Liwwadders
  • Cultuur
  • Politiek
  • Economie
  • Ondernemen
  • Doneer!

Rekenkamer veegt vloer aan met college Leeuwarden

8 oktober 2020 Actueel

(tekst: brief Rekenkamer aan gemeenteraad)

Aan de Raad van de gemeente Leeuwarden

Antwoord op de bestuurlijk reactie van het College van B&W van Leeuwarden en
vragen vanuit de raad naar aanleiding van het Rekenkamerrapport

Vergunningenbeleid.
(058) 751 2630 R.A. Duijtshoff
2 oktober 2020

Geachte gemeenteraad,

In aanloop naar en tijdens het Open Podium van 23 september heeft de raad
diverse vragen gesteld over het rekenkamerrapport inzake het vergunningenbeleid
van het College van B&W van Leeuwarden. Ook gaf de raad te kennen het op prijs
te stellen dat de Rekenkamer een repliek schrijft op de bestuurlijke reactie van
het College. In deze rekenkamerbrief vindt u ons antwoord op de reactie van het
College en de vragen die daarover door de raad zijn gesteld, waarbij we
gaandeweg ook de vragen die met betrekking tot ons rapport door de raad zijn
gesteld van een antwoord voorzien. In deze rekenkamerbrief staan de volgende
punten centraal:

1. De nadere focus van het onderzoek: was er voldoende oog voor de brede
context van het vergunningenbeleid?
2. Het onderzoekinstrumentarium: de door de rekenkamer gebruikte criteria;
3. De verantwoording voor gehanteerde begrippen;
4. De naïeve Rekenkamer en haar pleidooi voor het zoeken naar een Paretooptimum;
5. Toekomstig bestemmingsplan en het pleidooi voor flexibiliteit.

1. De nadere focus van het onderzoek
We vinden het van belang nogmaals aan te geven waar het onderzoek van de
Rekenkamer zich op heeft gericht. Hoe luidde de opdracht van de gemeenteraad?
Dat is van belang omdat dit een antwoord vormt op een punt dat in de reactie van
het college wordt gemaakt en op een opmerking van een van de insprekers,
namens de organisatoren van de festivals, tijdens het Open Podium. De
Rekenkamer wordt verweten geen aandacht te schenken aan wat er allemaal
bereikt is en nauwelijks aandacht te schenken aan de inbreng en inspanningen van
de festivalorganisatoren. “Met name in de periode vanaf 2017 zijn er op velerlei
terrein verbeteringen doorgevoerd: de toegankelijkheid voor recreanten, de
bewegwijzering, een lichtplan met oog voor natuurbelangen, geluidmonitoring,
veiligheidsaspecten, communicatie, opstelling locatieprofielen etc. Wij zijn dan

Blad 2
ook van mening dat het rapport in de conclusies te weinig oog heeft voor de door
de gemeente ingezette aanpassingen en verbeteringen. Ook in dat opzicht mist
het college in het rapport aandacht voor de brede belangenafweging waarbinnen
de vergunningverlening plaatsvindt.”

Het mag zijn dat het college en de festivalorganisatoren van mening zijn dat er te
weinig oog voor aanpassingen en verbeteringen was en te weinig aandacht voor de
brede belangenafweging. De Rekenkamer heeft zeker aandacht voor deze
aanpassingen, verbeteringen en brede belangenafweging gehad, maar de
hoofdopdracht van het onderzoek betrof de wijze waarop de verlening van
vergunningen en ontheffingen tot stand kwam en welke praktische, bestuurlijke,
financiële en juridische hindernissen daarbij genomen dienden te worden. Het
betreft dus een relatief – afgezet tegen de enorme hoeveelheid werk en
inspanningen van de gemeente – beperkte casus, namelijk een analyse van de
vergunningenverlening op zichzelf, vooral ook ingegeven door de vragen die de
gemeenteraad had rond de juridische disputen, de gang van zaken en uitkomsten
van gevoerde rechtszaken, en de uiteindelijke kosten die daarmee gemoeid zijn.

Daar lag de nadruk van de vraag van de zijde van de gemeenteraad. Of zoals dat
in de motie verwoord is: “Onderzoek te doen naar de vergunningen- en
ontheffingenverlening aan festivals van de afgelopen jaren (in de Groene Ster);
daarbij te kijken naar de rol van de ambtelijke organisatie, college en raad; waar
aan de orde, aanbevelingen te doen voor verbetering van het proces van
vergunningen en ontheffingenverlening.” En binnen die opdracht is extra
aandacht besteed aan het centrale, telkens weer terugkerende juridische
twistpunt, de geluidsontheffingen.

In beleidsanalyse of beleidsevaluatie gaat het zeker om het beleid in zijn
totaliteit, maar het onderhavige onderzoek had – zoals hierboven gesteld – een
beperkte focus: hoe verliep de verlening van vergunningen en ontheffingen aan
festivals in de Groene Ster, wat was daarbij de rol van de ambtelijke organisatie,
College en raad en wat valt ervan te leren? Gaandeweg het onderzoek drong zich
ook de vraag op van de belangenafweging: of bij het handelen van de overheid
gericht op het verbeteren of versterken van het welzijn van burgers, of een
meerderheid daarvan, voldoende rekening gehouden wordt met het welzijn van
andere burgers. Dat is wat in essentie speelt rond het verlenen van vergunningen
en ontheffingen in de Groene Ster. In de wetenschap bestaat voor die afweging
een optimum, het zogenaamde Pareto-optimum of Pareto-efficiency, een centraal
principe voor collectieve actie, het handelen van overheden. Dat optimum
verwijst naar een situatie waarin een gewenste beleidsuitkomst voor sommige
burgers, zoals het houden van festivals in de Groene Ster, beter kan worden vorm
gegeven, zonder dat de situatie voor andere burgers verslechtert. Dat optimum
kan als belangrijke maatstaf worden gebruikt voor het optimaliseren van
overheidsoptreden. Dat zoeken naar een optimum is soms een moeizaam proces,
maar in andere gevallen ook niet. Wel constateert de Rekenkamer dat de
gemeente Leeuwarden in relatie tot het gebruik van de Groene Ster voor
recreatieve doeleinden duidelijk is opgeschoven naar een positie waarin meer
recht wordt gedaan aan de oorspronkelijke functie van het gebied tijdens het
festivalseizoen. Zie daarvoor het locatieprofiel voor de Groene Ster dat in de
winter van 2020 gereed is gekomen.

Wanneer dat optimum wordt toegepast op de vergunningen- en
ontheffingenverlening in de Groene Ster, vormt het aspect geluidsoverlast het
centrale aandachtspunt. Het is zeker niet toevallig dat dit aspect het vaakst en
het meest omstreden naar voren komt in het discours tussen gemeente en burgers,
en boven alles in bezwaarschriften en rechtszaken komt bovendrijven. En op dat

Blad 3
punt – daar wordt later in deze Rekenkamerbrief inhoudelijk nog op ingegaan –
staat het bereiken van een Pareto-optimum niets in de weg.
Tot slot stelt de Rekenkamer – zoals het college ook zelf verwoordt in zijn
bestuurlijke reactie – onomwonden, zonder reserve vast dat het beleid in bredere
zin heel succesvol is. Het Rekenkamerrapport constateert dat het beleid heeft
geleid tot een opeenvolging van succesvolle en drukbezochte festivals. “Festivals
die Leeuwarden als cultuurstad op de kaart hebben gezet en internationaal de
nodige waardering oogstten”, zo stelt het rapport.

2. Het onderzoekinstrumentarium
In antwoord op de bestuurlijke reactie van het College is het ook van belang in te
gaan op het instrumentarium voor dit onderzoek, meer specifiek het normenkader,
dan wel de criteria aan de hand waarvan de verlening van vergunningen in
de Groene Ster is geanalyseerd. In de reactie van het college wordt de stelling
geponeerd dat de Rekenkamer naast de drie in de verordening van de rekenkamer
genoemde normen, dan wel beoordelingscriteria – doeltreffendheid,
doelmatigheid en rechtmatigheid – enkele ‘nieuwe’ criteria heeft gehanteerd. De
exacte formulering luidt: “De Rekenkamer heeft daarnaast (op eigen initiatief) het
gemeentelijk beleid ook getoetst op andere maatstaven dan welke zijn
opgenomen in de Rekenkamerverordening, namelijk responsiviteit en materiële
rechtmatigheid. Deze maatstaven in relatie tot een onderzoek van de Rekenkamer
zijn nieuw voor het college.”

