bij een totale begroting van jaarlijks zo’n € 1.200.000 was het
natuurmuseum voor bijna 60 procent afhankelijk van de provinciale subsidie. Het
museum ontving jaarlijks gemiddeld zo’n € 250.000 aan entreegelden, die
daarmee voorzagen in ruim 20 procent dekking van de totale begroting.
2.3.1. Aanvraag
Het museum vroeg een oplopende subsidie van € 730.000 (2021) tot € 775.000
(in 2024). Dat betekent een lichte stijging ten opzichte van de ca. € 708.000 uit
eerdere jaren. De stijging wordt beargumenteerd met een indexatie en indirect
met een dekking voor extra exploitatielasten die voortkomen uit de investering in
de Onderwatersafari. Deze investering pakt negatief uit voor de exploitatie omdat
in de praktijk de exploitatiekosten hoger blijken dan de opbrengsten. Inhoudelijk
is de investering een kwalitatieve verbetering. Het museum neemt hiervoor de
eigen verantwoordelijkheid. Daarom heeft het museum in het plan wel een bedrag
van ca. € 50.000 genoemd die nodig is voor exploitatie. Maar deze niet integraal
verwerkt in het meerjarenplan. Tegen deze achtergrond zet de subsidiekorting de
exploitatie echter wel extra onder druk.
2.3.2.Beoordeling adviescommissie
Het museum wordt als goed beoordeeld. De adviescommissie benoemt de
kwaliteiten. De kritiek van de commissie is vooral dat de kwaliteit van het plan
onvoldoende past bij de positie en status van het museum. De commissie
adviseerde om niet de gevraagde € 730.000 per jaar (met jaarlijkse stijging) toe te
kennen, maar € 500.000 per jaar. Ten opzichte van de huidige subsidie betekent
dit een korting van ruim 29 procent. De commissie geeft aan dat de korting niet te
maken heeft met de inhoudelijke beoordeling, maar volgt uit de spanning tussen
het budget en de beschikbare middelen.
2.3.3.Financiële effecten
In een eerste reactie heeft het museum enkele maatregelen aangegeven, zoals:
§ Het snijden in het personeelsbestand.
§ Het heroverwegen van het collectieplan, geen digitalisering en heroverweging
van de deelname in het Kolleksjesintrum.
§ Een kleinere publieksfunctie, gericht op ca. 30.000 bezoeken en met minder
kwaliteit, ook op educatieve activiteiten.
§ Geen ondersteunende rol meer voor kleinere natuurmusea en centra
Er wordt nu reeds een reorganisatie voorbereid waarbij afscheid genomen wordt
van ongeveer 4 fte. Zodra er duidelijkheid is dat de korting op de provinciale
bijdrage onomkeerbaar is, zal deze reorganisatie worden uitgevoerd.Analyse en advies subsidiëring musea Provincie Fryslân 17
De voorgestelde maatregelen waren echter opgesteld onder grote tijdsdruk en op
een moment waarop het museum geen directeur had. Met de komst van een
interim-directeur zijn de effecten opnieuw tegen het licht gehouden. Sterker, de
hele exploitatie is voor drie verschillende ambitieniveaus opnieuw berekend.
§ In het eerste ambitieniveau gaat het museum uit van de nu voorgestelde
subsidiekorting en een jaarlijkse subsidie van (recent geïndexeerde) € 516.000.
§ In het tweede niveau gaat het museum uit van een subsidie van € 844.000.
Uitgangspunt van het museum is daarbij dat de subsidie over de afgelopen
jaren niet is geïndexeerd. Uit deze analyse blijkt dat uitgangspunt incorrect.
§ Het derde geschetste ambitieniveau gaat uit van (in de ogen van het museum)
noodzakelijke geachte groei van het subsidiebedrag naar jaarlijks € 1.073.000.
Bij elk van de ambitieniveaus (en de daarbij horende subsidieniveaus) schets het
museum nu op verschillende onderdelen de consequenties. Blueyard kijkt, gezien
haar opdracht, met name naar de consequenties van het eerste ambitieniveau.
In onderstaande tabel vergelijken we die situatie met die van 2020. De omzet
daalt van ca. € 1,4 miljoen naar € 645.000. Dat is het gevolg van keuzes in het
ambitieniveau. Het door het museum uitgewerkte scenario gaat uit van een daling
van het aantal bezoekers naar jaarlijks 30.000. Dat is het gevolg van een lager
aantal bezoeken en de keuze voor educatie activiteiten in plaats van
publieksactiviteiten. In de opbrengsten lopen de entreegelden dan ook sterker
terug dan andere inkomstenbronnen. Educatie levert minder op dan een
entreekaartje. Het museum begoot hiermee op een tekort van € 129.000.
