Buren van recreatiegebied de Groene Ster zijn blij met de festivals aldaar. Als ik er geen last van zou hebben dan zou ik ook blij zijn. Zouden de ondertekenaars van het ingezonden stuk in de Leeuwarder Courant http://www.lc.nl/opinie/Opinie-Buren-Groene-Ster-wij-zijn-juist-blij-met-festivals-23027620.html weleens in dat gebied komen? Voor de goede orde, het gebied kan de drie huidige festivals wel hebben maar meer ook niet. De ellende begon zo’n vijfenhalf jaar geleden toen de initiatiefnemers van de eerste editie van Welcome to the Village een blik op de kaart van de Groene Ster wierpen en daar een eiland ontwaarden. Daar zou een festivaldorp kunnen komen. Nu is de kaart van het gebied niet het gebied zelf, tegen de tijd dat de organisatie een kijkje kwam nemen was het eiland verdwenen. Ik heb geparticipeerd in de herinrichting van de Groene Ster en gefigureerd in een filmpje hierover (activeer een zoekmachine met “stowa mooi water dichtbij wietse elzinga youtube”) met als centrale boodschap: je krijgt in het gebied niets voor elkaar wanneer je niet tamelijk precies weet wat er wel of niet gebeurt. Helaas is de boodschap nooit geland, organisatoren van festivals en ambtenaren van de gemeente Leeuwarden zijn blijven koekeloeren naar een kaart zonder de werkelijkheid in ogenschouw te nemen. Gevolg: bedenksels vanachter een bureau die in de praktijk niet werken. Je kunt niet alles van tevoren weten, leren van ervaringen is wenselijk om betere oplossingen te kunnen bedenken. Na dertien festivals in vijf jaar tijd hebben betrokkenen niets geleerd en worden nog steeds dezelfde fouten gemaakt.
Omdat de raadsleden hun controlerende taak niet waarmaken is Stichting Groene Ster Duurzaam in dit democratische gat gedoken. Ik ben het inhoudelijk niet altijd met ze eens, ze voorzien in een maatschappelijke behoefte. De stichting wint juridische procedure na procedure vanwege aanhoudend ambtelijk geklungel. Het huidige bestemmingsplan staat festivals in het recreatiegebied niet toe, het College van B&W mag drie keer per jaar ontheffing verlenen. In juridisch opzicht verloopt een en ander niet volgens de spelregels, de bestuursrechter heeft inmiddels menig vergunning vernietigd. Er zijn ruwweg twee mogelijkheden. Het vigerende bestemmingsplan in stand houden en zorgen dat de ontheffingen wel correct worden verleend. Je weet om welke festivals het gaat en het moet mogelijk zijn die organisatorisch en juridisch probleemloos te laten verlopen. De andere mogelijkheid is om het bestemmingsplan gedeeltelijk aan te passen zodat er ook meer evenementen mogelijk zijn.
Onlangs besloot de gemeenteraad het licht op groen te zetten voor een gedeeltelijke aanpassing van het bestemmingsplan. Best wel opmerkelijk. De fractievoorzitster van de Partij voor de Dieren, een voormalige officier van justitie, hield de raadsleden voor dat de eerste optie (geen wijziging) een grotere kans van slagen heeft dan de tweede. Dat zit als volgt. Een gedeeltelijke bestemmingsplanwijziging moet anticiperen op (nog) onbekende organisatoren van evenementen die nu niet worden georganiseerd. Het nieuwe bestemmingsplan zal daartoe strenge(re) regels kennen waaraan ook de organisatoren van de huidige drie festivals moeten voldoen. Vorig jaar moest Welcome to the Village voor het eerst aan dezelfde regels voldoen als de andere twee en het huis was te klein: minder inkomsten uit bierverkoop. Dreigen met vertrek uit Leeuwarden, het is er niet van gekomen. Met een herzien bestemmingsplan bestaat het serieuze risico dat met nieuwe, aangescherpte regels de drie festivals niet in hun huidige vorm georganiseerd kunnen worden. Tel uit je winst.
Politieke partijen willen ons doen geloven dat het nog alle kanten op kan. Ik doe dat niet en ben tegen een ander bestemmingsplan maar niet tegen de drie huidige festivals. Mochten ze in de toekomst sneven dan weten we wie we als schuldige moeten aanwijzen: de gemeente Leeuwarden. Of we daar blij van moeten worden?