Allereerst een opmerking over de passage in de verordening. De betreffende
passage uit de verordening van de Rekenkamer dateert van zeker tien jaar terug,
toen dit drieluik als het ware tot de heilige graal van rekenkamerwerk behoorde.
Deze criteria zijn zeker niet in restrictieve zin opgenomen, maar veeleer als een
soort waarborg dat deze criteria op zijn minst een rol zouden spelen in het
onderzoek. Het afgelopen decennium heeft het onderzoek van rekenkamers
inhoudelijk een enorme vlucht genomen. Stond lange tijd vooral het ex-postonderzoek
centraal, recentelijk is sprake van een grote variatie aan onderzoekformats,
quick scans, ex-ante onderzoek, ex-durante-onderzoek, korte
rekenkamerbrieven en wat niet al meer. En tegelijkertijd zijn ook de
perspectieven van waaruit onderzoek wordt gedaan verbreed. Dat gebeurt op
basis van learning by doing, maar ook op basis van periodieke evaluaties van het
werk van rekenkamers. Zo ook de evaluatie van de Rekenkamer van Leeuwarden in
2018.1 En daar wordt in de laatste aanbeveling van het rapport gepleit voor het
verbreden van het perspectief bij onderzoek. “Ga de komende jaren als
rekenkamer meer op zoek naar verbinding met de stad en inwoners. Niet alleen
als bron van onderzoeksgegevens, of om input voor nieuwe onderzoeksonderwerpen
op te halen, maar ook om de buitenwereld actief in te schakelen bij
de verantwoording over het gevoerde bestuur. Met nieuwe vormen van
burgeronderzoek, burgervisitaties, ‘armchair auditing’, etc. is veel winst te
behalen en je positioneert de rekenkamer veel meer als stimulator van publieke
verantwoording.” (blz. 35). Dat is een trend die landelijk is terug te vinden in de
het werk van rekenkamers. Met die nieuwe oriëntatie doen ook nieuwe normen,
nieuwe criteria hun intrede: responsiviteit, adequaatheid en transparantie. Drie
centrale criteria die het mogelijk deze beweging richting de samenleving ook
onderzoekmatig vast te leggen. Ga na of burgers van mening zijn dat het beleid
tegemoetkomt aan hun verwachtingen of wensen, toets of het wellicht in termen
1 Peters, K., Evaluatie Rekenkamer Leeuwarden. Eindrapport, Leeuwarden, mei 2018.

Blad 4
van beleidsdoelen op KPI’s vastgelegde beleid ook daadwerkelijk beantwoordt aan
het probleem of de vraag van burgers en ga na in hoeverre daar ook helder en
duidelijk over wordt gecommuniceerd. Dat zijn niet alleen criteria voor
rekenkameronderzoek, maar ook criteria voor moderne beleidsvoering. Vanaf 2018
zijn deze drie criteria ook terug te vinden in jaarverslagen van de Rekenkamer
Leeuwarden.

Daarbij kan ook worden opgemerkt dat de trend naar ‘andere overheid’, een meer
interactieve relatie tussen overheid en samenleving, vraagt om eenzelfde
verbreding van het perspectief van waaruit beleid gewaardeerd en beoordeeld
dient te worden. Responsiviteit, adequaatheid en transparantie vormen bij uitstek
normen die passen bij een modernisering van de verhoudingen tussen gemeente en
haar burgers.

En daarnaast is de Rekenkamer bij het ontwikkelen van de onderzoeksopzet voor
het vergunningenonderzoek stap voor stap in overleg met de raad getreden en zijn
de zes criteria ook expliciet als normen voor het betreffende onderzoek
vastgesteld.

Concluderend: de criteria zijn noch ‘nieuw’, noch uit eigen beweging
geformuleerd. Een terechte kanttekening die wel gemaakt kan worden, betreft de
vraag of het niet raadzaam ware geweest deze nieuwe criteria naar aanleiding van
de evaluatie ook expliciet op te nemen in de verordening, dan wel het niet tijd
wordt de drie nieuwe criteria ook expliciet in de verordening op te nemen.

3. De verantwoording voor gehanteerde begrippen
Dan de analyse zelve en de centrale kritische kanttekeningen, of zoals de
Rekenkamer die ook oppakt, vragen naar verantwoording voor gehanteerde
begrippen. Het gaat daarbij in het bijzonder om de drie begrippen, ‘reluctant
adjustment strategy’, ‘catenaccio’ en ‘tunnelvisie’. Hoe moet het gebruik van
deze begrippen begrepen worden?

Het college is van oordeel dat de begrippen suggesties oproepen, en in zekere zin
de analyse van de Rekenkamer kleuren en van een oordeel voorzien. Het is derhalve
goed op dat punt nader in te gaan.

Het college stelt: “Maar het rapport lijkt ook de suggestie te wekken dat het
college er bewust voor gekozen zou hebben om grenzen te overschrijden, om
betrokkenen niet of onvolledig te informeren, om (te) laat omgevingsvergunningen
af te geven en daarbij een strategie van reluctant adjustment toegepast zou
hebben. Dit is niet het geval, een dergelijke strategie heeft nimmer aan ons
handelen ten grondslag gelegen. De Rekenkamer schrijft dat zij daar ook geen
aanwijzingen voor heeft gevonden. Niettemin wordt het frame van deze strategie
bij herhaling genoemd. Er ontstaat daarmee een beeld dat in onze ogen onterecht
is. Het rapport hanteert daarnaast de term catenaccio als typering voor de
gemeentelijke handelwijze. Net als de eerdere genoemde – en niet aangetoonde
strategie van reluctant adjustment – wordt ook met deze typering een gekleurde
invulling gegeven aan bepaalde handelingen en keuzes, zonder dat het college op
die wijze haar taken heeft uitgevoerd. Voor ons staat voorop dat het college inzet
op het realiseren van de gemeentebreed geformuleerde ambities, rond in dit geval
evenementen (waaronder festivals). Een inzet die niet ontstaat uit tunnelvisie
maar ter uitvoering van het democratisch genomen besluit om Leeuwarden als
aantrekkelijke evenementenstad te presenteren. Wij herhalen dat uit het rapport

Blad 5
van de Rekenkamer is af te leiden dat die uitvoering doeltreffend, doelmatig en
rechtmatig is.”

Het is goed om de discussie over het al dan niet hanteren van een strategie, het
gebruiken van ‘catenaccio’ als tactische optie of het vaststellen dat er sprake is
van een ‘tunnelvisie’ vast te stellen dat dit geheel losstaat, en feitelijk ook
helemaal niet interfereert met het gegeven dat het hier om ‘uitvoering van het
democratisch genomen besluit om Leeuwarden als aantrekkelijke evenementenstad
te presenteren’. Dat het om de uitvoering van een democratisch besluit gaat
is helder. Dat vormt de basis van de parlementaire democratie. Daar stelt
niemand vragen bij. Maar een besluit moet ook uitgevoerd worden. En dat heeft
de Rekenkamer onderzocht. En dan zijn de opgevoerde begrippen weldegelijk
relevant.

