Gepubliceerd op 28 april 2011,   Categorie: Dossier,   (0) reactie


Datum: Donderdag 28 april 2011, 19.30 uur

Plaats: Historisch Centrum Leeuwarden

Gespreksleider: Gerard van der Veer

Aanwezig (‘achter de tafel’): mevrouw Isabelle Diks (wethouder gemeente Leeuwarden), mevrouw Stella van Gent (gemeente Leeuwarden, afdeling Cultuur), mevrouw Christa de Vries (notulist, Hét Notulistenteam)

Aanwezig in de zaal: circa 60 aanwezigen.

De heer Gerard van der Veer (gespreksleider) heet iedereen van harte welkom op de inspraakavond over het visiedocument ‘Omvorming van kunst en cultuur in Leeuwarden’.

Hij licht toe dat het College van B & W van de gemeente Leeuwarden met dit document een eigen visie heeft gepresenteerd op de kunst- en cultuureducatie in Leeuwarden en op de culturele kernvoorzieningen in de stad. Het culturele veld is over deze visie geïnformeerd. De visiedocumenten liggen ter inzage op het stadhuis, op het stadskantoor en in de centrale bibliotheek, en ze zijn ook te downloaden van de website van de gemeente.

De heer Van der Veer geeft aan dat deze avond aan een ieder de mogelijkheid wordt geboden om kenbaar te maken wat hij of zij van het plan van het college vindt. Hiervan wordt een samenvattend verslag gemaakt. Daarnaast kunnen de insprekers hun reacties, die op papier staan, aan het eind van de avond aanleveren bij mevrouw S. van Gent. Die reacties kunnen in latere instantie ook worden gemaild naar het mailadres cultuur@leeuwarden.nl, of ze kunnen op papier worden toegestuurd, ook aan mevrouw Van Gent. De inspraaktermijn sluit op 19 mei a.s. De ingekomen reacties worden, voorzien van commentaar in de vorm van een reactienota, betrokken bij het opstellen van het definitieve voorstel aan de raad. De reactienota komt via de website van de gemeente voor iedereen beschikbaar. Degenen die hun mailadres deze avond achterlaten, krijgen de reactienota digitaal toegestuurd.

De heer Van der Veer beschrijft kort het verloop van de verdere procedure nadat de inspraaktermijn is gesloten:

- B&W (incl. Reactienota) 31-05-2011

- Hoorzitting Commissie Welzijn 07-06-2011 19.30 (Raadszaal)

- Commissie Welzijn 15-06-2011 19.30 (Raadszaal)

- Raad 27-06-2011 19.30 (Raadszaal)

De heer Van der Veer geeft tot slot aan dat de bijeenkomst tot uiterlijk 22.00 uur duurt. Als richtlijn voor de avond stelt hij dat elke inspreker maximaal 4 minuten spreektijd krijgt. Als eerste krijgen de insprekers het woord die zich per mail hebben aangemeld. Die insprekers zijn over een viertal blokken verdeeld: 1. Parnas, 2. Cultuureducatie, 3. Culturele Instellingen, en 4. Overig. Als blijkt dat er na de aangemelde sprekers nog aanwezigen zijn die het woord willen voeren, dan is, bij voldoende tijd, die gelegenheid er. De heer Van der Veer geeft vervolgens het woord aan wethouder Isabelle Diks.

Wethouder Isabelle Diks heet iedereen van harte welkom namens burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden. Ze geeft aan dat ze eerst graag duidelijk wil maken welke bestuursrechtelijke vorm deze avond heeft. De bijeenkomst wordt een inspraakavond genoemd, maar formeel vindt er nu een hoorzitting plaats. Het cultuurplan is vorige week gepresenteerd aan de raad, waarop de inspraaktermijn is ingegaan. Deze loopt tot en met 19 mei a.s. Voor iedereen is er tot die datum de gelegenheid om schriftelijk te reageren. De hoorzitting maakt een formeel onderdeel uit van deze inspraakperiode. Tijdens een hoorzitting kan de wethouder niet reageren, ook niet op vragen, de wethouder hoort alleen maar. Wel geeft wethouder Diks aan dat ze kort zal reageren mocht blijken dat er rond het voorstel misverstanden leven.

De reactie op de inspraak wordt beschreven in de reactienota, die formeel door het college wordt vastgesteld. Wethouder Diks benadrukt nog eens dat het dus niet de bedoeling is om deze avond discussie uit de weg te gaan, maar dat het doel van de avond ‘horen’ is. De wethouder verzoekt een ieder die zaken met betrekking tot het voorstel met haar wil bespreken, dat bij haar aan te geven. Dan kan worden bekeken of hierover op een ander tijdstip verder kan worden gepraat.

Wethouder Diks geeft vervolgens aan dat alle bijdragen van deze avond serieus zullen worden bekeken en besproken en dat deze worden meegenomen in het definitieve voorstel aan de raad. Ze vermeldt dat Parnas en enkele andere instellingen alternatieve voorstellen op schrift hebben gesteld. Alle bijdragen en reacties op het voorstel zullen worden gewogen binnen de beschikbare € 480.000. Tot slot wenst de wethouder iedereen een interessante avond toe.

