Een enkele ambtenaar van de gemeente Leeuwarden heeft inmiddels ontdekt dat je om de hoek in korte tijd wijzer kunt worden. NHL Hogeschool organiseert met wisselend succes lunchlezingen. De laatste voor de zomervakantie gaat over windenergie. Niks voor mij, soms denk ik dat voorstanders van windenergie een tik van de molenwiek hebben gehad. Huizen en bedrijfspanden zijn de enige energieconsumenten die je geleidelijk kunt omturnen tot energieproducenten. Pas bij de (ver)nieuwbouw natuurvezels van vlas en hennep toe en de milieubalans van windmolens valt daarbij in het niet. Of in het water, wat bij windmolenparken op zee zeker gaat gebeuren.
Recentelijk viel in de Leeuwarder Courant een interessant stuk te lezen over een hennepvezelverwerkend bedrijf uit het Groningse Oude Pekela dat hennepvezels vermengt met kalk om daar panelen van te maken voor prefabwoningen. In Engeland en Frankrijk hebben ze ervaring opgedaan met woningen gemaakt van hennepkalk en ik begrijp uit de krant dat die woningen nagenoeg energieneutraal zijn. Leg een paar zonnepanelen op het dak en zo’n woning heeft een energieoverschot. Bovendien wordt er door het gebruik van natuurlijke vezels voor langere tijd CO2 gefixeerd. Wat wil je nog meer behalve een prettig prijsje?
De meest recente lunchlezing in de serie ‘Broodje Energie’ ging over biocomposieten. Hennepkalk kun je beschouwen als een biocomposiet van de eerste generatie. In een dergelijke composiet wijzen korte vezels alle kanten uit. Zulk materiaal is door de structuur beperkt inzetbaar want beperkt (mechanisch) belastbaar. Bij biocomposieten van de tweede generatie worden langere vezels gebruikt die overwegend dezelfde kant op wijzen. Dergelijk materiaal is breder inzetbaar. De mensen van Stenden Polymer Research & Education weten veel meer van dit onderwerp en daarom verwijs ik u maar wat graag naar de website van NHL Hogeschool. Neem ook even de presentatie door en sta even stil bij de vier tabellen waarbij biocomposieten op basis van vlas en hennep worden vergeleken met andere materialen. Volgens mij zijn er tal van toepassingen voor deze biocomposieten. Nu nog bedrijven die er iets mee willen doen. In het nieuwe dierenpark Emmen gaat een bedrijf een brug van biocomposieten maken. Of er ook olifanten gebruik van gaan maken weet ik niet, vergeten te vragen.
Als ik windenergie vergelijk met energieneutrale woningen waarin biocomposieten worden verwerkt dan ziet de balans er als volgt uit. Windmolens bieden geen ruimte voor innovatie want uitontwikkeld. Denemarken heeft de markt in handen, voor Nederlandse bedrijven valt er geen eer meer aan te behalen. Mogelijkheden om de opgewekte stroom op te slaan hebben we overigens niet, we ontberen nog steeds smart grids om wisselende vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. Windmolens hebben een ongunstige CO2-balans.
Woningen en bedrijfspanden met af en toe een energieoverschot waarin biocomposieten zijn verwerkt scoren een stuk beter. Volop ruimte voor het (Noord-)Nederlandse bedrijfsleven voor innovatie, nieuwe welvaart en werkgelegenheid. Wie gelet op de alternatieven nog steeds voorstander van windenergie is heeft een tik van de molenwiek gehad. Duurzaam is pas echt leuk wanneer het ook financieel onder de streep groen kleurt.



