Dankzij de stikstofcrisis hernieuwde belangstelling voor stad en platteland. In ieder geval in Leeuwarden waar menigeen nog moet wennen aan het idee dat de gemeente meer is dan de stad. Ooit was het de bedoeling dat de stad Leeuwarden op eigen kracht zou doorgroeien naar een 100.000+ gemeente te realiseren door woningbouw. Na een heuse bouwhausse in 2019 komt de verantwoordelijke wethouder tot de ontdekking dat er overwegend voor bestaande bewoners is gebouwd. Wie begrijpen wil waarom er in sommige wijken problemen zijn met de verhuur van particuliere woningen: de oorspronkelijke bewoners, niet zelden de eigenaren, zijn doorgestroomd naar de nieuwere wijken. Gelukkig zijn er studenten om ze alsnog te bewonen. Al dat gedoe in de probleemwijken is het gevolg van bewust beleid, het is maar dat u het weet. Tegenwoordig is Leeuwarden door een aantal gemeentelijke herindelingen alsnog een 100.000+ gemeente geworden met de nodige landelijke gebieden binnen de gemeentegrenzen. Daarmee kennen we ook melkveehouders onder de ondernemers en dat is in het kader van een op te stellen Omgevingsvisie nog even wennen.
Leeuwarden kent een fabriek die lokaal bekend staat als de Condens. Daar wordt melk gecondenseerd tot melkpoeder en gesuikerde koffiemelk, er wordt water aan de melk ontrokken zodat die over grotere afstand getransporteerd en verkocht kan worden. Melk is een kwetsbaar product want onderhevig aan bederf door micro-organismen. Melk kan worden verwerkt tot dagverse zuivel, melkpoeder, koffiemelk en kaas om de belangrijkste producten te noemen. Aan de grondstof melk kun je maar waarde toevoegen, je kunt de marge alleen vergroten door de kosten te verlagen. De Leeuwarder Condens werd een paar jaar geleden uitgebreid qua productiecapaciteit, toenmalig burgemeester Crone had gehoopt op een toename van de werkgelegenheid ook al werd het een afname. Econoom Crone had beter kunnen weten, wellicht niet geslaagd voor het tentamen bedrijfseconomie. De nieuwe burgemeester Buma begint bij nul en is geweldig onder de indruk van zo’n fabriek ook al stelt het bedrijfseconomisch weinig voor. De werknemers met de betere salarissen zitten elders en niet in Leeuwarden. Het moederbedrijf doet in de buurt van Wageningen aan productinnovatie, het is een publiek geheim dat de meeste innovaties het in de supermarkt niet redden. Kortom, er gaat binnen dat concern allemachtig veel geld in rook op en dat komt niet in de zakken van de Friese melkveehouders terecht.
Wie kennis neemt van de kostenstructuur van de zuivelsector komt rap tot de ontdekking dat in Friesland veel melk wordt geproduceerd ten koste van de leefomgeving van anderen. Dat is geen houdbare situatie, melkveehouders zullen met minder koeien meer geld moeten gaan verdienen o.a. door het ontplooien van andersoortige activiteiten als bijvoorbeeld cultuurtoerisme. De relatie Leeuwarden en het omringende platteland is aan herijking toe, de melkveehouders verdienen een volwaardige plek in de Omgevingsvisie. Minder vee, maar niet noodzakelijkerwijs minder melkveehouders.
foto: Harrie Muis