Ondanks dat het museum over een algemene reserve beschikt, vragen we ons af of
het een reëel scenario is om een tekort te begroten. Daarom hebben we een
taakstelling ter grootte van het tekort opgenomen.
In het eerste ambitieniveau vallen bepaalde omzetonderdelen weg inclusief kosten
die daar tegenover staan, zoals bij overige subsidies voor de inzet van vrijwilligers
en de kosten en opbrengsten van overige activiteiten (zoals het café en de winkel).
Het is daardoor niet goed mogelijk om het totale netto effect vast te stellen. We
schatten het effect door het verschil tussen 2020 en het ambitieniveau te
corrigeren voor deze twee omzet categorieën. Dit levert een gevolgeffect van de
subsidiekorting op van ca. € 223.000 (€ 749K – € 71K – € 263K – € 192K).
Blueyard schetst een aantal opties om te komen tot een sluitende begroting. Deze
opties zijn indicatief omdat er binnen de kaders van de opdracht geen diepgaande
financiële analyse mogelijk was. Een eerste optie is om uit te gaan van een meer
gelijkmatige daling van de inkomstenbronnen. Entreegelden dalen bijvoorbeeld
naar rato mee. Hierbij hoort een meer publieksgerichte benadering dan nu is
verwerkt in het ambitieniveau. Andere opties zijn bezuinigingen op de
huisvestingslasten, mogelijk door vervreemding of verhuizing, en bezuinigingen
op marketing, publieksactiviteiten en exposities. Mogelijk is een combinatie nodig
van alle ingrepen om het tekort weg te werken.Analyse en advies subsidiëring musea Provincie Fryslân 18
Baten in € Realisatie 2020 Toekenning Verschil
Subsidie Provincie Fryslân 708.000 516.000 (192.000)
Overige subsidies 278.000 15.000 (263.000)
Entreegelden 328.000 103.000 (225.000)
Overige activiteiten 71.000 – (71.000)
Overige opbrengsten 9.000 11.000 2.000
TOTAAL 1.394.000 645.000 (749.000)
Lasten in €
Personeel 765.000 516.000 (249.000)
Huisvesting 198.000 82.000 (116.000)
Collectie 15.000 15.000 –
Publiek 424.000 114.000 (310.000)
Overige activiteiten 55.000 – (55.000)
Bedrijfskosten 60.000 47.000 (13.000)
TOTAAL 1.517.000 774.000 (743.000)
RESULTAAT (123.000) (129.000)
TAAKSTELLING 129.000
2.3.4.Collectie
Het museum geeft aan dat, als het daadwerkelijk € 200.000 wordt gekort, het zal
overgaan tot het ontzamelen van de collectie. De collectie wordt dan teruggebracht
van nu circa 350.000 objecten, naar zo’n 1.000 objecten. Deze objecten zijn dan
vooral objecten met een educatieve waarde. Objecten met een wetenschappelijke
waarde worden afgestoten. Daarbij bestaat het risico dat de collectie uiteenvalt. De
overnemende partij moet namelijk ook kosten voor beheer en behoud overnemen.
2.3.5.Activiteiten
Bij de nu voorgestelde korting op de subsidie worden de publieksactiviteiten
grotendeels afgebouwd. Er vinden dan geen tijdelijke exposities meer plaats. De
vaste opstelling wordt minder frequent vervangen. Nog maar eens in de vier jaar
kan een onderdeel worden vernieuwd (nu minstens eens in de twee jaar).
De focus komt te liggen op educatieve activiteiten voor kinderen, zij het dat ook
deze in afgeslankte vorm plaats gaan vinden. Volgens het museum krimpt het
bereik van de educatieve activiteiten met zo’n 20 procent. Er wordt gewerkt met
bestaande educatieve programma’s en ‘leskisten’. Beiden kunnen bij dit budget
niet jaarlijks worden geactualiseerd. De online educatie vervalt in dit scenario.
Concrete maatregelen die nu reeds zijn genomen:
§ De ontwikkeling van een nieuwe eigen expositie (‘Slaap’) is stopgezet; na de
huidige expositie (‘GIF’), is uitsluitend de ‘vaste’ presentatie beschikbaar.
§ Een meerjarig educatief project om kinderen in achterstandswijken te
betrekken (‘Natuur om de Hoek’) wordt na de pilot niet gecontinueerd, tenzij
andere partijen bereid zijn het gehele project te financieren.
§ De marketing & communicatie is tot een minimum beperkt.