De Rekenkamer is van mening dat zij geenszins de suggestie wekt dat het college
er bewust voor gekozen zou hebben om grenzen te overschrijden, om betrokkenen
niet of onvolledig te informeren, of om (te) laat omgevingsvergunningen af te
geven. Daar is de Rekenkamer zelfs heel stellig in. Van een bewuste strategie is
geen sprake. Dat staat expliciet in het rapport: “De Rekenkamer hecht eraan hier
heel duidelijk te stellen dat zij met deze verwijzing naar de ‘strategie van
aanpassen met tegenzin’ niet meteen wil beweren dat sprake is van een bewust
ingezette strategie. Daar heeft zij geen aanwijzingen voor gevonden.”
Waarom dan wel spreken van een ‘strategie’? Een eenvoudige definitie van
‘strategie’ luidt: een reeks beslissingen en acties van actoren die de intentie
hebben het project (een doel) te realiseren. 2 Nu worden in de wetenschappelijke
literatuur over strategieën diverse onderscheiden aangebracht tussen typen van
strategieën. En het onderscheid dat het beste aansluit bij het beeld dat het
college oproept is dat tussen een ‘bewuste’, in de literatuur spreekt men ook wel
van een ‘intended’, dan wel ‘voorgenomen’ strategie enerzijds, en een
‘emergent’, dan wel ‘opkomende’ strategie anderzijds. Bij die laatste strategie is
niet sprake van een vooropgezet plan, maar van een opeenvolging, een repeterend
patroon van acties en activiteiten, die zich samengevat laten definiëren als
strategie. Waarbij dat soms kan worden opgevat als een bewust leerproces,
waarbij men werkende weg, aanpassingen aanbrengt, en soms ook verwijst naar
een proces waarbij de betreffende actoren zich niet of nauwelijks bewust zijn van
onderliggende patronen.3

Dus in deze casus luidt de vraag: ‘Is er een opeenvolging, een repeterend patroon
van acties en activiteiten te vinden in het handelen van de gemeente? En welke
begrippen kunnen dan worden gebruikt om dat patroon of die patronen te duiden?
Het is wellicht goed te beginnen met het begrip ‘catenaccio’. Dat begrip wordt
toegepast voor de periode van 18 juli 2017 tot januari 2020. Hoe komt de
Rekenkamer erbij het optreden van de gemeente te karakteriseren met de
Italiaanse voetbalterm catenaccio? Daartoe heeft de Rekenkamer minutieus het
proces van de zoektocht om tot een gezamenlijke oplossing geanalyseerd. Voor
een uitvoerige analyse van die periode verwijst de Rekenkamer naar Bijlage 3 van
het rapport. Hier volstaan de hoofdlijnen van analyse.

Waarbij zij opmerkt dat zij die alleen de samenvattende conclusies wensen te
lezen het volgende tekstblok kunnen overslaan.

2 Daamen, T, Strategy as Force, towards Effective Strategies for urban development
projects” The Case of Rotterdam city ports, IOS Press, Amsterdam, 2010.
3 Schellekens, P.F., De ontwikkeling van het DSM terrein. Naar een strategisch advies
voor de ontwikkeling van het DSM terrein in Delft, TU Delft, januari 2013, blz. 45-46.

Blad 6
Op 18 juli 2017 stelt de voorzieningenrechter vast dat er sprake is van een proces “dat
kampt met een gebrek aan informatie en argumentatie, dat in het kader van
bezwaarschriftprocedures, voorlopige voorzieningen en uitspraken van de meervoudige
kamer langzaam voortgang boekt. Ik zou ervoor willen pleiten dat partijen uit deze
inefficiënte manier van besluitvormen stappen en als het ware opnieuw beginnen en de
zaak van af de grond af aan op- nieuw opbouwen.” In dat proces dienen alle betrokken
partijen direct en indringend bij de besluitvorming betrokken te worden. Een en ander
vraagt van de gemeente Leeuwarden de besluitvorming open te stellen, transparant te
maken en te dulden dat derden er zich tegen aan gaan bemoeien. Voor de Stichting De
Groene Ster Duurzaam zou dat in de ogen van de rechter betekenen dat zij stoppen
met procederen. De rechter vraagt in dat kader de drie betrokken partijen (gemeente,
de Stichting Groene Ster en festivalorganisatoren) onder leiding van een
gerespecteerde deskundige rond de tafel te gaan zitten om tot een gezamenlijke
oplossing te komen.

De oproep van de voorzieningenrechter op 18 juli 2017 tot nader overleg van betrokken
partijen leidt al meteen tot een serie stellingnames via e-mails en brieven, tot overleg
en gesprekken. De brieven maken duidelijk dat er een verschil van interpretatie
bestaat over de uitspraak van de voorzieningenrechter. Wat heeft de rechter nu beoogd
met zijn oproep tot gesprek?

De Rekenkamer stelt in elk geval vast dat de rechter letterlijk uitspreekt dat
“verzoekers (Stichting Groene Ster Duurzaam) zich in het algemeen redelijk opstellen
en tot nu toe vaak gehoor vinden bij de rechtbank. Het lijkt me daarom belangrijk dat
zij direct bij alle relevante besluitvorming worden betrokken… Een en ander verlangt
van zowel verzoekers als verweerder (de gemeente Leeuwarden) nogal wat.
Verweerder moet zijn besluitvorming openstellen en transparant maken en dulden dat
derden er zich tegen aan gaan bemoeien. Het beperkt de speelruimte van verweerder
nogal.”

De gemeente is van mening dat bovenstaande zinsnede, en ook de opmerking
aangaande de juridische instrumenten, verwijzen naar het traject vanaf 2018. De
Stichting Groene Ster Duurzaam oordeelt anders. De Stichting gaat ervan uit dat de
rechter feitelijk de (wijzigingen van) omgevingsvergunningen voor festivals in de
Groene Ster uit 2015 heeft vernietigd en ook de werking van de omgevingsvergunning
van 2014 heeft beperkt. Gekoppeld aan de oproep tot het direct betrekken van de
stichting bij alle relevante besluitvorming zou ook ruimte moeten bieden nog mee te
spreken over de inrichting van de festivals in 2017. Dit meningsverschil vormt al een
eerste knoop in het proces om tot een gezamenlijke oplossing te komen. Hier ligt in de
ogen van de Rekenkamer toch wel een opdracht aan de gemeente om de ‘derde
persoon’ waar de rechter over spreekt al van meet af aan te betrekken bij het
vaststellen wat nu de strekking, de interpretatie van de uitspraak van de rechter moge
zijn. Dat komt er niet van, ook niet later in het traject.

Eind juli vinden nog drie gesprekken plaats: op 24 één en 31 juli twee gesprekken
tussen vertegenwoordigers van de Stichting Groene Ster Duurzaam en de gemeente
Leeuwarden. De inhoud betreft overleg over concrete zaken betreffende het ‘Psy-Fi’
festival in augustus: het mogelijk verplaatsen van de bezoekerscamping, waardoor twee
strandjes en zwemplassen vrij zouden komen voor reguliere bezoekers, enkele
mogelijke verbeterpunten aangaande het gemeentelijke geluidsbeleid en de als acuut
ingeschatte parkeerproblemen rond het festival. De gesprekken leveren uiteindelijk
geen resultaat op. Dan constateert de gemeente ook in een e-mail van 31 juli aan de
Stichting Groene Ster Duurzaam.

Dan stuurt het college van B&W van Leeuwarden op 8 september 2017 een brief aan de
Stichting Groene Ster Duurzaam. Deze brief kent twee opvallende passages die als volgt
kort zijn te typeren. Om te beginnen een niet bestaand citaat opnemen dat de
suggestie wekt dat de rechter zich heel expliciet tot de stichting richt met de
opmerking: “Onlosmakelijk verbonden met de keuze voor bovengenoemd traject is
voor uw Stichting het afzien van juridische procedures. Zoals de voorzieningenrechter
expliciet heeft gesteld: ‘vertrouwen [als partijen in elkaar] moet je opbouwen.

Blad 7
Wat leert deze petite histoire van de zoektocht naar een gezamenlijke oplossing?
De Rekenkamer ziet de oproep van de rechter als een serieuze vingerwijzing dat
vanuit het standpunt van de rechtbank – dus niet deze individuele rechter – ‘het zo
niet langer kan’. De rechter spreekt alle drie de partijen aan. Meer in het
bijzonder moet de Stichting Groene Ster Duurzaam afzien van het aanvragen van
voorlopige voorzieningen voor de twee aanstaande festivals, en de gemeente moet
zijn besluitvorming openstellen en transparant maken en dulden dat derden er
zich tegen aan gaan bemoeien. En zo merkt de rechter op “Het beperkt de
speelruimte van verweerder (de gemeente) nogal.”

