Of vormen festivals een plaag voor beschermde dieren? Omwonenden en gebruikers van recreatiegebied de Groene Ster werden onlangs bijgepraat over dit onderwerp door het bureau belast met het opstellen van een bestemmingsplan voor dat gebied. Afgelopen jaren veel gedoe rond de drie festivals aldaar, voor het College van B&W van Leeuwarden reden het bestemmingsplan gedeeltelijk aan te passen. Het huidige bestemmingsplan staat geen festivals in het recreatiegebied toe, het college mag drie keer ontheffing verlenen maar dat verliep geen enkele keer volgens de juridische spelregels. Het ingehuurde bureau voor het te wijzigen bestemmingsplan heeft bij het aannemen van de opdracht bedongen dat het input mag vergaren van tal van belanghebbenden. De gespreksverslagen worden openbaar gemaakt zodat iedereen kan zien wie wat heeft ingebracht. Te zijner tijd kunnen we dan ook zien wie er zoal aan tafel hebben gezeten, veel reguliere gebruikers zoals de mensen die hun hond in het gebied uitlaten zijn niet georganiseerd en derhalve moeilijk uit te nodigen. Een van de gespreksonderwerpen betrof de relatie tussen de natuur en de festivals.
Ten noorden van de Groene Ster ligt de Grote Wielen, een Natura 2000-gebied. Europese wet- en regelgeving schrijven voor dat de gebiedsbeheerder ( It Fryske Gea ) het gebied zodanig inricht en beheert dat een aantal kwetsbare soorten zich daar optimaal kan ontplooien. Een van de dingen die onderzocht moet worden is of de festivals een significant negatieve impact hebben op de diersoorten aldaar. Stel er leven vijf paren van een bedreigde diersoort in de Grote Wielen. Er is sprake van een significante negatieve impact wanneer als gevolg van de festivals een paartje het loodje legt. Omdat het psychedelische festival Psy-Fi de grootste van de drie is gaat daar de meeste aandacht naar uit. Dat festival kan een probleem hebben wanneer een causaal verband aannemelijk kan worden gemaakt tussen de aard en duur van dat feest en het mogelijk overlijden van een exemplaar van een bedreigde diersoort. Psy-Fi kende tot op heden vier edities en die waren voor de gebiedsbeheerder geen aanleiding om aan de bel te trekken.
Behalve gebiedsbescherming bestaat er ook zoiets als soortbescherming waarbij het niet uitmaakt waar de diersoort zich bevindt. In de Groene Ster zijn zeldzame kikkers en vleermuizen waargenomen. Het habitat van de kikkers is grondgebonden, gedurende een festival wordt het leefgebied(je) tot verboden gebied verklaard door het af te schermen. Vooralsnog is het aangaande de vleermuizen wat onduidelijker. Ze bivakkeren overdag in de Groene Ster en gaan in het donker in de Grote Wielen op jacht naar insecten. Vleermuizen navigeren op basis van geluid met een hoge frequentie, kleine kans dat de bastonen van Psy-Fi daarmee interfereren. Bovendien produceert dat festival na middernacht geen elektronisch versterkt geluid. Geen idee of vleermuizen een vast woon- en verblijfadres in de Groene Ster hebben, er kan een probleem ontstaan wanneer festivalactiviteiten de aanvliegroutes verstoren en er geen compenserende maatregelen te treffen zijn. Dit onderdeel is het meest spannende van het onderzoek naar de relatie tussen natuur en festivals. Mijn inschatting is dat de zeldzame dieren geen showstopper voor de festivals zullen zijn.
Als later dit jaar dat onderzoek is afgerond gaat het externe bureau een gewijzigd bestemmingsplan ontwerpen. Ruwweg drie mogelijkheden: het resultaat bevalt het college als initiatiefnemer niet en het vigerende bestemmingsplan blijft ongewijzigd. Het partieel gewijzigde bestemmingsplan bevat alle nieuwe (spel)regels die dan gedurende de looptijd van tien jaar ongewijzigd blijven, of een deel komt in het bestemmingsplan en een ander deel in een flankerend beleidsdocument. Het externe bureau heeft een voorkeur voor de laatste variant, de geluidsnormen kunnen dan elk jaar aangepast worden. Hoe dan ook worden de eisen waaraan de festivalorganisaties moeten voldoen strenger, voor een enkel festival wellicht te streng om nog iets te organiseren. Festivals vormen een plaag voor zichzelf. Hadden ze vanaf het begin maar meer rekening moeten houden met hun omgeving.