§ Jaarlijks terugkerende activiteiten en vakantieactiviteiten zijn geannuleerd.Analyse en advies subsidiëring musea Provincie Fryslân 19
2.3.6.Conclusies
Het laagste ambitieniveau is een rigoureuze koerswijziging. Hoewel de keuzes
begrijpelijk zijn vanuit de gekozen strategie, is het niet realistisch om op een
structureel tekort te begroten. Indien de provincie de korting handhaaft, zal de
provincie moeten vragen om een sluitende exploitatiebegroting. De oplossing
daarvoor ligt mogelijk in een meer publieksgerichte strategie om de eigen
inkomsten meer op peil te houden, zoals meer entreegelden of meer bijdragen van
fondsen. Daarnaast zijn er de opties van bezuinigingen op huisvesting en
exposities. Deze opties zijn – zoals aangegeven indicatief – en geen eenvoudige
opgave omdat er een tegenstrijdigheid zit in een meer publiekgerichte strategie en
een extra bezuiniging op publieksactiviteiten.
2.4. Openluchtmuseum De Spitkeet
De Spitkeet trekt jaarlijks tussen de 15.000 en 20.000 bezoekers. Bij het museum
zijn een beheerster en een tijdelijke coördinator werkzaam voor educatie, collectie
en activiteiten. De uitvoering wordt vooral gedaan door vrijwilligers. Het museum
ontving in de achterliggende periode geen jaarlijkse subsidie van de provincie
Fryslân. Vrijwel de gehele dekking van de begroting – die gemiddeld € 90.000
euro bedraagt – is afkomstig van ‘eigen inkomsten’: entreegelden en verkoop van
consumpties aan het buffet. Het museum ontvangt geen structurele financiering
vanuit de gemeente. Uit de door ons ontvangen gegevens blijkt dat er vrijwel geen
bijdragen zijn van private fondsen.
2.4.1. Aanvraag
De Spitkeet deed in 2020 voor het eerst een subsidieaanvraag bij de provincie
voor een meerjarige bijdrage. Men vroeg een bedrag van € 64.000 per jaar.
Opvallend is dat deze bijdrage gevraagd wordt voor investeringen in bebouwing,
terwijl dat niet valt binnen de kaders van de regeling. Die gaat immers uit van
reguliere activiteiten. Doel van de bijdrage is om activiteiten uit te breiden en de
collectie beter ten toon te stellen door het bouwen van een grote expositieruimte.
Zonder bijdrage voor de verbouwing komt de gevraagde exploitatiesubsidie uit op
zo’n € 37.000 per jaar. Indien de investering met een jaarlijkse afschrijving wordt
meegenomen komt de bijdrage op ca. € 44.000. Beide bedragen vallen onder de
drempelwaarde van € 50.000, zoals die is opgenomen in de regeling. Op basis van
deze gegevens zou de aanvraag niet in behandeling genomen kunnen worden.
Waarom dit wel is gebeurd, is onbekend.
2.4.2.Beoordeling adviescommissie
Op inhoudelijke kwaliteit is het museum beoordeeld als voldoende. Binnen de
regeling is dit onvoldoende om te honoreren. Er is waardering voor het thema van
het museum en het werk dat wordt verzet. Inhoudelijk mist de commissie een
doordachte en overtuigende visie op wat het museum wil uitdragen.
Blueyard vindt het opmerkelijk dat het museum binnen de kaders van deze
regeling is beoordeeld. Behalve dat de aanvraag voor een groot deel gericht is op
‘investeringen’ (waar deze regeling niet voor open staat), kan het museum Analyse en advies subsidiëring musea Provincie Fryslân 20
inhoudelijk voor een belangrijk deel niet voldoen aan de gestelde criteria. Zonder
hier op de details in te gaan (en het werk van de adviescommissie over te willen
doen), kunnen we stellen dat De Spitkeet in een regeling terecht is gekomen waar
het kleine museum moet voldoen aan criteria voor professionele, grotere musea.
De discussie (en later motie) over de proportionaliteit verandert daar weinig aan.
We constateren dat de aanvraag van De Spitkeet niet in deze regeling thuishoorde
en mogelijk wel was gehonoreerd als deze in het kader van een andere regeling of
als losse aanvraag bij de provincie was beland.
Dat het museum toch een aanvraag heeft ingediend in het kader van de vierjarenregeling, is het museum waarschijnlijk niet aan te rekenen. Uit het gesprek dat wij
met het bestuur van het museum voerden, rijst het beeld op dat de provincie het
museum heeft aangemoedigd een aanvraag in te dienen.