Een serieuze oproep waarbij een partij wordt gevraagd af te zien van specifieke
acties, en de andere wordt opgeroepen initiatieven te nemen om de
besluitvorming open te stellen, transparant te maken en te dulden dat derden, in
dit geval zeker ook de Stichting Groene Ster Duurzaam, zich er tegenaan gaan
bemoeien. Wanneer de Rekenkamer vervolgens de zoektocht doorloopt ziet zij de
volgende route: vanaf den beginne onduidelijkheid, of beter onenigheid inzake de
interpretatie van de oproep van de rechter, geen initiatief om op dat moment een
mediator in te schakelen om deze eerste hobbel uit de weg te werken, gesprekken
om praktische vragen rond het Psy-Fi festival 2017 op te lossen die op niets
uitlopen en dan de brief van 8 september die op basis van een geconstrueerd
citaat (dat niet bestaat) en een aantijging tot overtreding van afspraken die niet
valide is, de Stichting Groene Ster Duurzaam in het defensief dringt. Wat daarna
gebeurt, het ontstaan van wantrouwen en het niet meer tot elkaar komen,
beschouwt de Rekenkamer vooral als meer resultante van dit eerste luik.
Welk samenvattend begrip kan deze episode omvatten? Allereerst de uitkomst.

Het uiteindelijke resultaat is feitelijk dat de situatie van voor 18 juli 2017
ongewijzigd blijft. In 2018 gaat het hele proces op dezelfde voet verder. Alsof de
rechter nooit zijn oproep deed. Wat was de bijdrage van betrokken partijen? De
festivalorganisatoren hebben een rol gehad in de vraag of er rond Psy-Fi 2017 nog
zaken te regelen waren. De Stichting Groene Ster Duurzaam hoopte op een door
de rechter voorgespiegelde open en transparante dialoog en was van mening dat
de oproep van de rechter ook op 2017 betrekking had. En de gemeente? Die
oordeelde dat de rechter de oproep bedoelde voor de vergunningenverlening in
2018, neemt geen initiatief tot het inschakelen van een mediator om de
interpretatieverschillen rond de oproep uit de wereld te ruimen en legt in feite via
de brief van 8 september haar interpretatie met een nogal aparte onderbouwing
op aan de Stichting Groene Ster Duurzaam op. De Rekenkamer kwam tot het
gebruiken van de term ‘catenaccio’. En dan zeker niet in oordelende zin, in de zin
van goed of slecht, of toegestaan of niet. Louter als beschrijving van een soort
Part of the deal is dat er geen uitspraak in de aangevraagde voorlopige voorziening
komt en dat u geen procedures tegen Psy-Fi 2017 aanspant. Stap uit de
rechtsbeschermingsmodus en stap in de besluitvormingsmodus’.” Niet alleen is dat
citaat uiterst curieus, om het maar eens zacht uit te drukken en geen andere
beoordeling te hanteren, ook de strekking klopt niet. De afspraak op 18 juli luidt geen
voorlopige voorzieningen verzoeken voor de twee festivals in de zomer van 2017.
En wanneer dan volgens een serie handelingen van de stichting in de brief opgesomd
worden met als predicaat ‘strijdig met de afspraken’, en voorzien van de opmerking
‘Natuurlijk mag u formele juridische stappen ondernemen, maar dan sluit u de deur
voor het gesprekstraject’, is de basis voor een gezamenlijke oplossing feitelijk al
voorbij.

Blad 8
tactische opstelling, die in het voetbal wordt gekenmerkt door het gesloten
houden van de verdediging, en het afstoppen van de tegenstander met middelen
die zich op de rand van het toelaatbare bevinden. In het voetbal een alleszins
succesvolle tactiek, die ook best in deze concrete situatie rond de oproep vanuit
een specifieke constellatie van doelstelling en uitvoering van beleid succesvol kan
zijn, of succes is. Nogmaals daar doet de Rekenkamer geen uitspraak over. Dat is
aan degenen die de uitkomsten van beleid in deze dienen te waarderen, en zich in
dat kader ook uitspreken over de gevolgde route van handelingen.

Dan de twee bredere begrippen die de Rekenkamer hanteert, en waarbinnen het
begrip ‘catenaccio’ ook zijn plaats vindt. Om te beginnen betreft dat de periode
vanaf 2014 tot de zomer van 2017. De Rekenkamer spreekt over die periode van
een proces waarbij ‘learning by doing’ de boventoon voert. Voor de periode na
2017 hanteert de Rekenkamer het begrip ‘reluctant adaptation strategy’. Hoe
verhouden die twee begrippen zich tot elkaar? In zekere zin liggen zij in elkaars
verlengde, alleen speelt het tijdsverloop daarbij wel een belangrijke rol.
Aanvankelijk is een geheel van zoeken, proberen, veranderen, aanpassen, en weer
proberen in een nog relatief onbekend en nieuw terrein. Patronen die zeker ook
terug te vinden zijn binnen een ‘reluctant adaptation strategy’ treden hier ook al
op, maar verdienen in het kader van de context (het nieuwe en onbekende) zeker
nog niet het epitheton ‘reluctant’.

Eerst maar even terug in de tijd. Wat is het patroon van ‘learning by doing’ in het
kader van de verlening van vergunningen en ontheffingen voor festivals in meer
formele zin? In zijn meest eenvoudige vorm ziet dat er als volgt uit: het college
van B&W verleent een vergunning; burgers (eisers) kunnen een voorlopige
voorziening aanvragen – waar de voorzieningenrechter vervolgens op korte termijn
een oordeel over velt; burgers kunnen daartoe ook een bezwaarschrift indienen bij
de Adviescommissie bezwaarschriften van de gemeente Leeuwarden; de
Adviescommissie doet vervolgens uitspraak en kan specifieke bezwaren gegrond
verklaren; vervolgens reageert het college van B&W op het advies van de
commissie; het college kan (delen van) het advies overnemen, dan wel (delen van)
het advies ongegrond verklaren; tegen dit besluit van het college van B&E kunnen
burgers vervolgens in beroep gaan bij de rechtbank.

Welnu deze route wordt diverse malen afgelegd vanaf 11 augustus 2015, wanneer de
voorzieningen rechter een voorlopige voorziening behandelt inzake de ontheffing van
de geluidswaarden voor het Psy-Fi festival 2015. De rechter is van oordeel dat de
gemeente Leeuwarden onvoldoende gemotiveerd heeft waarom de ontheffing van de
geluidswaarden tot een maximumniveau dat tot 5 dB(A) boven het in de nota
‘Evenementen met een luidruchtig karakter’ van de Inspectie milieuhygiëne Limburg
genoemde maximum in de nachtperiode ligt, niet leidt tot onaanvaardbare overlast
voor de omgeving. Bij deze voorziening heeft de voorzieningenrechter aansluiting
gezocht bij de in de nota ‘Evenementen met een luidruchtig karakter’ genoemde
maximale geluidwaarden. In deze Nota is een maximale gevelbelasting voor de dag en
de avond opgenomen van 70 à 75 dB(A) en voor de nacht een maximale gevelbelasting
van 45 à 50 dB(A). In het feitenrelaas (Bijlage 2 van het rapport) is het diverse malen
doorlopen van deze route, in al zijn variaties, terug te vinden met wisselende
uitkomsten.

De gemeente Leeuwarden publiceert in 2017, als een resultante van het proces van
‘learning by doing’ nieuwe beleidsregels rond geluid voor evenementen in de
openlucht. Het college deelt mede dat de bestaande kaders voor het overgrote deel
gehandhaafd blijven. Wel worden naar aanleiding van de juridische procedures rond de
evenementenseizoenen 2015 en 2016 veranderingen aangebracht. Op 9 oktober 2017
publiceert de gemeente Leeuwarden het ‘Addendum beleidsregel geluid – 2018.
Behorende bij de Beleidsregel geluid 2017, evenementen in de openlucht’. Daarin staat
dat er inmiddels een goed beeld bestaat van de evenementen die tijdens LF2018 in de
gemeente Leeuwarden zullen plaatsvinden.