De heer Van der Veer geeft als eerste Parnas het woord.

1. Parnas

- De heer Geert Drion noemt de namen van de sprekers die voor Parnas achtereenvolgens het woord zullen voeren.
- Mevrouw Yldou de Boer (kunsteducatie) geeft aan dat zij zich zorgen maakt dat het college per 1 januari 2013 de subsidie aan Parnas wil beëindigen. Dat betekent dat Parnas kan sluiten. Daarmee gaat zorgvuldige expertise verloren, terwijl kostbaar materiaal verdwijnt. Het college wil nu uitsluitend inzetten op kennismaking met cultuur. Echter, kinderen zijn ‘hongerig’, en willen altijd meer leren. Hoe moet dat nu, nu de talentontwikkeling op nul staat? Hoe past dit in het beeld van Leeuwarden als lerende stad? Volgens mevrouw De Boer valt nu de gehele contekst rond de cultuureducatie weg. Het plan van het college kent ambities die niet financieel kunnen worden onderbouwd: hoe moeten bijvoorbeeld cultuurcoaches worden gefaciliteerd? Die koppeling kan bij Parnas wel direct worden gemaakt. Ze vraagt zich af waarom het goed functionerende bestaande netwerk van Parnas zou moeten worden afgebroken, en wat daarvan dan het resultaat zou moeten zijn. Voorts verwijst mevrouw De Boer naar p. 32 uit het BMC-rapport ‘Cultuurkeus’ waar melding wordt gemaakt van een uurtarief van € 36,50 voor muziekdocenten. Op dezelfde bladzijde staat dat het uurtarief van vrijgevestigde docenten doorgaans lager is, maar dat BMC van docenten ‘een actieve inzet op de scholen’ verwacht. Mevrouw De Boer vraagt aan de wethouder hoe het mogelijk is om voor minder dan € 36,50 te werken.

Tot slot reageert mevrouw De Boer nog op de voorgestelde ‘C-motor’. Volgens haar zegt die niets over de kwaliteit. Ze mist een meetbare opbrengst en veronderstelt dat het gehele plan op wensdenken is gebaseerd. Volgens haar wordt de infrastructuur afgebroken, terwijl ze het ondernemerschap volledig mist. Met minimale middelen zou een maximale prestatie moeten worden geleverd. Ze kan alleen maar hopen op een wonder.

- Mevrouw Wietske Zoethout (projectmanager, projectleider Kunstmenu en professioneel fluitist) maakt duidelijk wat Parnas nog meer doet dan lessen in kunst geven. Parnas doet bijvoorbeeld veel grote projecten, werkt voor het bedrijfsleven, werkt met grote groepen kinderen. Ze schetst een beeld van hoe zoiets kan gaan: kinderen komen binnen, ze hebben schilderles. Het betreft dan bijvoorbeeld een verwerkingsles na een bezoek aan een museum. Zo hebben zo’n 1200 kinderen dit soort lessen, terwijl zo’n 1200 andere kinderen muziekles hebben. Ouders genieten van de activiteiten van hun kinderen. Vaak komen ze kijken bij Parnas, waarna ze zich vervolgens zelf voor een of andere cursus inschrijven.

Volgens mevrouw Zoethout bevat het voorstel van het college niets nieuws, omdat veel van het voorgestelde al gebeurt bij Parnas.

Mevrouw Zoethout geeft een paar voorbeelden die duidelijk moeten maken waarom het lastig is om specifieke cursussen/activiteiten niet in een centraal gebouw te geven/houden, maar in bijvoorbeeld een wijkgebouw:

- Cursusruimte en opbergplekken: Een leraar moet een klas vrijmaken. Dat betekent: penselen bij de wasbak, materialen moeten goed worden opgeborgen.

- Geluidsoverlast: Twee slagwerkers aan het oefenen.

- Bewaking: Docenten zijn aan het werk, de voordeur staat open, er is geen conciërge. Er dreigt gevaar voor insluipers.

- Speellokaal: Hier mag je niet op schoenen binnen lopen.

Mevrouw Zoethout geeft aan dat ze naast een nieuw wijkgebouw woont. Haar huis is geïsoleerd, maar ze zit ‘vaak te swingen op de bank’ vanwege de geluidsoverlast.

Tot slot benadrukt ze dat bij Parnas professionals werken, evenals dat Parnas met heel veel scholen samenwerkt (waarbij o.a. de door Parnas ontwikkelde Culturele Kaart van Leeuwarden wordt gebruikt).

- Mevrouw Jenny Nijkamp (dansdocent en cultuurcoach)

Mevrouw Nijkamp refereert aan 10 december 2007, toen bewindslieden van VWS, OCW en een aantal partners samen de ‘Impuls brede scholen, sport en cultuur’ hebben ondertekend. Daarmee werd de cultuurcoach geboren. Naast leerkracht is mevrouw Nijkamp sinds 1-4-2010 ook cultuurcoach en zij legt uit wat deze functie inhoudt. De cultuurcoach zorgt voor de inhoud van het cultuuronderwijs, realiseert de culturele loopbaan van leerlingen, oefent vaardigheden en technieken, vergroot creatief vermogen van leerlingen, leert leerlingen naar gevoelens en gedachten te luisteren, bouwt bruggen.

