Gaat 100% procent biologisch het collegeprogramma halen? Sommige beleidsvoornemens kunnen mij dermate mateloos intrigeren dat ik weleens wil weten wat het realiteitsgehalte ervan is. Die van 100% biologisch deed het misschien wel aardig als campagneslogan, beleidsmatig heb je er niks aan. Voor de zuivel is de koe de belangrijkste actor want productiemiddel. Koeien nemen o.a. gras als voedsel tot zich en produceren melk en mest. Vooral de laatste substantie produceert veel ongemakken voor het ecologische systeem van de koe: verminderde biodiversiteit. Voor onze beleidsanalyse beschouwen we de omgeving van de koe niet als een (sub)systeem, maar kijken we naar een belangrijk aspect van dat ecologische systeem: soortenrijkdom. Iedereen voelt op z’n klompen aan dat minder koeien in de wei een verhoging van de soortenrijkdom tot gevolg kan hebben. Er komt dan minder mest in de bodem. Maar hoe stel je nu vast of je vooruitgang boekt? Afgaand op een artikel in de Volkskrant moet het instrumentarium nog ontwikkeld worden http://www.volkskrant.nl/wetenschap/deltaplan-moet-insecten-en-vogels-redden-dit-keer-gaat-het-wel-werken-~b56f4137/ .
Ga je als provinciale overheid voor minder koeien of minder melkveehouders? Je kunt het agrarische ondernemers met wet- en regelgeving lastig maken de bedrijfsvoering te continueren, wellicht gooien ze de handdoek dan in de ring. Minder melkveehouders betekent niet noodzakelijkerwijs minder koeien. Je streven zou moeten zijn: met minder koeien toch een fatsoenlijk inkomen verwerven. Twee mogelijke routes: minder melk levert meer op of inkomsten uit andersoortige activiteiten zoals toerisme. Toch mooi dat er eerder dit jaar in hartje Dokkum een kleine zuivelfabriek van start is gegaan. De keten aldaar kent twee schakels, eentje tussen biologische boer en zuivelverwerker en vervolgens eentje met de consument. Afhankelijk van de kostenstructuur van de hele keten kan er meer geld bij de toeleverancier terecht komen wanneer de consument meer geld overheeft voor de zuivelproducten. Vergelijk dat eens met de huidige situatie, met een derde schakel omdat de supermarkten er tussen zitten. Ook al zouden consumenten meer geld overhebben voor zuivelproducten, er is geen garantie dat die centen bij de melkveehouder in de portemonnee vloeien. Grote zuivelbedrijven moeten aan productinnovatie doen en hebben daartoe grote laboratoria voor R&D in gebruik. Slechts een fractie van alle productinnovaties redt het in de supermarkten, er gaat in de huidige keten veel geld in rook op. Helaas weet ik niet welk deel van de melkplas naar de verschillende productgroepen dagverse zuivel, kazen en gecondenseerde melk gaat. De Leeuwarder Condens heeft overcapaciteit, de kans op een tweede vergelijkbare fabriek is nul mede omdat een dergelijke fabriek kapitaalintensief is. Resteert kleinschalige productie van dagverse zuivel en kaas.
Ervaring in Dokkum moet leren of biologische boeren met minder koeien een fatsoenlijk inkomen kunnen verwerven. Over het verband tussen aantallen koeien en biodiversiteit is vooralsnog te weinig bekend, het ontbreekt de provinciale overheid aan instrumenten om de voortgang van beleid te registreren. De toekomstige collegepartijen doen er dan ook verstandig aan geen beleidsvoornemens te formuleren in de trant van: Gij zult binnen afzienbare tijd honderd procent biologisch zijn! Vooralsnog is dat 100% vaag.
foto: André Keikes