Blad 9
De rechter formuleert in zijn oproep van 18 juli 2017 een opvallende typering voor
voorafgaande periode: “De gemeente stelt zich echter wel ontvankelijk op voor de
uitspraken van de rechtbank waarin verzoekers in hoge mate gelijk krijgen. Met
name de geluidsontheffingen laten een duidelijke verbetering zien waarbij de
gekozen systematiek voor de Groene Ster ook steeds meer reliëf krijgt en meer in
balans komt met wat het recht verlangt. Misschien nog niet helemaal goed zoals
hierboven bleek maar wel al een stuk beter. De besluitvorming kenmerkt zich
daarmee als reactief op uitspraken van de rechter en vooral altijd veel te laat
om tot zinvolle aanpassingen van de festivals te kunnen komen.”
Die laatste zin is opmerkelijk. Dat zegt de rechter dus al in 2017, terwijl de
Rekenkamer dan nog uitgaat van ‘learning by doing’. Maar het verwijst naar een
interpretatie dat de oorsprong voor de ‘reluctant adaptation stragey’ verder terug
in de tijd gaat. Voor de Rekenkamer is feitelijk de periode na 2017, de
opeenvolging van pogingen om de geluidsniveaus toch weer omhoog te krijgen
ondanks gerechtelijke uitspraken, en soms tegelijkertijd juist gestimuleerd door
uitspraken die later weer werden herroepen, die het bestaan van deze
repeterende handelwijze duidelijker aan het daglicht brengt. Het is niet zinvol
hier heel uitvoerig voorbeelden te presenteren van acties en handelingen die de
patronen van de repeterende handelwijze illustreren. De Rekenkamer volstaat
hier met een samenvatting en verwijst naar het feitenrelaas voor nader
beschrijving van de betreffende voorbeelden.

Het betreft een patroon waarbij het opnieuw gaat om een voortzetten van de
reeks voorlopige voorzieningen, dan wel bezwaarschriften, adviezen van de
Adviescommissie bezwaarschriften van de gemeente Leeuwarden (met een mix
van gegrond en ongegrond verklaarde bezwaren), besluiten van het college (met
een mix van gegrond en ongegrond verklaren, en tevens ook herzieningen van
eerdere besluiten), voorlopige voorzieningen (vooral rond geluid die veelal worden
toegewezen), klachten over een te korte bezwaartermijn, lange wachttijden
alvorens bezwaarschriften behandeld worden, geluidsniveaus die verhoogd worden
boven eerder door de rechter gelimiteerde niveaus, en dan even los van het
onderscheid tussen het type festival en het betreffende jaar, is repetitief. ‘Er
boven zitten, teruggefloten worden, en er weer boven gaan zitten bij een
volgende gelegenheid’, gekoppeld aan een onderbouwende redenering. En die kan
heel verschillend zijn. ‘Ja, dat was een voorlopige voorziening, er is nog geen
uitspraak van een meervoudige kamer.’ En als die meervoudige kamer dan een
En aan het einde van die periode, op 26 juni 2017 doet de Rechtbank Noord-Nederland
in een door de Stichting Groene Ster Duurzaam aangespannen rechtszaak een uitspraak
die van belang is voor het verdere verloop van de vergunningverlening. De rechtbank
spreekt de vernietiging uit van de geluidsontheffingen voor 2015 en 2016 voor het
‘Welcome to the Village’ festival. In de ogen van de rechtbank heeft de gemeente
onvoldoende haar gevoerde geluidsbeleid gemotiveerd omdat geen gedegen onderzoek
is verricht naar de gevelwering van de woningen in de Groene Ster. De rechter stelt de
Stichting Groene Ster Duurzaam daarnaast in het gelijk dat ook de dB(C) norm voor de
bastonen) moet worden meegenomen. Verder mag een geluidsontheffingen alleen
worden verleend op basis van een gedegen geluidsplan, dat rust op een akoestisch
rapport, dat moet worden aangeleverd bij de aanvraagprocedure. Tot slot moeten de in
de ontheffing genoemde geluidswaarden als maximale waarden worden aangemerkt in
plaats van langtijdgemiddelde beoordelingswaarden. In latere rechtszaken zal de
rechtbank nog diverse malen verwijzen naar deze uitspraak.

Blad 10
uitspraak heeft gedaan, luiden de tegenwerpingen: ‘de Hooge Raad heeft nog
geen uitspraak gedaan’; ‘die uitspraak betreft festival X en wij hebben het nu over
festival Y’; ‘die uitspraak gold voor festival X in 2018, maar wij hebben het nu
over festival X in 2019’; ‘nee, de rechter heeft niet gezegd dat de geluidsniveaus
te hoog zijn, maar dat de onderbouwing van de hoogte niet deugde’.

Ter illustratie toch nog maar eens de volgende casus

Op 11 en 17 juli 2019 volgen twee andere uitspraken van de Rechtbank Noord-
Nederland waarbij eerdere uitspraken van de rechter en besluiten van het college van
B&W van Leeuwarden inzake de geluidsniveaus voor het ‘Welcome to the Village’
festival 2018 en het ‘Psy-Fi’ festival 2018 worden herroepen, dan wel vernietigd. Naar
aanleiding daarvan schrijft de Stichting Groene Ster Duurzaam op 24 juli 2019 een brief
aan het College van B&W van Leeuwarden met het verzoek de geluidsontheffing voor
het festival ‘Psy-Fi’ 2019 aan te passen aan de rechterlijke uitspraken van 11 en 17 juli
2019. De stichting vraagt aanpassingen op de volgende punten: de eindtijden van de
dag-avondperiode en start van de nachtperiode; het geluidsniveau ‘Front of House’
(FoH) in de nachtperiode; en dB(A) en dB(C) ‘Front of House’ (FoH) tijdens de
dag/avondperiode.

Een dag later, op 25 juli 2019, antwoordt het college van B&W van Leeuwarden. “De
door de Stichting aangehaalde uitspraken van de rechtbank, waarop het verzoek is
gebaseerd, zijn voor ons geen aanleiding om de geluidsontheffing aan te passen. De
uitspraak in verzoek om voorlopige voorziening heeft betrekking op een ander festival
dan Psy-Fi en heeft daarom geen invloed op dit festival. Het kenmerkende van deze
uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening is dat het gaat om een voorlopig
oordeel over de geluidsontheffing voor ‘Welcome to the Village’ 2019. Het is geen
definitief oordeel over de verleende geluidsontheffing, wat pas zal worden genomen in
het besluit op bezwaar en eventuele vervolgprocedures. In de uitspraak van de
voorzieningenrechter staat dat er aan de geluidsontheffing met name
motiveringsgebreken kleven. Deze motiveringsgebreken kunnen echter in de
bezwaarfase, met een totale heroverweging, hersteld worden. Kort gezegd: de
uitspraak in verzoek om voorlopige voorziening heeft een voorlopig karakter voor alleen
‘Welcome to the Village’ 2019 en is niet algemeen geldend voor alle evenementen in De
Groene Ster.”

Als reactie op deze brief dient de Stichting Groene Ster Duurzaam op 31 juli 2019 bij de
rechtbank Noord-Nederland alsnog een verzoek tot een voorziening in voor de
geluidsontheffing voor het ‘Psy-Fi’ festival 2019.

Op 2 augustus 2019 stuurt het college van B&W van Leeuwarden een brief aan de
Stichting Psy-Fi over een nieuwe geluidsontheffing. De ontheffing van 21 juni 2019
wordt ingetrokken. De gemeente geeft aan op basis van de uitspraken van de rechtbank
op 11 en 17 juli 2019 de overwegingen te hebben aangepast en aangevuld. De
bepalingen aangaande het geluidsniveau en eindtijden zijn niet aangepast. “In de
nieuwe geluidsontheffing hebben wij, naar aanleiding van de uitspraken van de
rechtbank Noord-Nederland van 11 en 17 juli 2019 de overwegingen aangepast en
aangevuld. De bepalingen aangaande geluidsniveaus en eindtijden zijn niet aangepast.
De bijgevoegde stukken bij de begeleidende brief van 21 juni 2019, kenmerk 11028217
(brief bij verlening beschikkingen voor Psy-Fi) worden geacht ook deel uit te maken van
dit besluit. Bij dit besluit voegen wij als bijlagen toe: RIVM Rapport 2016 – 0014,
Meldingen over een bromtoon; BBT-Lijst 2019, Evenementengeluid in Amsterdam, 2019,
versie 20; Afwegingskader voor de verzoeken tot plaatsing op de Evenementenkalender
gemeente Leeuwarden, 10 juli 2019.”