De cultuurcoach moet aan landelijke criteria voldoen. Gemeenten krijgen rijkssteun voor het aanstellen van cultuurcoaches. In 2010 is het invullen van de functie van cultuurcoach bij Parnas neergelegd. Bij Parnas werken veel kunstenaars die als sparringpartner fungeren om het werk van de cultuurcoaches in Leeuwarden verder inhoudelijk vorm te geven. Parnas ondersteunt hen ook bij multidisciplinaire projecten. Daarnaast geeft Parnas belangrijke ondersteuning door een centrale plek in de stad aan te bieden voor de kinderen uit de wijken. Kortom: Parnas is nodig voor de cultuurcoaches.

Mevrouw Nijkamp is van mening dat met het werken in de wijken al veel is bereikt. Startend vanuit de brede school kunnen cultuurcoaches volgens haar het verschil maken. Kinderen genieten van kunst. Er is de beschikking over een groot netwerk en gastdocenten kunnen worden ingezet voor verschillende projecten. De doelstelling zijn concreet en niet welzijnsachtig. Cultuurcoaches brengen cadeautjes naar de wijken en zetten kinderen in hun kracht. Mevrouw Nijkamp is blij met het voornemen van het college om de functie van cultuurcoach te laten voortbestaan. Daarnaast moet Parnas blijven, want het een kan volgens haar niet zonder het ander.

- De heer Geert Drion geeft aan dat hij kort van stof zal zijn, maar dat hij ontzettend kwaad is. Hij vervolgt met woorden die bij hem opkomen als hij aan het voorstel van het college denkt: ‘onbegrijpelijk autisme, gebrek aan samenwerking, een knijpend gevoel van een ambtelijke agenda, dovemansoren, vooringenomenheid, slecht geïnformeerde wethouder’. De heer Drion gaat in op twee aspecten:

1. Demasqué van grote woorden. Als voorbeeld noemt de heer Drion de frase: ‘cultuur versterken met minder geld’. Daar kan niemand natuurlijk op tegen zijn, maar: het plan zal geen financiële winst opleveren, de plannen zijn niet haalbaar, er wordt geen antwoord op de heersende zorgen gegeven en evenmin wordt een ruimer scenario gepresenteerd. Bovendien wordt het werkzame alternatief ‘Kunstplein’ dat Parnas aandraagt, niet inhoudelijk besproken. Het onderzoek komt niet tegemoet aan de wens van de raad en kan ook niet worden voorgedragen aan de raad.

2. Het voorstel is niet gedragen, het is niet gekwantificeerd. De heer Drion kwalificeert het plan als ‘broddelwerk’. Volgens hem kan het stuk niet dienen als inbreng voor besluitvorming omdat het ‘schokkend slecht, mager en ondoordacht’ is, bijvoorbeeld:

a. Kennismakingsfase: beschrijving ervan getuigt van gebrek aan inzicht.

b. Leren in de kunst: de bestaande structuur wordt ‘om zeep geholpen’. Er wordt verwezen naar andere steden, zonder cijfers. De samenhang en kwaliteit gaan verloren, de prijzen gaan omhoog.

c. Doen in de kunst: het voorstel levert ‘kaalslag` op.

De heer Drion adviseert de wethouder om met specialisten te gaan praten die het beter kunnen.

- De heer Tom van Oven (20 jaar adviseur reorganisatie voor centra voor de kunsten)

De heer Van Oven geeft aan dat Parnas het alternatieve plan ‘Kunstplein Leeuwarden’ heeft ontwikkeld, zowel binnen de kaders van het collegeprogramma als binnen de eigen kaders. In het plan zijn de exploitatiekosten met 30% gereduceerd. De diverse besprekingen hebben geleid tot een praktisch werkbaar plan: kennismaking, proeven, vervolg, centrale locatie, leren en doen. Het plan sluit aan bij het gemeentelijke speerpunt om alle kinderen kennis te laten maken met cultuurvormen. Kunstplein staat ook nieuwe ontwikkelingen in het financiële model voor. Volgens de heer Van Oven is Kunstplein realistisch en in enkele jaren goed mogelijk. Medewerkers met hun bruikbare ervaring zijn goed in te zetten. Kennelijk is Kunstplein ook goed geslaagd, want het college heeft onderdelen eruit overgenomen.

Echter, de beleidsvisie Leeuwarden is gebaseerd op het onderzoek van BMC. De heer Van Oven constateert de volgende tekortkomingen:

- Cement kunsteducatie ontbreekt. De verschillende lagen van de piramide uit het visiedocument zijn verbrokkeld en vloeien niet als vanzelf in elkaar over. Doorstromingen van de ene naar de andere laag moeten echter soepel verlopen en mogen niet op belemmeringen stuiten.

