Thuis sla ik de Leeuwarder open en lees: “Ziek Marseille zucht onder drugsgeweld.” En dat terwijl Marseille nu, as we speak, Culturele Hoofdstad van Europa is! Dat bedoelen ze dus met cultuur snuiven! En wat gemeen van de Leeuwarder Courant om met zulk een artikel te komen, net nu Leeuwarden Culturele Hoofdstad 2018 is geworden. Bedankt Frank Renout!
Gelukkig rapporteerde de LC in de persoon van Jan Dijksma een stuk positiever over het congres over Meertaligheid dat donderdag en vrijdag plaatsvond in De Harmonie. Tevens is het congres de aftrap van de studie Multilingualism van de UCF – Universiteits Campus Fryslan. Wat is de UCF? Een regionaal samenwerkingsverband, als ik hun website goed lees.
Donderdagochtend vroeg wandelde ik ter Harmonie, om de opening van het congres mee te maken. Jannewietske de Vries, aangekondigd als “Frisian minister of culture”, opende het congres. Ik noemde haar al eens Diane, godin van de Jacht (o die reebruine ogen). Ze heeft in elk geval de Europese jury verschalkt en als trofee de Culturele Hoofdstad binnengehaald.
Daarna eerst lezingen. Vooral de lezing om 2 uur ’s middags was de moeite waard. Die werd namelijk door mezelf gegeven (in alle bescheidenheid). Al had ik moeite om het gesnurk te overstemmen. Logisch, zo vlak na de lunch. Waarna ik de lezing van een hippe Fryske Akademy-collega (Lysbeth Jongbloed-Faber) bijwoonde, bij wie niemand in slaap viel.
Maar laat ik niet op de zaken vooruitlopen en eerst de lunch behandelen. Er werd tot mijn verbazing groentesalade geserveerd bij de broodjes, groentesalade die wij node hadden moeten ontberen doe’t de Fryske Akademy har 75-jierrich bestean fierde. Maar terug naar het Hollandse, nee Engelstalige heden. Ik stond in de rij voor de broodjestafel naast een ietwat sceptisch kijkende intellectueel. We lazen elkaars naamplaatje. OMG het was grootheid Geoff Pullum. Voor ik het door had, flapte ik eruit “I read lots of your articles”. Wat hij met een mengeling van gelatenheid en misprijzen aanhoorde. Wat een leugen! Ik heb inderdaad lots of columns van de grote Pullum gelezen maar weinig wetenschappelijke artikelen. Te laat om dit nog recht te zetten. Pullum was al losgebarsten in een tirade tegen Chomsky, alsof dat van hem verwacht werd. Toen ik even wat mocht zeggen, versprak ik me en begon over het verouderde GPSG (Generalised Phrase Structure Grammar) in plaats van het hippe en moderne HPSG (Head driven Phrase Structure Grammar). Pullum corrigeerde hij me streng doch rechtvaardig, waarop ik zo klein als een muis werd en piepend onder de tafel met broodjes verdween, terwijl de grote Pullum waardig zijn weg vervolgde.
Niet getreurd! Na allerlei interessante lezingen was aan het eind van de middag het debat. Eerst tussen eerder genoemde Geoff Pullum en Guillaume Thierry. Pullum hield vol dat taal geen invloed op ons denken heeft, waarop Thierry met breinfotografie aantoonde dat de concepten lichtblauw en donderblauw in het Grieks heel andere breinplaatjes te zien geven dan in het Engels. Dat komt omdat lichtblauw en donkerblauw in het Grieks twee totaal verschillende woorden zijn, maar in het Engels beide blauw-woorden zijn: light blue en dark blue. Pullum droeg zijn verlies als een man, dat moet gezegd.
Daarna kruisten Jan Wouter Zwart en Dan Everett de degens. Is er een aangeboren taalvermogen (Zwart / Chomsky) of niet (Everett). Die Everett heeft missie bedreven bij de indianen. U weet wel: taal leren, bijbel vertalen, inheemse godsdienst vernietigen, christendom invoeren. (Tenminste zo stelde Abram de Swaan de volgende dag zulk missiewerk voor). Enfin, Everett suggereerde dat de mens een taalvermogen kon ontwikkelen dankzij zijn zeldzame tong. De mens spreekt inderdaad met dubbele tong. Maar Everett bedoelde dat het strottehoofd van dieren niet in staat is om bijvoorbeeld de klinkers IE AA OE voort te brengen. Dus geen taal. Inderdaad zeggen apen OE OE. Maar waarom hebben dieren dan geen gebarentaal ontwikkeld? Zet drie dove kinderen bij elkaar en tien jaar later hebben ze gebarentaal ontwikkeld, hoor (Nicaragua, echt waar).