De voorzieningenrechter laat op 5 augustus 2019 per brief het college van B&W van
Leeuwarden op voorhand al weten dat bij het treffen van een aanstaande voorziening
(geluids- ontheffing Psy-Fi 2019) aan te willen sluiten bij eerdere uitspraken in dit
verband. De rechter geeft zelfs aan een zitting achterwege te willen laten en
schriftelijk uitspraak te doen indien verweerder hiermee instemt.

Blad 11
Het patroon van na juli 2017 verandert feitelijk niet fundamenteel ten opzichte
van dat van voor die tijd, maar na de gemiste kans op een gezamenlijke oplossing,
en een voortzetting, en ook zeker wel versterking van het patroon, van ‘, uit de
periode van voor juli 2017 is het aan de orde het patroon ook anders learning by
doing’ te benoemen. Zoals gezegd, de Rekenkamer heeft geen bewijs kunnen
vinden voor een bewuste strategie. Maar het repeterende patroon is
onmiskenbaar. Een strategie die op basis van het repeterende patroon komt
bovendrijven. Een handelwijze met een zekere eigen logica en ook ritme. Ook als
zodanig duidelijk herkenbaar. Met als centrale kenmerk, niet zondermeer voldoen
aan een uitspraak, maar op enigerlei wijze, verzet, twijfel, niet ontvankelijk
verklaren, toch weer de grens opzoeken, en pas aanpassen als het niet anders kan.
De Rekenkamer kwam tot de omschrijving voor de strategie als ‘aanpassen met
tegenzin’, ofwel ‘reluctant adaptation strategy’. Het begrip ‘catenaccio’ sluit
daar als tactisch concept eigenlijk naadloos bij aan. Waar strategie vooral ook het
repeterende patroon benadrukt, wijst de essentie van ‘catenaccio’ vooral op het
defensieve, het liever niet aanpassen, de eigen beleidsopties afschermen van
pogingen deze van wijzigingen te voorzien. En binnen dat geheel past ook het
concept ‘tunnelvisie’. Tunnelvisies hebben een belangrijke functie bij het gesloten
houden van beleidsopties. Of beter dragen sterk bij aan het gesloten houden van
beleidsopties.

Nogmaals, de analyse van de Rekenkamer heeft niet tot doel een oordeel uit de
spreken, ook niet te framen of van suggesties te voorzien. Het is een interpretatie
op basis van een feitenanalyse. Maar, en dat zij benadrukt, geen enkele
interpretatie, hoe nauwgezet ook uitgevoerd, heeft het alleenrecht op de
‘waarheid’. De analyse van de Rekenkamer heeft voor alles tot doel de
gemeenteraad een perspectief te bieden op de vergunningverlening in de Groene
Ster tussen 2014 en 2020. En het is aan de raad om in dialoog met het college, dat
zijn eigen interpretatie heeft van die verlening, zijn positie te bepalen.
Het college wenst toch een zitting om zijn verweer nader te duiden. De rechter
verzoekt het college om bij een eventueel verweer(schrift) enkel onderbouwd aan te
geven met welke aspecten van eerdere gedane uitspraken (inclusief hieraan gelieerde
adviezen van de StAB) het college het niet eens is. Daarbij geeft de rechter feitelijk al
aan geen behoefte te hebben aan de nadere motiveringen die het college toe- voegt
aan de gewenste geluidswaarden en normen zoals vastgelegd in de bestreden vergunningen.

Op 22 augustus 2019 vindt de zitting plaats en doet de Rechtbank Noord-Nederland
uitspraak in twee verzoeken tot voorlopige voorzieningen. Om te beginnen betreft dat
de voorlopige voorziening inzake de evenementenvergunning rond het ‘Psy-Fi’ festival
2019. De verzoeker maakt bezwaar tegen het verlenen van die vergunning. De rechter
wijst het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen af. De tweede uitspraak
gaat over het verzoek tot een voorlopige voorziening inzake het verlenen van een
geluidsontheffing onder voorwaarden rond het ‘Psy-Fi’ festival 2019. De voorzieningenrechter
is van oordeel dat nog altijd geen goede motivering is gegeven voor de
verlengde nachttijden en treft daarom de voorziening dat het geluidsniveau ook op
vrijdag- en zaterdagnacht om 00:00 uur omlaag moet. Tevens is nog altijd niet
voldoende zeker dat bij een geluidsniveau van 50 dB(C) gedurende de nacht in de
woningen geen slaapverstoring zal optreden. De voorziening wordt daarom getroffen
dat het geluidsniveau voor de nachtperiode op meetpunt ‘Front of house’ (FoH) wordt
vastgelegd op 73 dB(A) en 76 dB(C).

Blad 12
Naar aanleiding van de bovenstaande casus, is het tevens het moment om nog een
ander element uit de bestuurlijke reactie op te pakken. “De Rekenkamer uit in het
rapport twijfels bij de materiële rechtmatigheid rond enkele casussen binnen het
geluiddossier. De Rekenkamer stelt dat burgers erop mogen vertrouwen dat
materieel gevolg wordt gegeven aan uitspraken, dan wel richtinggevende
oproepen van rechters.”

En dan volgt ter onderstreping een citaat van de rechter van 18 juli 2017. “De
gemeente stelt zich echter wel ontvankelijk op voor de uitspraken van de
rechtbank waarin verzoekers in hoge mate gelijk krijgen. Met name de
geluidsontheffingen laten een duidelijke verbetering zien waarbij de gekozen
systematiek voor de Groene Ster ook steeds meer reliëf krijgt en meer in balans
komt met wat het recht verlangt.” Of dat citaat hier op zijn plaats is, laat de
Rekenkamer over aan de lezers. In de navolgende noot is de volledige context van
deze passage te lezen, en die ziet er verrassend uit. 4
Nee, de Rekenkamer geeft aan dat, waar voorheen altijd slechts vanuit een meer
statisch begrip van rechtmatigheid wordt gewerkt, een onderscheid gemaakt kan
worden (ook weer in het licht van de beweging richting een meer interactieve
relatie tussen overheid en samenleving, die de Rekenkamer als ‘andere overheid’
typeert) tussen formele en materiële rechtmatigheid. En dan schrijft de
Rekenkamer: “De Rekenkamer hanteert hier eerder het principe van materiële
rechtmatigheid. Daarbij gaat het om de rechtszekerheid van burgers, die erop
mogen vertrouwen dat aan uitspraken, dan wel richtinggevende oproepen van
rechters waarbij zij in het gelijk worden gesteld ofwel gesteund worden in hun
beoordeling van de situatie, ook materieel gevolg wordt gegeven.” En dan geeft
de Rekenkamer twee voorbeelden.

4 “Als ik er met wat meer afstand naar kijk, en dan neem ik alle besluiten in aanmerking, dan zie ik
een initiatief tot het houden van een aantal festivals op de Groene Ster dat op betrekkelijk naïeve
wijze juridisch wordt vormgegeven. Aanvankelijk is onvoldoende onderkend dat het houden van
festivals naast een woonwijk en een natura 2000-gebied op een terrein dat ook een duidelijke
recreatieve functie heeft voor elke gemeente een zeer grote bestuurlijke, bestuurlijk juridische
opgave zou zijn. Het initiatief is in ieder geval vanuit optiek van de gemeente en de organisatoren
van de festivals een groot succes. De festivals lijken een duidelijke impuls te zijn voor de lokale
economie en een bijdrage aan de naamsbekendheid van Leeuwarden in aanloop naar de culturele
hoofdstad 2018. De festivals lijken door dat succes ook nog te groeien. Tegelijkertijd blijkt dat er
vanuit de omgeving en de stichting die zich de belangen van de Groene Ster aantrekt de nodige
klachten komen. Het lijkt erop dat de belangen van de omwonenden en de belangen die door de
Stichting worden behartigd, aanvankelijk onvoldoende zijn meegenomen. De gemeente stelt zich
echter wel ontvankelijk op voor de uitspraken van de rechtbank waarin verzoekers in hoge mate
gelijk krijgen. Met name de geluidsontheffingen laten een duidelijke verbetering zien waarbij de
gekozen systematiek voor de Groene Ster ook steeds meer reliëf krijgt en meer in balans komt
met wat het recht verlangt. Misschien nog niet helemaal goed zoals hierboven bleek maar wel al
een stuk beter. De besluitvorming kenmerkt zich daarmee als reactief op uitspraken van de
rechter en vooral altijd veel te laat om tot zinvolle aanpassingen van de festivals te kunnen
komen.”