- Menskracht is onvoldoende. In het visiedocument wordt zwaar ingezet op de fasen, lokaal in de wijk, maar het is niet duidelijk hoe dit gaat worden georganiseerd.

- Structuur ontbreekt. Niet duidelijk is wie er verantwoordelijk is voor kwaliteit (denk aan cultuurcoaches, vervanging bij ziekte, enz.). Ook de kwaliteit van aanbieders komt niet terug in de plannen.

BMC geeft geen antwoord op de vragen, terwijl er wel antwoord nodig is. Parnas heeft dat antwoord en heeft jarenlange ervaring. Misschien moeten we Parnas toch in stand houden.

- De heer Jos van Bussel (plv. directeur Kunstconnectie)

‘Kennelijk moet Parnas sneuvelen.’ De heer Van Bussel neemt graag het woord om tegengas te geven. Uit onderzoek van VNG blijkt dat de koopkracht niet op peil kan worden gehouden en dat mensen hun broekriem moeten aanhalen. De heer Van Bussel wijst het college er daarom op om goed stil te staan bij wat er nu dreigt te gebeuren: ‘Weet wat u weggooit’.

Parnas zet zich in voor scholen en individuele beoefenaren. Eveneens voor disciplines die cultureel wellicht niet zo interessant zijn. Noordelijke provincies zijn continu in gevecht om in culturele zin op peil te blijven. Als Leeuwarden besluit om aan de eigen cultuur te gaan schaven, dan is de gemeente haar eigen vijand. ‘Fryslân boppe’ wordt dan nog een hele uitdaging. De heer Van Bussel vreest dat cultuureducatie wordt gereduceerd tot een ‘Hallo en tot ziens’. Want: hoezo culturele loopbaan? Slechts 14 lessen in acht jaar basisschool? Hij verwijst naar de visienotitie waarin staat vermeld: 290 klassen, 10 lessen per basisschool, per jaar 0,46 fte aan een reguliere cultuurcoach. De heer Van Bussel geeft aan dat het college ervan uitgaat, dat de inzet van scholen gelijk blijft.

Begin 2013 moet Parnas stoppen. Het personeel dat niet kan blijven werken valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Het college heeft slechts wachtgeldverplichtingen en moet zich niet gaan bezighouden met van docenten ondernemers te maken. Werknemers van Parnas kunnen niet hun volledige verdientijd benutten. Daarom is wachtgeld op zijn plaats. Het advies van de heer Van Bussel is om frictiegelden hiervoor op constructieve wijze in te zetten.

Tot slot maakt de heer Van Bussel een opmerking over Ateliers Majeur. Hij geeft aan dat BMC één keer verwijst naar Ateliers Majeur, en dat is precies één keer te veel. Volgens hem

vent BMC dit model uit. Het is onwenselijk dat werknemers eerst ontslagen worden, dan uitgekleed worden om vervolgens tegen te lage gelden bij Ateliers Majeur te moeten gaan werken.

- De heer Marco de Souza (directeur Muziekschool Amsterdam Zuid-Oost, directeur Stichting Leerorkest, adviseur van prinses Maxima).

De heer De Souza zoomt in op het ‘worst case scenario’ zoals dat zich afspeelde in Amsterdam bij de reorganisatie van het cultuurbeleid. De gemeente Amsterdam stond voor het idee om tot een herschikking van cultuur te komen, in de vorm van een tweedeling: muziek bij de Muziekschool, kunst bij Kunstwerk. Het idee was verder om muziekeducatie aan de markt aan te bieden met vouchers. De markt zou dan zijn werk wel doen. Maar het liep anders: de hele markt viel juist stil. Het bleek dat scholen niet zaten te wachten op het organiseren van activiteiten. De heer De Souza zet de oorzaken van die stilval op een rij:

- De scholen werden overspoeld door heel veel aanbieders, te veel, zo’n 450.

- Scholen hebben niet de kennis of de mogelijkheden om uit 450 aanbieders te kiezen.

De gemeente Amsterdam heeft adviseurs ingehuurd die aan moesten geven hoe het beter kon. Uit onderzoek bleek dat er geen samenhang in het cultuurveld aanwezig was. Dat wist iedereen natuurlijk al, maar kennelijk moest dit lesje nog eens worden geleerd.

Scholen denken graag op lange termijn. De heer De Souza breekt een lans voor Parnas en hij adviseert Leeuwarden niet de grote fout te maken die Amsterdam vijf jaar geleden heeft gemaakt. In Leeuwarden is er immers Parnas: een prachtige instelling, bereid om te veranderen en te innoveren.

- De heer Roel Munneke (Friese centra voor de Kunsten) wendt zich vanuit grote verontrusting tot de wethouder met zijn brief met daarin een uiterste oproep. Hij licht zijn verontrusting op de volgende manier toe. De culturele infrastructuur is dun. Culturele centra vormen daarin de basis. Omdat cultuureducatie belangrijk is, moet educatie bereikbaar zijn voor een betaalbare prijs. In maart 2010 sprak het college duidelijke taal over de plannen. Echter, de uitwerking daarvan is niet meer terug te vinden. Aandachtspunten bij het huidige voorstel:

- de positieve toonzetting van het plan is niet juist;

- het plan verzwakt de culturele infrastructuur;

- de voorzieningen hangen niet samen;

- talentontwikkeling gaat verloren;

- er is geen herkenbare plek voor presentatie en ontwikkeling (wel noodzakelijk);

- de drie essentiële fasen kennismaken, leren en doen, worden ontmanteld.

