Op deze foto loop ik op een camping in de richting van de camera. Ik loop de toekomst in, al die jaren tegemoet waar ik op dat moment nog geen weet van had. Het is ogenschijnlijk een toevallig moment, stilgezet in een stroom van voortdurend veranderende momenten die ook wel ‘de tijd’ wordt genoemd. Elke foto is een scheur in de tijd, een beeld dat is blijven haken aan een krib in de grote rivier. Deze foto is gemaakt in 1969 op een camping in Noorwegen. Dat was een roerig jaar. Ik studeerde in die tijd nog Nederlands zonder overigens veel uit te voeren. Sterker nog, ik deed bijna helemaal niets.
Vaak krijg ik het verwijt te horen dat ik een ‘omgevallen boekenkast’ ben. Ik heb gewoon teveel gelezen en stapel informatie op elkaar zoals je boeken op elkaar stapelt of zoals een ober dat doet met borden. Als je dat teveel doet gaat de stapel wankelen en valt uiteindelijk alles om. Dat beeld schijnen mijn teksten bij menigeen op te roepen en dat levert soms venijnige reacties op. Onlangs kreeg ik een ander geluid te horen. Iemand zei tegen me, dat ik het vermogen bezit om op grond van een grote parate kennis geheel onverwachte verbanden te leggen tussen feiten en gegevens die uit zeer uiteenlopende terreinen afkomstig zijn. Die laatste opmerking is meer complimenteus. De eerste heeft iets venijnigs. De waarheid zal – zoals zo vaak – wel ergens in het midden liggen. Daar gaat mij het nu niet om. Wat mij verbaast is dat ik bij anderen zulke verschillende beelden kan oproepen. Dat is trouwens altijd al zo geweest. Sommige mensen vinden mij best sympathiek. Anderen daarentegen vinden mij een arrogante blaaskaak.
Hoe komt dat toch?