Vervolgens gaat de rechter in op het besluitvormingsproces rond de festivals. Hij stelt vast dat er
sprake is van een proces “dat kampt met een gebrek aan informatie en argumentatie, dat in het
kader van bezwaarschriftprocedures, voorlopige voorzieningen en uitspraken van de meervoudige
kamer langzaam voortgang boekt. Ik zou ervoor willen pleiten dat partijen uit deze inefficiënte
manier van besluitvormen stappen en als het ware opnieuw beginnen en de zaak van af de grond
af aan op- nieuw opbouwen.”

Blad 13
Over deze voorbeelden kun je verschillend denken, zeker. Maar de Rekenkamer
acht het verstandig over dit punt na te denken. “Mag je je als burger gesteund
voelen of rekenen op het serieus nemen van een richtinggevende oproep van de
rechter (juli 2017 tot januari 2018)? En ten tweede, mag je verwachten dat
rechterlijke uitspraken in juli 2019 aangaande festivals in de jaren tevoren inzake
het niveau van het geluid hun geldigheid behouden voor een komend festival in
augustus/september 2019, of ga je dan als gemeente na een klacht van burgers uit
van de stelling ‘ander festival, ander jaar, en niet zozeer het geluidsniveau als
zodanig maar de onderbouwing moet beter’, om vervolgens toch weer bakzeil te
moeten halen bij de rechter. Daar komen dan de twijfels bovendrijven.”

4. De naïeve Rekenkamer en haar pleidooi voor het zoeken naar een Paretooptimum
De Rekenkamer stelt in haar analyse van de gehele periode, van de eerste
gerapporteerde rechtszaak (voorlopige voorziening inzake de ontheffing van de
geluidswaarden voor het Psy-Fi festival 2015 op 11 augustus 2015), tot aan de
laatste gerapporteerde rechtszaak (voorlopige voorziening inzake de
geluidsontheffing voor het Psy-Fi festival 2019 op 22 augustus 2019) vast dat er
geen wijziging is opgetreden in de grondhouding van de Rechtbank Noord-
Nederland, welke rechter ook aan het woord is. In vrijwel alle uitspraken verwijst
de rechtbank naar de normen van de door vele gemeenten gebruikte en in de
jurisprudentie daarvoor als richtlijn aanvaarde nota ‘Evenementen met een
luidruchtig karakter’ van de Inspectie milieuhygiëne Limburg, ook wel bekend als
Nota Limburg (en later inclusief de maatstaven van de Stichting Advisering
Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening). Dat is een constante.
Gaat de gemeente in de vergunningen boven die normen zitten, wijst de rechter
de voorlopige voorziening toe, of vernietigt hij een genomen besluit.

Tegen die achtergrond is het interessant dat de inspreker die namens de
festivalorganisatoren spreekt tijdens het Open Podium de Rekenkamer een naïeve
opvatting toedicht. De opvatting dat er altijd een geluidsniveau te vinden is
waarop partijen aan hun trekken komen. Ook het college is, weliswaar in andere
woorden die mening toegedaan. In de bestuurlijke reactie citeert het college een
passage uit het rekenkamerrapport: “Natuurlijk is een festival zonder geluid,
geen festival. Maar dat is het punt niet. Het gaat om hinder en overlast. En er is
altijd een niveau te vinden waarin beide partijen aan hun trekken komen. Dat
inzicht en de wil te zoeken naar een dergelijk evenwicht lijkt te ontbreken.” Wij
denken dat dat inzicht er wel degelijk was, evenals de wil om stappen te
zetten. Wij denken dat er niet altijd een (geluid)niveau is te vinden waar alle
partijen (dus ook de organisator van het evenement) zich in kunnen vinden.
Dat heeft tot gevolg dat de gemeente een belangenafweging maakt en binnen de
kaders van het gemeentelijk geluidbeleid een keuze maakt.”

Zowel de inspreker, als het college formuleren de stelling: ‘Dat er niet altijd een
(geluid)niveau is te vinden waar alle partijen (dus ook de organisatoren van het
evenement) zich kunnen vinden.’ Dat is om het maar eens mooi in het Latijn te
zeggen een reductio ad absurdum, een ‘herleiding tot het absurde’. Of in gewoon
Nederlands een stelling waar geen bewijs voor bestaat, maar opgaat zolang er
geen tegenbewijs is geleverd. Welnu, de bewijzen voor het tegendeel liggen
feitelijk voor het oprapen. Een deel van de argumentatie heeft de Rekenkamer al
opgevoerd tijdens het Open Podium. Om de stelling dat er geen geluidsniveau te
vinden is moeten festivalorganisatoren om te beginnen duidelijk maken waarom

Blad 14
een geluidsniveau boven de normen die landelijk gehanteerd worden noodzakelijk,
dan wel gewenst zou zijn. Dat is de Rekenkamer nog niet tegen gekomen. Ten
tweede kan een louter logische bewijsvoering worden aangevoerd: er is altijd een
gemiddelde te vinden, of er nu drie of meer partijen in het geding zijn; geluid is
altijd te horen, hoe hard of zacht ook en uit te drukken in een waarde; dan is ook
een gemiddelde, dan wel een gewogen gemiddelde nooit ver weg. Ten derde heeft
de mogelijkheid om te zoeken naar een gezamenlijke oplossing zich wel degelijk
voorgedaan, en is deze niet gesneuveld op een discussie over geluid. En tot slot,
tussen augustus 2015 en augustus 2019 werkt en oordeelt de rechtbank Noord-
Nederland bijna zonder uitzondering met dezelfde set normen. Er hoeft dus
feitelijk niet eens gezocht te worden naar een geluidsniveau waar alle partijen
zich in kunnen vinden. Het bestaat! En sterker nog voldoet aan het Paretooptimum.
Geluid is hoorbaar tijdens de festivals, en daarbij is een geluidsniveau
te vinden tot een niveau, waar de situatie voor de omwonenden niet verslechtert.

5. Toekomstig bestemmingsplan en het pleidooi voor flexibiliteit van de
rekenkamer

Tot slot een laatste opmerking over het commentaar van het college van B&W op
de aanbevelingen. Het betreft de mate waarin elementen van de vergunningen- en
ontheffingenverlening vastgelegd kunnen, of zouden moeten worden binnen een
bestemmingsplan. Het is inderdaad zo dat de Rekenkamer aandacht vraagt voor de
mate waarin binnen een bestemmingsplan randvoorwaarden voor festivals
vastgelegd worden. Het college stelt: “In het rapport van de Rekenkamer wordt
enerzijds een pleidooi gehouden voor rechtszekerheid en duidelijkheid, anderzijds
wordt gesteld dat flexibiliteit nodig is. Dat betekent dat de geformuleerde
aanbeveling op dit punt tegenstrijdig is.” Nee, theoretisch gezien bestaat er
natuurlijk geen tegenstrijdige relatie tussen, rechtszekerheid, duidelijkheid en
flexibiliteit. Het vraagt alleen om meer creativiteit om deze drie elementen met
elkaar samen te brengen binnen een beleidslijn of bestemmingsplan.