Volgens de heer Munneke getuigen de plannen van een schokkend gebrek aan inzicht wat niet past bij ‘onze’ hoofdstad. Het voorstel is een grote bestuurlijke en een onherstelbare dwaling. Een voorstel ook dat schadelijk is voor de stad en waardoor Leeuwarden niet langer waardig is om zich culturele hoofdstad te noemen.

Tot slot geeft de heer Munneke aan geschokt te zijn omdat het college het alternatieve plan van Parnas niet overneemt. Hij raadt het college aan: ‘Keer op uw schreden terug’.

- De heer Johan van Ooijen (bestuurslid Parnas) maakt zich sterk voor een centrum voor de kunsten. Het bestuur van Parnas heeft daar veel voor over. De heer Van Ooijen toont begrip voor de noden van de stad. Hij begrijpt dat er slimme en verantwoorde keuzes moeten worden gemaakt: er moet worden gezocht naar een balans tussen bezuinigingen en ambities. Daarom ook is Parnas gekomen met een innovatief plan: Kunstplein Leeuwarden. Kunstplein is een verbindende schakel in een open markt. Kunstplein bereikt meer met minder geld uit publieke middelen. Het plan is concreet, realiseerbaar, innovatief en toekomstbestendig. Het kan in eerste instantie voor vier jaar gelden, wat betekent dat het college er niet aan vast zit.

Echter, het college kiest ervoor om geen aansluiting te zoeken bij Kunstplein. In het aangedragen voorstel van het college wordt geen onderbouwing gegeven voor de output en de kwaliteit van de plannen. Het voorstel van het college is dan ook onduidelijk. Er wordt geen oordeel over Kunstplein Leeuwarden gegeven. Het plan wekt dan ook sterk de indruk dat Parnas móet vallen. Het college draagt daarvoor echter geen enkele inhoudelijke reden aan.

Parnas doet het goed, uitstekend zelfs. Het is innovatief en efficiënt, en staat in goed aanzien. Parnas heeft een alternatief plan opgesteld, maar het college ‘maakt er geen woord aan vuil’. Volgens de heer Van Ooijen is dat de inwoners van Leeuwarden niet waardig. Kunstplein komt tegemoet aan wat Leeuwarden wil. Weliswaar is er een kloof, maar die valt te overbruggen. De heer Van Ooijen roept het college op om de scenario’s en de maatschappelijke effecten goed in beeld te brengen. Daarnaast vraagt hij het college om zich open te stellen voor het compromis, immers ‘wat u weg haalt, komt niet zomaar terug’. Volgens de heer Van Ooijen staat er een bruisende, dynamische stad op het spel en hij adviseert het college ‘voor de eigen schaduw uit’ te springen.

Tot slot verzoekt de heer Van Ooijen het college om in haar overweging mee te nemen dat Parnas bestuurlijk wil samenwerken met het Friesland College.

2. Cultuureducatie

- Mevrouw Marianne van Hall-Disch (directeur Stichting Kinderopvang Leeuwarden)

Mevrouw Van Hall-Disch is blij dat ze de relatie van SKL met het onderwerp cultuureducatie kan verduidelijken. Onder andere in Leja, de Leeuwarder Educatieve en Jeugd Agenda, wordt aangegeven dat cultuureducatie erg belangrijk is.

Mevrouw van Hall-Disch geeft aan dat steeds meer kinderen gebruik maken van de buitenschoolse opvang voor 4-12 jarigen. SKL biedt tijdens die opvang leeftijdsgerichte activiteiten aan op het gebied van sport en bewegen, en van kunst en cultuur. Veel docenten van Parnas worden daarbij ingehuurd om een grote verscheidenheid aan workshops te geven, tot volle tevredenheid. Vanuit de scholen komen verzoeken om niet alleen workshops te geven aan alle kinderen in de wijk, en niet alleen in de buitenschoolse opvang. In de wijk De Zuidlanden (omdat daar een vijfdagenmodel is ingevoerd) is in het kader van dat programma begonnen om uitdagende activiteiten aan basisschoolleerlingen aan te bieden.

Mevrouw Van Hall-Disch legt uit dat SKL dat programma ook kan aanbieden aan scholen in wijken waar SKL al actief is, vanwege de bestaande infrastructuur. Vanuit de scholen is er veel animo voor. Van andere basisscholen is ook de vraag gekomen of SKL voor kinderen in de wijk die niet naar de buitenschoolse opvang gaan, activiteiten kan verzorgen. SKL vindt het belangrijk dat kinderen in aanraking kunnen blijven komen met cultuur. Mevrouw Van Hall-Disch hoort insprekers hun zorgen uiten over organisatie en coördinatie. Zij kan de insprekers wat dat betreft geruststellen en laat weten dat SKL een eigen intern uitzendbureau heeft. Daarnaast bestaat er voldoende ervaring en is er een automatiseringsprogramma. Om die redenen laat mevrouw Van Hall-Disch weten dat SKL de bereidheid heeft om mee te gaan met voorstel van het college.

- De heer Henry de Boer, Voorzitter pasveerkorpsen (namens Pasveerkorpsen en zes andere Hafaba-verenigingen)

Laat weten dat de plannen van het college de verenigingen niet echt raken, omdat ze al geen subsidie meer ontvangen. Desondanks heeft het plan bij hen een schok teweeggebracht. Hij merkt op dat hij enerzijds begrip heeft voor het college om fors te bezuinigen, anderzijds begrijpt hij dat de plannen veel onbegrip en frustratie bij heel veel partijen oproepen. Bij de verenigingen intern is nagegaan wat de verenigingen zelf kunnen doen om het positieve effect van muziek op kinderen zo goed mogelijk te kunnen continueren. Bezuinigingen mogen niet tot een uitholling leiden van educatie aan kinderen.

De heer De Boer geeft aan dat de eigen visie tot stand is gekomen los van de plannen van het college. Het is dus spannend om te zien of de visie van de verenigingen aansluit bij de visie van het college. De overeenkomsten zijn vooral te vinden in het gegeven dat álle kinderen in contact moeten komen met cultuur in het algemeen, en met muziek in het bijzonder.

Echter, het plan van het college is gebaseerd op veronderstellingen en aannames. De jarenlange ervaring vanuit de verenigingen is dat kinderen enthousiast gemaakt moeten worden. Daarom is er meer nodig dan die paar contactmomenten die in de plannen van het college staan. Een budget van € 480.000 is niet reëel. De visie van de verenigingen komt o.a. neer op: muziek doe je samen, muziek gaat alle leerlingen van basisscholen aan, muziek werkt vanuit kracht, kwaliteit moet continu zijn, en het belangrijkste is ‘samenwerken, samenwerken, samenwerken’.

De heer De Boer geeft aan dat de verenigingen bereid zijn om samen te werken met de gemeente. Hij overhandigt tot slot het eigen visiedocument aan wethouder Diks.

3. Cultuurinstellingen

- De heer Siart Smit zakelijk leider Tryater (namens het Dolci, Directeuren Overleg Leeuwarder Culturele Instellingen)

De heer Smit voelt zich verbonden met de gemeente Leeuwarden. Drie jaar geleden is hij naar Friesland verhuisd, vanwege de cultuur, een belangrijk onderdeel van de samenleving. Drie procent van het budget van de stad wordt uitgegeven aan cultuur. Dat is volgens de heer Smit niet veel voor een provinciehoofdstad. Leeuwarden heeft veel uitstraling, veel instellingen worden door provincie en Rijk gesubsidieerd.

Het voorstel van het college heeft zeker ook positieve elementen, zoals het Uitburo. Ambitie is om alle kinderen in aanraking te brengen met cultuur, om die reden alleen al is het onbegrijpelijk dat Parnas wordt opgeheven. Leeuwarden is culturele hoofdstad van Friesland en van Europa, vreemd om dan op cultuur te bezuinigen. De heer Smit geeft aan dat Dolci met een uitgebreidere schriftelijke reactie zal komen. Hij adviseert de wethouder met klem niet verder terug te gaan in de gelden die bestemd zijn voor cultuur. Dat past niet bij een culturele hoofdstad.

- Mevrouw Paulien Timmerman (Grafisch Atelier, secretaris)

Mevrouw Timmermans legt uit dat het Grafisch Atelier een open werkplaats is voor beeldende kunstenaars. Het Grafisch Atelier is gevestigd in het souterrain van Parnas. Hier kunnen kunstenaars van apparatuur en van materialen gebruikmaken. Het Grafisch Atelier organiseert o.a. projecten van kunstenaars, en verzorgt activiteiten voor leerlingen van middelbare scholen. Het Grafisch Atelier zal nog verder schriftelijk reageren op het voorstel.

- De heer Harry Drenth (medewerker lokale omroep Mercurius)

De heer Drenth geeft aan dat hij spreekt ‘op persoonlijke titel als medewerker van Mercurius’.

Mercurius behoort tot de culturele Big Six van Leeuwarden. Hij laat weten dat het enige wat over Mercurius in het BMC-rapport wordt gezegd, staat op p. 39. Daar komt Mercurius voor in de kolom ‘Leeuwarden’. Daarbij wordt gemeld dat de instellingen in die kolom in stand worden gehouden door de gemeente. Gelukkig, zegt de heer Drenth, wordt Mercurius ook nog eens genoemd in het visiedocument van het college: “De lokale omroep Mercurius zoekt aansluiting bij andere partners zoals de mediagerelateerde opleidingen in de stad, dit is des te harder nodig omdat de gemeente de subsidie gefaseerd verlaagt.“ De heer Drenth reageert op dit citaat met de opmerking dat Mercurius al samenwerkt met partners. Echter, de samenwerking met leerlingen stuit op praktische bezwaren. Zij weigeren te werken in het weekend. De heer Drenth zegt op dit punt benieuwd te zijn naar de visie van het college.

