Commissaris van de Koning Jorritsma daagt mkb-ers uit te innoveren ten behoeve van een koolstofarme economie, zo las ik in de zakelijke uitgave Fries Journaal. Die oproep gebruik te maken van Europese subsidies gaat niet veel opleveren, mede vanwege de verwarrende term koolstofarm. Een Japans bedrijf brengt een auto die op waterstof rijdt op de markt, maar niet in Nederland. Er zijn slechts twee plekken waar je waterstof kunt tanken. Onlangs in de Leeuwarder Courant een mooi overzicht van die auto, het waterstofgas wordt opgeslagen in een koolstofvezelversterkte kunststof tank. Met dergelijke auto’s op de weg word je duidelijk minder afhankelijk van fossiele branstoffen, maar ook koolstofarm?
Stel een noordelijke mkb-er komt op het idee die kunststof tank te vervangen door eentje gemaakt van biocomposieten op basis van vlas- en hennepvezels. Een dubbelslag: bij de teelt wordt er veel CO2 vastgelegd en het vervangt kunststoffen op basis van aardolie. Of het echt kan is de vraag, er is nog veel onduidelijk over de mate waarin je biocomposieten kunt belasten. Evenmin is veel bekend over slijtage, gevoeligheid voor UV-licht, tolerantie voor agressieve stoffen, etc. En wat te denken van innovaties waarbij grafeen wordt toegepast, bepaald niet koolstofarm want pure koolstof. Minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen is een goede zaak, dat aanmerken als koolstofarm lijkt mij niet correct.
Ideaal is wanneer mensen, net als bij ‘gewone’ 3D-printers, ontwerpen op basis van biocomposieten met elkaar kunnen uitwisselen. Bij 3D-printers is het heel gewoon om met behulp van een CAD-programma een ontwerp te maken waarbij de software nagaat of een bepaalde constructie kan. Realiseerbare ontwerpen worden uitgewisseld zodat iemand hier iets kan ontwerpen wat elders op de wereld uit zo’n printer kan rollen. Die printers hebben het voordeel dat er gebruik wordt gemaakt van thermoplasten waarover veel bekend is, bovendien zijn het doorgaans kleine voorwerpen die niet echt mechanisch worden belast. Behalve dat biocomposieten niet snel uit een 3D-printer zullen rollen is niet bekend in welke vormen je het materiaal kunt dwingen en tegen welke prijs. Biocomposieten van de tweede generatie ontlenen hun eigenschappen aan het feit dat een substantieel deel van de vezels in dezelfde richting wijzen en om dat voor elkaar te krijgen moet enige moeite gedaan worden. Het productieproces is nog allerminst gerobotiseerd, maar wat niet is kan wellicht alsnog.
De software om de ontwerpen door te rekenen zal niet snel op grote schaal beschikbaar zijn, het zou in de cloud kunnen draaien. Weinig bekend is het dat er een standaard bestaat voor 3D-ontwerpen genaamd X3D en het aardige van de meest recente standaard voor de opmaak van webpagina’s HTML5 is dat het 3D mogelijk maakt omdat er implementaties in JavaScript bestaan. Mijn favoriete website aangaande dit onderwerp is http://www.web3d.org
Minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen is zeer wenselijk, maar voor sommige oplossingen krijgt geen mkb-er of organisatie in z’n eentje iets voor elkaar. Ik daag de commissaris uit vanuit de provincie het initiatief te nemen tot de oprichting van een consortium betreffende biocomposieten op basis van vlas- en hennepvezels. Of we er koolstofarmer van zullen worden weet ik niet, wel veel rijker. Da’s pas echt goed voor de noordelijke economie.