Dat de Rekenkamer pleit voor flexibiliteit is het gegeven dat er op zijn minst twee
belangrijke aspecten van festivals zijn waar burgers in het bijzonder aandacht
voor hebben. Dat zijn de geluidsniveaus en de (eind)tijden. En de historie van
festivals, niet alleen die in de Groene Ster leren, dat juist deze beide aspecten in
belangrijke mate afhankelijk zijn van maatschappelijke trends en ontwikkelingen.

Zo zijn opvattingen over de schadelijkheid van geluid sterk gewijzigd, en laat
onderzoek zien dat het daarbij niet louter gaat om gehoorschade, maar dat zich
ook allerlei meer mentale en neurologische gevolgen doen voelen. Daarnaast is
ook de mate waarin geluid in de late uren van de dag, en zeker de nacht gevolgen
heeft voor gezondheid in al zijn aspecten nog steeds onderwerp van diepergaand
onderzoek, dat ook nieuwe resultaten oplevert. Ten aanzien van geluids(sterkte)
en eindtijden zou dan ook aansluiting gezocht kunnen worden bij de (schuivende)
maatschappelijke normen.

Hoogachtend,

Namens de Rekenkamer gemeente Leeuwarden,
dr. J.M. Roebroek, voorzitter

foto: Harrie Muis

Doe mee en doneer knop
Vorige bericht

Exploitatievergunning seksinrichtingen Weaze ingetrokken

Volgende bericht

Oud-commissaris politie Leeuwarden doet aangifte vermoeden van valsheid in geschrifte tegen burgemeester Buma

 

Meer berichten

  • Hoge Raad: Geen parkeergeld betalen? Dan draai je op voor kosten parkeersysteem
  • Zouden die nog bestaan, vraag ik een man die het boek ‘Het verhaal van de dienstmaagd’ van de Canadese schrijfster Margaret Atwood koopt
  • Dat vrouwen uit de architectuur verdwijnen is niet de kern van het probleem, maar een symptoom van een verziekte branche
  • Het was weer een dolle boel tijdens de nieuwjaarsreceptie van de provincie Fryslân
  • Burgemeester Buma, hoe zit het met ondermijning vanuit gemeentelijke organisatie? (update)
  • ABNAmro: Voor 452.000 woningeigenaren moet het mogelijk zijn denken wij – samen met TNO – om met gesloten beurs te verduurzamen
  • Koopwoningen in december bijna 6 procent duurder dan jaar eerder – gemiddelde transactieprijs 480.051 euro
  • Werkgevers kunnen online uitingen personeel niet zomaar begrenzen – Efteling mag niet zomaar verbod instellen
  • Journalist Ignace Schretlen: Je wordt als senior minder serieus genomen
  • Meer arme werkenden in 2024 – Zzp’ers vaker arm
  • Politici missen kennis en interesse in de bedreigingen van big tech
  • Femke Molenaar moet met de billen bloot – nieuwe partij SLIM is reactie op werkwijze GroenLinks/PvdA
  • Je kunt roddelen inzetten voor samenwerking en wedijver
  • Raad voor Cultuur roept op tot actieve bescherming van artistieke vrijheid
  • VVD wil langere openingstijden horeca tijdens WK voetbal (nu met tip)
  • Is het college bekend met de inhoud en problematiek zoals geschetst in de brief van Mixed Hockeyclub Leeuwarden
  • Dag meneer Pennewaard, waarom komen mensen die verstand hebben van natuurkunde en kunnen rekenen bijna nooit in de krant aan het woord? (nu met reactie)
  • Nieuwe Omroep Hermes in Leeuwarden stelt kwalitatief hoge eisen
  • Wethouder Reitsma (CDA) trekt kritiek op Omrop in: Ik had zorgvuldiger taal moeten kiezen
  • Grensoverschrijdend gedrag: hulpverleners doen dat toch niet?
  • FNP Politiek Café – mechanische gebreken bij Grou mobiel – problemen met Oekraïense vluchtelingen – contact wijkagent Grou moeilijk – fouten bij Mercuriusfontein
  • Almachtige PvdA sluit wijkbibliotheek, een bonbondoos met heerlijkheden (uit ons archief)
  • Raadsleden op stap met politie in nachtelijk Leeuwarden: alles onder controle
  • PEL stelt vragen over woningtoewijzingsbeleid woningcorporatie Elkien
  • De vraag waarom bepaalde kiezers in 2021 en 2023 nog wel op Laurens Dassen stemden en nu niet meer, komt niet aan bod
  • Streep door Regionaal Opvangcentrum aan de Troelstraweg – FNP: college blijft ongevoelig voor omwonenden
  • Professionele podia trekken 10 procent meer bezoek
  • Waarde landbouwexport ruim 8 procent hoger in 2025
  • Als de mevrouw met haar erotische verhalenboek de deur uit is, zit ik weer een half uurtje alleen
  • Huub Mous: Ton Broekhuis (Noorderlicht) schandalig behandeld
  • De inspirerende overlevingskunst van het opbouwwerk
  • Sietske Poepjes: Ik heb nog nooit zoveel kift meegemaakt
  • Volop agressie tegen lokale politici: ‘Na sommige berichten loop ik anders over straat’
  • Omrop Fryslân, RTV Drenthe en RTV Noord winnaar van de LangmanPrijs
  • Het Heilige Roomse Rijk en de Friese vrijheid
  • Nieuwe politiek voor mensen met een arbeidsbeperking?
  • Meer bestaande koopwoningen verkocht, minder nieuwbouw
  • Iconische slogan Kip, het meest veelzijdige stukje vlees krijgt nieuw leven
  • Zevende Dag van de Elfstedentocht in Sneek – Schaatshistoricus Jurryt van de Vooren over de Oranjes en hun warme band met ijs
  • Nog een scholenfusie: Voorgenomen bestuurlijke fusie in noord Friesland
Problemen met verhuurder? Woningtoewijzing? Uitkering? Aanvraag minimaregelingen? Bel snel PEL! 058-2671636 op werkdagen van 14.00-17.30 uur. B.g.g. mail verpel@online.nl
Leeuwarden

Hoge Raad: Geen parkeergeld betalen? Dan draai je...

23 januari 2026
burootje veraf

Zouden die nog bestaan, vraag ik een man die het...

23 januari 2026

Linzen en worstjes

23 januari 2026

Dat vrouwen uit de architectuur verdwijnen is niet...

22 januari 2026

Stadsblad Liwwadders

Veel Leeuwarders ontvangen elke morgen rond koffietijd onze nieuwsbrief. Die wilt u toch ook niet missen? Het laatste nieuws uit Leeuwarden e.o. elke morgen rond elf uur in uw mailbox.

Lunch mee!

Stadsblad Liwwadders

JA, IK WIL een abonnement op het Stadsblad Liwwadders en ontvang de krant graag een jaar lang in de bus.

Meer informatie

Koken met Klaas

Klaas kasma

Service

  • Liwwadders TV
  • Foto-archief
  • Dossiers
  • Regiolinks

Liwwadders.nl

  • Colofon
  • Contact
  • Privacystatement
  • Disclaimer

Sociale Media

TwitterFacebookYouTube
Copyright 2026 | Liwwadders.nl | Alle rechten voorbehouden.
Uw gegevens op Liwwadders
Liwwadders plaatst functionele en analytische cookies.
Door op 'Akkoord' te klikken geeft u daarvoor toestemming. Lees ook onze Privacystatement. Akkoord
Privacy & Cookies Policy

Privacy Overview

This website uses cookies to improve your experience while you navigate through the website. Out of these, the cookies that are categorized as necessary are stored on your browser as they are essential for the working of basic functionalities of the website. We also use third-party cookies that help us analyze and understand how you use this website. These cookies will be stored in your browser only with your consent. You also have the option to opt-out of these cookies. But opting out of some of these cookies may affect your browsing experience.
Necessary
Altijd ingeschakeld
Necessary cookies are absolutely essential for the website to function properly. This category only includes cookies that ensures basic functionalities and security features of the website. These cookies do not store any personal information.
Non-necessary
Any cookies that may not be particularly necessary for the website to function and is used specifically to collect user personal data via analytics, ads, other embedded contents are termed as non-necessary cookies. It is mandatory to procure user consent prior to running these cookies on your website.
OPSLAAN & ACCEPTEREN