De Rede van Friesland over circulaire economie is nog niet uitgesproken of de bestuurders denken aan iets nieuws: Noord-Nederland als proeftuin voor duurzame energie. Proeftuin heeft een beetje de suggestie van wat aanklooien in de hoop dat er iets nuttigs uit voortvloeit. De provincie Friesland is voornemens een symposium over circulaire economie te organiseren, las ik ergens, in 2018 moeten er concrete resultaten zichtbaar zijn. Er is ook een hobbyclub opgericht met als voorzitter de baas van de regionale afvalverwerker Omrin. Die hield op het innovatiefeestje van de drie Leeuwarder hogescholen (waar geen innovatie te bespeuren was) een praatje waarvan mij is bijgebleven: dit wordt niks. Tegenwoordig heet het circulaire economie, jaren geleden sprak men van Cradle-to-Cradle, afval is voedsel. Onlangs zag ik in de centrale vestiging van de openbare bibliotheek de Nederlandse vertaling staan van het boek met de gelijknamige titel, het dateerde uit 2007, het origineel van de hand van de bedenkers van het concept dateert van 2002. Een concept dat al meer dan tien jaar oud is zou de banenmotor van de toekomst zijn. Ik geloof er niet in, het is duidelijk dat er allerlei krachten van technologische en economische aard actief zijn die een grootschalige doorbraak verhinderen.
De aankondiging van de conferentie over circulaire economie deed mij denken aan een ander voorgenomen initiatief, een symposium over biobased economy. Het aardige van deze concepten is dat ze niet aan slijtage onderhevig zijn en derhalve jaren mee kunnen gaan, vooralsnog zullen we dit stel wel vaker voorbij zien komen. Een jaar geleden trad een nieuw College van Gedeputeerde Staten van Friesland aan, de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (NOM) had de bekende, veronderstelde voordelen van een biobased economy weer van stal gehaald en een nieuwbakken statenlid stelde ingestoken schriftelijke vragen over het project grasraffinage in Oenkerk. Dat project is overigens meer dan vijftien jaar oud en heeft nog steeds niet echt wat opgeleverd. Er staat mij bij dat de NOM in de tweede helft van 2015 een bijeenkomst over biobased economy zou organiseren, als die happening heeft plaatsgevonden dan heb ik er niks van gemerkt. Voor een biobased economy geldt net als bij een circulaire economie dat er krachten werkzaam zijn die een doorbraak blokkeren. Het is niet realistisch te veronderstellen dat daar snel verandering in komt, beiden worden vooralsnog geen banenmotoren.
Als het gaat om subsidiescoren, het favoriete tijdverdrijf van noordelijke bestuurders, dan laat Noord-Nederland in Europa kansen liggen, meldde het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) die natuurlijk maar wat graag die subsidies wil verdelen. Die bestuurders kunnen in ieder geval nog wat vooruitgang boeken, boeken we in deze contreien met die Europese subsidies ook vooruitgang? Traditioneel zijn er in de maand mei de kijkdagen in het kader van ‘Europa om de hoek’, ik heb geen aankondiging voorbij zien komen en heb derhalve geen idee of noordelingen daadwerkelijk ergens een kijkje hebben kunnen nemen. Ik kan mij herinneren dat er in het verleden een krantje huis aan huis werd bezorgd, zelf kwam ik daardoor op het idee het project grasraffinage in Oenkerk te bezoeken. Dat is inmiddels al heel wat jaren geleden, ik heb niet de indruk dat er sindsdien veel vooruitgang is geboekt.
Mooi nieuws in de Volkskrant van zaterdag 28 mei 2016: de WaterCampus in Leeuwarden is het schoolvoorbeeld van hoe het moet als het gaat om kennis en innovatie. Journalisten van de Leeuwarder Courant en commentatoren van Liwwadders.nl vonden het lange tijd maar niks, maar het werkt echt. Helaas laat het geheel zich moeilijk of niet reproduceren. In ieder geval hebben we nu een referentiepunt, elke nieuwe hype kunnen we beoordelen op de mate waarin het afwijkt van de Wetsus-way. Dat heeft als prettig voordeel dat ik niet steeds hetzelfde riedeltje hoef af te draaien dat ik geen initiatief van (semi-)overheidswege ken dat succesvol is gebleken.
Aanvulling Liwwadders.nl:



