Bedrijven en overheden hebben gemeen dat ze plannen maken voor de toekomst. Tot zover de overeenkomsten. Bij overheden heet ongeveer alles beleid, het verschil tussen de huidige en een (politiek) wenselijke situatie. De tijdshorizon wil per beleid verschillen, overheden denken niet zozeer in termen van strategie. Overigens hebben de meeste bedrijven geen uitgesproken strategie, je zou kunnen zeggen: de meesten doen maar wat. Alleen grote bedrijven kunnen menskracht vrijspelen voor het bedenken van een strategie die betrekking heeft op een nabije of verre toekomst. Veel midden- en kleinbedrijf gaat liever aan de slag, sommigen zijn van het type: ik begin gewoon en zie wel waar het schip strandt. De meeste bedrijven willen schipbreuk vermijden en doen onderweg hun best wat te leren van ervaringen. In vergelijking met overheden hebben ondernemers veel meer mogelijkheden om te leren, ze kunnen meer uiteenlopende activiteiten ontplooien waarvan ze kunnen leren. Denk daarbij aan meer of minder productpromotie, nieuwe of gewijzigde producten en ga zo maar door. Overheden daarentegen zijn gehandicapt, ze kunnen stimuleren met subsidies en ongewenst gedrag ontmoedigen met sancties. En niet te vergeten: regeltjes bedenken. Beleidsevaluatie is in overheidsland geen favoriete bezigheid, als beleid niet werkt dan verzin je gewoon nieuw beleid. Geen ambtenaar wordt ontslagen voor het bedenken van niet-werkend beleid, er is geen enkele prikkel om wat te leren. Bedrijven kunnen maar beter onderweg wijzer worden anders gaan ze onderuit. Een klassieker in de organisatieliteratuur heeft als thema iets dat op het volgende lijkt: leer plannen maken en maak een plan om te leren. Ambtenaren leren zelden of nooit iets van ervaringen, niet verbazingwekkend zijn ze slecht in het bedenken van realistische en uitvoerbare plannen.
Leeuwarden moet net als andere gemeenten in Nederland een omgevingsvisie opstellen met plannen voor de toekomst. De gemeente heeft daartoe een startnotitie geschreven met veel mooie ronkende volzinnen die verhullen dat Leeuwarden geen plannen heeft. Een indrukwekkende opsomming van een nieuw Fries museum op een vernieuwd Wilhelminaplein tot de Friese campus van de Rijksuniversiteit van Groningen. Al die fraaie hoogtepunten hebben gemeen dat Leeuwarden ze niet bedacht heeft. Door het nalatenschap van Abe Bonnema kwam dat museum in beeld, watertechnologie en de energiecampus zijn particuliere initiatieven, de zuivelcampus een defensieve move van de provincie om concentratie in Lelystad te voorkomen. Leeuwarden stelde zich op verzoek van de provincie kandidaat voor Culturele Hoofdstad, de Friese campus van de RUG is een initiatief van een drietal van oorsprong Friese hoogleraren, destijds rector magnificus van een universiteit.
Gelukkig mogen inwoners van deze gemeente meedenken over die omgevingsvisie ook al is volslagen onduidelijk hoe een en ander gaat verlopen. Ik kan mij een inspraakreactie herinneren ten behoeve van een voorontwerpbestemmingsplan voor recreatiegebied de Groene Ster: nooit meer iets van gehoord. In Leeuwarden valt plannen maken nog niet mee.
foto: Harrie Muis




