Voor wie het echt niet weet bij de verkiezing voor provinciale staten, met de ogen dicht een naam aanwijzen kan altijd. Toegegeven, dat is weinig systematisch. We worden als stemmer geacht rationeel te werk te gaan. Vermoedelijk zal het eindresultaat niet te “lijden” hebben wanneer een klein deel van de populatie toch zo te werk gaat.
Tenzij je een technische studie hebt gevolgd krijgen mensen zelden wat te horen over wat een systeem is. In mijn opleiding werd een boek van Jan in ‘t Veld gebruikt over analyse van organisatieproblemen, een fascinerend onderwerp. Het voor velen bekendste systeem is de cv-installatie, bestaande uit een cv-ketel, buizen, radiatoren en een thermostaat. Elk systeem bestaat uit elementen (onderdelen) die onderling verbonden zijn. Een systeem heeft input en output, streeft naar evenwicht en kent een aantal aspecten. Een cv-installatie heeft als input (aard)gas en elektriciteit (voor de pomp) en warmte als output. Een niet-onbelangrijk aspect van het geheel is geld. De thermostaat is het besturend orgaan, het zorgt voor evenwicht rond de ingestelde temperatuur. Het verband tussen de onderdelen is helder: met gas wordt water verwarmd dat door de pomp via leidingen naar radiatoren wordt getransporteerd. De thermostaat zorgt ervoor dat de warmteafgifte gelijkmatig verloopt, met als beoogd doel een behaaglijk verwarmde woning.
Stel je hebt zonnepanelen op het dak waarmee je de pomp van de cv-installatie van stroom kunt voorzien. Het is duidelijk geen onderdeel van het systeem cv-installatie. Indachtig overheidsbeleid het aardgasgebruik terug te dringen benut je de stroom van je zonnepanelen voor warmtepanelen in huis. Het is nu handiger te spreken over een warmtesysteem waarvan de cv-installatie een subsysteem is. De grenzen van een systeem zijn nooit absoluut, het gaat erom welk deel van de werkelijkheid je als een systeem wenst te beschouwen. In de praktijk stel je eerst de grenzen van een systeem vast: welke elementen horen wel of niet tot het systeem. Wat gaat er het systeem in (de input), wat gaat het systeem uit (de output). Hoe verhouden de elementen zich tot elkaar, wat is het besturend orgaan dat voor evenwicht zorgt. Technische systemen zijn overwegend saai, het is bekend hoe de elementen op elkaar inspelen: het systeemgedrag laat zich niet zelden vangen in formules van wiskundige aard.
In politiek opzicht zijn sociale systemen veel interessanter. Meestal hebben we het dan niet over de elementen van een systeem maar over actoren zoals individuen, huishoudens, bedrijven en andersoortige organisaties. Economen gaan er veelal vanuit dat de actoren zich rationeel gedragen. Sociologen hebben daarentegen al lang ontdekt dat actoren dat onmogelijk kunnen doen vanwege het fenomeen begrensde rationaliteit, je kunt nu eenmaal niet alles weten en van alles de gevolgen overzien. De Amerikaanse econoom Thomas Schelling is o.a. bekend van het begrip micromotieven en macrogedrag, actoren nemen ieder voor zich doorgaans redelijke besluiten ( de micromotieven) waarbij de optelsom (het macrogedrag) niet zelden een verrassing is. Politici hebben de opmerkelijk hardnekkige gewoonte om nieuw macrogedrag te formuleren wanneer de huidige situatie ongewenste trekjes vertoont. In de provincie Friesland hebben we een partij die voor 100% biologisch gaat, maar niet aangeeft hoe die beoogde situatie bereikt moet worden. Acties op het niveau van de micromotieven liggen voor de hand. Gelukkig mogen we van de meeste politieke partijen straks meepraten over de uitvoering van beleid, enige vaardigheid in het denken in systemen is dan wel handig.




