Leeuwarden voelt zich miskend door de provincie Friesland. Iets van die strekking zag ik voorbij komen in het kader van de omgevingsvisie van de provincie. Friesland zou te weinig oog hebben voor de centrumfunctie van de hoofdstad, zeker in vergelijking met steden als Groningen en Zwolle. Die vergelijkingen kan ik niet helemaal volgen, in Zwolle is het Zweedse Scania de grootste werkgever en zo’n bedrijf zorgt voor een geheel eigen dynamiek. Een productiebedrijf van die omvang heeft Leeuwarden niet en gaat het niet krijgen ook. Het deed me even denken aan de tijden van burgemeester Hayo Apotheker waarin er sprake was van stedelijke knooppunten. Het kabinet had die status in het kader van ruimtelijke planning toegekend aan Groningen en Assen maar niet aan Leeuwarden. Dat kon natuurlijk niet, uiteindelijk werd de stad een beetje knooppunt. Het verband tussen ruimtelijke ordening en economie is mij nooit helder geworden, in Leeuwarden bestaat er geen positief causaal verband tussen die twee.
Sociaal-geografen weten dat bedrijven net als huishoudens zelden verhuizen over een afstand van meer dan dertig kilometer. In Friesland heb je een handjevol bedrijven dat van verre naar hier is gekomen, een vlaaienbakker in Bolsward en een paar glastuinbouwbedrijven uit het Westland. Cruciaal is de verhuisbereidheid van het personeel. Is een bedrijf sterk afhankelijk van de medewerkers dan bepalen zij een eventuele verhuizing. Kunnen bedrijven gemakkelijk afscheid nemen omdat er alternatieven voor het personeel zijn en er op de nieuwe locatie gemakkelijk mensen geworven kunnen worden dan hoort een verhuizing tot de mogelijkheden wanneer er geen uitbreidingsmogelijkheden zijn op de plaats van herkomst. De vlaaienbakker zat niet vast aan het personeel, de glastuinbouwbedrijven konden hier uitbreiden en elders niet. Verwacht nooit te veel van pogingen om bedrijven te verleiden zich hier te vestigen, alleen bij nieuwe vestigingen maak je een kans.
Bedrijfsverhuizingen tot dertig kilometer zijn heel gewoon, een watertechnologisch bedrijf verkaste van Wommels naar Leeuwarden om hier door te kunnen groeien. Het omgekeerde komt ook nog steeds voor, een stomerij voor bedrijfskleding met een lange traditie in de stad heeft Leeuwarden verlaten. Typisch zo’n bedrijf waar mensen met weinig opleiding met hun handjes een boterham konden verdienen. Dat type werkgelegenheid heeft de stad bijna niet meer. In het verleden zijn er veel meer bedrijven vertrokken, naarmate de verbindingen met achtereenvolgens Heerenveen en Drachten steeds beter werden verhuisden meer bedrijven naar deze centraler gelegen plaatsen. Voor vertrek van personeel hoefden ze niet te vrezen.
Met het realiseren van de Haak om Leeuwarden en de ingebruikname van een aantal aquaducten is Leeuwarden beter bereikbaar dan ooit. Geen (nieuwe) baan in de stad te vinden waarvan het bestaan toegeschreven kan worden aan deze infrastructurele werken. Het causale verband tussen infrastructuur en werkgelegenheid is nul gebleken. Leeuwarden voelt zich onbegrepen, ik begrijp ook niet waarom de gemeente blijft vasthouden aan zaken die niks opleveren.
foto: Harrie Muis