2.4.3.Financiële effecten
Het museum wilde met de subsidie investeren in een meer gezonde exploitatie.
Het is Blueyard onbekend in welke mate deze investering op de langere termijn
leidt tot meer eigen inkomsten en/of tot meer kwaliteit als rechtvaardiging voor de
subsidie. Dat is in de aanvraag niet uitgewerkt.
Nu er geen subsidietoekenning is, nemen we als uitgangspunt dat het museum op
de bestaande voet verder gaat. Indien er alsnog een subsidietoekenning komt, is
het allereerst de vraag binnen welke regeling dat kan. Het museum zou in ieder
geval een meerjarenperspectief moeten geven op een sluitende exploitatie, waarbij
investeringen zijn vertaald in afschrijvingen, kapitaal- en onderhoudslasten.
In onderstaand overzicht is de opgave van de aanvraag gecombineerd met een
gemiddelde jaarexploitatie voor de periode 2019 – 2016. Dit was nodig omdat de
reguliere exploitatie niet was opgenomen in de aanvraag. De weergave Toekenning
is eveneens gebaseerd op een gemiddelde van 2019 – 2016. Het exploitatiebeeld
komt uit op een negatief saldo. Jaarlijks leidt het museum een klein verlies
waardoor het inteert op vermogen.
Baten in € Aanvraag Toekenning
Subsidie Provincie Fryslân 63.758 –
Entreegelden 33.316 33.316
Overige eigen inkomsten 32.967 32.967
Donaties 16.690 16.690
TOTAAL 146.731 82.973
Lasten in €
Personeel 27.277 27.277
Huisvesting 30.352 18.583
Collectie 14.541 14.541
Publiek 17.485 9.323
Bedrijfskosten 19.363 19.113
TOTAAL 109.018 88.836
RESULTAAT 37.713 (5.863)
Naar reserveringen 37.713Analyse en advies subsidiëring musea Provincie Fryslân 21
2.4.4.Collectie
Bij gelijkblijvend beleid van het museum of in het geval van een subsidie, blijft de
collectie voorlopig wel behouden. De collectie die vooral uit gebouwtjes en hun
inrichting bestaat, is vooral van waarde voor het vertellen van de verhalen en het
stimuleren van ‘de beleving’.
2.4.5.Activiteiten
Zonder bijdrage van de provincie blijven de activiteiten ongeveer wat ze de
afgelopen jaren ook waren. Daarbij zij opgemerkt dat het bestuur zich zorgen
maakt over de teruglopende capaciteit om vrijwilligers in te zetten. Net als elders
in het land, loopt het aantal vrijwilligers terug.
Wanneer er extra subsidiemiddelen komen, kunnen de activiteiten in aantal,
omvang en kwaliteit toenemen conform de ingediende aanvraag. Echter, de
investering is hiervoor voorwaardelijk. Het museum verwacht betere
tentoonstellingen te kunnen maken en meer bezoekers te trekken.
Uit de stukken kan Blueyard niet opmaken of en hoe die laatste aanname is
onderbouwd. Dat is wel wenselijk aangezien de exploitatierekening van het
museum in de afgelopen jaren een structureel negatief resultaat heeft.
2.4.6.Conclusie
Blueyard concludeert dat De Spitkeet niet vanuit de vierjarenregeling is te
financieren. Indien er een subsidierelatie wordt opgebouwd vanuit de provincie
met dergelijke kleine, en door vrijwilligers gerunde musea, dan kan dat beter op
basis van andere regelingen, waar bijvoorbeeld wel ruimte is voor projectmatige
investeringen. Blueyard adviseert daarbij om een eventuele investering en de
effecten op de exploitatie goed te onderbouwen.
2.5. Gevolgen Kolleksjesintrum
Drie van de vier musea zijn partner in het Kolleksjesintrum. Het
Landbouwmuseum zou bij opheffing de huur opzeggen. Het Scheepvaartmuseum
beoogd een bezuiniging te realiseren door het overgrote deel van de collectie terug
te halen. Het natuurmuseum houdt er in het laagste ambitieniveau rekening mee
dat het gaat ontzamelen. De aangekondigde heroriëntatie leidt mogelijk tot een
(vrijwel) gehele terugtrekking.
Samen betalen deze musea jaarlijks ca. € 26.000 aan huur. Het aandeel van het
Landbouwmuseum is nihil. De andere twee musea betalen ca. € 13.000 per jaar.
Dat is 12% van de totale huursom. Deze inkomstenderving komt voor rekening
van het Kolleksjesintrum. Die komt boven op de opgave van het Kolleksjesintrum
om huurinkomsten te laten ontwikkelen naar een reëel (lees hoger) niveau.
