Nazi-jager ‘Hunting Jack’ Kooistra: Het is specifiek werk, neigend naar een afwijking
(Ook deze herfst weer enkele opmerkelijke verhalen opgediept uit ons archief; Stadsblad Liwwadders, juni 2005)
Nazi-jager ‘Hunting Jack’ Kooistra
‘Het is specifiek werk, neigend naar een afwijking’
‘’Het is niet normaal wat ik heb gedaan, dat realiseer ik me wel. Welke vogel vliegt nou langs alle oorlogsgraven en bekijkt de stenen één voor één? De 32.000 stenen op het oorlogskerkhof in IJsselstein heb ik allemaal gehad. Het is specifiek werk, neigend naar een afwijking.’’ De Leeuwarder journalist en publicist Jack Kooistra (75) kijkt met verwondering terug op zijn leven als rechtbankverslaggever en vooral als jager op oorlogsmisdadigers. ‘’Obsessief’’, zo noemt hij zijn jarenlange jacht. Terugkijkend constateert hij dat het zwart-witdenken te veel de boventoon heeft gevoerd en dat er onvoldoende nadruk is geweest voor hen die onder dwang de verkeerde beslissingen hebben genomen. ‘’Er zijn mensen onder grote druk van sancties naar Duitsland gegaan. Daar publiceerde je toen niet over. Dat was niet bon ton. We hadden als journalisten meer lef moeten tonen door dat wel aan de orde te stellen.’’ Deze maand verschijnt deel één van Kooistra’s ‘Saluut aan de oorlogsslachtoffers’.
Vanuit een ooghoek ziet hij op de Stationsweg een bekende lopen. ‘’Kijk, daar achter die vrachtwagen loopt de moordenaar van D.’’ Jack Kooistra kent als rechtbankverslaggever voor het Friesch Dagblad heel crimineel Friesland. Niet gezond, zo vindt hij. ‘’Ik wou dat ik het allemaal niet zag.’’ Ongezouten verkondigt hij zijn mening over zware criminaliteit en in het bijzonder de drugsdealers: ‘’Ik ben voorstander van de Chinese methode: onmiddellijk na uitspraak executeren met een doeltreffend nekschot. Moet je compassie hebben met criminelen die iedereen in de vernieling helpen, die spotten met andermans gezondheid en onschuldigen in het faillissement storten? Ze zijn zo verwoestend en toch er wordt zo mee omgepapt. Het zijn de ratten van onze samenleving.’’
Goed gereformeerd
Hoe strookt dit standpunt met zijn levensfilosofie? Na een lichte aarzeling: ‘’Ik ben goed gereformeerd opgevoed. Maar je zat altijd te luisteren naar hel en verdoemenis. Je kon nooit eens lachen. Later heb ik in mijn geloof nuances aangebracht. Jarenlang ben ik rooms-katholiek geweest. De katholieke kerk is veel feestelijker, maar ik heb meteen tegen de pater gezegd dat hij niet moest denken dat ik voor die beelden zou knielen, dan kon ik ook wel voor de kabouter in de tuin gaan liggen. De symboliek zegt me niks. Het Wilhelmus zing ik ook nooit. Groeten voor de vlag? Het zegt me niks. Als ik behoefte had, ging ik naar de kerk. Waarom kon mijn vriend die doopsgezind was en in de kerk het orgel bespeelde wel op zondag voetballen en ik niet? Daar heb ik veel moeite mee gehad. Waarom is Israël het beloofde land; waarom zou Noord-Ierland dat niet kunnen zijn? Ik bedoel dat niet spottend, maar waarom zou je alles geloven wat in de bijbel staat? Ik ben wel blij dat ik die christelijke opvoeding heb gehad om van daaruit te denken, maar ik ben verlost van dat dwingende apparaat in mijn nek.’’
‘’Ik ga met de rechtbankverslaggeving door zolang ik toestemming krijg en geen fysieke beperkingen oploop. Als ik als Manke Nelis door Leeuwarden moet, stop ik ermee. Als de directie en hoofdredactie van het Friesch Dagblad zeggen: we hebben een hele mooie uitgang en daar pas jij door, dan ben ik ook weg.’’ De gedreven journalist en publicist heeft nog veel plezier in zijn vak. ‘’Ik zie mensen rondlummelen en daar heb ik geen zin in zolang het loop- en denkwerk maar goed blijft. Ik drink niet, en met roken – de betere merken Miss Blanche en Chief Whip – ben ik in 1956 gestopt. Tot voorkort liep ik nog de halve marathon. Na een inspannende bezigheid loop ik wat en herstel heel snel.’’