- De heer Henk Buith (voorzitter bestuur Centrum voor Film in Friesland)

De heer Buith neemt het sprekersstokje over van mevrouw Jacqueline Schrijver, zakelijk leider van Film in Friesland, die deze avond niet aanwezig kon zijn. De heer Buith kondigt alvast aan dat Film in Friesland, als één van de Big Six, ook nog een schriftelijke reactie zal geven op het voorstel van B&W. Wat dit voorstel betreft, als dit de uitkomst is van een democratisch proces, dan is dat een gegeven. Echter, gevaar voor verschraling dreigt. Bezuinigen op cultuur is één, maar andere steden komen tot andere beslissingen. Het visiedocument legt de nadruk wel heel sterk op cultuureducatie. Opmerkingen van de heer Buith zijn o.a.:

- Verdwijnen van Parnas valt te betreuren.

- Geen BV Cultuur lijkt verstandig, de back offices zijn goed georganiseerd.

- Vorm van samenwerking tussen de Bibliotheek, Tresoar en Historisch Centrum Leeuwarden levert meerwaarde op.

- Overleg over gezamenlijke werkterreinen is wenselijk, daar worden culturele instellingen krachtiger van.

- Bundeling van marketing is interessant, wel belangrijk om rekening te houden met grote diversiteit aan instellingen.

Ten slotte merkt de heer Buith op dat Film in Friesland in de notitie van BMC en in het visiedocument van B&W nauwelijks wordt genoemd. Dat lijkt de heer Buith een positief punt. Een boeiend filmklimaat is onlosmakelijk verbonden met cultuur. Clustering van Film Archief en Tresoar pakt profijtelijk uit. BMC constateert in haar rapport alleen dat het Filmhuis geen enkele tegenvaller laat zien. Dat is nogal een positieve interpretatie. Samenwerking vindt straks plaats met het Fries Museum op het Zaailand. In het rapport staat een foutieve weergave van de subsidies: de subsidie ligt anders, en de onjuiste weergave ziet de heer Buith graag gecorrigeerd.

De heer Buith beëindigt zijn betoog met aan te geven dat hij gemengde gevoelens heeft over het voorstel. Het slagen ervan hangt geheel van de invulling af. Film in Friesland wil daar wel een constructieve rol in spelen.

- De heer Anne Tiemersma (directeur/bestuurder Bibliotheek Leeuwarden)

De heer Tiemersma start met de opmerking dat het dramatisch is als een stad snijdt in cultuur, temeer als een stad culturele hoofdstad is, zoals Leeuwarden nu tijdelijk is. Hij geeft aan dat de schriftelijke zienswijze van de Bibliotheek nog volgt.

De heer Tiemersma meldt dat de Bibliotheek financiële problemen kent. Hij had verwacht dat daarop in het voorstel meer zou worden ingegaan. Echter, er wordt in het voorstel slechts een korte opmerking gemaakt over de bibliotheek. Op p. 13 komt hij de volgende zinsnede tegen: “Bibliotheek Leeuwarden kampt met financiële tegenvallers (provinciale bezuiniging op Bibliotheek-service Fryslân) en staat voor strategische keuzes in huisvesting en aanbod; een centrale bibliotheek met drie nevenvestigingen lijkt niet langer te handhaven.” Een ingrijpend besluit over een mogelijke oplossing is uitgesteld in afwachting van het onderzoek van BMC. De heer Tiemersma had verwacht dat de beloofde versterking van andere instellingen zou plaatsvinden. Maar daarover vindt hij ook niets terug in het voorstel. Niets komt dus ten goede aan de Bibliotheek.

De tweede keer dat de Bibliotheek voorkomt in het voorstel betreft het de opmerking: “Een samenwerkingsvariant tussen HCL, Tresoar en Bibliotheek Leeuwarden zal verder uitgewerkt worden.” Bij de samenwerking met Tresoar moet een kanttekening worden gemaakt: bij Tresoar ligt de nadruk veel meer op wetenschappelijke collecties.

De uitspraak in het document “Meer doen met minder geld” moet genuanceerd worden. Niets is onmogelijk, maar toch. Zo zijn in de berekeningen van de nieuwe huisvesting alleen de kosten meegenomen van het pand, en niet van het interieur. Toch is het een spannende optie, en de heer Tiemersma wil daarover graag meedenken.

- De heer Vincent de Waal (zakelijk leider Poppodium Romein) memoreert dat BMC in 2008 heeft geconstateerd dat het in Leeuwarden ‘allemaal geweldig’ was, en nu moeten we van BMC weer naar ‘meer voor minder’.

De heer De Waal beschouwt de samenwerking met de Harmonie als positief. Romein is continu op zoek naar samenwerking en verbindingen met partners op het gebied van popcultuur. Hij geeft daarnaast aan dat er in Friesland maar één landelijk poppodium bestaat, en dat is Romein.

De heer De Waal eindigt met opmerkingen die wellicht al een opmaat naar 2016 kunnen zijn: hij mist plannen over sluitingstijden en over een nieuw gebouw.

- De heer Arthur Oostvogel (directeur Harmonie) maakt deel uit van de directie van de Harmonie en van het bestuur van het Uitburo. Hij geeft aan dat de Harmonie en het Uitburo twee losse entiteiten zijn. Nadat een interne bespreking heeft plaatsgevonden volgt vóór 19 mei nog een schriftelijke reactie op het visiedocument. De heer Oostvogel betreurt het namens beide besturen dat de stad snijdt in cultuur. Het is jammer dat Parnas zal sneuvelen en dat cultuureducatie wordt gekort. Tegelijkertijd is de zienswijze van het college dat jongeren op andere manieren cultureel worden opgevangen. De heer Oostvogel vindt het belangrijk dat die basisfunctie in ieder geval wordt gecontinueerd. Hij geeft aan de samenwerking met Romein als positief te ervaren. Daarnaast zal hij alle marketing van het Uitburo die samenhangt met cultuur, gericht op stad en provincie, toejuichen. De contouren van het visiedocument zijn vaag, de tijdsspanne kort. Hij hoopt dat ‘we’ er komen.

4. Overig

- Mevrouw Coby van der Harst (Keunstwurk, dans) geeft aan dat in Leeuwarden de culturele instellingen samenwerken. Duidelijk is dat bij samenwerken cultuurverschillen overbrugd moeten worden. Dat kost tijd en dus geld. Mevrouw Van der Harst vraagt zich af waar die aspecten staan vermeld in de plannen.

De heer Gerard Van der Veer vermeldt dat alle aangemelde insprekers aan het woord zijn geweest. Hij vraagt aan het publiek wie nog van de gelegenheid gebruik wil maken om in te spreken.

- De heer Chiel Plantinga spreekt als burger.

Hij heeft BMC goed in de gaten gehouden. Ateliers Majeur is een model dat BMC heeft ontwikkeld, dat gepromoot is in andere gemeenten, en nu ook wordt gepromoot in Leeuwarden.

De gemeente geeft volgens de heer Plantinga structureel te veel geld uit, en daar valt, in tegenstelling tot Parnas, ‘weinig lol aan te beleven’. Het is merkwaardig dat gemeenten advies moeten vragen aan een adviesbureau, dat hun vertelt hoe gemeenten hun beleid moeten voeren.

De heer Gerard Van der Veer vraagt of er nog anderen wensen in te spreken en stelt vast dat er geen insprekers meer zijn. Hij sluit de inspreektijd af en geeft ter afronding het woord aan wethouder Diks.

Wethouder Diks dankt ieder hartelijk voor zijn of haar aanwezigheid, voor het meedenken over wat het college aan het doen is op het gebied van cultuur en over hoe het nog beter, nog spitser kan. Ze geeft aan dat er veel naar voren is gebracht en dat ze goed heeft geluisterd en gehoord. Van de bijeenkomst wordt een verslag gemaakt en schriftelijke reacties ziet ze nog graag tegemoet. Alle reacties worden beschreven en behandeld in de reactienota. Deze nota wordt ter zijner tijd toegestuurd naar iedereen die zijn mailadres heeft achtergelaten en zal te downloaden zijn op de website van de gemeente.

De heer Van der Veer herhaalt nog de laatste praktische mededelingen:

- Stuur inspraak-reacties voor 19 mei 12.00 uur naar mailadres cultuur@leeuwarden.nl;

- Laat mailadres achter zodat reactienota digitaal kan worden verstuurd;

- Op 7 juni is de hoorzitting van de Commissie Welzijn.

Einde vergadering: 21.30 uur.




Artikel geplaatst door

Meer over admin »

 
 

Schrijf een reactie


Reactie(s)

 
 
 

MEER NIEUWS

 
 
Op liwwadders adverteren?

GERELATEERD NIEUWS
LAATSTE NIEUWS
Leeuwarder ghb-slikker slaat vrouw in Harlingen

21 augustus 2014, (0) reactie


Twee fusten bier weg bij dameskaatsen Weidum

21 augustus 2014, (0) reactie


Aantal uitkeringen in Friesland stijgt

21 augustus 2014, (0) reactie


Elfstedentocht nu ook per cabrio

21 augustus 2014, (0) reactie


Grondexploitatie Leeuwarden opnieuw afgewaardeerd

21 augustus 2014, (0) reactie


POPULAIR NIEUWS
Pieter Broertjes vindt Broertjes opmerking..

23 juli 2014, 25 reacties


Ton F: het leven is keuzes maken

26 juli 2014, 6 reacties


Leeuwarden verdient een echte courant

22 juli 2014, 4 reacties


‘Tweedeling onder Participatiewet’

27 juli 2014, 3 reacties


Sjoerd Feitsma: ‘Ik ga er achteraan.’

24 juli 2014, 2 reacties


Lunchen met Liwwadders!
Iedere dag het belangrijkste
nieuws per email
Vul hier uw e-mailadres in:

-->