Er zijn drie opties om met het vertrek van de huurders om te gaan:
§ De huur voor de bestaande huurders wordt verhoogd.
§ Er wordt gezocht naar andere musea die de ruimte willen huren.
§ De provincie verhoogt de bijdrage aan het Kolleksjesintrum
Meer berichten
- Hoge Raad: Geen parkeergeld betalen? Dan draai je op voor kosten parkeersysteem
- Zouden die nog bestaan, vraag ik een man die het boek ‘Het verhaal van de dienstmaagd’ van de Canadese schrijfster Margaret Atwood koopt
- Dat vrouwen uit de architectuur verdwijnen is niet de kern van het probleem, maar een symptoom van een verziekte branche
- Het was weer een dolle boel tijdens de nieuwjaarsreceptie van de provincie Fryslân
- Burgemeester Buma, hoe zit het met ondermijning vanuit gemeentelijke organisatie? (update)
- ABNAmro: Voor 452.000 woningeigenaren moet het mogelijk zijn denken wij – samen met TNO – om met gesloten beurs te verduurzamen
- Koopwoningen in december bijna 6 procent duurder dan jaar eerder – gemiddelde transactieprijs 480.051 euro
- Werkgevers kunnen online uitingen personeel niet zomaar begrenzen – Efteling mag niet zomaar verbod instellen
- Journalist Ignace Schretlen: Je wordt als senior minder serieus genomen
- Meer arme werkenden in 2024 – Zzp’ers vaker arm
- Politici missen kennis en interesse in de bedreigingen van big tech
- Femke Molenaar moet met de billen bloot – nieuwe partij SLIM is reactie op werkwijze GroenLinks/PvdA
- Je kunt roddelen inzetten voor samenwerking en wedijver
- Raad voor Cultuur roept op tot actieve bescherming van artistieke vrijheid
- VVD wil langere openingstijden horeca tijdens WK voetbal (nu met tip)
- Is het college bekend met de inhoud en problematiek zoals geschetst in de brief van Mixed Hockeyclub Leeuwarden
- Dag meneer Pennewaard, waarom komen mensen die verstand hebben van natuurkunde en kunnen rekenen bijna nooit in de krant aan het woord? (nu met reactie)
- Nieuwe Omroep Hermes in Leeuwarden stelt kwalitatief hoge eisen
- Wethouder Reitsma (CDA) trekt kritiek op Omrop in: Ik had zorgvuldiger taal moeten kiezen
- Grensoverschrijdend gedrag: hulpverleners doen dat toch niet?
- FNP Politiek Café – mechanische gebreken bij Grou mobiel – problemen met Oekraïense vluchtelingen – contact wijkagent Grou moeilijk – fouten bij Mercuriusfontein
- Almachtige PvdA sluit wijkbibliotheek, een bonbondoos met heerlijkheden (uit ons archief)
- Raadsleden op stap met politie in nachtelijk Leeuwarden: alles onder controle
- PEL stelt vragen over woningtoewijzingsbeleid woningcorporatie Elkien
- De vraag waarom bepaalde kiezers in 2021 en 2023 nog wel op Laurens Dassen stemden en nu niet meer, komt niet aan bod
- Streep door Regionaal Opvangcentrum aan de Troelstraweg – FNP: college blijft ongevoelig voor omwonenden
- Professionele podia trekken 10 procent meer bezoek
- Waarde landbouwexport ruim 8 procent hoger in 2025
- Als de mevrouw met haar erotische verhalenboek de deur uit is, zit ik weer een half uurtje alleen
- Huub Mous: Ton Broekhuis (Noorderlicht) schandalig behandeld
- De inspirerende overlevingskunst van het opbouwwerk
- Sietske Poepjes: Ik heb nog nooit zoveel kift meegemaakt
- Volop agressie tegen lokale politici: ‘Na sommige berichten loop ik anders over straat’
- Omrop Fryslân, RTV Drenthe en RTV Noord winnaar van de LangmanPrijs
- Het Heilige Roomse Rijk en de Friese vrijheid
- Nieuwe politiek voor mensen met een arbeidsbeperking?
- Meer bestaande koopwoningen verkocht, minder nieuwbouw
- Iconische slogan Kip, het meest veelzijdige stukje vlees krijgt nieuw leven
- Zevende Dag van de Elfstedentocht in Sneek – Schaatshistoricus Jurryt van de Vooren over de Oranjes en hun warme band met ijs
- Nog een scholenfusie: Voorgenomen bestuurlijke fusie in noord Friesland