Friesenthal
Die inspanning betreft vooral het jagen op oorlogsmisdadigers en het verzamelen van namen van slachtoffers. Het eerste deel van zijn omvangrijk naslagwerk verschijnt deze maand: honderden namen, plaatsen, data, delicten en vergrijpen. De Friese Wiesenthal of Friesenthal, zo noemen ze hem. Of Hunting Jack en Mister FIOD (Friese Inlichtingen en Opsporingsdienst). Eigenlijk vindt hij de vergelijking met de beroemde Oostenrijkse nazi-jager Simon Wiesenthal ongepast. ‘’Daar ben ik niet zo gelukkig mee. Ik kan me absoluut niet meten met hem. De vergelijking gaat kreupel.’’ Journalist Bernard Hammelburg denkt daar anders over en bereidt een documentaire voor met een ontmoeting tussen Kooistra en de 92-jarige Wiesenthal.
Tot 1970 werkte Jack Kooistra in anonimiteit aan zijn obscure verzameling namen en data van omgekomen Nederlanders, gedode Nederlandse SS’ers, gevallen Duitse soldaten in Nederland, gesneuvelde geallieerden, collaborateurs en geëxecuteerde burgers. Ze staan allemaal op zestienduizend kaartjes in het archief in zijn woning in Leeuwarden. Met een interview in de Leeuwarder Courant trad de Friese nazi-jager destijds in de openbaarheid. ‘’Ik moest wel uit de anonimiteit treden om succes te boeken.’’
Zijn gedrevenheid is erop gericht om onrecht te bestrijden maar vooral ook om de laksheid van het Nederlandse justitiële apparaat aan de kaak te stellen. ‘’Voor een deel komt het allemaal voort uit rancune tegen justitie. Eind jaren zestig publiceerde het openbaar ministerie een opsporingslijst van oorlogsmisdadigers. Een beschamende lijst, want daar plukte ik na enig onderzoek zo 23 namen af van personen die allang dood waren, en een deel ervan was al postuum veroordeeld. Dat is toch verbijsterend! Dat was voor mij het sein: ik ga er keihard tegenaan. Er zat een zekere verbetenheid bij om aan de justitiële autoriteiten te laten zien dat het niet zo moeilijk is om oorlogsmisdadigers te traceren.’’
Hans Knoop
Het was midden jaren zeventig toen de belangstelling van het journaille om misdadigers uit de Tweede Wereldoorlog op te sporen een hoogtepunt bereikte. Redacteuren van het Nieuwsblad van het Noorden, de Winschoter Courant, het Haarlems Dagblad en De Telegraaf gingen actief op onderzoek uit. Journalist Hans Knoop beleefde zijn finest hour toen hij de collaborateur Pieter Menten ontmaskerde en na diens vlucht later in Zurich opspoorde. Hij zette daarmee minister van justitie Van Agt compleet voor aap.
Bergmans, Bikker en Luitjens behoren tot de grootste successen van Jack Kooistra. ‘’Met LC-collega Jelte Mulder ben ik achter de landwachter Jacob Luitjens aangegaan. De ene dag hadden we dat besloten en de andere dag zaten we in Roden waar Luitjens vandaan kwam. Op een maandagochtend zaten we in het café in Roden en binnen een half uur hadden we allemaal mensen om de tafel die de veearts hadden gekend. ‘Ja, die kennen we wel. Die heeft één doodgeschoten hier recht tegenover het café.’ De man in wiens tuin de Duitse vermoedelijke deserteur Walter Körber was doodgeschoten was Henricus de Vries, de plaatselijke postbode. Die had nog wel post van Luitjens uit Canada bezorgd. Dat mocht hij natuurlijk niet vertellen, maar wij wisten toen genoeg.’’ De als hoogleraar biologie in Vancouver werkzame Luitjens werd opgespoord, na tien jaar touwtrekkerij uitgeleverd en in 1992 door de rechtbank in Assen veroordeeld tot tweeëneenhalf jaar celstraf.
Nuance
Naar het goed en fout van de Tweede Wereldoorlog wordt tegenwoordig met meer nuance gekeken dan destijds, daarvan is Kooistra zich terdege bewust. ‘’Toen ik opgroeide was het allemaal zwart wit. Je was goed of fout. In de loop der tijd ben ik er achter gekomen dat men ook om den brode werd gedwongen fout te handelen.’’ Hij betreurt achteraf de houding van de journalistiek. Er was geen drive om over het grijze gebied rond de oorlog genuanceerd te berichten. ‘’Daar publiceerde je niet over. Dat was niet bon ton. We hadden wat meer lef moeten tonen.’’ Ook over de onderduikers die zich kort na de oorlog en masse als verzetsstrijders meldden en spottend meikevers werden genoemd is nog altijd weinig geschreven. ‘’Daar zou nog eens een boek van moeten komen.’’