Als native speaker van het Engels was Everett trouwens in het voordeel boven Zwart. Zwart had de angel echter uit de discussie gehaald door bij voorbaat te stellen dat het taalvermogen ook voor andere cognitieve vaardigheden gebruikt kon worden. Wat Everett beaamde, hoewel die weer erg flirtte met het functionele perspectief. Ach mensuh, we weten toch uit de biologie dat alles het gevolg is van een interactie tussen gen en omgeving, nature and nurture. Niet of-of maar en-en. Ik riep Zwart tot winnaar uit. Logisch want het is een oude vriend van me, die met zijn dissertatie furore heeft gemaakt en honderden malen is geciteerd. Ik kan niet in zijn schaduw staan, maar dat is ook omdat hij kort is en ik lang. We hebben er een glas (thee) op gedronken.
De volgende dag waren er wederom lezingen, waaronder ook weer een van een jonge frisse kracht van de Fryske Akademy (Jurjen Kingma). Daarna stelde ik een reeks goede vragen bij de lezing van Kay González-Vilbazo, want tot mijn onuitsprekelijk geluk ging die lezing over een onderwerp waar ik, voor de verandering, eens verstand van had. Bovendien geef je elkaar dan complimenten als wetenschappers. Jij zegt ‘Wonderful talk’ en stelt een vraag en hij zegt ‘That is a VERY good question’. Samen lunchen dus, met een paar andere liefhebbers van deze tak van syntactische sport. SCOREN!
Over scoren gesproken, taalstudies begint echt iets voor vrouwen te worden. Er liep veel moois rond, al mag ik er zelf ook nog zijn. Maar nu niet afdwalen! Het is al weer tijd voor de afsluitende debatten. Tussendoor vertelde UCF-bovenbaas Frans Zwarts me dat mijn naam in het Friesch Dagblad stond, in het verslag van donderdag. Ik marcheerde uitgelaten af, op zoek naar een FD om te zwelgen in eigen roem. Frans mompelde “zo die zijn we weer even kwijt”. Ja, Frans kent me. Maar mijn naam in het FD stond in een opsomming tussen tientallen andere namen, dus ik viel weer snel van mijn rose wolk af.
En dan alweer de laatste debatten. Eerst een bitch fight tussen Tove Skutnabb-Kangas en Sue Wright over language shift, dat wil zeggen, moeten we het Engels als weldoener zien want we kunnen er zoveel mee, of als boosdoener want het Engels bijt alle andere talen dood. En dat deden Robert Phillipson en Abram de Swaan erna dunnetjes over. Abram de Swaan heb ik in een eerdere column wel eens de Oude Slang genoemd, en hij maakte die naam ook nu weer waar door op duivelse wijze het ontluikend zelfvertrouwen van de gelovigen in meertaligheid en minderheidstalen de grond in te stampen. Tove daarentegen was de onverbiddelijke idealist, een vrouw die eruit ziet als je oma met een strik op haar lieve hoofd, maar die heel veel weet en die nota bene de Oude Slang schaakmat zette door te citeren uit de wet op genocide. Genocide hoeft volgens de wet namelijk helemaal niet met fysiek geweld plaats te vinden om toch genocide te kunnen zijn. Als het ene volk het andere volk zijn cultuur ontneemt, is dat ook genocide. Au.
Het is alleen een onwerkbare definitie want dan is alles wat minder is dan gelijkberechtiging tussen talen genocide. Dus in de praktijk, en daar heeft de Oude Slang gelijk, valt men bij genocide toch meestal terug op het aspect van fysiek geweld.
Het meest opvallende aan het congres was het ongelovelijk grote aantal deelnemers. Er zaten meer dan 150 mensen in de zaal bij de debatten! Hoe doet de UCF dat? Kwam het door de popmuziek na het congres? Elske de Wall trad namelijk ’s avonds op. Of hebben ze HBO-studenten gratis studiepunten beloofd? Het waren in elk geval geen Cambuursupporters die er rondliepen. Prachtig al die jonge mensen! Leeuwarden: nu al meertalige hoofdstad van Europa.
Eric Hoekstra, young at heart te Leeuwarden