Hoe vielen deze bezigheden in Kooistra’s familiekring? Zijn eerste vrouw liet hem zijn gang gaan, al betitelden zijn familieleden zijn nieuwbouwwoning al snel als ‘Huize Lijkzicht’. ‘’Ik denk dat het voor mijn kinderen af en toe wel wat benauwend is geweest. Mijn huidige vrouw ziet dat even anders. We laten elkaar hierin vrij. Zij belemmert mij niet en ik haar niet. We zijn niet elkanders bezit.’’
‘’Het is niet normaal’’, zo zegt hij nogmaals. ‘’Misschien had ik mijn energie in het vrijwilligerswerk moeten stoppen of in de bejaardenzorg. Maar ja, dan was dit allemaal niet gebeurd.’’
Andries Veldman
Meer berichten
- Geld genoeg, maar niet voor jou
- Met Joris spreken we onder meer over de niet-gevoelde urgentie van de hybride oorlog waarin we ons bevinden
- Geert Schaaij start offensief tegen beleggingsfraude: Mijn naam wordt misbruikt
- Gemeente verprutst monumentaal stadsgezicht – Teruggetrokken voegen dichtgesmeerd
- Computer zelf moet ontremming op sociale media corrigeren
- ING: Groei horeca valt vrijwel stil – Prijzen stijgen met 5 procent – Consumenten vinden prijzen veel te hoog
- En weer staan gemeente en buurtbewoners lijnrecht tegenover elkaar, nu aan het Zwitserswaltje
- Inflatie stijgt in juli naar 3,2 procent – Kleding is tijdelijk goedkoper
- Zijn waterschapsverkiezingen een goed plan? Een paar twijfels
- De blinde vlek op het Ruiterskwartier: Hoe Leeuwarden blind en zonder audit trail boetes uitdeelt
- PvdA-raadslid Afrah Abdullah: Niemand praat met mij – Ik maak me zorgen over wat de splitsing in de partij teweeg gaat brengen
- Eric Jansen: Ik hou mijn hart vast
- Paul Krugman in Pakhuis De Zwijger
- Abel Reitsma: Het CDA staat voor een redelijke en genuanceerde politiek – ‘Papa, waarom ga je weer weg?’
- Caroline de Groot (Partij voor de Dieren): De hoofdofficier was laaiend, ik werd direct op het matje geroepen
- Impact sociaal werk nauwelijks vertaalbaar in klinkende statistiek
- André Keikes: Mes en vork? Nee, vork en lepel
- Sietske Poepjes: Ik heb nog nooit zoveel kift meegemaakt
- Crowdfundingactie voor restaurant Eccoci Qua staat op 18.204 euro
- Beton, bluf en gebakken lucht: Waarom het Werelderfgoedcentrum Waddenzee en Cambuur uit hetzelfde vaatje tappen
- Zomermarkt Nije Leije gaat niet door
- Zorgen over leefbaarheid rondom opvanglocatie Harlingertrekweg
- De hang naar steeds groter heeft al veel charmante zaken kapot gemaakt
- Kunst is meer dan een gevoel. Het houdt ons bij de wereld en bij elkaar
- Huishoudens kochten vooral meer duurzame goederen
- Jerre Hakse: Je moet hier wel vreselijk aan de bel trekken om een beetje lawaai te krijgen
- ‘Benut Europese ruimte om middenhuur vlot te trekken’
- Praten met kinderen over hitte en klimaat begint bij wat ze zien en voelen
- Laten we het vooral van de positieve kant bekijken (expositieruimte brugwachtershuisje)
- Van Hulsen en zijn Franse, lange sigaren rokende vrouw Marguerite (Meta) Boucher waren lange tijd autoriteiten in het Leeuwarder en Friese galeriewezen
- Hein Kocken: Ik heb het gehad met de galeries
- Daar is dit boek uitermate geschikt voor, zeg ik. Het laat zich lezen als een inburgeringscursus
- Klaas Jansma: Op een dag zei mijn moeder We doen nu eerst de soep en dan het brood. Vernieuwing!
- Finale uitverkoop ruim 1000 kunstwerken Kunstuitleen
- Nederlanders zien vakanties uitbundiger worden, terwijl 49% juist naar eenvoud verlangt
- Eigen Huis opent meldpunt na toenemende signalen van agressieve verkoop bij verduurzaming
- Aantal fastfoodzaken in 20 jaar bijna verdubbeld – Veel fastfood langs de kust en op Waddeneilanden
- Kruispunt Merodestraat – Willem Lodewijkstraat 6 weken afgesloten voor doorgaand verkeer
- Architect Johan Sijtsma: we bouwen de kleren van de keizer
- Wonen in Leeuwarden – Wat zijn de knelpunten in de woningmarkt en waardoor zijn de problemen veroorzaakt?





